Ecuador: Het bos in

Entonces, dus, er was weer eens een feestdag op maandag (de onafhankelijkheidsdag van Ambato) waardoor we drie dagen weekend hadden. Net genoeg tijd om af te reizen naar de jungle. Het meest westelijke stuk Amazone bevindt zich in het oosten van Ecuador, hier het het el Oriente. Ongeveer 7 uur met de bus kostte het om in Ahuano te komen. In dit jungledorpje zou zich een lodge bevinden waar je redelijk goedkoop kunt slapen, eten en een tocht boeken. Volgens onze Duitse vrienden en tipgevers (type: bergbeklimmer) moesten we er met een longtailboot heen. In een van deze canoas zat een Europese vrouw en wij klommen in dezelfde boot. De bestuurder, Luis, bleek haar man te zijn. Toen we bij de lodge kwamen bleek deze vol te zijn, geen probleem volgens Luis, kom maar bij ons overnachten. Luis en Carmen bleken net bezig te zijn hun huis om te bouwen tot eenvoudige lodge, een of twee weken later wilden ze open gaan. We waren helemaal in onze nopjes, er werden klamboes opgehangen, eten klaargemaakt, helemaal fijn. De volgende dag gingen we met Luis het bos in, want hij is gids. Het enorme stuk jungle is van zijn oom, en van die oom heeft hij veel geleerd, van werkelijk iedere plant, boom of insekt weet ie wat het is en waar men het voor gebruikt. Zo zijn er allerlei bomen waarvan het sap een geneesmiddel is tegen kanker, rugklachten of zelfs een middel voor anticonceptie (voor vrouwen, 1x per jaar gebruiken). We hebben aan lianen gezwaaid en bij een waterval gezwommen.

De twee hebben ook een tuin waarin vanalles groeit: kaneel, fruit zoals de guaba, een vijver vol met tilapia´s en drie schildpadjes, en jawel… ayahuasca. Die avond werd het voor ons klaargemaakt, want volgens mij vond Luis het erg leuk dat we geïnteresseerd waren. Normaal gebruiken ze het alleen wanneer iemand genezen moet worden, en dan is de oom van Luis er ook bij. Ze noemen hem niet een sjamaan maar hij weet dus wel erg veel, een soort kruidendokter is het geloof ik wel.

‘s Avonds tijdens ons avondeten (yucca, bonen, rijst en salade) stond het brouwsel van yage (B. caapi) en chaliponga te koken. Het eindigde als een cafe latte-kleurig sapje dat naar mijn idee ook ergens naar cappuccino smaakte maar verder vooral keihard de keel open brandde en de mond in 1 seconde gortdroog maakte. We kregen wat limoen om dat alles te verzachten. Toen gingen we buiten in het donker zitten om te luisteren naar de kikkers, de insecten, krekels en andere junglegeluiden. Carmen nam geen ayahuasca en bleef erbij om een beetje voor ons te kunnen moederen. Na enige tijd moest ik overgeven, dat is vrij normaal. Ik voelde me zeer en zeer opgelucht, een heel stuk lichter in het algemeen zou je kunnen zeggen. Noortje en Luis bleven gewoon zitten. We vroegen steeds aan elkaar of we al anaconda’s hadden gezien, want hallucinaties van slangen en andere jungle-geesten zijn het meest gebruikelijk. Onze perceptie veranderde wel: de lucht, die nog niet helemaal donker was, leek te gaan trillen en uit gekleurde blokjes te bestaan. De andere dimensie hebben we uiteindelijk alleen gezien met onze ogen dicht. Noortje zag vooral insecten. Ze heeft ook redelijk veel gehuild, maar wist slechts gedeeltelijk waarom. Luis kwam aanzetten met een mengsel van eau de cologne en gember, zette zijn lippen bij haar kruin en letterlijk en figuurlijk zoog hij haar hoofd leeg. Bij mij en Carmen deed hij hetzelfde. Hij zei tegen Noortje dat haar hoofd zwaar was en het mijne licht. Mijn closed eye visuals bestonden vooral uit kleuren, bessen, bloemen en veel geometrische vormen en patronen in kleuren zoals paars en roze. Later in mijn bed zag ik ook nog kindertekeningen, clowntjes en speelgoedtreinen. Het leek wel kerstmis :-) Geen anaconda’s, slangen, tarantulas of sprekende planten, maar interessant was het wel.

 

Die nacht kon ik niet slapen, maar dat gaf niet, de hele jungle is zo gaaf en zo anders dat ik het eigenlijk zonde vond om te slapen. Deze nacht dacht ik na over wat Luis had gezegd, en er klopt wel iets van. Als ik op reis ga heb ik veel minder zorgen dan normaal, en dat spiegelt zich in de hoeveelheid bagage die ik meeneem: eigenlijk alleen het hoognodige. Tijdens de jungle trip was ik bijvoorbeeld mijn handdoek, zonnebril, slippers en water vergeten (ahum, juist het hoognodige;-))

De volgende dag moesten we alweer terug naar de stad die uitpuilt van de bussen, taxi’s, lelijke betonnen huizen en mensen die 7 dagen per week proberen geld te verdienen. Helaas. Ik ga terug in de tweede week van december. Inmiddels heb ik al een groep mensen verzameld die dan meewillen, dus aan gezelligheid zal het ook dan niet ontbreken. Ook ga ik opnieuw ayahuasca nemen, dit keer ietsje meer, en de oom van Luis zal er ook bij zijn. Heel spannend, misschien dat het bij mij dan wel een meer therapeutische werking voor de geest zal hebben, want ik vermoed dat ik dat toch wel kan gebruiken.

Ecuador: La fundación

Fundación Don Bosco, zo heet onze werkplek. Het is een tehuis waar dagelijks 150 kinderen komen lunchen (een almuerzo oftewel lunch bestaat uit soep, rijst, kip/vis en groente/salade). De kids zijn tussen de 6 en 16 jaar en zijn schoolkinderen of werken in de stad als schoenpoetsertjes. Buiten de lunchtijden om blijven er een hoop om huiswerk te maken. Ambato, deze stad, is niet superarmoedig, niemand leeft bijvoorbeeld op straat, maar voor normale families is het heel moeilijk rondkomen. Zowel vader als moeder werken in de stad, en als ze buiten de stad wonen droppen ze soms hun kids in Ambato om als straatverkoper of schoenpoetser te werken. Deze worden veelal opgevangen in een van de centra van Don Bosco. Op de fundacion komen ook veel kids die thuis moeilijkheden hebben, mishandeld worden of te weinig aandacht krijgen omdat hun ouders zoveel werken en ze door grootouders of ooms en tantes worden opgevoed.

Wij helpen met het huiswerk maken, samen met nog een aantal Ecuadoriaanse medewerkers. Het valt niet mee, overschrijven kunnen ze als de beste maar zelf nadenken, oef… Ook klusjes als tekenen en kleuren vragen ze aan ons. Van Engels hebben ze geen van allen, ook de docenten, kaas gegeten dus daarbij kunnen we ze wel wat leren. Echter wij vrijwilligers moeten onderling ook Spaans spreken dus de kids kunnen ook maar weinig Engelse uitspraak etcetera horen. Jammer vind ik dat. Wel weer goed voor ons Spaans uiteraard. Dan kom ik gelijk op een heikel punt. Het lijkt er namelijk op dat het werk voor mensen zoals Noortje en ik, die slechts 1 maand blijven, meer bezigheidstherapie is voor onszelf. Op de fundacion worden we een beetje aan ons lot overgelaten onder het motto: kijk maar waar je kunt helpen, eigen projecten of ideëen worden niet aangemoedigd. We hebben wel  posters gemaakt met Winnie the Pooh met daarbij een klein verhaaltje: “Hello, how are you. I am fine. Today is my birthday, will you come to my party? Yes, of course!” Enzovoort. Er werken nog wat meiden van ongeveer 18 en die blijven hier een jaar, ze helpen gewoon mee zoals alle andere medewerkers doen. Eerlijk gezegd is dat best saai. Wij stellen onszelf voortdurend vragen, eigenlijk kunnen we de verschillen maar moeilijk accepteren, met een klein beetje inspanning zouden de kinderen efficiënter huiswerk kunnen maken en ook nog tijd over houden om te spelen (bijvoorbeeld met de spelletjes die wij hebben meegebracht, die nu in de la van La Madre – de hoofdnon- liggen).

Een ander vraagstuk waar we vorige week enorm mee zaten is het fysieke contact dat een begeleider met vrijwel alle meisjes zoekt. Zij zijn tussen de 6 en 16 jaar oud en hangen voortdurend om zijn nek, ze moeten op zijn schoot zitten en hij vraagt om kusjes op zijn wangen, de hele dag door. Wij worden er misselijk van en hebben veel anderen gevraagd wat ze ervan vinden. De reacties lopen uiteen van: ¨het is absoluut niet normaal¨ tot ¨ach ja, deze kinderen komen thuis zoveel liefde tekort…¨ We weten inmiddels ook dat La Madre ervan weet (we zijn er nog niet achter of er echt sprake is van seksueel misbruik) maar hem de hand boven het hoofd houdt. Mogelijk omdat anders de fundación misschien gesloten zou worden.  We hebben de organisatie die bemiddelt tussen de fundación en de vrijwilligers benaderd en zij vinden het ook gevaarlijk. Ze gaan zorgen dat er een onafhankelijk onderzoek ingesteld wordt. Zou dat iets opleveren? Twijfels, twijfels.

We  hebben onze twijfels dit weekend een beetje achter ons gelaten door naar el Oriente af te reizen, ofwel de jungle, de Amazone, het regenwoud! Dat was in één woord ge-wel-dig! Ik vertrouw de internetverbinding niet zo enorm, dus ik zal eerst deze blog online gooien voor het misgaat.

Ecuador: Hoofd in de wolken

Daar zit ik dan met mijn hoofd letterlijk in de wolken. Er valt op dit moment regen uit maar eigenlijk valt er geen peil te trekken op het weer hier in de Ecuatoriaanse hooglanden. Zo komt het dat ik ook al verbrand ben, dat het licht feller dan waar ook ter wereld in mijn ogen schijnt en dat het af en toe dondert en bliksemt. Ecuador is tot nu toe iedere dag indrukken opdoen, voornamelijk. Ik heb 1,5 dag in Quito doorgebracht, waar ik meteen volop m´n Spaans kon oefenen met gastmoeder Ana Maria, want zoals de meeste Ecuadorianen (zo heb ik gemerkt) houdt zij nogal van praten.

Behalve van praten, houden ze hier ook van feestdagen en tradities. Zo heb ik op 2 november drie koppen colada morada op, een roodpaarse drank vol met fruit en specerijen die warm gedronken wordt. Dat is verplichting numero uno op Allerheiligen, de dag waarop men de doden herdenkt. In Quito heb ik ook de Halloween meegemaakt, maar dit feest is door de huidige president verboden omdat het te Amerikaans zou zijn. In plaats daarvan viert men de dag van het wapen van Ecuador, lekker nationalistisch dus.

In Ambato, de stad waar ik de rest van de maand woon en “werk” maakte ik kennis met mijn nieuwe gastfamilie en Noortje, een Nederlands meisje dat ook bij deze familie verblijft. Geweldig leuke mensen allemaal, heerlijk (vegetarisch) eten, alles is muy muy bien. Door alle feestdagen ben ik nog maar één dag in het weeshuis geweest waar we samen met de kleinste kinderen zijn gaan knutselen. ‘s Middags gingen er een aantal naar huis voor het weekend. De meeste kids hebben namelijk wel ouders maar niet zulke goede, denk aan mishandelingen enzo… Zodoende scheurden we rond in een bestelbusje met acht jochies, een non achter het stuur en de radio op volume 10, kun je het je voorstellen?

Op dit moment ben ik voor een weekendje “op vakantie” in het toeristische plaatsje Baños. Straks komen er nog meer mensen die we kennen vanuit Quito, waar zij aan een taalschool lessen volgen. We zullen in de natuurlijke warme bronnen gaan zwemmen. Volgens de Vietnamveteraan die we vanmorgen bij het ontbijt tegenkwamen is er vanavond een groot straatfeest, en we kunnen ook nog mountainbiken, raften, paardrijden.