Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Een verzameling van gebeurtenissen die de afgelopen twee weken hebben plaatsgevonden: m’n retourtripje naar de Ecuadoriaanse jungle, een paardrijtocht in zuidelijk Vilcabamba en interessante ontmoetingen vlak voor en over de grens met Peru, een bijna-beroving, een geweldig kerstfeest, en chillen in het eigenaardige badplaatsje Huanchaco… Ik zal het een en ander uitlichten.

Rumble in the jungle

Voor een paar dagen gingen Shannon en ik weer naar Ahuano, waar Luis en Carmen ons met boot en al stonden op te wachten. Weer was het een geweldige tijd, waarin we helaas vergezeld waren van weer andere, zo mogelijk nog agressievere muggen waar mijn enkels nog steeds van nagenieten. We waren nog niet binnen of Luis dook de tuin in om even later terug te komen met een zeer uitzonderlijke nachtkikker (foto). De volgende dag gingen we een hele dag de jungle in om weer vanalles te leren en te zien.

Ook ontmoetten we familie van hem die samen met nog 5 andere families een communidad vormen; ze leven heel basic in bamboe huizen, leven van hun plantage waar yuca, banaan, ananas, lemongrass, papaya, suikerriet, guava en nog veel meer groeit. Palmen gebruiken ze ook als voedsel, maar ook om manden van te vlechten, hun dak van te construeren, de vezels dienen als supersterk touw en zo gaat de lijst nog door. Ik geloof dat ze alleen rijst en zout hoeven te kopen…! ‘s Avonds was het weer tijd voor een ayahuasca ceremonie, dit keer met de aanwezigheid van sjamaan Pancho, de oom van Luis. Hij heeft me wat adviezen gegeven om mijn energiepeil omhoog te brengen en heeft een rituele ‘schoonmaak’ uitgevoerd. En ik denk dat het heeft gewerkt, want sindsdien voel ik me erg goed, ook in de bergen. Ook het eten hier brengt mijn maag niet van streek, wonder o wonder.

Verder hebben we een opvangcentrum bezocht waar men exotische dieren onderbrengt die voor export en verkoop bestemd waren. Superveel papagaaien, schildpadden, aapjes, een doorgedraaide puma, heel sneu… Hier krijgen de dieren een soort training zodat ze, indien mogelijk, weer terug kunnen in het bos om voor zichzelf te zorgen. En, we hebben de Rio Napo afgevaren in rubberen autobanden, wat mij betreft de meest relaxte manier van reizen die ooit is uitgevonden!

Richting Peru

Met relatief relaxte bussen reisde ik door naar Peru, met een tussenstop in Vilcabamba, waar ik voor het eerst in mn leven op een paard door de bergen ben vervoerd. Erg leuk, ondanks mijn desinteresse voor paarden. De rit was nauwelijks te onderscheiden van het reizen per kameel, en die vind ik wel super dus vanaf nu het peerd ook!

Een andere ietwat merkwaardige ontmoeting hadden mijn Duitse reisgenootje en ik in Loja, de laatste stad voor de grens. We zouden daar ‘s avonds laat een bus nemen en hadden daarom tijd om de stad te bezichtigen. Toen kwamen we twee jongens tegen die ook voor een fundación met kinderen werkten en net kerstvakantie hadden… tijd dus om een biertje te drinken enzo. We vroegen ons de hele tijd af of ze niet echt meer van ons wilden, want de mannen zijn hier zelden te vertrouwen wat dat betreft. Maar het was heel gezellig en ze hebben supermooie liedjes gezongen met begeleiding op de gitaar. Vreemd werd het pas toen een van hen, Juan-Andres wilde gaan douchen, wat problematisch was omdat er tijdelijk geen water was in hun stadsdeel. Het moest toch gebeuren omdat ze ‘s avonds nog uitgingen en dus reden we met de auto naar een motel waar hij de badkamer even zou gebruiken. Wij mee, en wat bleek? Een motel speciaal ingericht voor een paar uurtjes plezier voor twee, inclusief spiegels overal, minibar, een badkamer met blauw licht (?) en kerstdecoraties!! Nog nooit heb ik zo gelachen om een hotelkamer, en het was in elk geval goed voor wat fotomomenten. Gelukkig hadden de jongens wel door dat we toch liever onze bus gingen hale,n dus binnen de kortste keren reden we richting het busstation…

Heavy shit

Misschien kwam het doordat ik bij de Peruaanse douane een pen heb gestolen. In elk geval was mijn karma voor dit land slecht, want het duurde twee zeer lange dagen voor ik me hier enigzins op m’n gemak voelde. In Trujillo, de eerste stad waar we een nacht bleven, was de hoteleigenaar ook nogal van de sjans. Op straat was het constant druk. Er was veel politie. Ik had het gevoel dat ik hier als toerist zijnde drie keer zoveel op m’n tas moest letten dan voorheen. En dat bleek terecht, want m’n nieuwe Zwitserse reisgenoot is in het hotel met de sjansende manager beroofd van een deel van zijn geld. In Huanchaco, waar ik nu nog steeds ben, beleefde ik  ’s avonds op straat ook een beroofpoging. Een jongen probeerde mijn tas van me af te nemen, maar dankzij onze gil- en schreeuwcapaciteiten en mijn vasthoudendheid (aan de tas) was het voor hem snel bekeken en droop hij af.
Vertrek

Inmiddels voel ik me wel helemaal thuis (en nee, dat zeg ik niet alleen maar om jullie gerust te stellen). Met name dankzij het superfijne hostel waar we nu zijn, en de leuke mensen hier. Het zit de hele dag vol met reizigers en we voeren geen klap uit omdat het veel te gezellig is… En, helaas helaas, de golven zijn al een paar dagen niet om over naar huis te schrijven dus ik heb nog weinig gesurfd. Om een lang verhaal kort te maken, mijn vertrek naar Huaraz staat voor vanavond gepland. En ik mag geloven dat ik in precies tegenovergestelde omstandigheden zal arriveren: sneeuwtoppen, 4000 meter hoogte, kou, laguna’s, fireplaces, de Chavincultuur. Zin an!
En dan, zodra het nieuwe jaar is aangebroken ga ik naar de door aardbeving verwoeste stad Pisco om te helpen met het opruimen van de laatste restjes en het bouwen van huizen.

Ecuador: Ingeburgerd

Ik heb zojuist het gebouw van Fundacion Don Bosco verlaten, voor de allerlaatste keer. Het was best moeilijk om me daar los te wrikken: zelfs meisjes die ik vandaag voor het eerst zag riepen “no te vas, no te vas!” en gaven me tekeningen en zware omhelzingen. Uiteindelijk heb ik er meer dan 5 weken met plezier gewerkt, om verschillende redenen.

De eerste reden is waarschijnlijk dat er twee Italianen zijn komen werken waarmee in het wel goed kon vinden (nou ja, met eentje in het bijzonder). Sindsdien zijn er vele pasta’s, vino’s en caffe’s in mijn maag beland en heb ik honderden Italiaanse liedjes moeten aanhoren die Andrea en Nicola ten gehore brengen met de gitaar. In de weekenden heb ik al minstens 20 andere Italianen ontmoet, in het eenvoudige bergdorpje Salinas de Guaranda en in Quito. In Italië heeft men de keuze tussen een militaire dienstplicht en een sociale dienstplicht van een jaar, en die laatste volbrengen er een flink aantal in Ecuador. Aangezien een jaar lang hier werken mij toch wel wat veel van het goede is, ga ik morgen weer ‘op reis’ samen met mede-ex-vrijwilliger Shannon uit de VS. We gaan opnieuw naar El Oriente, eigenlijk hetzelfde verhaal als hiervoor nog een keer meemaken. Hoewel het mij niks zal verbazen als het nu weer anders is, misschien zijn er dit keer wel piranhas, apen en tarantulas?

De andere reden dat ik iets langer ben gebleven is mijn inburgering, zogezegd. Die ben ik eigenlijk pas ondergaan toen ik alleen achterbleef bij mijn familie, bestaande uit Carlos en Piedad en hun dochter Aracelly (nog twee zoons studeren en werken in Quito). Dankzij hen ratel ik nu de ganse dag Spaans, behoorlijk gebroken Spaans, maar iedereen begrijpt me gelukkig. Ook op de Fundación ben ik verder ingeburgerd, dankzij mijn verbeterde taalniveau. In het begin verstond ik bar weinig en was het alleen maar knikken, lief lachen en volgen wat ik deed. Het werd zo steeds leuker om met de kids om te gaan, en het huiswerk helpen maken werd een eitje.

Ik ben meer gaan praten met de andere medewerkers waaronder Angelica, de vrouw die ons erop wees dat José zich niet netjes gedraagt met de meisjes. Ze vertelde me nu dat er erg ‘lelijke’ dingen gebeuren en dat niemand iets durft te doen. Er zijn zelfs ouders die hun dochters niet naar de Fundacion sturen vanwege José, die er overigens al 9 (!) jaar werkt. Met behulp van mijn nieuwe vrienden heb ik toen 2 posters gemaakt en een presentatie gehouden over het thema ‘fysiek contact’. Om de kids iets beter te leren onderscheiden welke typen contact wel acceptabel zijn en welke niet. En wat je moet doen wanneer je je ongemakkelijk voelt bij het contact dat een volwassene zoekt en uiteraard wanneer je mishandeld, misbruikt of wat dan ook wordt. Het allermooiste van alles was dat de kinderen het thema heel goed begrepen en met allerlei suggesties kwamen (bijvoorbeeld praten met God, of met de pastoor). En, ik was met stomheid geslagen toen ook La Madre, die voorheen haar mond had gehouden en ons maar net aan toestemming had gegeven om dit projectje te doen, ging participeren. Ze vertelde nog eens extra hoe belangrijk het is om te praten over je problemen of twijfels met mensen die je vertrouwd. Ze was na afloop helemaal vol lof over ons en ze leek erg opgelucht. Dus ik geloof dat we wel iets kleins bereikt hebben: een klein stukje meer openheid. En José? Die was ook aanwezig, zat stil in een hoekje te wachten tot hij weer op z´n valse gitaar mocht spelen zoals hij elke middag op een vast tijdstip doet met de kinderen.

Wat heb ik nog meer over Ecuador geleerd tijdens mijn inburgering?

- Je moet mensen bij een eerste ontmoeting altijd een kus op de linkerwang geven, ook al weet je dat je de persoon nooit meer zal zien. Je hoeft dan niet je naam te zeggen.

- Er zijn veel rare vruchten zoals de taxo, de guanabana, de tomate de árbol. Ik houd wel van de maracuja, een soort van grote passievrucht. De absolute topper is overigens de guaba: stel je een levensgrote snijboon voor met aan de binnenkant een soort eetbaar suikerspin-materiaal en grote oneetbare pitten waarvan men later sieraden maakt.

- Auto’s hier geven nooit voorrang aan voetgangers. De straat oversteken duurt daarom erg lang en is erg slecht voor je gezondheid ivm de uitlaatgassen.

- In Ambato hebben mensen aan de ene kant wel geld, aan de andere kant niet. Ze hebben bijvoorbeeld een auto en een ‘celular’ (mobiele telefoon) maar gaan iedere zaterdag de stad in om snoepjes te verkopen want anders komen ze niet rond. Wie dit snapt mag het zeggen…

- Het verkopen van snoep, ijs of andere spullen en is de manier om niet te hoeven bedelen voor een grote groep mensen. Er wordt ook flink gebruik gemaakt van deze diensten.

- Tijdens de weekenden heb ik redelijk wat salsa gedanst voor zover dat gaat, want in Quito bijvoorbeeld is het uitgaansleven enorm. Als dat niet het geval is, zoals hier in Ambato, is er slechts reggeaton te horen én electronische poephouse deuntjes van de meest foute soort.

- Zodra mensen iets uit de grond van hun hart zeggen, betrekken ze God erbij, dat is even wennen maar ook leuk. Mijn cheffin Marthita zei me bijvoorbeeld dat God mij had gestuurd om haar te helpen een klusje op tijd af te ronden.

- Ook de meerderheid van de bussen en vrachtwagens wordt door God of Jezus geleidt, aldus de stickers. Toch word ik nog steeds misselijk.

- Het is heel normaal om een paar uurtjes in de bus te zitten en te belanden in een plaats die tot wel 2000 meter lager of 1000 meter hoger ligt.Ik heb me tijdens weekendtripjes vaak duizelig, moe en zwaar emotioneel gevoeld: verschijnselen van hoogteziekte.