Argentinië: ¿Hasta luego?

Het is niet moeilijk om hier in Buenos Aires de hele dag rond te lopen met een glimlach op mijn gezicht. (De hele dag wil overigens zeggen, gedurende de tijd dat ik wakker ben.) Ik moet lachen om mijn nieuwe vrienden in het hostel die elke avond mee uitgaan en de volgende ochtend met pijn en moeite om 8 uur opstaan voor vijf uur lang Spaanse les. Ik moet lachen om het Engelse stel dat ons meesleepte naar de beste restaurants van de stad, en waarmee ik voor een keer non-vegetarisch heb gegeten: je kunt immers Argentinië niet verlaten zonder een decent steak-experience. Ik moet lachen om Alex die me meesleepte naar de Filosofiefaculteit waar we onvoorbereid een college volgden, zittend op de grond, maté drinkend en chocola etend. Ik moet lachen om de pretentieuze nachtclubs met jaren ´80 en ´90 muziek, de hopeloos slechte versierpogingen van de Argentino’s, travestietenshows, ontbijtjes in het vroege ochtendlicht. Ik moet lachen om mijn laatste date, die trots als een pauw rondrijdt in wat hij noemt een vintage-auto: een superkleine rode Fiat uit 1968.

 

Buena onda

En mocht me het lachen af en toe even vergaan, dan zijn er altijd vele deciliters goede wijn, tangoshows op straat, winkels vol met de gaafste (tweedehands)kleding, geweldige musea, het mooie Recoleta-kerkhof, de beroemde wijk La Boca, het hippe Palermo en overal una buena onda: een goede vibe.

De vibe is zo goed, de stad zo mooi en de mensen zo vriendelijk dat ik erover denk hier heel snel terug te komen, voor een stukje studie aan de Universidad de Buenos Aires: politicas de migraciones internacionales. Komende maandag stap ik op het vliegtuig naar Nederland, daar ga ik er eens rustig over nadenken…

Deze afsluiting is niet in de laatste plaats tekenend voor mijn verblijf hier: dit continent heeft een grote indruk bij me achtergelaten, groter dan ik had verwacht. Ik voel op dit moment al dat voorgoed afscheid nemen niet gaat lukken, hoe en waarom precies, dat heb ik nog niet op een rijtje. Zoals alle aspecten van het Latijns-Amerikaanse leven is het een kwestie van gevoel, vermengd met spontaniteit en waardering voor al het mooie in het leven.

Paraguay: Welcome on board

Laat in de middag stapte ik de loopplank van de Guaraní op met in mijn tas wat kleren, een hangmat en eten voor een dag.

Ik passeerde de ronkende en stinkende motor op het onderdek, toen het personeel dat me van alle kanten aan leek te staren, ging de trap op naar het bovendek, en… zuchtte van verlichting. Er woei een koel briesje, er waren houten banken waarop ik een aardig Frans stel aantrof en er was een Canadees bezig zijn hangmat op te hangen. Wij vieren zouden de enige gasten zijn op deze vrachtboot tijdens de trip naar Concepcion.

De coördinator van de boot, denk ik (het was ons in het geheel niet duidelijk wie er nou de kapitein was, wie de stuurman en wie ‘in charge’ ), zei ons dat we op het dak het beste uitzicht hadden. En dus klommen we daarop om een van de beste zonsondergangen van mijn leven te zien. De rest van de trip bestond vooral uit hangmat-hangen, lezen, zonsop- en ondergangen zien en af en toe een hapje eten in de keuken. Gelukkig werd er voor het personeel en voor ons, indien gewenst, eten geserveerd. De tocht over de Río Paraná duurde namelijk 48 uur in plaats van 24 uur zoals mij was verteld.

De Canadees had informatie verkregen waarin stond dat de tocht drie dagen zou duren, en de Lonely Planet zegt 30 uur. Ach. Na twee nachtjes slecht slapen vanwege de stinkende en ronkende motor, de wiebelende hangmat en de muggen vond ik het stiekem wel fijn weer aan land te gaan.

De hoofdstraat in het stadje Concepción leek op zondag wel een motorcircuit. Werkelijk iedere motor of scooterbezitter, en dat zijn er nogal wat, reed heen en weer, voornamelijk om te zien en gezien te worden. We zagen jongeren al kletsend naast elkaar rijden op scooters, voorzien van mobiele telefoons en grote zonnebrillen, maar ook gezinnetjes met z’n driëen op een voertuig, wederom voorzien van mobiele telefoons en grote zonnebrillen. Verder waren en hummers en andere enorme wagens. Bij zeker de helft zag ik geen nummerplaat.

De volgende dag, maandag, leken we ons in een heel andere stad te bevinden. De stad was de rust zelve en de hoofdstraat werd voornamelijk bereden door paard-en-wagens, fietsen en voetgangers. De paardenkarren transporteerden de vracht die van en naar de Guaraní werd gebracht. Het laden en lossen in de vroege ochtendhitte was voor iemand uit een moderne samenleving zoals ik, een geweldig tafereel. Jongens rolden loodzware tonnen over de supersmalle loopplank, anderen sjouwden met kisten vol tomaten, pakken wc-papier, matrassen… Je kunt het zo gek niet bedenken of het belandde op het dek van de boot waar men alles zo goed en kwaad als het ging vastbond. De eveneens verhitte paarden dronken uit de rivier en kregen tegelijkertijd een wasbeurt.

Diezelfde dag nog liep ik voor de laatste keer in mijn leven over de ongeasfalteerde terracottakleurige straten van dit eigenaardige stadje, richting busstation. De reis zou doorgaan naar Argentinië waar so-called Buenos ‘fucking’ Aires wachtte.

Stukjes Brazilië, Argentinië en Paraguay

Mijn verhaal vervolgt in Sao Paulo, de grote hippe stad dichtbij de kust ten zuiden van Rio. Hier ontmoette ik als eerste de Besluiteloze Ex, die me meenam naar een feestje met zo´n 200 man, georganiseerd door vrienden. Wat ik daar zag kwam me in het geheel niet bekend voor: superhip gekleden mensen driftig stampend en swingend op alles wat je kunt vinden op de grenzen tussen samba, rock, forro, polka en dance. De toon was gezet, de Brazilianen weten echt wat feesten is en het maakt ze niet uit dat het pas 23.00 uur ´s avonds is en dat er niets anders te drinken is dan bier. Ook leerde ik Sao Paulo kennen als de stad van de Grote Gebouwen, die zijn werkelijk overal waar je maar kijkt: er zijn talloze beroemde architecten verantwoordelijk voor. Maar goed, aan grote gebouwen heb je niet zoveel, en evenmin aan Besluiteloze Exen dus ik verkaste naar het Hostel der Hostels, in de hippe wijk Vila Madalena. Daar hoorde ik mezelf elke dag zeggen: “Tomorrow I´ll be leaving, I think.” En natuurlijk ging ik dan niet. Het leven was te goed, elke dag stonden wij hostelgasten wel ergens op de gastenlijst, elke dag weer waren er verse caipirinhas en het zou zonde zijn om de leuke, sympathieke, gastvrije Brazilianen zo snel te verlaten. De hosteleigenaar bijvoorbeeld, stuurde zijn vrienden langs om ons mee te nemen naar het 2 uur verderopgelegen strand (een paradijsje!). Een andere keer nam hij ons mee naar een introductiefeest op de universiteit waar hij had gestudeerd: het bleek nogal incrowd te zijn en de ingredienten voor het feest waren voornamelijk bier, verf, water en modder. Na een week volledige brakheid kon ik in ieder geval samba dansen, had ik Marco Carola weer eens live mogen aanschouwen, wist ik weer hoe ik make-up moest aanbrengen en…was het toch echt tijd om te gaan.

De volgende stop was Puerto Iguazu, net over de grens in Argentinië. De prachtige watervallen die inmense hoeveelheden water met een ongelofelijke kracht naar beneden laten storten waren zeker om over naar huis te schrijven. Een leuke plus waren ook de mooie vlinders, vogels, levensgrote leguanen en coaties die overal in de bush te vinden waren. De dag erna deden mijn kersverse reisgenoot en ik het grote grensovergangspel. We reden terug naar Brazilië en vervolgens naar Paraguay. Concreet betekende dit 2 uur terug in de tijd, een paar nieuwe stempels in het paspoort en veel geharrewar met pesos, reais en guaranies. Dat laatste is een behoorlijk achterlijke munteenheid, met biljetten van 1000 tot 100.000 guarani. Andere aspecten van de Paraguayaanse cultuur zijn ook even wennen na al die luxe van de afgelopen weken: zo ben ik mijn camera alvast kwijt, lijken buschauffeurs niet te willen zeggen wanneer je moet uitstappen en is het centrum van Asuncion na 19.00 uur ´s avonds niet bepaald veilig te noemen omdat het voor een groot deel uitgestorven is. Ondanks dat heb ik hier superlieve locals ontmoet. Ik werd uitgenodigd het populaire (maar o zo bittere) drankje tereré oftewel ijs-yerba-mate te drinken, kreeg een rozenkrans om het ongeluk van de gestolen camera te compenseren, en ik werd “thuis” uitgenodigd waar ik een zieke moeder aantrof, een plantentuin en heerlijk eten. Vanmiddag ga in aan boord van een redelijk oud vrachtschip genaamd Guaraní (de Guaraní is trouwens de grootste inheemse cultuur van Paraguay), dat mij naar Concepción zal brengen, hopelijk veilig en wel. In elk geval zal het interessante uitzichten – en wie weet inzichten – opleveren, de Rio Paraguay cruisen al liggend in mijn hangmatje te midden van tereré slurpende mensen en de enorme hoeveelheden vracht (bier, groenten, etc) die ik vanmiddag ingeladen zag worden.