Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.
Yoga. Ik was meteen verkocht.
Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend 1,5 uur yoga.
In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.
De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (te danken aan een flinke portie foute curry). Na een nacht heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Dagen later was ik voldoende uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse master yogi van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik volgens hem mijn buikspieren niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.
Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. In de verschillende ashrams werd hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga of kundalini yoga onderwezen; ineens was yoga niet meer enkel “yoga”. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het vooral duidelijk werd dat een docent meer dan eens zijn gekleurde visie wil opleggen aan zijn publiek. Een Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete onderwees Iyengar yoga, de meest oorspronkelijke en “strenge” tak van yoga. Tijdens de les werden we net zo lang vriendelijk doch dringend aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.
Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.
Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis een yogahoekje in te richten en elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Er kwam steeds iets tussen.
Maar wel besef ik dat je vaak delen van je lichaam onbewust aangespannen houdt, terwijl deze ontspannen horen te zijn, waardoor stress zich ophoopt. En dat je vaak onbewust je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.
Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio bij de Australische Amy. Zij is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook, zijden kussentjes, licht psychedelische muziek waarin biddende yogi’s doorklinken en, tegen het einde van de les wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.
Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.











