Piece # 16 – De facu

Studeren in Amerika (je kunt hier absoluut niét de VS aanduiden met Amerika, Amerika is Noord én Zuid), zo heb ik gemerkt, kan op twee manieren. De eerste is bij een private instelling, waar je naar men zegt goed onderwijs krijgt maar ook redelijk in de buidel moet tasten. Een openbaar instituut is tot aan de masterfase doorgaans gratis maar de voorzieningen en kwaliteit van het onderwijs houden te wensen over. De Universidad de Buenos Aires (UBA) waar ik studeer behoort, zoals je misschien al had geraden, tot deze categorie. Haar internationale reputatie op onderwijsgebied is nog steeds sterk, maar brokkelt af. Wanneer je bijvoorbeeld de Psychologiefaculteit binnenloopt snap je meteen waarom.

Nog voor je de drempel over bent heb je al 3 flyers in de hand van studentenpartijen die zo verkiezingsstemmen proberen te winnen. De centrale hal blijkt, zodra je binnen bent, geen politieke arena meer maar een anarchistisch hol, van onder tot boven bedekt met spandoeken die je vertellen wat er allemaal mis is met de UBA, en wat er NU, NU, NU!!!! moet veranderen. Altijd zijn er wel studenten bezig nóg meer spandoeken te beschilderen. Er is nog net ruimte voor een stuk of 10 tafels met plastic tuinstoelen, waar je met je ‘kameraden’ machtsgrepen kunt plannen of op je gemak de theoriën van Jung nog eens kunt doornemen vlak voor het examen. Verder onderscheiden we een door studenten gerunde koffiehoek met de grootste croissanten van het universum en andere heerlijkheden, veel kopieërwinkeltjes en een boekwinkeltje. Via een smal halletje kom je bij een klein liftje met altijd een bewaker ernaast. Het liftje brengt je naar de tweede verdieping waar een oase van rust en tl-licht wacht, er hangt zelfs iets van foto-art aan de muren. Wij masterstudenten zijn een soort elite-clubje binnen de faculteit; in tegenstelling tot de bachelorstudenten beneden worden onze lessen niet verstoord door studentencommissies die hun politieke boodschappen presenteren, gebrek aan airco, gebrek aan technische hulpmiddelen zoals beamers, ernstige overbezetting van de lokalen zodat men op de grond moet zitten, etcetera (laat de anarchisten beneden het niet horen!). Ondanks dat dit bij ons wel geregeld is, komt het geheel toch een beetje armoedig over. Dat komt voornamelijk door de docenten.

Hoewel er een paar hele aardige bij zitten, en ook een paar die hun sporen reeds verdiend hebben in Latijns-Amerika door boeken te schrijven en directeur te zijn van allerlei nationale afdelingen en instituten die met migratie te maken hebben, zien we dit niet weerspiegeld in leuke, spannende of interessante colleges. Lesgeven staat gelijk aan met behulp van een powerpoint de literatuur samenvatten die wij voor het betreffende college gelezen moesten hebben. En ja, waarom iets lezen als je de samenvatting daarna in woord en beeld (o nee, geen beeld) uitgereikt krijgt? Zo af en toe is het tijd voor wat meer dynamiek en moeten we in groepjes van vier een een tekst bediscussiëren en vervolgens de bevindingen met de klas delen. Docenten zien er het probleem er niet van in dat ergens halverwege hun carriére de moderne ontwikkelingen hun manier van lesgeven hebben ingehaald. Om er even wat hedendaagse termen tegenaan te gooien: de communicatie is overwegend one-to-many en vooralsnog wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van de onderlinge verschillen onder de studenten (verschillende nationaliteiten, met titels variërend van psychologie tot sociologie tot internationale studies) wat de groepsdynamiek zou intensiveren en bovendien interessante peer-to-peer interactie zou kunnen opleveren. Deze uit de marketingwereld afkomstige termen zijn ook in Zuid-Amerika echt niet nieuw meer, maar zowel het onderwijs als de docenten zijn hier minder flexibel en innovatiegericht, om het zo maar te zeggen.

De innovatie zal van de studenten zelf moeten komen, en dat vordert wel: zowel de studenten in het tweede jaar als onze groep eerstejaars hebben een eigen online platformpje opgericht voor het delen van literatuur, publicaties, migratienieuws, meningen en tips, die we mogelijk gaan samenvoegen tot een groot power-migratie-netwerk.

Ook heb ik persoonlijk vorderingen geboekt wanneer we het hebben over innovatie: ik heb voorlopig een baan als projectmanager bij AtoBiz, waar ik leiding ga geven aan jonge programmeurs en designers die websites maken voor Nederlandse bedrijven en instituten. Hiephiep!

facuprotest

facu2

Piece # 15 – Chau oma!

Heaven

Vandaag heb ik te horen gekregen dat mijn enige echte Kudelstaartse oma er niet meer is. Na een flinke hersenbloeding was ze plotseling in een kasplantje veranderd. Deze definitieve strijd met het leven was gelukkig snel gestreden. Zonder pijn en met veel liefde en zorg van buitenaf.

Ik zal haar vanaf de andere kant van de Grote Oceaan moeten herdenken. Ze is die oceaan zelf ook eens overgevlogen, eerder dit jaar hebben we het nog gehad over Rio en het strand van Copacabana.

Mijn hippe oma, die nog door Kudelstaart fietste tot haar negentigste.
Mijn hippe oma, die  alles van iedereen wist, ongeacht of je daar nou altijd blij mee moest “wezen”. Stilzitten of ziek zijn was niet aan haar besteed, haar grootste angst was te komen leven als kasplantje. Ze kan het weten, in de kwekerij aan de Herenweg heeft ze natuurlijk meer dan genoeg kasplantjes gezien.

Ik denk dat al haar wensen vervuld zijn, ik denk dat ze klaar is voor een nieuwe reis. Hier of daar kom ik haar vast nog wel eens tegen.


Piece # 14 – Van onder de zweetdruppeltjes

Zoals het niet altijd meeviel te wennen aan de kou bij mijn aankomst, zo valt het nu niet mee te wennen aan de p lotselingen warmte. In Nederland zou het een hittegolf genoemd worden. De 30 graden Celcius met een luchtvochtigheid van heb ik jou daar brengen weer heel nieuwe bijkomstigheden met zich  mee. Je wandeltempo op straat met 80% verlagen bijvoorbeeld zodat je niet komt te zweten als een otter. Nu snap ik waarom de latino’s me met regelmaat vroegen: “waarom loop je toch zo hard?” Pas inhouden dus, daarbij strategisch plannen zodat je steeds aan de schaduwkant blijft en, oppassen voor lekkende airco’s.

Ook het studeren wordt er niet makkelijker op: de avenida rondom de faculteit blijkt bij de minste of geringste temperatuurstijging zonder stroom te komen zitten. Dat betekent geen studiemateriaal bij het kopiëerwinkeltje, geen koffie, geen licht en helaas ook geen airco.

Het warmtefenomeen kent gelukkig ook nog wel enkele voordelen. 1) Het overvalt ook de Argentijnen, iedereen klaagt en dat schept een band. 2) Nu snap ik ineens waarvoor al die ijssalons dienen, en gelukkig is het ijs ook nog eens om je vingers bij op te eten. 3) ‘s Avonds om 1.00 nog in je zomerhemdje buiten zitten is ook geen straf. 4) Het klimaat is variabel dus er zullen zeker nog koelere dagen volgen. En voor de zomer hebben we, mijn ouders en ik, altijd nog Ushuaia, de meest zuidelijke stad ter wereld!

Piece # 13 – Waar gaan de belastingpesos naartoe?

In ieder geval naar Mevrouw Kirchner, de President. Eerlijk gezegd is ze een voor mij nogal een komische verschijning: het zijn vooral haar (gebotoxde?) en ruim met lipgloss bewerkte lippen die de aandacht trekken. Ze doet denken aan een soort verjaarde Barbie, maar brunette, een verjaarde Skipper dus eigenlijk. En het is niet zo dat ze haar best niet doet: ze is met Evo gaan praten toen hij weer eens fikse problemen had met de rijke Boliviaanse elite die hem de macht niet gunt. Ze ging ook naar Lula in Brazilië om even wat handelsovereenkomsten te sluiten. Ze ging zelfs naar New York (of ze misschien ook steun ging betuigen aan Obama, dat herinner ik me even niet meer). Maar gaat ze ook nog iets verrichten acá, hierzo? De Argentijnen wachten af, hopen op veranderingen, zoals ze altijd gedaan hebben en zoals ze crisis na crisis overleeft hebben (de peso devalueerde volledig in 2001, en veel mensen betalen nog steeds schulden af die ze toen gemaakt hebben).

Elk jaar betalen ze bovendien meer belastingcenten, maar wat zien ze ervan terug in hun maatschappij? In elk geval geen tot zeer weinig:

  • sociale woningbouw (Buenos Aires heeft maar woonruimte voor de helft van zijn werkelijke inwoneraantal. Waar bevindt zich de rest? In sloppenwijken en shabby immigrantenhotels)

  • werkloosheidsuitkeringen

  • ziekteverlof

  • kinderbijslag

  • vergoeding van psychotherapeutische of psychologische hulp

  • voorzieningen of uitkeringen voor gehandicapten of ouderen

  • culturele educatie op scholen (zodat de kids begrijpen dat mensen met een ander kleurtje of andere moedertaal óók mensen zijn)

  • meer en beter openbaar vervoer

  • studiebeurzen of leningen aan studenten

  • fatsoenlijke lonen aan de docenten die werken op publieke scholen en universiteiten: ze staken nu al een week (lonen worden bovendien vaak niet uitbetaald, voor velen is het lesgeven verworden tot een soort nobele daad, een vrijwilligersbaan)

  • openbare universiteiten met de benodigde voorzieningen zoals klaslokalen met zitplaatsen voor iedereen, computers, gebouwen die niet op instorten staan, een aula of eetzaal

Al deze faciliteiten en diensten bestaan hier overigens wel, maar zijn in handen van private instellingen, waardoor er een aardig prijskaartje aanhangt. Laten we hopen dat Max en Alex mevrouw Kirchner eens op de thee uitnodigen want echt, dat idee van de Nederlandse zorgstaat is heel zo gek nog niet.

(Karikatuur van Hermenegildo Sabat, gepubliceerd in het dagblad Clarín)