Brazilië: Kaaimannen en carioca´s

Sinds ik per taxi en bestelbusje de Braziliaanse grens overgeheveld ben, is alles heel snel gegaan. Voor ik het wist zat ik achterin een jeep te midden van backpacks en nog wat mensen, al zwenkend en hobbelend over een onverharde weg vol zachte modder. Ik verwonderde me over de groene papagaaien die ons steeds om de oren vlogen, vlinders en tientallen andere vogels in iedere denkbare kleurencombinatie. Ik keek uit over de moeraslanden en met kleine meertjes en ondiepe beekjes links en rechts van de weg. Opeens stokte mijn adem: daar lag gewoon een krokodil te zonnen! Het was op dat moment even bijkomen, ik realiseerde me dat ik niet in de dierentuin was maar in de Pantanal, het grootste wildlife reservaat van Zuid-Amerika.

 

Pirañas en muggen

De drie opvolgende dagen begon de gewenning in te treden: we zagen tientallen apen, otters, leguanen, herten, meer kaaimannen, een jaguar-achtig beest waarvan ik de naam kwijt ben, pirañas en andere dieren die me tot noch toe onbekend voorkwamen zoals de capybara. En vogels, vogels en nog eens vogels… We zwommen de ene dag in de rivier vlakbij het kampament en de volgende dag vingen we pirañas for dinner in dezelfde rivier, oeps! Gefrituurd smaken ze trouwens best oké. Als we niet op avontuur waren, leerde ik Portugees van onze gids, die me ook heeft ingewijd in de meest populaire muziekstromingen hier (met behulp van DVD´s) zoals forro, calypso en feestmuziek uit Bahia. En, de twee hoofdactiviteiten zou ik bijna vergeten: het wegslaan van muggen (continu) en het sprayen met anti-mug (elke 15 minuten herhalen). Dat was iets minder grappig, ik verliet de vochtige, warme, mugvriendelijke Pantanal als een soort wandelend muggenhotel met ongeveer 300-400 beten.

 

Onverbeterlijk Rio

Gelukkig kon ik bijkomen onder het genot van droge airconditioned lucht in een bus naar Rio, wel 23 uur lang. Daar werd ik bij aankomst, in een willekeurig hostel, direct hartelijk onthaald met flauwe grappen van het Canadese en Braziliaanse personeel. Flirten is hier, ik denk nog vóór voetbal, volkssport nummer één, en dat maakt het leven voor de blauwogige tourist wel een stuk makkelijker. Maar ook moeilijker - tenminste als je zoals ik liever alleen wil slapen - zodra het nachtleven begint en er voortreffelijke caipirinhas in het spel komen.

Brak zijn is daarom een van de hoofdactiviteiten van de carioca’s, de inwoners van Rio. Maar ze eten ook graag zoetigheden, drinken verse sappen of agua de coco direct uit de kokosnoot, shoppen en liggen op het strand: Ipanema en Copacabana zijn de meest populaire stranden. Al met al, Rio de Janeiro is werkelijk een schitterende stad. Ik ben natuurlijk snel naar Cristo Redentor, het Jezus standbeeld, gegaan en vandaaruit zie je zo ver het oog reikt de stadsbebouwing, groen, stranden, de zee, eilanden en veel bergen die ook helemaal begroeid zijn. Deze stad heeft werkelijk alles. Ik zou nog veel langer kunnen blijven maar mijn portemonnee zegt nee. Dus we wagen nog een surfje en morgen op naar São Paulo.

Bolivia: De andere wereld

Iedere stad en iedere nieuwe plaats die ik bezoek in Bolivia, doet me verbazen. Maar Santa Cruz spant de kroon.

Het is de grootste stad van het land, ligt ongeveer op de grens tussen het inmens grote Amazonegebied en het inmens grote Andesgebergte. Na zeker 1,5 maand in de Andes te hebben doorgebracht betekende dit voor mij één ding: tropische hitte! Santa Cruz is de stad van de palmbomen, korte broeken, slippers, airconditioning, koude douches en schepijs, veel schepijs. Braziliaanse invloeden zijn er ook volop: BBQ restaurants, flirtende mannen, dure auto’s en winkels vol met producten uit het buurland. Kortgezegd, ik waan me in een andere wereld.

 

Onafhankelijk

Deze wereld wil zich economisch en politiek onafhankelijk verklaren van het Bolivia van Evo Morales. Deze werd in andere streken toegejuicht via de graffiti op de muren, hier wordt hij doodgewenst of ´bedankt´ in niet zulke fijne bewoordingen. Hier zijn ze bang dat hij als een soort Chávez zal gaan huishouden (Morales is begonnen met het opstellen van een nieuwe grondwet)  en de rijkdom zal afpakken van deze regio, van deze mensen, die het land hebben gemaakt tot wat het nu is. En zoals ik al aangaf, hier ziet dat er niet al te beroerd uit.

 

Potosí en Sucre

Voor ik hier aankwam heb ik nog de nodige dromen beleefd. Eindeloze natuur-avonturen vlakbij Samaipata. Watervallen, varenbossen (varens zo hoog en zo groot als palmbomen), bergtoppen, koken op een houtvuurtje, muggenbeten incasseren, het kwam er allemaal in voor. Verder heb ik met mijn Franse reisgenoten door de zilvermijnen van Potosi gekropen (dynamiet-explosies included) en de boel verkend in en rondom in de rustige, koloniale stad Sucre.

Brazilië is de volgende stap, vanmiddag stap ik op de trein die me een stuk verder zal brengen in de andere wereld. Om een of andere reden wordt deze trein ook wel de dodentrein genoemd maar voor zover ik weet zijn er alleen doden gevallen doordat mensen een plaatsje op het dak verkozen boven een normale zitplaats. Na zoveel nachtelijke busreizen over onverharde wegen en taxiritten waarbij ik 2,5 uur lang een zitplaats moest delen met iemand anders, kijk ik erg uit naar het ritje in de dodentrein.

Ik zal Bolivia erg missen, er is nog zoveel meer te zien, ik voel me veilig en de mensen zijn enorm lief. Helaas heeft het noorden van het land te kampen met heftige overstromingen, zitten er tienduizenden mensen zonder huis. Ik had heel, heel graag wat langer gebleven, maar in de stempel in mijn paspoort hebben ze 30 dagen geschreven, en die zijn bijna om. Ook het Spaans spreken zal ik missen, ik heb al driftig geoefend op ”tudo bem?” en “você fala ingles?” maar echt ver zal ik het niet gaan schoppen in het portugees. In Brazilië zal de hitte mij, zoals iedereen, nog meer om de oren slaan. Maar goed, we hebben het hier wel over het beloofde land! Het Zuid-Amerikaanse ideaal, het exotisme, een levensstijl en een vibe die nergens anders ter wereld te vinden zou zijn.

Bolivia: Het land van 1000 dromen

Bolivia? Yes indeed. Waar zal ik beginnen?

Ik werd door een klein busje waarin een paar Canadezen en ik gedumpt in Copacabana, een klein zonnig maar koud plaatsje aan de rand van Lago Titicaca, het meer op de grens met Peru (saillant detail: beide landen claimen dat het deel “titi” aan hen toebehoort en “caca” aan de ander, dat laatste betekent namelijk heel letterlijk “poep”). Hier ontdekte ik hoe goedkoop Bolivia werkelijk is, het hotel kostte 1,20 $ per nacht, en hoe een niet-zo-vers-meer tomatensoepje je dagenlang aan het bed kan kluisteren, grrr. Ondertussen was Olivier de slaapzaal binnen gestapt, een Canadees waarmee ik op kerstavond in Peru nog aan de borrel had gezeten. Met hem én al zijn muziekinstrumenten, ben ik vervolgens verder gereisd, te beginnen bij Isla del Sol.

 

Inca-eiland

Dit eiland is de oorsprong van de Incageschiedenis, vanuit hier zou de allereerste Inca in opdracht van de Zonnegod, zijn begonnen het rijk te stichten. Het eiland was superkoud en de boottocht lang, maar we werden goed beloond. Een prachtig eiland, uitzichten op besneeuwde bergtoppen verder landinwaarts, vriendschap met een Belgisch stel, zonsondergangen, sterrenhemels, Incaruines, VEEL wind, de INTENS brandende zon, heerlijk eten, en vriendelijke mensen die hun hand niet omdraaien voor een verhuizing waarbij ze matrassen, kasten en tafels op hun rug de berg op dragen. De tweede nacht op het eiland was min of meer een verplichting want we hadden de laatste boot gemist. Het resultaat was een overnachting in het allergoedkoopste pension ooit, op een keihard matras van stro, de wc bevond zich naast het varkenshok, de muren hingen vol posters van Evo Morales (hij is genadeloos populair hier, wellicht de nieuwe Che, iemand een Evo t-shirt?), en de eigenaar en zijn familie waren supervriendelijk. Of we hun keuken niet wilden gebruiken om een matecito te bereiden, het is immers koud?

Even terzijde, overal waar ik kom stikt het werkelijk van de Argentijnen. Ze hebben nu vakantie en overspoelen het continent, al mate-drinkend uit thermoskannen die ze overal mee naartoe slepen. Maar het leuke is dat ze over het algemeen jong en vriendelijk zijn, net als de meeste mensen die ik tegenkom, en altijd bieden ze mate aan of wat ze op dat moment ook consumeren.

 

La Paz

De reis ging vervolgens naar La Paz, een naar onze standaarden niet erg moderne stad met hier en daar een paar contrasten zoals vrouwen in volledig traditionele kleding die mobiele telefoons verkopen. Traditionele kleding: denk aan een rok gemaakt van zo´n 8 meter stof zodat haar kont enorm lijkt, een gekleurde doek die ze als rugzak gebruikt voor spullen of een baby en lange vlechten in het haar en een bolhoedje dat op het topje van haar hoofd balanceert. Een van de leukste bezienswaardigheden is de heksenmarkt, waar men allerlei soorten offermateriaal kan kopen om pachamama gunstig te stemmen. Pachamama is een soort oppernatuurgod, vrij vertaald “moeder aarde”, waarin alle Bolivianen geloven. Ze geloven dat zij het meest gelukkig wordt van offers zoals bier, wijn, suikergoed en zo af en toe een dode kikker of lamafoetus. Ook voegt men namaakgeld en miniatuurautootjes en -huisjes toe om aan te geven dat dat is waarnaar men streeft. Dit alles is te koop op de heksenmarkt, samen met allerlei geluk- en liefde brengende zepen, oliën, pommades, stenen, zaden en cocablaadjes.

De cocablaadjes worden volop gebruikt hier in Bolivia, en ook in Peru en Ecuador maar minder frequent. Ze stoppen de blaadjes samen met een kalkbevattende substantie in hun wang en roteren deze bal in hun mond zonder te kauwen. Op deze manier kun je de sappen eruit zuigen zonder dat het geheel al te bitter wordt. Uiteindelijk schijn je dan een iets van aangenaam gevoel te krijgen (plus een verlamde wang) en het helpt tegen vermoeidheid en eetlust. Ik vind het niet echt smakelijk, drink af en toe een mate de coca en dan heb ik het wel weer gezien. In La Paz heb ik nog meer geleerd over coca en de historie ervan in het Coca museum, erg leerzaam want gek genoeg wist ik bijvoorbeeld niet dat voor Coca cola nog steeds cocablaadjes worden gebruikt. Cocaïne is een ander verhaal. Zowel voor de illegale productie daarvan als voor Coca cola zijn de Boliviaanse cocaplantages noodzakelijk, maar doordat de eindproducten elders worden vervaardigd kan Bolivia er nauwelijks iets aan verdienen.

 

Carnaval

Vanuit La Paz vertrokken we met een bus van ware topkwaliteit (niet dus, ze gebruiken enkel afdankertjes uit Brazilie) over een weg van topkwaliteit (hobbel met hoofdletter H)  naar het stadje Oruro voor het carnaval. Heel Bolivia praatte er al maanden over en wij zouden erbij gaan zijn! Maar, in werkelijkheid hadden we geen idee wat te verwachten behalve parades met dansers in kostuums. De tour die we hadden geboekt, allereerst, bleek van een speciale klasse te zijn: onderweg kregen we steeds halve bekertjes rum-cola aangeboden van de ‘reisleiding’, die al snel nog dronkener was dan wij. Om 2 uur ‘s nachts kwamen we eindelijk aan bij de “accomodatie”: een huis van een familie die al hun meubels aan de kant hadden geschoven zodat wij met z’n 40-en op de grond konden slapen. Helaas was de leiding ons vergeten te vertellen dat slaapmatjes en -zakken nodig waren…

 

Het carnaval zelf is samen te vatten als volgt: een parade van meer dan 36 uur achter elkaar, waar mensen naar kijken vanaf tribunes onderwijl elkaar natgooiend met waterballonen en gebruikmakend van spuitbussen met zeepschuim. Het dragen van een poncho is daarom wel aan te raden, en die kregen we gelukkig ook van onze geweldige reisleiding. De parade telde meer dan 100 groepen waarvan de kostuums werkelijk vanalles uitbeeldden: duivels, beren, goden, sexy vrouwen, amazone-types, altiplano-types, cowboys, charlie chaplins. Maar zoals vrijwel ieder carnaval ontaardde het geheel in straten vol met pis, blubber en dronken types die je gezien de aggresieve blik in de ogen liever niet wil meemaken. Zodoende begonnen wij een zoektocht naar een geschikte bar om ons te ontdoen van bevroren handen en iets beters te drinken dan rum-cola en lauw bier. Die vonden we: een bar van al het carnavalgebeurd gescheiden was door een enorme stadsmuur. Met een cocktails en een zeer slechte rockband op het podium.

Helaas bleek de volgende dag dat het carnaval allerminst over was en dus moesten we opnieuw met ponchos en al door de nattigheid om aan een buskaartje te kunnen komen.

 

Uyuni en andere indrukwekkers

Dankzij al het vorige sliep ik wonderwel in de nachtbus (wederom hobbels als nooit te voren en een lekke band) naar Uyuni. Daar stapten we dezelfde ochtend nog in een jeep voor een driedaagse tour. Een tour die geen enkele toerist in Zuid-Amerika overslaat. En dat is hem of haar geraden ook, want het moeten haast wel de meest bijzondere en adembenemende landschappen op deze aardbol zijn.

 

We belandden in een jeep met een mix van 2 fransozen, 2 francaises, een argentijn, de canadees, ik en onze chauffeur/kok/gids Placido. Plus nog eens het muzikale gezelschap van Bob Marley, Guns ‘n roses en een kofferbak vol artiesten uit de jaren ’80. De eerste dag reden we uren door het water om te belanden in de zoutvlakte waar iedereen het altijd over heeft: Salar de Uyuni. Het is een zoutbodem met een flinke laag water waarin je de perfecte weerspiegeling ziet van de wolken, de bergen in de verte, en jezelf. Later in de tour volgden nog een treinkerkhof, een meer met flamingo’s, een groen meer dat wederom perfect de omringende bergen weerspiegelt, een Dali-woestijn, rotsen in de vorm van bijvoorbeeld een boom, steppes, stomende geysers, borrelende sulfaatbronnen, een rood meer met ook flamingo’s, vulkanen en een heerlijk warme natuurlijke bron om in te zwemmen.

 

Perfecte stilte wisselde zich af met gezellige lunchbijeenkomsten waar we andere tourgroepjes troffen. Massatoerisme is in het geheel zo gek nog niet, dacht ik regelmatig. Ook nu werden we niet weerhouden van deelname aan lokale tradities; de tweede tourdag bleek weer een soort feestdag te zijn, met volop offeringen aan pachamama in de vroege morgen. Direct na het ontbijt werden de autos versierd met slingers en confetti, iedereen kreeg van de vrouw des huizes persoonlijk wat confetti op het hoofd, er werd een vuurpijltje afgestoken, en al het geofferde bier en wijn moest op. Vooral onze Placido nam deze taak erg serieus, wat mij lichtelijk zorgen baarde met betrekking tot zijn plaats achter het stuur de komende dag…

Voorlopig blijf ik nog even in Bolivia om zoveel mogelijk dromen waar te maken!

(En weer eens wat foto’s te uploaden…)