Ecuador: Ingeburgerd

Ik heb zojuist het gebouw van Fundacion Don Bosco verlaten, voor de allerlaatste keer. Het was best moeilijk om me daar los te wrikken: zelfs meisjes die ik vandaag voor het eerst zag riepen “no te vas, no te vas!” en gaven me tekeningen en zware omhelzingen. Uiteindelijk heb ik er meer dan 5 weken met plezier gewerkt, om verschillende redenen.

De eerste reden is waarschijnlijk dat er twee Italianen zijn komen werken waarmee in het wel goed kon vinden (nou ja, met eentje in het bijzonder). Sindsdien zijn er vele pasta’s, vino’s en caffe’s in mijn maag beland en heb ik honderden Italiaanse liedjes moeten aanhoren die Andrea en Nicola ten gehore brengen met de gitaar. In de weekenden heb ik al minstens 20 andere Italianen ontmoet, in het eenvoudige bergdorpje Salinas de Guaranda en in Quito. In Italië heeft men de keuze tussen een militaire dienstplicht en een sociale dienstplicht van een jaar, en die laatste volbrengen er een flink aantal in Ecuador. Aangezien een jaar lang hier werken mij toch wel wat veel van het goede is, ga ik morgen weer ‘op reis’ samen met mede-ex-vrijwilliger Shannon uit de VS. We gaan opnieuw naar El Oriente, eigenlijk hetzelfde verhaal als hiervoor nog een keer meemaken. Hoewel het mij niks zal verbazen als het nu weer anders is, misschien zijn er dit keer wel piranhas, apen en tarantulas?

De andere reden dat ik iets langer ben gebleven is mijn inburgering, zogezegd. Die ben ik eigenlijk pas ondergaan toen ik alleen achterbleef bij mijn familie, bestaande uit Carlos en Piedad en hun dochter Aracelly (nog twee zoons studeren en werken in Quito). Dankzij hen ratel ik nu de ganse dag Spaans, behoorlijk gebroken Spaans, maar iedereen begrijpt me gelukkig. Ook op de Fundación ben ik verder ingeburgerd, dankzij mijn verbeterde taalniveau. In het begin verstond ik bar weinig en was het alleen maar knikken, lief lachen en volgen wat ik deed. Het werd zo steeds leuker om met de kids om te gaan, en het huiswerk helpen maken werd een eitje.

Ik ben meer gaan praten met de andere medewerkers waaronder Angelica, de vrouw die ons erop wees dat José zich niet netjes gedraagt met de meisjes. Ze vertelde me nu dat er erg ‘lelijke’ dingen gebeuren en dat niemand iets durft te doen. Er zijn zelfs ouders die hun dochters niet naar de Fundacion sturen vanwege José, die er overigens al 9 (!) jaar werkt. Met behulp van mijn nieuwe vrienden heb ik toen 2 posters gemaakt en een presentatie gehouden over het thema ‘fysiek contact’. Om de kids iets beter te leren onderscheiden welke typen contact wel acceptabel zijn en welke niet. En wat je moet doen wanneer je je ongemakkelijk voelt bij het contact dat een volwassene zoekt en uiteraard wanneer je mishandeld, misbruikt of wat dan ook wordt. Het allermooiste van alles was dat de kinderen het thema heel goed begrepen en met allerlei suggesties kwamen (bijvoorbeeld praten met God, of met de pastoor). En, ik was met stomheid geslagen toen ook La Madre, die voorheen haar mond had gehouden en ons maar net aan toestemming had gegeven om dit projectje te doen, ging participeren. Ze vertelde nog eens extra hoe belangrijk het is om te praten over je problemen of twijfels met mensen die je vertrouwd. Ze was na afloop helemaal vol lof over ons en ze leek erg opgelucht. Dus ik geloof dat we wel iets kleins bereikt hebben: een klein stukje meer openheid. En José? Die was ook aanwezig, zat stil in een hoekje te wachten tot hij weer op z´n valse gitaar mocht spelen zoals hij elke middag op een vast tijdstip doet met de kinderen.

Wat heb ik nog meer over Ecuador geleerd tijdens mijn inburgering?

- Je moet mensen bij een eerste ontmoeting altijd een kus op de linkerwang geven, ook al weet je dat je de persoon nooit meer zal zien. Je hoeft dan niet je naam te zeggen.

- Er zijn veel rare vruchten zoals de taxo, de guanabana, de tomate de árbol. Ik houd wel van de maracuja, een soort van grote passievrucht. De absolute topper is overigens de guaba: stel je een levensgrote snijboon voor met aan de binnenkant een soort eetbaar suikerspin-materiaal en grote oneetbare pitten waarvan men later sieraden maakt.

- Auto’s hier geven nooit voorrang aan voetgangers. De straat oversteken duurt daarom erg lang en is erg slecht voor je gezondheid ivm de uitlaatgassen.

- In Ambato hebben mensen aan de ene kant wel geld, aan de andere kant niet. Ze hebben bijvoorbeeld een auto en een ‘celular’ (mobiele telefoon) maar gaan iedere zaterdag de stad in om snoepjes te verkopen want anders komen ze niet rond. Wie dit snapt mag het zeggen…

- Het verkopen van snoep, ijs of andere spullen en is de manier om niet te hoeven bedelen voor een grote groep mensen. Er wordt ook flink gebruik gemaakt van deze diensten.

- Tijdens de weekenden heb ik redelijk wat salsa gedanst voor zover dat gaat, want in Quito bijvoorbeeld is het uitgaansleven enorm. Als dat niet het geval is, zoals hier in Ambato, is er slechts reggeaton te horen én electronische poephouse deuntjes van de meest foute soort.

- Zodra mensen iets uit de grond van hun hart zeggen, betrekken ze God erbij, dat is even wennen maar ook leuk. Mijn cheffin Marthita zei me bijvoorbeeld dat God mij had gestuurd om haar te helpen een klusje op tijd af te ronden.

- Ook de meerderheid van de bussen en vrachtwagens wordt door God of Jezus geleidt, aldus de stickers. Toch word ik nog steeds misselijk.

- Het is heel normaal om een paar uurtjes in de bus te zitten en te belanden in een plaats die tot wel 2000 meter lager of 1000 meter hoger ligt.Ik heb me tijdens weekendtripjes vaak duizelig, moe en zwaar emotioneel gevoeld: verschijnselen van hoogteziekte.

About these ads