Piece # 45 – Buitengewone beroepen

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Wanneer ik ‘s ochtends het op gang komende ecosysteem van Buenos Aires aanschouw, kom ik dagelijks creaties tegen die mij voorheen onbekend waren. Ik heb het over mensen die beroepen uitvoeren die op andere plekken ter wereld absoluut (nog) niet vanszelfsprekend zijn.

De stoepenspuiter

De stoepenspuiter is ‘s ochtends rond een uur of acht ruimschoots vertegenwoordigd. Je herkent hem aan zijn kaplaarzen, kaki-kleurige broek en blik op oneindig terwijl hij met de tuinslang in de hand systematisch maar vooral zonder haast de stoep staat schoon te spuiten. Waarom dient de stoep dagelijks gespoten te worden, zou je denken. Allereerst: hondenpoep, een onacceptabele hoeveelheid hondenpoep ligt er te wachten op verwijdering. Ten tweede: wie een pand bezit, is tevens eigenaar van het bijbehorende stuk stoep en dient zorg te dragen voor diens welzijn, renovatie en properheid. Mocht iemand zijn been breken vanwege een uitstekende stoeptegel, dan kan de eigenaar van deze stoep aansprakelijk gesteld worden.

Paseoperros

Vooal in Palermo, maar ook in andere wijken, is de paseoperros een veelgeziene gast. Hij of zij haalt ‘s ochtends vroeg honden op bij hun baasjes, om deze enkele uren uit te laten en dan weer af te leveren. Het wettelijk toegestane aantal honden per uitlater is acht, maar de echte die hards hebben er meer onder hun hoede (more doggies means more cash). De paseo perros is even vaak man als vrouw, jong en meestal in bezit van fiets, plastic zakjes voor de uitwerpselen en een grote riem met veel lussen om al de hondenriemen aan te gespen. En de honden dus. Mij valt het op dat de honden zeer rustig zijn en zeer welopgevoegd over straat paraderen. Altijd. Allemaal. Ik vraag me nog steeds af wat daarvan het geheim is.

Kioskero

De kiosk is één van de hoekstenen van de Bonaerense samenleving. De kioskero opent zijn kiosk in de vroege morgen om de eerste lading nicotineverslaafden die naar hun werk gaan aan sigaretten te helpen. De kiosk is een winkeltje, nooit verder dan 200m vanaf waar je je op dat moment bevindt, met een zeer grote uitstelling aan chocolade, biscuitjes, kauwgom, mueslirepen, sigaretten en frisdrank. Het is vaak niet mogelijk het zaakje te betreden; je doet je aankopen via een groot raam met tralies ervoor. Bij elke bushalte zijn een of meerdere kiosken, verleidelijk en handig, want ook al hangen er op de ruit allerlei briefjes met “no hay monedas” je kunt altijd proberen via een kleine aankoop muntgeld te bemachtigen om zo met de bus te kunnen reizen. De kioskero is als een berekenbare redder bij kleine nood, hij verkoopt 24 uur per dag instant satisfaction. Dat hij niet helemaal “bij” is, niet groet en met je afrekent zonder je te zien of horen (vaak omdat hij gewoon door blijft praten met zijn gezelschap of per telefoon) is vaker regel dan uitzondering. En eigenlijk kun je het hem niet kwalijk nemen.

Portero

Een beroep dat mogelijk nog minder voldoening biedt dan kioskeigenaar is dat van de portero, oftwel de bewaker van een pand. De appartementencomplexen waar de stad vol mee staat hebben allen een mannetje op de benedenverdieping zitten, die in de gaten houdt wie er binnenkomen en uitgaan. Soms met behulp van een beveiligingscamera of een computer, maar meestal zit hij eenzaam aan een tafel met een krant voor zijn neus. Zijn voornaamste bezigheid is de deur openen voor de mensen via een bedieningspaneel en goedendag zeggen. Meer niet. Tja.

Stoplichtbijklussers

Meer interactie en levendigheid zien we op de weg, op kruispunten om precies te zijn. Terwijl je als automobilist bij het stoplicht staat komt er vaak een jongen of meisje uit de dichtstbijzijnde sloppenwijk je voorruit schoonmaken. Weigeren is er eigenlijk niet bij; vanaf het moment dat de ruitenwasser aan zijn taak begint, word je geacht een bijdrage te leveren aan hun broodwinning. Op andere momenten, of op andere kruispunten, wordt er vaak een kort, grappig showtje verzorgd door een jongleur, danseres, muzikant of mimekunstenaar (of dit alles in één).

Trapito

Een andere beroepsgroep die medewerking lichtjes afdwingt is die van de autobewaker ofwel trapito. Wanneer je ergens in het centrum je auto gaat parkeren (ja, er zijn zowaar parkeerplekken!) komt er een mannetje op je af, al zwaaiend met een lap (trapo). De lap trekt aandacht, de lap maakt hem identificeerbaar en hij kan er ook nog richting mee aangeven. Met behulp van de lap wijst hij je op een vrije parkeerplek. Als je er eenmaal geparkeerd staat is de ongeschreven regel dat hij op de auto let en je hem bij terugkomst betaalt. Deze clandestiene parkeerwacht werkt prima, althans onze auto heeft altijd bescherming genoten, maar let wel: niet betalen zou wel eens onheil (lees: een baksteen, bijvoorbeeld) kunnen betekenen.

Lees ook de andere posts (II en III) in de serie Buitengewone Beroepen, met oa. de krantenventer, de almacenera, de hondenkapper, de playero, de tanguero en de gedichtenverkoper.