30/01/2010

Piece # 52 – Buenos Sauna

Ik wil verder niet vervelend zijn maar toch móet ik even melden dat het hier zomer is. En niet zomaar een zomer. Het is de allerwarmste zomer met een onophoudelijke warmte van het allerklefste soort die dag en nacht aanhoudt.

Het is elke dag boven de dertig graden en ’s nachts niet kouder dan 25. Nu zul je misschien denken: oh, maar ik was eens in Zuid-Spanje, waar de thermometer 45 graden Celsius aanwees. Het verschil is de luchtvochtigheid, die de laaglanden langs de Rio de la Plata het hele jaar door treft. Het luchtvochtigheidsgehalte schommelt tussen de 70 en 99% en het komt er letterlijk op neer dat je, wanneer je buiten bent, in een soort warmwaterlucht loopt te happen. Die warme waterdruppeltjes moeten door je longen heen en dat kost het lichaam energie. Energie die je veel beter had kunnen gebruiken bij deze temperaturen (bijvoorbeeld om nog een paar koude biertjes te gaan halen). Al met al kunnen we iedere dag weer nieuwe zweet-plak-bonshoofd sensaties ervaren, heel leerzaam voor een Nederlander zoals ik die nog steeds denkt op hetzelfde tempo als in de winter over straat te kunnen lopen of fietsen.

De stad kampt met een gebrek aan plaatsen waar je af kunt koelen: zwembaden (zijn overvol), strandjes, bossen, koelcellen, vrieskelders. Dat brengt mensen op rare ideëen. Bijvoorbeeld je kleding in de vriezer leggen voordat je je omkleedt (als je uitgaat en geen tijd hebt om te douchen). Of anders je handdoek even in de vriezer leggen ruim voordat je gaat douchen. In plaats van de normale, Argentijnse mate te consumeren, gooien sommigen onder ons met ijsblokjes gekoelde limonade bij de yerba en drinken dat op (het heet dan tereré). Men probeert het bereik van de airco te verlengen tot in de tuin met extra ventilators. Of wat dacht je van een natte handdoek over je hond leggen zodat ie zich iets frisser voelt? En tot slot, ondanks alles proberen we veel te slapen, omdat het lichaam daarom vraagt (is vooral mijn kat erg goed in).

Gelukkige hebben wij onze aardige vriend T., met ouders die over een buitenhuis mét zwembad beschikken, waar we in het weekend kunnen chillen. Gelukkig beschikken we inmiddels ook weer over een auto (ter info: een Chevette van Braziliaanse fabricage, in de kleur helder grijsblauw) om ermee naartoe te rijden. Ondanks deze verzachtende omstandigheden wacht ik met smart op de herfst en zou ik héél graag de vakantieperiode in de Nederlandse vrieskou (foto’s op Flickr) nog eens dunnetjes over doen.

20/01/2010

Piece #51 – The Big Trip

Na 25 extra reisuren en aangename kennismakingen met het relaxte 4-sterrenhotel bij Houston International Airport “George Bush” alsook de luchthaven van Miami, zijn we vorige week maandag weer gearriveerd in Argentinië. Thuis.

Nu de koffers eindelijk leeg zijn (vele pakken stroopwafels en Vincent van Gogh-mokken hebben respectievelijk buiken en eigenaren gevonden), onze zwarte koningin weer een beetje aan haar eigen huis begint te wennen, de airco nog steeds kapot blijkt, en wij weer aan het werk gegaan zijn, nu pas kan ik rustig terugkijken op onze Big Trip.

Zo vreemd als de sneeuw die maar niet wegging me toekwam, zo opvallend is hier het groen van de vele stadsbomen. Van min acht naar plus dertig plus, net als het verschil in kleur laat ook de temperatuur zich nergens ooit negeren.

Ik heb veel herinneringen mee teruggenomen. Van mijn vader en moeder die ons overladen hebben met grapjes, verhalen, emotie, kunst en eten. Van vrienden die ik wel of onverhoopt toch niet heb mogen ontmoeten, en nu al weer graag zou terug zien. Van alle soorten hollandse gezelligheid die Ariel nu – soms onder lichte dwang – ook heeft leren kennen. En het beviel hem goed: hij was al fan van stroopwafels, en nu ook van Van Gogh, van de kou, van fietsen, van Kudelstaart, van de H&M, van de Senseo, en zelfs van de NS (maar of ie het nou bijvoorbeeld ook van Balkenende zal worden?). Ik heb hem uitgenodigd een post te schrijven want hij kan het zelf natuurlijk veel beter vertellen dan ik. Wordt vervolgd.

Londen, tot slot, was prachtig. Daar konden we dankzij de ijzige kou verder experimenteren met multigelaagde kleding, foto’s maken ondanks gevoelloze vingers, het consumeren van enorme koppen koffie en fish ‘n chips om op te warmen. Verder hebben we gecheckt waar Freddie (Mercury) woonde, een nieuw dieptepunt leren kennen betreft hotels, en allerlei gave dingen gezien in musea en op markten. Ook constateerden we dat de stad misschien wel multicultureler is dan Amsterdam; we hebben niet één londenaar gesproken en veel import-Londenaren afkomstig uit de rest van de wereld, inclusief Argentinië.

Ik wil jullie tot slot één ding niet onthouden: de lichtelijk overdreven metafoor waarmee de makers van The Simpsons ooit zijn gekomen, die het exquisiete gevoel omschrijft dat we aan deze vakantie over hebben gehouden: als een kers die ronddrijft in een hoed vol parfum.

13/12/2009

Piece # 51 – We komen d’raan

Vrijdag is het zover, dan begint de Grote Reis. Het is een langverwacht moment voor ons allebei. Voor Ariel omdat hij voor het eerst het Europese continent gaat betreden en nu eindelijk al die Hollandse gebruiken en mensen waar hij over gehoord heeft op originele bodem gaat leren kennen. En voor mij omdat ik terugga naar het oude bekende, waar ik anderhalf jaar geleden fysiek afstand van gedaan heb, en geen idee heb hoe het nu zal zijn. Eigenlijk een reis naar het Nieuwe Oude Bekende dus.

We hebben flink aan voorbereidingen gedaan. Op een gegeven moment vroegen we ons zelfs af of we geen vaccinatie moesten halen, om je een idee te geven hoe compleet het voorbereidingstraject wel niet was.

Het begon met de tickets kopen. Klein detail: de vlucht bleek een overstap in de USA te hebben. En voor de USA (hoe lang of kort je er ook verblijft) hebben Argentijnen een visum nodig. Na veel scheldpartijen, belletjes en boze brieven (Airline en Reisagent hadden ons onvoldoende geïnformeerd) en uiteindelijk geen andere oplossing werd het volgende agendapunt een Amerikaans visum voor Ariel. Eerst moest hij nog het paspoort aanvragen. Na 2 maanden achterdochtig zijn (het duurde veel langer dan normaal en de autoriteiten hadden daar geen verklaring voor) viel eindelijk het paspoort op de deurmat. Toen volgden weer 2 maanden spanning omtrent het wel of niet toekennen van het visum. Dat wordt namelijk niet zomaar aan iedereen toegekend. Je moet met officiële documenten aantonen dat je niet eventueel stiekem in de VS zal gaan wonen. Op 3 december was daar eindelijk het verlossende woord, visum in de pocket (en 180 dollar uít de pocket).

Ondertussen moest ik ook een nieuw paspoort. Dat bleek een fluitje van een cent (hoera voor de Nederlandse ambassade). Daarna moest ik mijn Argentijnse verblijfsvisum verlengen. Omdat ik alle 66 benodigde papieren snel en efficiënt gefixed had (hoera voor mijn baas) was dat óók een fluitje van een cent.

De laatste fase Voorbereidingen is nu bijna afgerond: we hebben onderdak voor koningin Mandarina, ze heeft straks 2 vakantie-adresjes. We kochten, en blijven doorgaan met kopen, cadeaus voor Jan en Alleman. Overigens totaal geen probleem, dit agendapunt: het is een prachtig excuus om alle hippe weekendmarktjes leeg te kopen.

Nu rest ons nog afscheid nemen van vrienden en bekenden. Zij vinden namelijk ook dat de Grote Reis geen kinderachtige onderneming is, ze zijn heel nieuwsgierig naar de ongetwijfeld zeer groteske belevenissen die ons staan te wachten, en ze zeggen ons best te gaan missen (“Kerst en Oud & nieuw zullen niet hetzelfde zijn zonder Ari en Jak!”).

Vrijdag is de Grote Dag, hopelijk tot ziens aan de andere kant!

25/11/2009

Piece #50 – No hablamos español

Spaans spreken is één ding. Spaans verstaan, begrijpen en spreken in Buenos Aires is een ander verhaal. Ik zal een paar van de geheimpjes uit de doeken doen van onze taal, misschien wel het meest opvallende, rijke en tegelijkertijd onverklaarbare segment binnen de Argentijnse cultuur.

Om je te kunnen oriënteren, ongeacht of je wel wat Spaans spreekt of niet, dien je rekening houden met de ongewone uitspraak, deze herken je direct aan de harde “ssh” die te horen is bij elke “ll” en “y” (en daar zijn er heel veel van). Voorbeeldje: “Yo me llamo” (Ik heet …) klinkt in andere spaansprekende landen ongeveer als: “jo mè jámo”. In Buenos Aires is het: “Ssho mè sshámo”. Hoe komt dit? De meestgehoorde verklaring is dat de Italiaanse immigranten die begin vorige eeuw in grote aantallen naar Buenos Aires kwamen, met name de uitspraak sterk hebben beïnvloed. En dat dit mengelmoesje langzaamaan gemeengoed is geworden onder de porteños. In de rest van het land zijn verschillende accenten met ieder zijn eigen karakteristieken te horen. Grammaticale verschillen met het Spaans uit Spanje en Latijns-Amerika zijn er ook, en die gelden dan weer in heel Argentinië.

En dan het lunfardo, de lokale slang die al zo lang voortwoekert onder de porteños dat zelfs de opaatjes en omaatjes het vloeiend spreken. Het is een hoofdstuk apart waar echt lol bij komt kijken. De porteños zijn bijvoorbeeld keien in het verzinnen van nieuwe woorden, de één nog lelijker dan de ander. In de categorie lelijk zijn daar bijvoorbeeld: bárbaro (barbaars, betekent goed/OK), chabón (dude), pibe (kind, puber), cheta (kakker), zarpado (overdreven) mina (vrouw, meisje), orto (kont). Het is essentieel hier notie van te hebben want de gesprekken zijn doorspekt met deze woorden.

Dan bestaat er nog een zeer ruime voorziening uitdrukkingen die we te danken hebben aan ófwel de levendige voetbalcultuur ófwel de mannelijke schaamstreek. De bal of ballen zijn de favoriete metafoor voor alles wat slecht of hinderlijk is. Bovenaan de lijst staan boludo (vuile idioot/sukkel/dude, afhankelijk van tegen wie je het zegt) en pelotudo (als boludo maar een stapje ernstiger). Verder hoor ik dagelijks onder andere: hinchar la pelota (irritant zijn), dar bola (belangrijk vinden), tener las pelotas llenas (er helemaal genoeg van hebben), hasta las pelotas (vol zitten/het zeer druk hebben), romper las bolas (frustreren) en er bestaan er nog veel en veel meer.

En dan is er nog de overtreffende trap. Om aan te geven of iets niet goed, maar héél goed is, hebben de porteños verschillende voor- en achtervoegsels bedacht. De meestgehoorde is re-. Je kunt het lezen als super, supergoed is rebueno, supergoedkoop is rebarato, superdruk is reocupado, enzovoort. Een andere is -azo. Als je bijvoorbeeld een liedje (tema) heel goed vind, kun je zeggen: “Qué buen tema!” Maar een porteño zal eerder roepen: “Qué temazo!” Het -azo achtervoegsel kan achter bijna elk zelfstandig naamwoord worden geplakt. Wordt er een mooie goal (gol) gescoord dan schreeuwt men: “Qué golazo!” Persoonlijk ben ik fan van het achtervoegsel -ón. Dat kan niet bij alle woorden, een golón bestaat niet, maar bij een goed nummer op de radio kun je wel uit volle borst roepen: “Que temón!”. En zo kun je dus eindeloos blijven variëren.

08/11/2009

Piece # 49 – Sex and the city

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik leid nou niet bepaald het leven van een Carrie, Miranda, Samantha of Charlotte, en dientengevolge kan ik niet uitgebreid uit de doeken doen over de bedprestaties van vele Argentijnse overwinningen. Toch had dat onder andere relationele omstandigheden eventueel wel gekund want de Argentijnse man is een makkelijke prooi. Zelf zal hij dat niet toegeven want híj verovert. Doelgerichtheid valt hem niet te ontzeggen; in het uitgaansleven zijn de mannen nergens zo recht-op-de-vrouw-af als hier. In zo weinig mogelijk woorden maken ze duidelijk wat hun doel is, variërend van een zoen tot een huwelijk. De discotheken (behalve die waar electronische muziek gedraaid wordt) zijn overwegend bevolkt door singles m/v waarvan sommigen proberen te verdoezelen dat ze wanhopig op zoek zijn, maar velen ook niet. Als je eenmaal een relatie hebt, verkeer je in de veilige zone en hoef je deze plekken niet meer aan te doen. Dat scheelt een hoop, eh… vermoeienis.

Sex and the city versie Buenos Aires gaat over een ander eigenaardig fenomeen waar ik wel wat over kan vertellen: het stikt hier van de love hotels. Om verschillende culturele redenen (oa. dat men langer bij de ouders woont óf een klein appartement deelt met één of twee vrienden) maken jonge stellen en one-night-stand partners hier veel gebruik van. En waarom ook niet, als je voor weinig een jacuzzi, dimlichten, pornozenders, spiegels en ’s ochtends croissantjes op bed krijgt? En een bedieningspaneel bij het hoofdeinde van het bed zodat je op elk gewenst moment Mariah of Whitney door de kamer kunt laten schallen. Essentieel toch? Verder is het een mooie kans om je eens compleet in de jaren ‘80 te wanen, want de kitscherigheid uit deze periode komt je in alle hoeken van het hotel tegemoet.

Maar wat de love hotels pas echt komisch, en zéér argentijns maakt, is de wachtrij. In het weekend hebben alle hotels met topdrukte te maken en bij de receptie (bij het nepfontijntje, de nepbloemen en de nepdruiventrossen) staat het dan vol met wachtende stelletjes. Kun je het je voorstellen? Vlak voordat je in volstrekte privacy de meest intieme activiteiten gaan ondernemen, sta je daar als een sukkel met je gezelschap jullie beurt af te wachten. Haast onmogelijk is het, om níet vanuit je ooghoeken de andere wachtenden te bestuderen. Ach ja, in Argentinië is het eigenlijk met alles zo: je moet er wát voor over hebben. Iedereen kijkt ondertussen dus maar zo neutraal mogelijk voor zich uit.

01/11/2009

Piece # 48 – De dag van…

Argentinië heeft voor alles en iedereen een dag. Als je binnen een hokje valt, en wie overkomt dat niet, dan heb je je eigen dag. Zo door het jaar heen beleven we bijvoorbeeld de dag van de Student, het Straatdier, de Vriend, de Luchtmacht, de Migratievogels, de Inheemse volkeren, de Nationale parken, de Schilder, de Meester/Juffrouw, de Lente, enzovoorts. We worden er bijna moe van. Bovendien gaan veel dagen vergezeld van verplichtingen: je móet bij je moeder langs op moederdag, je móet éigenlijk je vriendin bloemen cadeaugeven op de Dag van de Lente, je moet je juffrouw feliciteren op haar dag en je vrienden verwachten dat jullie gezamenlijk ergens gezellig gaan dineren op Vriendendag (wanneer alle restaurants uitpuilen en je nergens een reservering kunt krijgen omdat het dus Vriendendag is, en ook niemand die het in z’n hoofd haalt eventueel de dag ervóór of erná met z’n vrienden uit eten te gaan). Heel belangrijk schijnt het ook te zijn om via MSN, Facebook en welk ander sociaal netwerk dan ook alle moeders, studenten of vrienden een hééél fijne dag toe te wensen.

comentarios para hi5

En in werkelijkheid zijn er nog veel meer dagen dan wij beseffen en dat de massamedia ons doen geloven. Check bijvoorbeeld deze dagen die het ministerie van milieu en duurzame ontwikkeling heeft vastgesteld maar eens (hoewel sommige internationaal erkend zijn). Het is niet te geloven, er zijn jaarlijks alleen al vier dagen aan vogels gewijd!

Waarschijnlijk denkt men dat elk issue z’n eigen dag het bewustzijn onder de bevolking bevordert, maar ik weet één ding zeker: het laat de bevolking murwgeslagen achter. Ze weten niet meer wannéér het nu welke dag is en omdat er zoveel nationale “speciale” dagen zijn, worden de internationale dagen zoals Wereldaidsdag, Wereldvoedseldag en de Dag van de vrede ook met beduidend minder enthousiasme ontvangen. Ook jammer.

Wat voor dagen zouden er in Nederland bestaan, vraag ik me af? Misschien de dag van de Kraker, de dag van de Kitesurfer, de dag van de Gezondheidswerker, de dag van Extreem rechts, de dag van de Gouden Kabouter, de dag van het Geschiedeniscanon, Twitterdag… Misschien zou je wel kunnen zeggen dat in plaats van dat Nederland hieraan dágen wijdt, men werkt met festivals en events? In ieder geval geeft dat meer participatie, meer entertainment en meer ontmoetingen. Een dag alleen, ook al organiseert de overheid soms wel bijbehorende evenementen, blijft nogal vrijblijvend. Hier komt het neer op: je koopt een bosje bloemen of gebak en viert het met je gezin binnenshuis, maar je gaat er niet de straat voor op, en als het toeval het wil wordt er even gesproken over wát deze dag precies zou kunnen inhouden. Oftewel, de dagen maken geen mens bewuster van de CO2 uitstoot, van de schendingen van mensenrechten, van de honderden hectares bos die elke zomer afbranden. Nee, daarvoor moet toch echt het zien en het voelen dichterbij gebracht worden, men moet meer gaan ervaren. Een ware uitdaging, die net even iets verder gaat dan officiële landelijke dagen benoemen en die (zonder overtuiging) onder de aandacht brengen.

25/10/2009

Piece #47 – Buitengewone beroepen II

Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Weer een paar voorbeelden.

Een abonnement hebben op een krant of tijdschrift dat aan huis wordt bezorgd, is hier niet gebruikelijk. Het is daarom dat we de krantenventer ’s ochtends in alle vroegte bij een kruispunt zien staan, hij schreeuwt “diario!”. Een roepende in de woestijn? Er zijn altijd automobilisten die een exemplaar kopen, maar het loopt niet storm, zogezegd. Niet zaterdag, maar zondag is krantleesdag. Zondagochtend staan er overal in de stad jongens paraat met een rekje met verschillende dikke zondagedities, waar de buurtbewoners direct uit bed naartoe sloffen, vervolgens kopen ze broodjes en sigaretten (dat kan overal op zondag) en wanneer ze thuis terugkomen zal inmiddels de koffie doorgelopen zijn.

Zaterdag is een dag waarop je bijvoorbeeld bij de hondenkapper langsgaat – met hond uiteraard. Het heersende idee is dat honden met wat langer haar na het badderen niet snel genoeg opdrogen en dat zou irritatie en schimmeltjes achter de oren kunnen veroorzaken. En in een cultuur waar de hond nog net niet op een groot voetstuk staat is dat een onacceptabel risico. Men geeft er daarom de voorkeur aan de hond professioneel te laten badderen en droogföhnen (de standaardbehandeling), maar niet zelden worden ook nageltjes geknipt en het vachtje gekortwiekt of geschoren. Prima, ware het niet dat men hierbij naar een afwijkende esthetische norm handelt. Ik weet vaak niet waar ik moet kijken als ik een “geschoren” hond voorbij zie komen met het haar op de oren, de “snor”, het puntje van de staart en bovenop de pootjes (a la pantoffeltjes) nog op de natuurlijke lengte.

De almacenera is een vrouw, van boven de vijftig, die haar eigen zaak runt (in dit geval een almacén). Ze kookt, bakt, frituurt, ontdooit, garneert, bereidt en verkoopt voedsel. Alles met liefde, maar de kwaliteit en de houdbaarheidsdatum van de producten balanceren soms op het randje. De almacenera heeft het zwaar, want moet concurreren met professionele, gestructureerd werkende bakkerijen die voor betere prijzen lunches verkopen, (en die wél de controle van de smaakpolitie zouden doorstaan). Almaceneras proberen niet zelden met allerlei kletspraat hun concurrenten zwart te maken, hier komt ook de mythe vandaan dat de chinese supermarkten waar iedereen boodschappen doet, ’s nachts de koelkasten en vriezers uitschakelen om stroom te besparen. De kletspraat, aan de andere kant, is ook een reden waarom mensen bij haar komen kopen; het versterkt het buurtgevoel en even zorgeloos klessebessen over van alles en nog wat is af en toe best OK.

Playero heb ik altijd een raar woord gevonden, het doet enerzijds denken aan player, wat je daar dan ook onder mag verstaan, en anderzijds zit het spaanse playa erin verwerkt en zou het dus iets met strand te maken kunnen hebben. Een player op het strand, dat zou ook kunnen. Nou goed, inmiddels is het mysterie opgehelderd, het is namelijk pompbediende. De tankstations zijn hier zelden self-service, waarschijnlijk vanwege gebrek aan een goed digitaal betaalsysteem én vertrouwen in de medemens. Playeros dus, en playeras want het zijn ook best vaak meiden.

11/10/2009

Piece # 46 – Santa Maradona

Wanneer je het hebt over Argentijns voetbal heb je het over Maradona. Zij die voetbal als hun religie beschouwen, beschouwen Diego als hun God. Voor de anderen is hij voor altijd onlosmakelijk verbonden met de argentijnse voetbalgekte en nu hij bondscoach is, zijn alle ogen op hem gericht. Toen hij als trainer (hier: technisch directeur) van het nationale elftal aangewezen werd was hij even de gelukkigste man op aarde. Maar dat bleek niet van lange duur want de prestaties van het team vallen zwaar tegen.

Met nog één wedstrijd te gaan in de kwalificatierondes voor het WK in Zuid-Afrika is Argentinië nog steeds niet zeker van plaatsing. Vijf fikse nederlagen heeft hij op zijn rekening staan (1-6 tegen Bolivia, 0-2 tegen Ecuador, 1-3 tegen Brazilië, 0-1 tegen Paraguay), die de discussie hebben doen oplaaien: moet Diego blijven of moet hij gaan? Gisteren was het eindelijk zover: de overwinning op Peru (2-1) is een feit. De verlossende goal viel in een van de laatste minuten. Maradona kon zijn geluk niet op en maakte direct een spectaculaire buiksliding over het natte veld – tijdens de wedstrijd viel de regen met bakken uit de lucht. Een spectaculair aanzicht, helemaal omdat zijn onderbuik voor een extra veerkracht zorgde tijdens de landing. Argentinië glimlachte breed.

Argentinië en Diego zijn door het oog van de naald gekropen. Nog één wedstrijd te gaan, tegen buurvijand Uruguay, dat altijd akelig goed speelt wanneer Argentinië de tegenstander is, en we zullen weten of we die brede glimlach gerechtvaardigd is, en of Maradona zal blijven, en of Mano Negra’s lied Santa Maradona (videoclip) opnieuw zal klinken.

Update: Argentinië is met de hakken over de sloot naar Zuid-Afrika. Maar, dat was niet het enige nieuwsfeit deze week. Na afloop heeft Maradona de pers zwaarder dan ooit beledigd; de inmiddels legendarische woorden “Degenen die niet in me geloofden kunnen eraan zuigen, en blijven zuigen” (referend aan zijn geslachtsdeel) zijn inmiddels op t-shirts gedrukt en volop in de verkoop.

03/10/2009

Piece # 45 – Buitengewone beroepen

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Wanneer ik ’s ochtends het op gang komende ecosysteem van Buenos Aires aanschouw, kom ik dagelijks creaties tegen die mij voorheen onbekend waren. Ik heb het over mensen die beroepen uitvoeren die op andere plekken ter wereld absoluut (nog) niet vanszelfsprekend zijn.

De stoepenspuiter is ’s ochtends rond een uur of acht ruimschoots vertegenwoordigd. Je herkent hem aan zijn kaplaarzen, kaki-kleurige broek en blik op oneindig terwijl hij met de tuinslang in de hand systematisch maar vooral zonder haast de stoep staat schoon te spuiten. Waarom dient de stoep dagelijks gespoten te worden, zou je denken. Allereerst: hondenpoep, een onacceptabele hoeveelheid hondenpoep ligt er te wachten op verwijdering. Ten tweede: wie een pand bezit, is tevens eigenaar van het bijbehorende stuk stoep en dient zorg te dragen voor diens welzijn, renovatie en properheid. Mocht iemand zijn been breken vanwege een uitstekende stoeptegel, dan kan de eigenaar van deze stoep aansprakelijk gesteld worden.

Vooal in Palermo, maar ook in andere wijken, is de paseo perros een veelgeziene gast. Hij of zij haalt ’s ochtends vroeg honden op bij hun baasjes, om deze enkele uren uit te laten en dan weer af te leveren. Het wettelijk toegestane aantal honden per uitlater is acht, maar de echte die hards hebben er meer onder hun hoede (more doggies means more cash). De paseo perros is even vaak man als vrouw, jong en meestal in bezit van fiets, plastic zakjes voor de uitwerpselen en een grote riem met veel lussen om al de hondenriemen aan te gespen. En de honden dus. Mij valt het op dat de honden zeer rustig zijn en zeer welopgevoegd over straat paraderen. Altijd. Allemaal. Ik vraag me nog steeds af wat daarvan het geheim is.

De kiosk is één van de hoekstenen van de Bonaerense samenleving. De kioskero opent zijn kiosk in de vroege morgen om de eerste lading nicotineverslaafden die naar hun werk gaan aan sigaretten te helpen. De kiosk is een winkeltje, nooit verder dan 200m vanaf waar je je op dat moment bevindt, met een zeer grote uitstelling aan chocolade, biscuitjes, kauwgom, mueslirepen, sigaretten en frisdrank. Het is vaak niet mogelijk het zaakje te betreden; je doet je aankopen via een groot raam met tralies ervoor. Bij elke bushalte zijn een of meerdere kiosken, verleidelijk en handig, want ook al hangen er op de ruit allerlei briefjes met “no hay monedas” je kunt altijd proberen via een kleine aankoop muntgeld te bemachtigen om zo met de bus te kunnen reizen. De kioskero is als een berekenbare redder bij kleine nood, hij verkoopt 24 uur per dag instant satisfaction. Dat hij niet helemaal “bij” is, niet groet en met je afrekent zonder je te zien of horen (vaak omdat hij gewoon door blijft praten met zijn gezelschap of per telefoon) is vaker regel dan uitzondering. En eigenlijk kun je het hem niet kwalijk nemen.

Een beroep dat mogelijk nog minder voldoening biedt dan kioskeigenaar is dat van de portero, oftwel de bewaker van een pand. De appartementencomplexen waar de stad vol mee staat hebben allen een mannetje op de benedenverdieping zitten, die in de gaten houdt wie er binnenkomen en uitgaan. Soms met behulp van een beveiligingscamera of een computer, maar meestal zit hij eenzaam aan een tafel met een krant voor zijn neus. Zijn voornaamste bezigheid is de deur openen voor de mensen via een bedieningspaneel en goedendag zeggen. Meer niet. Tja.

Meer interactie en levendigheid zien we op de weg, op kruispunten om precies te zijn. Terwijl je als automobilist bij het stoplicht staat komt er vaak een jongen of meisje uit de dichtstbijzijnde sloppenwijk je voorruit schoonmaken. Weigeren is er eigenlijk niet bij; vanaf het moment dat de ruitenwasser aan zijn taak begint, word je geacht een bijdrage te leveren aan hun broodwinning. Op andere momenten, of op andere kruispunten, wordt er vaak een kort, grappig showtje verzorgd door een jongleur, danseres, muzikant of mimekunstenaar (of dit alles in één).

Een andere beroepsgroep die medewerking lichtjes afdwingt is die van de autobewaker. Wanneer je ergens in het centrum je auto gaat parkeren (ja, er zijn zowaar parkeerplekken!) komt er een mannetje op je af, al zwaaiend met een lap. De lap trekt aandacht, de lap maakt hem identificeerbaar en hij kan er ook nog richting mee aangeven. Met behulp van de lap wijst hij je op een vrije parkeerplek. Als je er eenmaal geparkeerd staat is de ongeschreven regel dat hij op de auto let en je hem bij terugkomst betaalt. Deze clandestiene parkeerwacht werkt prima, althans onze auto heeft altijd bescherming genoten, maar let wel: niet betalen zou wel eens onheil (lees: een baksteen, bijvoorbeeld) kunnen betekenen.

Binnenkort te lezen in de serie Buitengewone Beroepen: de krantenventer, de almacenera, de hondenkapper, de playero, de tanguero en de gedichtenverkoper.

19/09/2009

Short stories from Asia – Mountain remedy

“Is this cat yours?” I asked the little boy, looking at his backpack where a grey cat with soft yellow eyes was sitting inside and just peeking at us between the two separated parts of the zipper. The boy must have been between eight and ten years old. He seemed tinier than most Nepalese kids I had seen before. Although there were neither houses nor schools nearby, he was a kid ‘from the neighbourhood’, on his way back from school.

He looked at me pondering the question and then nodded insecurely. He took off his backpack, but he was not gonna show us the cat, instead, he carefully closed the zipper a little bit more. Then he told us why he was carrying his pet about eight kilometers through the mountains together with his stationary and books.

Us was in this case just Gyan; James and I listened to his translation later on, meanwhile we watched how the boy quickly continued his journey in the same direction as we. He came back into sight once more at one kilometer or so ahead while he crossed the long chain bridge over the river full of rounded stones in all sizes, mostly uncovered due to the poor water supply at this time of the year. Nevertheless the small stream was crystal clear, reflecting everything around us in at least a thousand different ways and transmitting the radiant sunlight even into the coldest shadows that the nearest mountains provided that day.

“This cat I have to carry with me, wherever I go. My grandmother and mother make me swear every day on the Buddha not to let it escape. If I loose it, that is is very risky for me. If I become ill on the way I will need it, as it is my only rescue.” “What would happen if you became ill?” “I will fall asleep and if they don’t do anything I will die. Only by drinking the fresh blood of a cat I can survive. My grandmother is a medicine woman, she told me when I was little.”

The boy did not look at us while he was speaking, neither when he had finished. He kept on checking whether the cat was fully inside the backpack. Then he greeted only Gyan and continued his way. By the time Gyan has finished speaking, we silently watched how the boy has reached the other side of the river and followed the trail between bushy trees and rhododendrons. That’s how he disappeared from our sight definitively. It has been a few years now, and I still wonder whether he’s alive and, if so, if that would be thanks to a lifesaver cat.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia. Hope you’ll enjoy!