Piece # 21 – Midzomer II

Deze post is een variant op de vorige, zij het meer poëtisch (maar evengoed een beetje stereotyp, want daar kies ik nou eenmaal graag voor).

De komende drie weken zal het rustig blijven op deze blog, we gaan Patagonië verkennen! Verhalen en foto’s volgen… Voor gezellige foto’s van mij en mijn Argentijnse vrienden en (nieuwe) familie: just hit my facebook profile. Hasta luego!

Midzomer II

De stad was moe, bezweet, bedekt onder een laagje vuil, ademend met het zwart rond de neusgaten. Ze was vele malen betreden, overreden, weggedrukt, volgestouwd, samengeknepen, uitgewrongen en regelrecht misbruikt. Ze had er genoeg van, en wist maar één weg naar buiten.

De weg van het ontvangen. Ze verwelkomde alles en iedereen. Al het nieuwe, al het traditiegetrouwe, al het mooie, het lelijke, het ondoorzichtige, het onbetrouwbare, het onverwachte, het onbekende, het onmiskenbare en zelfs het ontoelaatbare. Haar inwoners zagen het ook. Zij voelden al tijden wat de stad ook voelde. En deden wat iedereen zou doen, maar wat de stad zelf niet kan. Ze gingen.

Ze namen hun auto’s mee, en hun kinderen, en hun honden. De media hadden er ook een handje van, en de commercie. Want ook buiten de stad was ineens leuke muziek, gave optredens van DJ’s en bands, hetzelfde bier wat altijd zo verfrissend had gewerkt. En gelukkig was er buiten de stad ook ijs om het koel te houden.

Er was bovendien meer koelte zoals de oceaan, de wind, bergtoppen met sneeuw zelfs. De mensen wilden lange tijd niet meer terug naar de stad. Maar, hun stad was nog wel altijd de beste stad van heel… misschien wel heel de wereld. Dat zou zomaar kunnen. Het zou nogal wat zijn om daar zomaar weg te gaan, want wie zegt dat het ergens anders beter is? Of je er bijvoorbeeld wel net zulke goede pizza napolitana kunt krijgen. Of je er ooit vrienden zal maken. Je weet nooit of het ooit echt veel beter zal worden dan nu. Waarschijnlijk niet.

Piece # 20 – Midzomer I

Met alle feestdagen achter de rug, die hier – hoe relaxt – met heel wat minder bijkomstige poespas gevierd kunnen worden dan in Nederland, is Buenos Aires officieel in de midzomerperiode aangeland. Voor de stad zelf betekent dat een hoop goeds. Haar inwoners gaan er in januari namelijk in grote getale vandoor. Naar de kust om een frisse duik te nemen in de zee of gezellig met zn 600-en op 20 vierkante meter strand aan het bier te zitten. Mar de Plata, Villa Gesell, Uruguay (waar de stranden aanmerkelijk mooier zijn dan in Argentinië) zijn de ‘hotste’ bestemmingen. Anderen gaan naar het koele binnenland om lekker in de bergen te wandelen of pootje te baden aan de rand van de mooiste meren van Latijns-Amerika.

Of ze willen relatief dichtbij blijven en niet te lang zonder hun vrienden zitten. In dat geval huur je een quinta; een zomerhuisje. Vaak is dat iets minder landelijk dan het klinkt; in een beveiligd huizenpark of gewoon in een rustige straat met nog veel meer huizen. Het gaat ook niet zozeer om de quinta zelf, het gaat erom dat er een pileta oftewel zwembad bijhoort.

Denk je in, een stad die inclusief voorsteden 11,4 miljoen inwoners telt, waar het elke dag rond de 30 graden is, bijna 3 maanden lang. Jij werkt 5 of 6 dagen per week. Dagelijks breng je 1,5 uur door in overwegend vastzittend verkeer, in een volgestouwde bus, of in een uit zijn voegen barstende metro, plaatsen waar de gevoelstemperatuur makkelijk kan oplopen tot 45 graden. Dan leef je al gauw toe naar de weekeinden die je zal gaan verblijven op de quinta, liefst met een zoveel mogelijk vrienden en familie, en dan voornamelijk in het zwembad. Waar je, als je van het mannelijk geslacht bent, voornamelijk een biertje drinkt, chips eet, veel sigaretten rookt, af en toe even kopje onder gaat en je er pas uitkomt wanneer je honger hebt en het tijd is om vuurtje te stoken (de BBQ). Als je vrouw bent, is het overigens niet heel anders, behalve dan dat je je rond het tijdstip van het vuurtje stoken beseft dat er ook nog een beetje gevarieerd moet worden met eten en de salade gaat klaarmaken. Desondanks is het achteraf, tijdens de nieuwe werkweek, bij beide sexen weer een grote gebruikelijke klaagzang omtrent hoe men nou toch dat buikje maar niet weggewerkt krijgt.