Piece # 69 – Meer dan alleen een auto

De auto is meer dan alleen een auto, en zeker in Argentinië. En autorijden betekent meer dan alleen je eigen vervoer hebben, ook in Argentinië. Hier volgt in het kort mijn uitleg van waar de auto zoal voor staat.

1. De auto onderscheidt. Autobezitters tonen hiermee aan dat ze redelijk goed verdienen, hun zaakjes op orde hebben. Een cero kilómetro is een nieuwe auto (ondanks dat je al vrij snel na aankoop niet meer op 0 km zit, is dit toch de enige geldige term). Cero kilómetro-bezitters tonen aan dat ze zeer goed verdienen, en hun zaakjes nog beter op orde hebben dan de rest. Zij eisen met hun rijgedrag een plek op bovenaan in de weggebruikers-hierarchie en denken daardoor het meeste recht hebben op voorrang, wegbreedte en parkeerplekken.

2. De auto is entertainment. Behalve het rijden zelf, biedt de auto veel gespreksstof voor het mannelijk geslacht. Een gesprek wordt niet zelden opgestart met: Alles goed? Je vriendin/vrouw/kids ook? En je auto? Dan volgt er een relaas over wat eraan scheelt of welk probleem er zojuist verholpen is, of er al zicht is op een nieuwe en wat voor één dan, en welke afwegingen er nog te maken zijn. In een stad met zoveel auto’s, is het voor de meeste inwoners onmogelijk om niet doorlopend een vergelijkend auto-onderzoek uit te voeren. Ik doe hier ook aan mee terwijl ik fiets. Dan denk ik bijvoorbeeld: “oh kijk de nieuwe (Volkswagen) Gol is uit, wat een verbetering ten opzichte van het vorige model.” Of: “jeé hoe heeft deze gast in godsnaam een bijna vierkante, goudkleurige Daewoo kunnen kopen?”

3. Voor de man is de auto een domein, een speelgoedobject en een verlengstuk van zijn seksualiteit. Hij domineert, koestert en verfraait zijn auto als het maar even kan. De auto is er om indruk te maken. Wie er ook maar de geringste schade aan toebrengt, ook al is het volstrekt per ongeluk in de onmogelijke verkeerssituaties die BA weet te genereren, krijgt een keihard la puta que te parió (!!!!) naar zijn hoofd. “De hoer die jou gebaard heeft!”. Veel erger dan dat is er niet. Ga maar na: de enige die altijd respect verdient is je moeder (de auto komt direct daarna). Dus als je iemands auto schade toebrengt, zal deze persoon zich wreken door je moeder te beledigen. Tja, lang leve de auto.

Credits: foto bovenfoto onder

Piece # 68 – Kabeltelevisie

Sinds het WK (oh ja, dat was déze zomer) hebben we kabeltelevisie. Voor die tijd niet. En eigenlijk was dat best heel prima. Nu er wel kabeltelevisie in huis is voel ik me zo nu en dan verplicht om te kijken. Of vertel ik mezelf dat het een prettige vorm van ontspannen is, een beetje tv kijken.

Maar al zappende langs al die kanalen, besef ik elke keer weer dat het juist tegenovergesteld werkt. Waarom?

Er zijn dus een stuk of 78 kanalen. Ik onthoud maar niet welke zender waar zit, dus eindeloos zappen ligt op de loer. Serieus, alleen al de oriënterende fase kost je een klein uur.  Het kaf van het koren scheiden is de grootste uitdaging; driekwart van de zenders zendt alleen maar troep uit: sensatienieuws uit in de categorie overvallen, misbruik, drugsmoorden en verdwijningen. Weten mensen niet dat meer dan 30 minuten per dag kijken naar dit soort nieuws kan leiden tot angst, nervositeit, zwartgalligheid, straatvrees, depressie en paranoia? Weer een groot deel van de kanalen zendt alleen films uit. Zeker de helft van de kanalen is niet Argentijns, daarop wordt me in het Chileens of Gallego (Spaans uit Spanje) toegewauweld (al dan niet nagesynchroniseerd). Dan zijn er nog de muziekkanalen met gelukkig overwegend muziek. Het kookkanaal Gourmet bevalt me ook wel. Daar wordt dus dag en nacht op gekookt. Het nadeel hiervan is vooralsnog dat er te weinig goede koks zijn gecontracteerd en je daarom bijna alleen maar tegen de chagrijnige kop van keukenheldin – want dat ís ze – Narda Lepes aan moet kijken.

En dan is er nog een soort televisie die me de afgelopen maanden tijdens mijn televisionele inwijding direct fascineerde. De spelshows en de talkshows, waarbij het “spel” en de “talk” ondergeschikt zijn aan de glamour. De glamour komt voornamelijk in de vorm van schaars geklede vrouwen. Klinkt tegenstrijdig maar deze zijn het die de show inhoud geven. Deze vrouwen zijn namelijk voortdurend in beeld. Of ze nu praten, dansen of alleen af en toe naar de camera glimlachen. Ik zie ze ook wel geïnterviewd worden, bijvoorbeeld in SG, het glamourprogramma van Susana Gimenez, een vrouwelijke Gerard Joling. Mirtha LeGrand en Marcelo Tinelli zijn de andere twee grootheden uit het Argentijnse TV-amusement. Beide zijn zowel de grootste kijkcijferkanonnen (onder een groter deel van de bevolking dan de meesten willen toegeven) als de meest plaatsvervangende schaamte veroorzakende vertoningen (onder het andere deel van de bevolking).

Voor mij geldt dat ik het toppunt van verbazing heb bereikt bij het zien van een ander showprogramma, vergeef me dat ik de naam niet heb onthouden. Dit programma heeft een oud kereltje als presentator. De spelshow gaat als volgt: een mooie schaarsgeklede assistente brengt een schaal glimmende rode appels naar de tafel. Er belt een deelnemer. Samen met de assistente en de presentator kiest deze met welke appel er gespeeld gaat worden. Het spel begint met dat de assistente de gekozen appel doorsnijdt met een groot mes. Dan is het de taak aan de deelnemer aan de andere kant van de lijn om te zeggen van wélke appelhelft de assistente een hap moet nemen, zodat beide helften hetzelfde gewicht zullen hebben. De assistente neemt de hap, dit zien we in close up. Dan wordt er gewogen, hierbij wordt natuurlijk ingzoomd op de weegschaal, en o wat toevallig, het decolleté van de assistente is hierbij eveneens als close up in beeld!

En de deelnemer wint wel of geen prijs.

Ja, ik heb bij dit programma heus wel geprobeerd tot het einde te blijven kijken. Maar elke keer, ergens tussen het aanleveren van de appels en het wegen van de helften, kan ik de ironie niet meer opbrengen die nodig is om dit wanstaltige mediaproduct te verteren. Dan kan ik de zapneiging niet weerstaan. En moet ik even heel diep ademhalen en aan iets uit de echte wereld denken.

Goed, daarom kan ik je dus niet vertellen wat de hoofdprijs is voor de manspersoon die via de telefoon dit absurdistische geheel heeft weten aan te sturen op twee gelijke appelhelften.

¡Chau televisión!

Piece #66 – Cena show

In de suburbs van Buenos Aires zie je veel enorme familierestaurants estilo campo: hier zou zowel het eten als de aankleding in zogenaamde “plattelands”stijl zijn en onbeperkt vlees van de barbecue (parrilla libre) worden geserveerd.

Ze doen mij altijd denken aan Center Parcs.

Ik had nooit verwacht dat ik er voet over de drempel zou zetten. Echter, dit weekend waren we uitgenodigd voor een etentje in één van de beste familierestaurants van de provincie, bovendien mét cena show.

Oneindig veel vlees

Bij binnenkomst kom je langs de parrillas waar in de lengte in plakken gesneden varken verticaal hangen te braden. Andere stukken vlees zijn minder herkenbaar maar zeker niet minder groot. Een team professionele barbecuejongens in het zwart hield zich bezig met het braden en grillen. Ons gezelschap van ongeveer 20 man was aan één lange tafel gezet. De enorme eetzaal was volgepropt met allemaal lange tafels vol met etende mensen, wat het praktisch onmogelijk maakte om bij je stoel te komen. Het eten was voor iedere gezelschap precies hetzelfde en werd vrij snel opgediend aan het uiteinde van de tafel. Vanaf daar moesten de vele bordjes salade, patat, provoletakaasjes en vlees worden doorgegeven richting het andere uiteinde. Vervolgens arriveerde ongeveer iedere 5 minuten een van de barbecuemannen die zojuist het zweet van zijn voorhoofd had geveegd een een professionele hardewerkers-lach op zijn gezicht had getoverd, met een enorm houten bord vol grote stukken zeer mals vlees. Er waren veel soorten vlees beschikbaar, waardoor er aan het borden doorgeven geen einde leek te komen.

Mijn fascinatie

Het gezellig en rustig eten werd verder bemoeilijkt door de harde muziek (smartlappen). En door de mensen. Het was voor mij onmogelijk om niet gefascineerd te raken door al deze mensen waarvan de meerderheid, lettend op de mate van overgewicht, vaste klant leek. Allemaal met smaak etend, sommigen meezingend met de muziek. Er zat een vrouw van 90 vlakbij ons, haar verjaardag vierend met haar familie. Ik had nog nooit eerder iemand, laat staan van deze leeftijd, van zo’n enorm groot stuk vlees zien eten. Misschien is het goed geweest dat ik het Spaanse woord voor vreetschuur niet ken, anders had ik het vast en zeker laten vallen.

Weergaloze show

Nadat iedereen in de zaal zijn laatste serving op had, kwam een Argentijnse versie van Frans Bauer het podium op om ons toe te spreken en te zingen. Dit betrof dus het “show” gedeelte in cena show. Bij elke smartlap die hij zong vroeg hij of dit niet het meest romantische lied ooit was en spoorde het publiek aan mee te zingen. En de Center Parcs vergelijking houdt hier niet op. We werden aangespoord namen van artiesten te raden bij de beginklanken van elk lied, er werden mensen het podium opgeroepen die met pruik op een playback-sessie deden in ruil voor, jawel een gratis diner. De applausmeter. Wat een weergaloos entertainment! Toppunt was de bijna-bejaarde die uit het publiek kwam om een nummer te playbacken, maar in plaats daarvan écht zong én over zowel het zangtalent als de heupbewegingen van Elvis bleek te beschikken. Het publiek in de zaal was niet meer te houden. De hele tent was inmiddels verworden tot een “heuse” disco en het podium stond vol dansende dames en heren van middelbare leeftijd en hun kinderen die zich uitleefden op opzwepende cumbia. De Frans Bauer zong zo sexy als hij maar kon mee met de cumbianummers.

Na het toetje (alweer flan con dulce de leche) vertrokken we naar een feestje in de stad van een heel ander kaliber. Als dat er niet was geweest had ik me uiteindelijk vast overgegeven aan deze voor mij unieke cena show-ervaring en tot in de kleine uurtjes op dat podium blijven dansen.

Piece # 65 – Día del amigo

Argentijnen hebben een ding gemeen met mijn oma, namelijk dat ze nogal van tradities houden. Vandaag is de dag waarop één van de vele jaarlijkse tradities plaatsvindt. Het is namelijk de Dag van de Vriend(in). Een soort valentijnsdag, maar dan voor vrienden waarop iedereen zich schijnbaar verplicht voelt elkaar een feliz día te wensen.

De hele dag  dus sms-jes, telefoontjes en facebookberichten. Maar tot zover alles leuk en, galant, zo kun je wel zeggen nietwaar?

Maar, het andere deel van de traditie luidt dat je met je beste vrienden uit eten gaat. Het is nu bijna 21 uur en de stad is een rumble-in-the-jungle. Bomvol auto’s, iedereen doet zijn best om de vrienden niet te laten wachten. In de bussen wordt het gangpad bevolkt door groepen giegelende meisjes. In de restaurants is geen tafel te krijgen (hooguit een tafeltje voor twee).

Ariel is dus bij zijn vrienden die we eergisteren nog gezien hebben. Ik blijf lekker thuis, zonder vrienden, en ga in mijn eentje een perfect bordje ravioles con cuatro quesos eten. Morgen zijn mijn vrienden er ook nog wel.

foto credits

Piece # 64 – Música II

Hevig onder invloed van alle WK emoties ben ik in de muziekpen geklommen (om even aan wat anders te denken) voor Música: capitulo 2. Ik blijf natuurlijk goede bands en zangers/zangeressen tegengekomen. Niet in de genres waar ik altijd van gehouden heb, trouwens. De beste triphop, drum&bass, techno en electronica komen nog altijd van het Europese continent. Dat wil niet zeggen dat er in Zuid-Amerika niet geëxperimenteerd wordt met stijlen, nieuwe geluiden en muzikale samenwerking. Dan weer tegen alle trends in, dan weer erin mee.

Hieronder enkele highlights. Klik op de artiestennaam + nummer om te luisteren.

Les Mentettes & Orchestra
Erg leuke Engelstalige indyband met authentiek klinkende pop-folknummers. Ze zijn nog niet doorgebroken maar spelen nu al met een eigen orkest.

Marlango – Pequeño vals
Een Spaanse band, maar ik heb ze hier ontdekt, net als bovengenoemde op een doordeweekse avond als openingsact op een cultuurfestival.

Mercedes Sosa – Sabiendose de los descalzos
De Godmother of Argentina en eveneens de stem van het noorden. De godin van de muziekwereld (vorig jaar overleed ze). Check in elk geval dit aandoenlijke nummer van haar en de Mexicaanse Julieta Venegas.

Toto la Momposina – La Mezcla
Colombiaanse folklorezangeres die het wat mij betreft helemaal is:  het swingt en het feest aan alle kanten. Solo maar ook in de remix.

Spinetta – Cementerio club
Spinetta is een van Argentinië’s meest muzikale zielen allertijden. Zijn nummers hadden stuk voor stuk van grootheden als de Beatles of Bob Dylan kunnen zijn.

Sumo – TV Caliente
Originele rock, fijne reggae, bijtende popbeats, Sumo doet het allemaal en ook al heel wat jaartjes lang. Slagen er als één van de weinigen in Engelse en Spaanse songteksten succesvol te combineren.

Babasonicos – Yegua
Superpopulair. Popband met stijl. Geven altijd zeer goede, spetterende live-optredens.

Gustavo Cerati – La balsa
Zanger, producer en compositor die allerlei stijlen beheerst. Helaas is – zo zegt men – zijn rockerslevensstijl hem nu fataal aan het worden. Hij ligt al weken op de Intensive Care als gevolg van een herseninfarct, de kans dat hij weer op zal leven wordt steeds kleiner.

Piece # 63 – Waar blijft die blauwwitte koorts?

Deze regenachtige zaterdagmorgen heerste er een unieke, doodse stilte in de doorgaans met auto’s, voetgangers en drukte gevulde straten en avenida’s van Buenos Aires. Een autoloze morgen is (nog altijd) een ondenkbaar fenomeen voor de Argentijnse hoofdstad, maar als er hier íets is dat het onmogelijke mogelijk maakt, dan is dat natuurlijk voetbal.

Het elftal

De wedstrijd tegen Nigeria begon om half 11. Al na 6 minuten knalt Heinze de bal keihard over de doellijn van de tegenstander. Argentinië trapt letterlijk en figuurlijk af met een succesteam.

Is het tijd dat ik mijn twijfels van de afgelopen maanden over de kunsten van het Argentijnse elftal opzij zet? De rest van het land vertrouwt er helemaal op. Positiviteit alom. Ook de rest van de wereld heeft zijn geld gezet op ofwel Argentinië ofwel Brazilië, althans dat idee krijg ik via Twitter, Hyves en Facebook.

Koorts

Logischerwijs zou je dus verwachten dat hier de blauwwitte koorts heerst. Vlaggentjes in de straten, WK-hits, warenhuizen ingepakt in de nationale tweekleur, ingeschoren vlaggetjes op de hoofden, blauwwitte hagelslag en tompoezen… O wacht, die laatste twee natuurlijk niet.

Maar ook de overige koortssymptomen zien we niet terug op straat. Hoe zeer de Argentijnen het nationalisme met de paplepel ingegoten krijgen via school, nationale feestdagen en de media (van jongs af aan wordt men doodgegooid met nationale grootheden, nationale successen en het volkslied), ik heb nog geen vlag zien hangen.

Tot op heden is de blauwwitte koorts beperkt tot gesprekken. De mensen praten veel over het WK maar durven nog geen uiting te geven aan hun vertrouwen. Bij tegenvallende resultaten van hun team zouden ze dan natuurlijk gigantisch voor lul staan, iets je als Argentijn ten alle tijde wil voorkomen.

De leeuw

De koorts is nu alleen terug te vinden in de media en de economie: de Siamese tweeling die dit land – helaas – vrij krachtig in zijn greep heeft. Zij hitsen de boel zo veel mogelijk, en zo vaak mogelijk op. Zij tonen een gekte alsof het wereldkampioenschap al behaald is, en willen ons doen geloven dat God het Argentijnse volk zelf heeft uitgekozen voor de overwinning.

De mensen zelf, die kijken het eerst nog even aan.

De Argentijnse leeuw is nog niet los, maar straks bij de kwartfinale zal ie niet meer te houden zijn!

Piece # 62 – Viva la Argentina

In Argentinië worden maar weinig zaken lang van te voren gepland. Dit weekend ondervonden wij dat een beetje meer planning af en toe geen kwaad zou kunnen. Dan hadden we nu bijvoorbeeld niet voor 80 amerikaanse dollar per nacht betaald voor een middelmatige hotelkamer. Dan hadden we misschien ook de weerberichten even gecheckt voordat we 325 km met de auto aflegden, en kunnen zien dat het het hele weekend zou gaan regenen.

Maar, dit (lange) weekend is te bezonder om over banale zaken als financiën of het weer in te gaan zitten. Dit weekend vieren we namelijk allemaal dat Argentinië precies 200 jaar geleden onafhankelijk werd. De overheid heeft ons namelijk niet alleen twee vrije dagen gegeven maar ons ook getrakteerd op een mega-mega-megafestijn midden in Buenos Aires.

Vijf dagen lang zijn er defilé’s, dans-, zang- en acrobatengroepen uit alle provincies, concerten van grote artiesten uit heel Zuid-Amerika (op dit moment zingt Gilberto Gil One love van Bob Marley). Alles wordt live aanschouwd door een inmense hoeveelheid publiek. Het idee is dat de hele bevolking zich feestvierder voelt en daarom zien we bijvoorbeeld mond- en voetschilders op het enorme podium, daarom ontbreken bijvoorbeeld de Armeense, Poolse en Zwitserse immigranten niet in de desfilé’s en daarom treden ook balletdansers met een lichamelijke beperking op. Vijf dagen lang lichten om de 10 seconden de videoschermen rondom het podium op met de woorden ‘celebramos juntos’ (we vieren het samen).

Op 25 mei zal ‘zelfs’ het Empire State building in New York in de kleuren van de Argentijnse vlag worden gehuld.

Ik kijk ernaar via de televisie, want we zijn dit weekend in Colón, een mooi dorp aan de rivier Rio Uruguay in de provincie Entre Rios. Hier heersen de rust, de palmbomen, het groen, de wilde vossen en kunnen we volop smikkelen van wijn, kaas en olijven uit de omgeving. De feestelijkheden in de stad, nu op afstand, doen me ineens beseffen hoe sterk traditie, historie en folklore deel uitmaken van het moderne dagelijks leven in heel Argentinië. De modernisering en de internationalisering van het land zijn onmiskenbaar, maar anderzijds: jongeren uit de stad dansen behalve reggaeton ook met veel plezier murga, zamba en tango. Gitaristen van alle leeftijden en sociale klassen nemen de akoestische gitaar ter hand om recht vanuit het hart folklore te tokkelen en te zingen. Met smaak eten de inwoners van de hoofdstad regelmatig een traditioneel plattelandsgerecht zoals locro, puchero of humita. En niet omdat het tradities zijn, verankerd in iemands herkomst of als verplicht nummer op een bepaalde feestdag. Nee, wanneer men maar wil. Omdat het, denk ik, in het bloed zit.

Er resten nog twee dagen feest in het centrum van mijn doorgaans redelijk geliefde Buenos Aires. Dat geeft ons de kans om nog één dagje Entre Rios te gaan verkennen en dan, zoals dat wél voor vertrek was gepland, terug te rijden voor de laatste feestdag. ¡Viva la Argentina!

Piece #61 – Land zonder geheugen

Afbeelding: Gustavo Derfler

Tijd voor een stukje historie. Ik waarschuw alvast: een stukje smerige, idiote en hartverscheurende historie, die helaas nog niet ten einde is. Nog steeds verdwijnen er in dit land zomaar mensen van de aardbodem, van de ene op de andere dag. Niemand die ooit nog van hen hoort. Niet in de media, niet via-via, gewoon nooit meer.

Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe dat zou moeten zijn: één van mijn naasten die ineens onvindbaar is. Maar het is heel veel keren gebeurd, eind jaren zeventig. Personen die onder verdenking stonden van tegenstand tegen het bewind van dictator Videla, zij en hun familieleden, kinderen, vrienden en collega’s waren niet veilig. Het leger en politie werkten nauw samen bij het gewelddadig overvallen van personen, het onderbrengen van deze personen in martelcentra, het martelen van deze personen met de meest gruwelijke technieken, met vaak de dood tot gevolg. Volgens de cijfers van mensenrechtenorganisaties zijn er 30.000 personen op deze manier verdwenen: dit zijn de desaparecidos waar Argentinië wereldwijd naam mee heeft gemaakt.

Gemanipuleerde media, corruptie binnen de politie en andere overheidsorganen, en de doodsangst onder de bevolking zorgden dat wat er gebeurde met de desaparecidos niet naar buiten kwam. Dat de monden gesloten bleven. Dat niemand iets kon doen. Dat niemand het kon tegengaan. Dat niemand, tot op de dag van vandaag, het kon oplossen.

Er zijn uiteindelijk wel veel schuldigen terechtgesteld, maar er zijn mogelijk net zo veel bevelhebbers uit deze afschuwelijke tijd in vrijheid gebleven. De hand is hen vele keren boven het hoofd gehouden. Hoe dat kan? Mensen die in de jaren ’70 tot het netwerk van Videla behoorden bekleden totaan vandaag de dag vooraanstaande posities in de politiek, de rechtsmacht, defensie, de gezondheidszorg en het bedrijfsleven. Alle “problemen” die de individuele en collectieve cases van desaparecidos omringen kunnen met medewerking van deze personen onzichtbaar gemaakt worden. In het verleden veroorzaakte wonden kunnen gewoon blijven rotten. Daarom wordt vaak gezegd dat Argeninië een land is zonder memoria, zonder geheugen.

Ik ga verder met het lezen van het boek Nunca más (1984, in het Engels: Never again), waarin overlevenden verslag doen van hun gevangenneming tijdens het Videla-bewind. Alle details staan erin: over de martelingen via stroomschokken (op plaatsen van het lichaam die je je niet voor wilt stellen), onderdompelingen, ophangingen, tergende mentale destructie. Over de schrijnende leefomstandigheden waarin men verkeerde: rottend en stinkend als levend vuilnis. Mensen brachten soms dagen, soms weken en soms maandenlang wachtend door in een cel in afwachting van hun lot. Niet zelden was dat lot een laatste vliegreis met als final destination de bodem van de Atlantische oceaan. Ik lees door, steeds mijn afschuw wegslikkend, zoals ook veel Argentijnen  die het verleden niet willen ontkennen hebben gedaan. Zij en ik willen namelijk wel dat Argentinië haar geheugen terug krijgt.

Piece # 59 – Piepknuffelbeestje

Tja, ik kan het niet laten. Ze is te leuk, te klein, te grappig, te aandoenlijk-eigenwijs. De nieuwste aanwinst in huize Cabello-van der Weijden verdient gewoon een aan haar gewijd wereldstukje.

Trixie is de voorlopige naam van ons tijgerachtige babykatje. Ze is bijna vier weken oud volgens de dierenarts. Ze is waarschijnlijk verstoten door haar moeder omdat ze zo klein is. Ze past makkelijk in één hand. Sinds twee weken geleden, toen ik haar vond, sleep ik haar dagelijks mee naar mijn werk. Het kost even wat aan taxivervoer, maar het kleintje moet nu eenmaal de hele dag door melk uit de fles, en lichaamswarmte. En kom je daar te laat mee, dan wordt het op een krijsen gezet. Alsof er zo’n piepknuffelbeestje uit de speelgoedwinkel is doorgedraaid.

Trixie is nergens bang voor. Als ze bij het rondkuieren in huis Mandarina tegen het lijf loopt, is die degene die begint te blazen en niet weet hoe snel ze de benen moet nemen. Op kantoor heeft ze dagenlang haar mannetje gestaan tegenover een enorme Lassie-hond (ook uit het zwerversbestaan) die haar als een lekker hapje zag. En dan nog al die grote mannen, mijn collega’s, met hun zware buldergelach, hun harde muziek, hun grote voeten die haar bijna vertrappen. Maar Trixie heeft hun hartjes doen smelten, stiekem zouden ze haar allemaal wel mee naar huis willen nemen. Haar grootste vriend is Beau de boxer. Beau is twee jaar oud en wil graag puppies maar heeft de juiste partner nog niet gevonden. Ze is bang voor katten, maar met Trixie is het anders. Ze ontfermde zich vanaf dag één over haar, wast haar, laat haar bij zich slapen.

Snel zal ze een definitief baasje krijgen, zodat ze gestaag door kan gaan met groeien, eten, drinken, poepen, slapen en vooral heel veel spelen.

UPDATE: La beba is nu nog pittiger, en blijkt bovendien over hardlooptalent te beschikken! Haar definitieve naam is Manzanilla, oftewel Kamille. Nog één week lang zal ze in het weekend bij ons wonen, doordeweeks overdag bij AtoBiz en in de avonden bij Anne, Max en Beau.

Daarna gaat ze definitief settelen in het nieuwe appartement van kattenliefhebster Norma.

Piece # 58 – Zandvoort aan zee

Strand van Villa gesell Villa Gesell is in veel opzichten is te vergelijken met Zandvoort. Het exotisme komt je niet bepaald tegemoet, maar ondanks dat staat deze Argentijnse badplaats nu bovenaan mijn lijstje van meest bezochte, eh… bestemmingen buiten Buenos Aires. Alles voorbij dan de suburbs van Buenos Aires noem ik een bestemming, want om ergens te komen dat geen suburb is, reis je al snel een uurtje of vier.

Gesell is zo’n plek: net iets te ver weg voor een weekendverblijf en te gewoontjes voor een hele vakantie, althans voor de heavy duty backpackers die wij denken dat we zijn. Maar kortgeleden stond het vijf dagen durende paasweekend voor de deur. Semana Santa, oftewel Heilige Week, is een week die vooral heilig is om z’n extra vrije dagen, waarop we het wederopstaan van Christus herdenken door een reuze chocoladepaasei te kopen en er vervolgens razendsnel vandoor gaan. Waar dan ook naartoe, als het maar de stad uit is.

Eenmaal aangekomen in Villa Gesell (hier foto’s) concludeerde ik net als tijdens mijn vorige bezoek dat dit een bijna Hollandse bestemming is (er is zelfs een strandtent met de naam De Zeerovers). Hollandse bestemming wil zeggen: kleur zand en zee gelijk aan die van de noordzeestranden, flinke kou in de avonduren en bovenmatig veel wind. Het fijne is dat dit alles voor ons porteños helemaal geen onaangename omstandigheden zijn, zoals dat misschien voor Nederlanders zou gelden die eind augustus nog even de laatste zonnestralen mee hopen te kunnen pikken op een strandbedje. En om nog even niet aan kou en grijze luchten te hoeven denken. Wij, daarentegen, gaan naar de kust om afscheid te nemen van een vier maanden durende zomer met aaneengesloten hittegolven zonder een zuchtje wind (tenzij afkomstig van huis-tuin-en-keuken-ventilatoren). De twee sleutelwoorden zijn: uitwaaien en uitrusten. En asado’s. Immers, niets maakt het vakantiegevoel completer dan je dag organiseren rondom het bereiden van vis, vlees en groenten op de barbecue.

Wat ook een leuk vakantiegevoel geeft is dat het dorpje vrijwel geheel in het bos is, er zijn alleen zandwegen met daarlangs overal bomen waaronder knusse huizen met Duitse uitstraling (het dorp is in de jaren ’30 opgericht door Carlos Gesell, een type van Duitse afkomst die op het idee kwam duizenden bomen te planten in de zandduinen). De hoofdstraat is waar ik op doel in mijn vergelijking met Zandvoort, daar heerst het asfalt, de speelhallen, snackbars, gezellige koffiehuizen en op quads rondrijdende vakantiegangers. De gezellige koffiehuizen doen we sowieso aan, maar de rest niet, dus daarom wilde ik op een extra winderige middag graag het nabijgelegen plaatsje Cariló verkennen. Ik had gehoord dat het redelijk jet set zou zijn, en dat had mijn nieuwsgierigheid gewekt. St. Tropez is tenslotte hyper jet set maar niet onaangenaam, althans zo ervaarde ik de keer dat ik er was. Ik was toen een jaar of negen, trouwens.

Onaagenaam was Cariló niet. ‘Unheimisch’ is eerder van toepassing. Stel je voor dat zo’n vijf kilometer bos is verdeeld in gelijke stukjes, gescheiden door zandwegen. Op ieder van de gelijke stukjes staat een villa. Om er te komen moet je langs een receptie met slagboom. Om de 20 meter staat dan een bordje met dat je geen vuur mag maken, dat er spelende kinderen kunnen oversteken en dat je geen afval mag achterlaten. Dat het bos van iedereen is en daarom respect verdient. Op een gegeven moment staan de zandwegen ineens vol glimmende Audi’s, Chevrolets en semi-jeeps. Midden in het bos sta je in de file. ‘We zullen dan vast vlakbij het winkelcentrum zijn’, redeneerden wij. De mensen uit de glimmende auto’s waren echte stadsmensen, bonaerense kak voor de gelegenheid op sneakers en met sportieve sweaters om de schouders geslagen. Opvallend veel pubers ook (met ouders meegekomen), die verveeld rondstruinden in het door een bekende architect ontworpen mini shopping met enkel designkledingzaken (exact dezelfde als in de stad) en strak gestylde restaurants (ook dezelfde als in de stad). Kortom, zero authenticiteit.

Toen we bij het strand kwamen wisten we zeker dat héél het dorp in de mini shopping bevond, want hier was niemand. Maar het was dan ook érg winderig. We reden terug, passeerden opnieuw het winkelcentrum, vol met uit verveling kopende mensen. ‘Weet je’, zei ik tegen Ariel die achter het stuur zat, ‘zelfs om een ijsje te gaan eten zou ik niet hier uitstappen.’ Lachend stemde hij in om dus niet meer uit te stappen, want hij weet als geen ander dat ik namelijk echt óveral ijs zou kunnen eten.