Piece # 8 – Studeren

Tijd voor een studie-update. Want ja, naast mijn dagelijkse bezigheden zoals koken, schoonmaken, kasten groen verven, de plantjes water geven, documenten aanvragen, uitgaan, uitgaan, uitgaan en werk zoeken, is de studie er ook nog. En het is waar, “ons” thema is zeker niet onbelangrijk, want zoals ik inmiddels heb vernomen zijn er op de hele wereld tenminste 175 miljoen migranten en volgens de statistieken (waarvan ik er al meer voor mijn kop heb gekregen dan in de afgelopen 24 jaar) is dit aantal sterk stijgende. In de eerste plaats omdat het wereldwijde migratiepatroon ‘van zuid naar noord’ zal blijven aanhouden zolang de verschillen tussen ontwikkelingslanden en het Westen niet kleiner worden. Prognoses wijzen echter het tegendeel uit. In de tweede plaats maakt de globalisering en de assimilatie van internationale communicatie, geldstromen en transport het er voor potentiële migranten steeds gemakkelijker op hun heil in een ander land te zoeken. In de derde plaats is het zo dat in ontwikkelingslanden registratie van de bevolking niet hun sterkste kant is. Met name de illegale immigranten weten ze niet in kaart te brengen, en vandaar dat de officiële cijfers van bijvoorbeeld de Verenigde Naties, als een soort ondergrens gelden en de echte aantallen veel hoger liggen. De VN noteert wereldwijd zo’n 32,9 miljoen ‘people of concern’ waaronder vluchtelingen, asielzoekers (mensen in afwachting van hun vluchtelingenstatus), slachtoffers van trafficking/smokkel, en mensen die ‘verplaatst’ zijn vanwege natuurrampen of ‘ontwikkelingsprojecten’ zoals stuwdammen en de Olympische Spelen.

Ik heb zojuist mijn eerste individuele schrijfopdracht ingeleverd bij de docent. Het betreft een workshop ‘interculturele communicatie’ waarbij we het hebben gehad over wat er zoal aan het licht komt wanneer mensen afkomstig uit verschillende landen met elkaar communiceren. Stereotypen, vooroordelen, culturele normen en discriminatie zijn de meest belangrijke thema’s. Het stuk wat ik geschreven heb gaat over dat de universiteit voor hetzelfde studieprogramma aan buitenlanders een hoger bedrag (bijna twee keer zoveel) in rekening brengt dan aan de argentijnen. Institutionele discriminatie wordt het genoemd, en het lelijke daarvan is niet zozeer dat studenten zoals ik, ondanks dat ze de toelage betaald hebben, zich gediscrimineerd voelen, maar dat het land ondertussen bezig is vol te stromen met bolivianen, peruanen en paraguayanen die met geen mogelijkheid de normale toelage kunnen betalen, laat staan die voor buitenlanders.

Tenslotte wil ik vermelden dat ik misschien nog wel meer dan over migratie, intussen heel veel heb opgestoken over het educatiesysteem (voor 99% bagger) hier in Argentinië en natuurlijk de spaanse taal (100% vorderingen). Die puntjes zal ik binnenkort wat uitvoeriger behandelen, waarschijnlijk komende week nadat ik mijn eerste setje tentamens achter de rug heb. Wish me luck!

Piece # 7 – Vingerafdrukken

De weg naar het Argentijnse identiteitsbewijs is vrij lang, merk ik langzamerhand en dus heb ik me erbij neergelegd dat ik hier voorlopig nog een anonieme buitenlander zal zijn. Ik heb een groeiende stapel documenten liggen die ik gauw hoop om te ruilen voor het door immigranten zeer gewilde pasje, maar vooralsnog liggen ze in ruste hun vervaldatum te naderen. Het wachten is op de twee minst belangrijke, maar toch noodzakelijke documenten: mijn originele diploma (omdat een gelegaliseerde kopie niet voldoende bleek) die nu onderweg is uit Nederland, en een Argentijnse verklaring van goed gedrag (omdat alleen een Nederlandse niet voldoende is).

Het moment was gekomen om het Argentijnse certificaat van goed gedrag te gaan aanvragen bij het ministerie van Justitie. Ik ging met tegenzin want ik word meestal óf zenuwachtig óf kwaad van bureaucratische procedures, die naar mijn idee ontworpen zijn om je te leren wat machteloosheid is, wat tijdverspilling is, en wat geduld oefenen is. (De tegenzin had ook wel iets te maken met het vieren van de onafhankelijkheid van Mexico de avond ervoor, dankzij mijn Mexicaanse studiegenote, wat gepaard ging met overheerlijke taco’s, chocolade-chilisaus, margarita’s en tequila.)

De vergelijking met de ministeries in Den Haag valt haast niet te maken, merkte ik toen ik aankwam. Ik stond na binnenkomst direct in een smoezelige, krappe hal die volledig was gevuld met elkaar doorkruisende rijen mensen met formulieren in de hand. Overal hingen geprinte A-viertjes waarop stond dat je je moet presenteren met je paspoort bij de hand. Ik deed wat er van me gevraagd werd en wachtte. Ik las de krant. Bestudeerde de mensen in de rijen. De meerderheid van de wachtende mensen leken op Bolivianen of op Aziaten. En dat zullen het ook geweest zijn want mijn studiemateriaal leert ons dat er op het moment veel immigratie is vanuit Bolivia, Korea en China. Die laatste groepen bezitten vooral kleine ondernemingen, zo wemelt het bijvoorbeeld van de merkloze supermarkten die allen in handen zijn van Koreanen. Bolivianen bezitten alle groente- en fruitzaakjes door de hele stad, maar velen van hun hebben het minder getroffen (ze komen uit het armste land van Zuid-Amerika dat zijn politiek niet op orde heeft en worden hier gediscrimineerd vanwege hun inheemse cultuur, uiterlijk, taal en gebrek aan scholing) en werken onder slavernij-omstandigheden in naaiateliers. Een aardige beveiligingsman beantwoordde vriendelijk en al grappen makend alle vragen over in welke rij men hoorde te gaan staan en riep steeds de nummers om die bijna aan de beurt waren. Ondanks het gebrek aan fatsoenlijke wachtruimte leek dit systeem prima te werken. Na vijf kwartier stond ik naast het bureau van een meisje van mijn leeftijd, en ze begon met het intypen van mijn gegevens. Daarna drukte ze één voor één al mijn vingers op een kleine sensor; mijn vingerafdrukken verschenen op het scherm. Een halve minuut later rolde een bevestiging uit de printer en kon ik gaan. Nog steeds zonder ID, maar toch een heel stuk minder anoniem.

Piece # 5 – Over de verhuizing en de dode schildpad

Vanaf nu kunnen we ons meten met de inwoners van de cuidad autonoma de Buenos Aires, want we hebben zojuist het eerder beschreven appartement betrokken. Het was een snelle, adequate verhuizing dankzij vrienden die kwamen helpen, en de vader van Ariel die maar niet begreep hoe ik als vegetariër dozen kon dragen zonder te bezwijken. Eenmaal bezig ons te installeren kom ik er gaandeweg achter dat de keuken toch niet zo nieuw was als ie er op het eerste gezicht uitzag, en dat het reeds aanwezige wandmeubel intussen een afschuwelijke kleur zachtroze is geschilderd; kortom de woning is iets minder paradijselijk als voorgesteld, maar dat mag de pret absoluut niet drukken. Bij gebrek aan werkende fotocamera zal ik een beschrijving geven. We zijn op dit moment bezig met uitpakken en inrichten, en het lijkt erop dat minstens één van de kasten een ‘cabinet de porquerias’ zal worden. Een porqueria is een nutteloos en dikwijls ook maf object, en daar heeft Ariel er behoorlijk wat van… Ik noem een ‘mood hand’, een valse gitaar, een grote tak met kerstlampjes erin, verkeerspillonen die dienst zouden kunnen doen als lamp of tafelpoot, een schildersezel die nét niet in elkaar stort. Noodzakelijkerwijs ben ik vandaag op stap geweest om schoonmaakspullen te kopen en andere zaken die de keuken moeten completeren, maar in plaats van gave spullen in de wacht te slepen heb ik me vooral verbaasd over de mutserigheid van de koopwaar. Je loopt een Blokker-achtige winkel binnen en waant je direct in de jaren ’80. Denk kitscherige koelkastmagneetjes, keukenschorts waar mijn oma nog niet dood in gevonden zou willen worden, dubbele douchegordijnen met ruches, zeephouders in de vorm van een schelp. Ter afwisseling is er ook een Jumbo in de buurt, een enorme supermarkt die juist heel erg modern wil zijn en daarom wel de ‘hippe’ interieurdecoraties verkoopt zoals je ze bij de Blokker vindt, maar dan gepresenteerd als zeer exclusieve – en dus dure – kunstobjecten. Later zal ik nog eens dieper ingaan op het wel en wee omtrent supermarkten en shoppingmalls (ik heb al eens gezocht naar kogels bij de Wallmart, haha).    

 

En dan nu de dode schildpad. Gisteren, tijdens een verkenningsronde door de buurt zagen we op straat, vlak voor onze neus, ineens een mevrouw voorovergebogen staan, mompelend. “Volgens mij is ie al dood hè?”, zei ze toen we dichterbij kwamen. Onder het boompje waar we naast stonden lag, naast een zak afval, een levenloze schildpad! “Dit kan toch niet waar zijn”, dacht ik bij mezelf, hopende dat de schildpad inderdaad al dood zou zijn. En dat was ie ook. Zijn oogjes waren dicht en er zat geen beweging in. Alledrie stonden we te staren en te stamelen (Qué hijo de puta…!), en ons af te vragen welke imbeciel zijn overleden schildpad op straat bij het afval legt, zomaar in de open lucht. Er kwamen nog meer mensen langs die het zagen, allemaal even geschokt. Vandaag liep ik er weer langs – de plek is schuin tegenover ons huis – en ik kon het niet laten te kijken of de schildpad er nog lag. Gelukkig niet, maar het zal nog wel even duren voordat ik het boompje kan passeren zonder het misplaatste beestje voor me te zien.