VUUV

Ik kan niet echt zeggen dat ik ergens vaste klant ben, of stamgast, of dat bijvoorbeeld een evenement bij mij vaste prik is. Het liefst ga ik steeds weer ergens anders naartoe, nieuwe sferen, nieuwe geluiden, nieuwe mensen, nieuwe kleuren. En eigenlijk is dat maar goed ook.
Zo kwam ik 3 jaar geleden ook voor het eerst op het Duitse goatrance festival VooV Experience (tegenwoordig VUUV geheten) terecht. Wat het voorstelt is ongeveer dit: 20.000 mensen komen naar een open veld aangrenzend aan een bos, niet ver van een zeer klein en ook zeer Oost-Duits dorpje, Putlitz. Op het veld zijn twee grote stages; de allerbeste geluidsapparatuur, lasers en lichten en daaromheen neongekleurde vlaggen, doeken, draken, en andere creatieve versieringen. Een zee van dansruimte. In een nog grotere ring om de dansvloeren heen zien we cocktailbars, t-shirtshops, koffie/thee/chai tentjes, crepejesbakkers, waterpijpenwinkels, massagesalons, en de Azarius smart&headshop.

Tussen vrijdag en zondag wordt het terrein overspoeld met mensen uit heel Europa die zich compleet overgeven aan de muziek, de drugs, hun ware roeping (denk aan de masseurs of de crepejesbakkers) of gewoon algehele wazigheid (denk aan de bezoekers van de Azarius smart&headshop). Wij Azashopmedewerkers proberen zelf ergens tussen dit alles een balans te houden. Met wisselend succes.

En, nu ik hier 3 keer ben geweest moet ik helaas concluderen dat het festival zelf dit jaar duidelijk minder succesvol was. Het aantal bezoekers kwam nog niet op 10.000 waardoor er iets te veel winkels en eettentjes waren, maar aan de andere kant ook weer oceanen aan dansruimte. Het lasergeweld dat over het veld uitgestort werd was niet zo oogverblindend als vorig jaar (check op Youtube), maar nog steeds kunnen ze hier bij Awakenings nog wat van leren.

Zo’n festival als dit is voor mij een welkome aanvullig op het aanbod hier in Nederland. Mysteryland? Leuk, al die dj’s maar thanks but no thanks. In de psytrance scene bestaan gelukkig nog feesten waar alles kan en alles mag. Waar bijvoorbeeld de politie niet in burger rondloopt vanwege een of ander staaltje prutspolitiek.
Waar je nog lekkerder eet dan bij La Place.
Waar Pocahontas herself aanbiedt om koffie voor je te zetten.
Waar je een favoriete Dixie kunt hebben.
Waar make-up, drankmuntjes, attitudes, zonnebrillen, sjaaltjes, sneakers méér dan overbodig zijn.

DOUR

Jup. Het is toch wel leuk om even iets reportage-achtigs te plaatsen over mijn festivalbelevenissen van deze zomer. Le festival Dour, zoals de Belgen het zeggen was de aftrap, en daarvoor reisden we af tot diep in Wallonië.

“We” zijn een paar mensen van Azarius; en dan degenen die toevallig wel van een feestje houden, of van winkeltje spelen. Dat laatste konden we naar hartelust want dankzij het repressieve drugsbeleid van onze zuiderburen was er 24 uur per dag een enorme vraag naar straffe energiepillekes, trippy zaadjes en zelfs ordinaire lollies met hennepsmaak. Werken geblazen dus.
De Belgische keuringsdienst van Waren kregen we ook nog op bezoek, vergezeld van 6 politiemensen. Want ja, een stel Nederlanders met een shopje waar het stormloopt, met fluoriserende paddestoelen erin, en waar de vlag van Amsterdam bovenop prijkt… Dat kan toch niet missen. Maar helaas, de gezochte balen met wiet en dozen vol paddo’s hadden we toch maar thuisgelaten. Ondanks dat we ons aan de wet hadden gehouden kregen we een middag lang gezeik over etiketjes en notificaties van de verkoop van producten. En daarbij een boete. Grrr.

Gelukkig was er ook veel om van te genieten (als je tenminste kon wennen aan de alomaanwezige stank die werd veroorzaakt door de modder/mestbodem, pies, bier en wat al niet meer (wat betreft leefkwaliteit, Lowlands is hierbij vergeleken een hygienisch paradijs). Maar over paradijs gesproken, er was wel een superfijn meer om in te zwemmen (oftewel douchen). Ook waren er wel mogelijkheden genoeg om zelf drank en boodschapjes naar binnen te smokkelen, dat maakte het leven toch zeker draaglijk.
En tot slot de musique (ja ik ben weer helemaal fan van de franse taal ).
Hoogtepunten pour moi: RJD2, Kid606, Venetian Snares, dj Shadow, Dave Clarke, Mud Flow, Amon Tobin . Vooral bij de electronica bleek het publiek heel anders te zijn dan in Nederland, hier gaat men doorgaans niet veel verder dan meeknikken, af en toe een voet verplaatsen en zo nu en dan een vingertje in de lucht. Op Dour ging het dus LOS, bij Dave Clarke was zelfs het dak er al af voordat hij aan zijn set begon!

India in a nutshell

Almost six months of traveling are behind me. A journey from Amsterdam to Bangalore, through Sri lanka, India from south to north, Nepal and back.

As for most of you who can’t read Dutch I conclude my travel diary with the highlights of my travels in English.

So where exactly have I been? After the OURmedia conference in ‘traffic city’ Bangalore the trip went to rainy Trivandrum and Kovalam, a paradise-like beach place but so spoiled by package tourism, the vibe was bad. I was happy to fly to Colombo a few days later and headed straight to Hikkaduwa with Tanja, who I had met at the airport. There the beach was nice and the waves were huge, so swimming while keeping the swimwear on was quite a challenge. We also tried the beaches of Unawatuna. Both villages where completely rebuild after the tsunami, contrary to Tangalle where I went later. Not many houses and hotels survived, ruïns along the shore, sad people, sad stories. At the coastal areas of SL you can see many refugee camps: for how long will the people have to live there, I wondered…

I’d spent the Christmas holidays amongst the “happy few” in Colombo, where I joined a dinner with investment bankers, had coffee in the Hilton on Christmas eve, and saw some temples and shopping malls, which is pretty much all Colombo has to offer. I explored the hill regions and celebrated NYE 2005 in the countryside, including a bonfire, with some Dutch, Italians, Sri lankans, Canadians and a Frenchman.

Back in India I’ve rebalanced my body and mind through an ayurvedic treatment in Varkala, and made lots of friends at “doc’s”. We mainly enjoyed sunsets, coconuts and Tibetan food. I visited Amma, a guru known as the hugging mother, and got my hug as well. Then I made my way to the east coast, Chennai. I encountered lots of journalists, traffic, bureaucracy, muslims and the white screen, on which I made my first appearance as a nurse;-) Then again to the beaches of Mamallapuram, Pondicherry and I underwent the Auroville-experiment. In Hampi I saw some impressive ruïns and temples, suited in stonehenge-like landscapes. The bustrip to Goa was one of the worst ever, as I got really sick on the way. In Arambol I recovered, but I was unable to fully enjoy the surreal beach carnival and the illegal parties… However I did some yoga with a 73 year old baba who made us stretch like none of my former Indian yoga teachers did. With João I went for a Rajhastan tour full speed ahead starting in Udaipur (the white city), with a lake and a huge city palace. Next was Jodhpur (the blue city) with again an impressive fort and palace. Then on to Jaipur (the pink city) where the palace wasn’t so cool, neither the city. Jaisalmer (the golden city, or actually sand-colored) was a fort itself with again a palace, but we came to go on a camel trip. It was one of the biggest highlights for me: feeling like a nomade, sleeping under the stars, trying to speed up the camels and guides who thought us some “interesting” rajhastani words! We went on to Rishikesh for some more yoga, playbacking gurus, a dip in the Ganga river, rafting and unfortunately another doctors visit for me.

Sahara Air flew us into Kathmandu, and already the next morning we were on a bus to the Annapurna region: officially the world’s most beautiful trekking area. On the Poon hill trek we encountered a.o. rainforests, waterfalls, snowpeaks, cornfields, chickens, mules, butterflies, lots of kids, lots of Koreans, buffalos (no yaks at this altitude level), rhodondendrons, dal bhat, hot springs and the amazing Himalayas were there all the time. It was wonderful, deep, high, low, fun, beautiful, serious, emotional, everything!

Back in Kathmandu, reality put my feet back on the ground again. Due to King Gyanendras unreasonability people went on strike, this time longer than usual. This made the King impose curfews. No one was allowed on the streets, although there were demonstrations and violence was increasingly used by armed police forces. I joined a peaceful demonstration, but even tourists had to be careful, sadly some have been arrested. However I’ve been able to see some religious ceremonies (that required buffs with their heads chopped off), and some interesting temples, holy places and a monastry in the Kathmandu valley. I also had time to learn about Tibetan buddhism, shop for souvenirs and decorate one of my feet with a tattoo.

I did a flash visit to Delhi, the giant that offers you only its pollution with physical side-effects for free. My last destination was Kanda, a rural village in Uttaranchals Kumaon hills. Here I was staying at the Verma family as an ecotourist/volunteer for one month. Because of a lack of funding there were no particular projects to work on as a volunteer (they have done many of these in the past, check www.rosekanda.info). Instead I occupied myself with merging into this Indian family and helping with organic farming, cooking, washing and I attended some religious ceremonies, weddings (it was the wedding season), made a trip to beautiful hill station Kausani, created some handmade, recycled paper and helped to improve ROSE’s (ROSE is the organisation) international network in order to receive more volunteers and funding in the future. It was sad to leave the family behind: Jeevan, the head of the family from who I learned so much about Indian politics, rural life and these people’s community; daughter Renu, who will be married against her will by July but wants me to come to her wedding anyway; ever hard-working mother Hema, just as Gunja, Jitendra, Chanda, Sagu, Ruthie and last but not least the two other volunteers I’d met during my last days here, Carlin and Kelly.

As a very brief conclusion, what can I say, as you all may agree India is such a diverse country. Somewhere halfway my trip I said: in this country you will not find what you’re looking for, but it gives you what you need. Now, I don’t know why I it was necassary for me to become ill four times, but I do know that I gained some peace of mind: so important in the West! Furthermore I practiced my patience, I can eat with my hands, make chapati’s, I know how a moviestar must feel when walking the streets, I can squat and remain seated that way, I confirmed that I will never understand Hinduism, I fell in love with Nepal, I see the point in the teachings of many gurus, I became a vegetarian because of the good food… India has so much to offer. Not only pleasant things, but as long as you like to meet the challenge it will only make you stronger, so I found. There are many places left that I would like to visit in this country, especially in the North. But, the world isn’t always a small world, there is so much more out there yet to be discovered by me…so next time, next decade probably ;-(

In the meantime I will try to make the world a small world by using and studying media, the web and its applications, and giving some support to minorities or individuals in developing countries.

Bij ons in ’t deurp

De tijd gaat erg snel; mijn tijd op het Indiase platteland zit er over een weekje alweer op. Platteland is trouwens niet het goede woord, heuvelachtig is beter: overal om ons heen terrasvormige velden waar ‘we’ in mijn eerste week het koren vanaf geoogst hebben en nu wordt er rijst op geplant. Op sommige plaatsen groeit het al, in de meest felle kleur groen die er bestaat!

Ik ben nu op een daytripje naar Kausani, een hillstation 3,5 uur verderop. Mahatma Gandhi heeft er eens vakantie gevierd en was dolenthousiast; het Zwitserland van Azie noemde hij het. Vanaf de meeste heuveltoppen hier kun je de besneeuwde Himalayas zien, erg gek om te bedenken dat het dezelfde zijn als die ik in Nepal van dichtbij zag.

Het verblijf bij de familie Verma is wel anders dan ik had verwacht (het is altijd fout om verwachtingen te hebben in India, dat zou ik inmiddels geleerd moeten hebben). Door dat er geen financiering beschikbaar is op het moment kunnen er geen projecten uitgevoerd worden. Projecten zoals huizen en toiletten bouwen voor mensen in het dorp die nog zonder moeten doen, watertanks aanleggen, het schooltje dat de familie een tijdlang zelf runde maar door geldgebrek moest stoppen. Nu fungeert de ‘boerderij’ dus als een soort guesthouse voor mensen die de off the beaten track experience zoeken. En dat is het ook zeker! De familie zelf is de hele dag druk met het bewerken van het land, het is echt organic farming wat ze doen: er worden geen pesticiden gebruikt, geen machines, alles wordt met de hand gedaan door de vrouwen. Die lopen dan ook dagelijks op en neer met manden op hun hoofd vol hooi, graan of mest (afkomstig van de ossen en buffels die ook weer voor melk zorgen). Er is een eigen tuin met allerlei groenten, en veel bloemen. Als gast heb je geen andere keus dan helemaal een worden met de familie, en dat lukt aardig. Ik help mee met koken, kan nu ook de was doen op de grond met een blok zeep en emmers water, en ‘s avonds kijken we (als er stroom is) met de meiden “Kasamh se”, de favoriete soapserie van dochter Ranu. De andere familieleden zijn Jeevan (vader), Hema (moeder), Gunja (dochter, 19), Sagu en Jitendra (zoons, 12 en 27), Chanda (vrouw van Jitendra, 18) en Ruthie (kleindochter 9). Nog twee andere dochters zijn al getrouwd en dat betekent dat ze bij hun echtgenoot z’n familie wonen en daar zo ongeveer al het huishoudelijke werk doen. Dat is het leven. De mannen hebben meestal een baantje in een winkel ofzo of in de mijnen. Jeevan bezit ook wat land waar zeepsteen in de grond zit, dus sinds een jaar verdient hij wat bij door de mijnactiviteiten aldaar. Het is elke dag een komen en gaan in het huis, veel buurtbewoners komen theedrinken, krijgen een ontbijt voorgeschoteld etc. De familie is supergastvrij en probeert ook nu zoveel mogelijk mensen te helpen. Bijvoorbeeld een vrouwtje uit de buurt, Tara, zij kan niet praten. Haar man heeft haar verlaten en het is voor haar erg moeilijk om (financieel) haar twee zoons te onderhouden. Ze helpt mee op het land, en krijgt elke dag ontbijt en een deel van de oogst. Ook heeft Jeevan in het verleden met andere vrijwilligers een huisje voor haar gebouwd.

Het is ook een erg relaxte periode, voor mij tevens noodgedwongen omdat ik weer eens ziek ben geweest (jawel weer diarree): ongeveer een week lang was ik uitgeschakeld. Het plan was dat ik me nuttig zou maken door wat persberichten en brieven te schrijven om zo meer volunteers/toeristen naar Kanda te lokken en mogelijk financiering te verkrijgen. Echter, doordat de bliksemgetroffen computer tot voor kort in de maak was kwam daar nix van in. Daar kwam nog eens bij dat er nog drie andere volunteers zouden komen maar allen voorlopig nog niet kunnen komen doordat ze ziek zijn geworden. Kortom, het lot was zowel mij als de familie niet erg gunstig gezind. Toch heb ik een bijzondere tijd: het eten is geweldig, ik heb 2x ge-weddingcrasht (een glimp opvangen van de urenlange ceremonies, op de foto met de bruid op verzoek van haar familie, eten en wegwezen) en de omgeving erg rustig en inspirerend. Meestal begint de dag bloedheet, na de lunch gaat iedereen even rusten en dan begint het te waaien, te onweren en de hele avond blijft het bliksemflitsen…erg bijzonder.

Na terugkomst van mijn tripje kwamen er echter een jongen en een meisje uit de USA aan, een welkome afwisseling. We bezochten een van de locale scholen en konden zien hoe het lesgeven eraan toegaat. Erg boeiend!! Verder hebben we nog papier gerecycled en kuikentjes gekocht (waarvan er eentje direct al door een van de honden is doodgebeten, wheeeehhh! Ook kwam er een familie op bezoek waarvan de zoon zal gaan trouwen met Ranu, de oudste dochter. Besproken werden de familieachtergronden, baan, opleiding, tijd en uitvoering van het huwelijk. De jongen zelf was er niet bij en ook aan Ranu werd nix gevraagd; of de twee elkaar wel liggen is pas later aan de orde. Ranu heeft helemaal geen zin om te trouwen, zegt ze me keer op keer: oh no jackie, i’m going married!!

Ik ga er even vanuit dat dit mijn laatste berichtje is, ik zit inmiddels te zweten in Delhi. Maar ik mag niet klagen: het is maar 39 graden want het heeft pas nog geregend;-) Mijn sikh (hij heeft mogelijk het langste haar van de wereld) hotelmanager “Sunny” kende me nog van de vorige keer en dus morgen gaan we op sightseeing/shopping tour. 23 mei (dinsdag?) vlieg ik terug en ik hoop ergens in de avond aan te komen in ‘Hollende’! Ik kijk er zeker naar uit!

Om mani padme hum

Nou, de kans dat jullie me ongeschonden terug gaan zien is weer gestegen; ik ben Nepal ontvlucht! Het voelde enerzijds erg goed om weg te vliegen met wederom Sahara Air. Iedere dag werd ik wakker met rumoergeluiden op straat; protesterende mensen, dan weer studenten, dan weer degenen die in de toeristenbusiness werken. Vrij onschuldig allemaal. Echter, in de andere delen van de stad en de rest van het land gaat het er steeds serieuzer aan toe. Er is zo ongelofelijk veel politie en leger op de been…en ze treden genadeloos op. De gevallen van onschuldige mensen die geslagen of beschoten worden zijn ontelbaar. Toen ik gisteren het land verliet was het de tweede dag van een nieuwe 11-daagse stakings- en protestperiode, aangekondigd door de 7 politieke partijen. Zo ongeveer iedereen, Maoisten inclusief, streven nu naar het aftreden van de koning. Ik zag vandaag op CNN dat de demonstrerende mensen nu zelfs proberen het leger hierin mee te krijgen. Dat zou cool zijn, zal ik maar zeggen, want nu is het leger de enige manier waarmee hij zijn macht kan uitten.

Maar het is ook heel sneu. Alle ambassades zo ongeveer roepen de mensen op vooral NIET naar Nepal te komen en als je dr nu bent het land zo snel mogelijk te verlaten. Dit betekent het toerisme naar nul gaat. De trekkings gaan naar nul. De mensen in de bergen, waarvan velen enkel hiervan leven, hebben geen inkomsten. Ik denk dat de impact van dit alles nog lang pijn zal blijven doen in het land, ongeacht wat er politiek gezien zal gebeuren. Ik heb een Italiaanse ontmoet die bezig is met het opzetten van ‘sociaal toerisme’; reizigers kunnen kleine dorpjes bezoeken die daardoor financieel geholpen worden. Ze ervaren dus het authentieke village-life en ze steunen deze mensen zodat er scholen kunnen komen, medische steunpunten, hydropower en alles wat er verder nodig is in deze omgevingen. De toeristen kunnen dus met eigen ogen zien waar hun geld aan besteed wordt. In tegenstelling tot wanneer je in een hotel in de stad verblijft of bij een van de vele de ‘German bakeries’ eet. Ik ga haar helpen vanuit Europa, dat is het plan.

Verder heb ik veel souvenirs meegenomen! Gelukkig hoef ik ze niet allemaal mee te slepen; een nieuwe tattoo en de lessen van het Tibetaans boeddhisme die ervoor moeten zorgen dat het leven in het algemeen minder een lijdensweg zal zijn. Het is niet heel eenvoudig soms maar de monnikken, de wijsheid en het soort meditatie dat ze doen hebben grote indruk op me gemaakt. Vandaar dat ik Nepal associeer met Om mani padme hum. Het is de alomaanwezige Tibetaanse mantra, te horen op cd, te lezen op de vlaggetjes, de prayerwheels, de armbanden, uitgehouwen in stenen langs het trekkerspad in de bergen. Het betekent zoiets als: eer de juweel binnenin de lotusbloem. Jaha.

Nu, in Delhi, is er weer een heel andere realiteit aan de orde. Hier gaat het leven door zoals altijd. Hectisch tot in de hemel aan toe. Bovendien lijk ik momenteel in een Israelische enclave te leven, het gaat om de backpackerszone Paharganj in New Delhi. Altijd handig als je altijd al eens Hebreeuws had willen typen of shakshuka had willen eten. Maar afdingen kunnen ze, en daardoor zit ik nu haast voor niks in een erg fijn hotel (met alle amerikaanse filmzenders op tv…) en heb ik voldoende shoppingtips op zak voor als ik hier volgende maand terugkom.

De komende maand zal iets meer weg hebben van ‘the simple life’ bij de boer op het erf. Morgen reis ik naar Kanda, 280 km ten noorden van Delhi, waar ik begin te vrijwilligerswerken. www.rosekanda.info is de website. De organisatie R.O.S.E., gerund door een familie in het dorp, doet allerlei kleine lokale projecten. Schooltje, huizenbouwen, eco toerisme, organic farming en meer. Ik pas er vast wel ergens tussen. Mijn andere doelstelling is om fatsoenlijk te leren koken in deze periode. Chapati’s en dal (linzencurry) staan in elk geval op het menu.

Rust vs. onrust

De la situation de Nepal.

Het geeft wel een goed overzicht van wat er aan de hand is in dit land. Koning Gyanendra heeft alle macht naar zich toe getrokken en is erg bang voor opstanden en aanslagen van de bevolking. Hij heeft totaal geen benul van wat zijn volk nodig heeft; banen, geld, voedsel, kansen, subsidies, eerlijk stemrecht. Alleen in de steden is het leven OK, de rest van de bevolking heeft honger. Het eerste streven is een democratie ipv een dictatuur (waar het nu meer op lijkt). De 7 grote politieke partijen hebben zo goed als nix te zeggen; daarom kondigen ze zo ongeveer elke maand een staking aan. Niemand werkt dan, alles is dicht, de mensen gaan wel de straat op. Het leger (groene uniformpjes, rugzak en geweer schietklaar) en de gewapende politie (blauwe pakjes en geweer) zijn dan overal aanwezig om te zorgen dat de mensen niet gaan rellen of dingen gaan verbranden op straat, wat ze wel doen dus.

Telkens wanneer er een staking is, duurt het niet lang of de koning roept een curfew uit: niemand mag de straat op tijdens bepaalde uren van de dag. Wanneer je dat wel doet mag de politie op je schieten. Vandaag is de 4e stakingsdag al en gisteren en vandaag moesten we de hele dag verplicht in het hotel blijven. Nou is dat in de praktijk niet helemaal waar want de toeristenarea Thamel is behoorlijk veilige haven midden in de stad, toeristen zullen nooit zomaar door een pliesiemannetje neergeschoten worden, en s avonds openen de restaurants en sommige winkeltjes stiekem toch hun business, zodat we er met zn allen dankbaar gebruik van kunnen maken. Maar ik kan niet echt mn sightseeing-activiteiten plannen want het is iedere dag weer onzeker of de staking en de curfews zullen voortduren.

De Maoisten vinden ook het beleid van de koning maar nix en proberen meer macht te krijgen door bomaanslagen te plegen in afgelegen dorpen. Ze hebben ondanks hun guerillatechnieken al veel zieltjes weten te winnen, arme kansloze mensen die een (Communistische) revolutie wel zien zitten. De Maoisten hebben dus redelijk wat steun, maar niet veel geld, daarom komen ze collecteren bij de trekkers :-( In de steden hebben ze echter geen schijn van kans want het leger is alomaanwezig. Ook middels wegversperringen (die maken onze busreizen een stuk langduriger dan nodig) controleren ze het verkeer op de enige weg tussen de twee grote steden Kathmandu en Pokhara.

Wie weet is er morgen nog steeds staking en heb ik zodoende tijd voor een verslag van mijn ervaringen met zeer typische en bloederige hindupraktijken en de voorlopige hoogtepunten van mijn onderzoek naar het Tibetaanse boeddhisme…

Cultuur, curfew en vooral veel Kathmandu

Het is deze keer goed raak. Iedere ochtend vraag ik het hotelpersoneel: “And, curfew today?” De aangekondigde vierdaagse staking, werd een zesdaagse staking, waarop iedere dag een aantal uren verplicht iedereen binnen moest blijven. Meestal van 10 tot 18 uur ofzo. Maar dan kan het zomaar gebeuren dat je om 21 uur wil gaan eten en de supermarkten zo ongeveer leeggeplunderd worden omdat er voor 22 uur alweeeer een uitgaansverbod uitgeroepen is.

Onder de Nepalezen groeit de frustratie, want het is enkel de koning die op deze manier zijn macht misbruikt. Niemand kan werken, niemand kan dus geld verdienen. Elke ochtend pak ik de krant, bekijk alle foto’s en zonder uitzondering zijn het demonstrerende mensen, bloedende mensen die toegetakeld zijn/worden door de pliesie. Vaak is het niet meer dan 1 km vandaan van Thamel, de toeristenwijk. Hier is het een soort veilige haven, wij kunnen hier vrij rondlopen maar het is nogal saai als alles gesloten is. Op een dag was er een peacevolle demonstratie, weliswaar heel eenvoudig; samen met ongeveer 15 hippies liepen we door de lege straten te zingen: Ohm namar shivaja. Enkelen hadden een papier op hun lichaam geplakt of een spandoek met Solidarity with Nepali en dergelijke spreuken. De mensen hingen uit de ramen en lachten ons toe, de soldaten vonden de boodschappen goed en we werden vrijwel overal doorgelaten. Jammergenoeg werd het aantal deelnemers niet bepaald groter, maar van horen zeggen hebben we wel de pers gehaald. De dag erna was er jammergenoeg weer zo’n demo gepland, maar jammergenoeg zijn er toen 9 toeristen gearresteerd!! Ik was er niet bij maar ik gok dat ze bepaalde uitspraken deden over de koning, en dat kan hier niet. Ik was die dag op bezoek bij de Kopan monastery, een van de grootste en rijkste boeddhistische monasterieen van Nepal. Hier wordt het Tibetaanse boeddhisme aan monnikken en westerlingen onderwezen. Op de terugweg kwamen Anna en ik nog een demonstratie van Nepali’s tegen, maar het was niet veel meer dan ong. 1000 mensen die de hele straat bezetten en met vlaggen zwaaiden, geen geweld. Vanmorgen las ik in de krant dat het om 10.000 demonstranten ging, overdrijven kunnen de media hier dus ook!

Verder heb ik nog een dagje les in Tibetaans boeddhisme gehad van een australische 30-jarige non, erg gaaf en het gaf me superveel inzichten, vandaar dat ik er verder mee wil gaan. Ben nu druk boeken aan het lezen en mogelijke ‘bedevaartstochten’ aan het plannen. Maar plannen is niet echt mogelijk in deze situatie, er gaan geen bussen en na de ervaringen van afgelopen dagen weet ik ook niet precies in hoeverre ik lopend vrij door Kathmandu en omstreken kan bewegen…

Vandaag was een vreemde dag, niemand wist of er curfew zou zijn…In mijn hotelkamer hoorde ik ineens veel herrie op straat. Ik ging kijken en er bleek net een demonstratie voorbijgekomen te zijn en veel mensen renden eerst naar binnen, of steegjes in, maar gingen toen terug om toch te kijken. Er was nix meer te zien. Ik liep verder en nog een paar keer renden een aantal Nepalezen ineens hard weg. Maar het was om nix. Nu zijn sommige winkels open, sommige dicht, iedereen is onzeker.

Wordt vervolgd.

Hatsikidee dwars door de Himalayas

Onze aankomst op Kathmandu’s luchthaven (speciaal voor Linda; dat is dus in Nepal;-)) voelde als een oase van rust en veiligheid. João en ik kregen een prachtig mooi visum na het overhandigen van een foto en 30 dollar (erg slim van mij ook om geen enkele munteenheid mee te nemen; mijn indiase roepies en mijn creditcard werden nl niet geaccepteerd). Een aardige Nepalees verloste ons van de opdringerige taxichauffeurs en bracht ons voor een miniem bedrag in zijn eigen gammele Suzukietje naar een paar verschillende travel agencies. We hadden namelijk haast; het was al laat in de middag en wilden de volgende dag al op trekking gaan omdat mijn reisgenoot João maar 10 dagen in Nepal kan zijn en de trekkings minstens zo’n 7 dagen duren. Dus, de volgende dag stipt om 7.00 uur zaten we in de bus naar Pokhara. We belandden in de erg mooie toeristenarea met allerlei restaurantjes, winkeltjes, een groot meer en bergen all around: denk Zwitserland! Die dag besteedden we al shoppend in de trekkingshops waar ze allerlei verschrikkelijk fijne fake North Face spullen verkopen; voor 7 euro een rugzak aangeschaft, verder nog een paar dikke sokken, een heel charmante fleece broek en handschoenen. Er was nog net tijd over voor een etentje met Japanners en een Deen, afgesloten door een paar gitaar jamsessies met natuurlijk weer de nodige joints voor de liefhebbers.

En dan de trekking. Ik kan maar 1 ding zeggen: SUPER! Ik had bij aankomst al het gevoel dat dit mijn meest favoriete land tot nu toe is, en dat werd alleen maar erger. Ik zal wat foto’s bijvoegen want met woorden doe ik het landschap, de bergen en mountain life echt te kort.

We liepen per dag zo’n 5 uurtjes, grotendeels opwaarts, later meer downhill. Langs de weg… dorpjes, watervallen, rivieren, plantages, hot springs, regenwoud, bloemen (jaja alle 33 soorten rodondendron in bloei), vlinders, kippen, geiten, buffels, koeien, stieren, kuikens, ezels, apen, katten, honden, kinders, porters, Koreanen en natuurlijk: sneeuwtoppen!

Zomer, lente, herfst en winter; elke dag weer anders. Helaas heb ik geen yaks gezien want die komen alleen voor op de hogere hoogtes, wij zijn tot ongeveer 3500 meter hoogte geklommen (Poon Hill), van waaruit je perfect uitzicht had op de Annapurna, Dhaulgiri en nog een stuk of wat andere heel hoge bergen. De Everest is de hoogste ter wereld, die konden we niet zien vanuit hier, Dhaulgiri is nummer 2 (8891 m) en Annapurna nummer 3. Voor het echte beklimmen daarvan moet je wel flink je portemonnee opentrekken; 10.000 dollar moet ervoor betaald worden aan de overheid. Je trekt eerst zoals wij naar het Base Camp. Dat is waar de sneeuw begint. Dan ga je in zo’n 3 weken tijd de berg beklimmen… Ik bedank ervoor, gezien de nachtelijke temperaturen in onze ‘comfortabele’ lodges op 2000-3000 meter, vrees ik dat ik gevriesdroogd per heli weggesleept zou moeten worden.

Oh ja, ik zou het bijna vergeten. We hebben om de tafel gezeten met de Maoisten. We moesten een zogenaamde toeristenbelasting betalen, 100 rs per trekkingdag. Ze kwamen in het guesthouse, twee heel gewoon uitziende mannetjes, geen wapens, geen extra warme kleding. Heel mysterieus, gezien het feit dat het regende en al laat in de avond was. Je kunt in bergen alleen te voet ergens komen, dus we vroegen ons wel af waar ze zouden slapen. Ik vroeg hen wat ze met het geld zouden doen. Ze antwoordden dat het was voor schoolmaterialen, educatie en huishoudens. We kregen een officiele bon, waarop stond dat we in het gebied waren van de ‘onderdrukte’ Tamuwan community en daarom deze trekkingtoeslag betaalden. With thanks. Geen enkele Nepalees heeft ooit van deze community gehoord en niemand weet waar de Maoisten zich precies schuilhouden. Erg vaag dus allemaal. Meer vragen durfde ik dan ook niet te stellen, haha.

Spiri-spiri

Deze keer gaat het verhaal over Rishikesh. Om in Rishikesh te komen maakte ik een paar langdurige treinreizen, met ook fijne wachttijden tussendoor. Het is altijd weer leuk om op de stations overal mensen te zien liggen slapen, vaak hele families, met al hun bagage om zich heen. Ongeacht van welke kaste je bent. Locals beginnen altijd vanzelf een gesprekje, zo sprak ik een meisje wiens naam “mooie wimpers” betekent, en haar moeder. Ze studeerde engineering omdat haar vader dat graag wilde. Zelf had ze liever iets met software gedaan maar daarvoor was haar Engels niet goed genoeg. Zo zie je maar weer, dacht ik, de kansen en de keuzes liggen niet overal voor het oprapen, zelfs als je uit een welvarende familie komt.

Maar goed, Rishikesh dus, ligt vrij ver in het noorden, 250 km boven Delhi. Het is precies de plaats waar de eerste Himalayabergen beginnen en de Ganges stroomt door het diepe dal. De heilige rivier is hier helder en fris, en de plaats is een bedevaartsoord ten voeten uit. Elke dag komen honderden Indiers even een kijkje nemen, een puja (tempelceremonie) doen, zichzelf laten fotograferen op een van de twee bruggen (al dan niet samen met een westerling). De westerlingen komen voornamelijk voor yoga en meditatie. Een jaar of 30 geleden zijn de Beatles hier een paar maanden in retraite geweest. Ik heb de plaats waar ze toen zaten bezocht; de ashram van hun goeroe Maharishi. Het is nu een totaal verlaten plaats, verboden terrein zelfs. Maar het ziet er zupergrappig uit. Zover als je kunt kijken staan er ronde teletubbie-achtige cottages van steen, heel klein. Een ronde vloer om op te slapen en dan een trapje naar een kleinere ronde bovenverdieping die bedoeld is voor meditatie. De bedoeling is dat je tijdens je hele verblijf zo niet je cottage uitkomt.

Ik heb wat yogalessen geprobeerd, sommige goed, sommige wat minder, yoga kan echt op een miljoen manieren beoefend worden. Voor de geinteresseerden even een kleine les…

Yoga kent acht stadia. 1 en 2 staan voor een goed leven leiden, respectvol zijn, goed gedrag etc. 3 zijn de asana’s ofwel de bekende stretchoefeningen/houdingen. Deze maken je lichaam soepel, zorgen dat je niet oud wordt en je zult nooit klachten hebben of ziek zijn wanneer je dagelijks de juiste asana’s doet. 4 is pranayama, ademhalingsoefeningen. Deze zorgen ervoor dat je beter gebruik kunt maken van je energie; richting geven aan de energie die vrijkomt bij de 7 chakra’s (energiepunten langs de ruggengraat). Als je die energie op de juiste manier gebruikt voor meditatie kom je in contact met het hogere/God/de kosmische energie/of hoe je het ook wil noemen. 5 t/m 8 zijn verschillende stadia van meditatie waarbij je bij 8 echt helemaal los bent van je ego, los van je gedachten, los van alles en een met het universum en met God. En wat er dan allemaal mogelijk is, is ongelofelijk. Zweven, op twee plaatsen tegelijk zijn, objecten materialiseren vanuit het niets… Het is allemaal te lezen in het boek Autobiography of a yogi, van P. yogananda.

Ik voelde me niet spiritueel genoeg om er helemaal in te duiken maar ik heb wel genoten van de kennis die me verteld is, satsang (mantra zingen), de ceremonieen en het hele sfeertje. Mijn beste ervaring was nog wel het zwemmen in de Ganges; ijskoud maar erg goed! We zijn ook gaan raften, en hoewel het nou niet echt een kolkende rivier van jewelste was waren er wel wat achtbaan-waterdip-momenten. En het was ook mogelijk om te bodysurfen; jezelf in het water door de stroomversnelling te laten drijven…wederom eeeerg goed!

Verder kan ik nog toevoegen dat ik nu echt fan ben van Punjabi muziek (denk dat nummervan de Peugot reclame). Met dank aan een stel gestoorde restaurant eigenaren die kunnen dansen zoals ik het nooit eerder gezien had:-)

Vandaag vertrekt er een trein naar Delhi en morgenmiddag om 13.15 een vliegtuig (Sahara Air) naar Kathmandu. Ik hoop met beide mee te mogen…

No hurry, no worry, no chicken, no curry

In Goa heb ik nog een goede tijd gehad nadat mijn ziekte over was. Ik deed op de valreep nog wat yoga bij een echte, ouderwetse, bejaarde, in oranje geklede yogi met zijn lange witte baard in een knotje. Elke ochtend gaf hij een complete lezing bij de yogales waardoor het meer dan 2 uur duurde. Hij corrigeerde ons allemaal tot op de millimeter, en zei tegen de meiden betti (dochter), you need more practice! In 6 months you will improve! Nee, dat geeft motivatie ;-) . Supergeinig. Verder nog naar de spectaculaire night market geweest, de beste zonsondergangen gezien, geprobeerd te feesten maar dat ging niet door omdat we geen LSD konden krijgen, de taxichauffeur niet wilde wachten, een van de jongens teveel paan (betelnut) had gekauwd en probeerde met valium weer terug op aarde te komen, een ander bleek niet helemaal te zijn wie hij eerst was na een paar drankjes, dus we eindigden in de lokale bar met een wodkaatje, kijkend naar een voetbalwedstrijd terwijl de wannabe gangsters die ons geen drugs konden bezorgen met hun trainingjacks nog aan tezamen onder een dekentje gingen slapen… De volgende dag was mijn vertrek, en dat was maar goed ook want door al deze maffe ontwikkelingen had ik meer aanbidders, al dan niet met steekje los, dan goed voor een mens is *knipoog*.

Ik ging middels 2 nachttreinen naar Udaipur, met tussenstop in Ahmedabad waar ik zowaar wat regen meemaakte, waar in 8 uur zo’n 1000 mensen “Helloooow!” tegen me hebben geschreeuwd, waar het erg smerig en onplezierig was. Udaipur was echter de hemel op aarde, een stadje op een heuvel, alle huizen wit, aan de rand van een meer waarin 3 paleizen te zien zijn. (2 daarvan zijn 5-sterrenhotels maar dat doet er niet toe). Ik ontmoette mijn enige volwaardige aanbidder uit Arambol hier weer en we vertrokken de volgende avond naar Jaisalmer voor een paar dagen in de woestijn, eindelijk! En zo bleek, ALLES is hier zandkleurig, oh nee, goudkleurig: dit is de golden city. En overdag is het bloedheet! Met een groep mensen uit voornamelijk Duitsland en Zwitserland hebben we een kameelsafari gemaakt. Gewapend met tulband, omwikkeld met shawls besteeg ik de kameel als een echte nomade. En het voelde zo goed! Je bent hoog boven de grond, er waait een briesje en de kameel loopt langzaam maar statig en maakt grappige geluiden. Sturen, remmen en gasgeven is ook eenvoudig. We probeerden allerlei technieken om de kamelen NOG harder te laten lopen, maar langer dan 20 seconden hielden ze meestal niet aan. En maar goed ook want het bounced enorm en je voelt het wel aan je zitvlak. We stopten om lunch te bereiden, chai te drinken en ‘s avonds sliepen we in een dorpje omdat het leek te gaan regenen. Bliksems de hele nacht door, maar uiteindelijk niet veel nattigheid. De volgende dag weer op de kameel, en we zagen allerlei soorten woestijn langskomen: de clichematige zandduinen, steppes, rotsformaties, noem maar op. Dit keer was de overnachting in de openlucht, met kampvuur en opium. Alleen we verdenken onze gids ervan ons een mengsel van hars, suiker en masala te hebben gegeven want hoeveel we ook aten of rookten, er gebeurde nix! De gidsen waren verder wel superleuk, ze maakten chai voor ons zeer vroeg in de morgen (en speciale black chai zonder melk voor mij) zodat we de rest van de dag in goede stemming waren en de hele tijd CHAIIIIII riepen! Het wemelde van de loze uitspraken trouwens. You don’t need beer to have fun in the desert! And now we go to Pakistan! No hurry – no worry – no chicken – no… goed, je had er bij moeten zijn ;-)

Snel meer nieuws en foto’s. Mijn reis gaat nu als een sneltrein. Ik ga naar Jodhpur, de blauwe stad, dan naar Jaipur, de roze stad om mn nieuwe vliegticket op te halen, dan naar Varanasi, de heilige stad waar ze de doden in de Ganges gooien en dan huphuphup naar Nepal. Het is daar erg onrustig, maoisten terroriseren de boel en het volk zelf komt af en toe in opstand tegen de koning die als een soort dictator het land bestuurt. Maar het komt erop neer dat er af en toe een aanslag is in een klein dorp, dat de bevolking moe is van dit alles en het toerisme eronder lijdt. De mensen zijn zo vriendelijk en tof, en toeristen worden met rust gelaten. De conclusie is dus dat ik wil gaan…juist nu. Dus, om nog een keer met de woestijnmannen te spreken: chello (let’s go), on y va!