Piece # 57 – In de ban van Taringa

“Als het niet op Taringa te vinden is, bestaat het niet”. Dit is een van de meestgehoorde gezegdes van het huidige decennium. Taringa.net is een verschrikkelijk populair internetportal, dat hier op één lijn staat met Google, Facebook, Youtube en Yahoo, terwijl het in de niet-spaanstalige wereld compleet onbekend is. Daarom bij deze een klein beetje meer over het Taringa universum en waarom het zo’n belangrijke rol speelt in ons dagelijks leven.

Als je bijvoorbeeld die éne conspiracy theory over global warming niet meer kan uitleggen aan je beste vriend, of je moet eens een stropdas om maar kunt hem niet strikken, je hebt meer tips (serieuze!) nodig over hoe een meisje te versieren, je wilt zelf brood bakken, je wilt eindelijk eens zelf een animatie maken, voor dat alles, en meer, is daar Taringa. Als je je verzameling CD’s en liveoptredens van welke band of artiest dan ook wilt completeren, dan ga je naar Taringa. Het grootste deel van de posts bestaat namelijk uit complete discografiëen en megafilmposts vol met links waar .rar bestanden zijn te downloaden. Hetzelfde geldt voor spaans ondertitelde films, series en documentaires. Als je gratis de nieuwste software wil hebben hoef je geen vrienden of familieleden lief aan te kijken: Taringa. Als je iets – om wat voor reden dan ook – niet kan vinden via Youtube, Google, Wikipedia, dan vind je het eigenlijk altijd wél via Taringa. En al binnen een paar seconden. Niet zo gek dus dat de site probeert publiek te winnen van Google met een eigen zoekmachine. Met het massale gebruik in Mexico en Argentinië, twee van ‘s werelds grootste spaanstalige gemeenschappen, en nog veel meer landen upcoming lijkt niets onmogelijk.

Taringueros, zoals de gebruikers worden genoemd, kunnen hun gepubliceerde posts beloond zien met punten, toegekend door de andere taringueros. Zo blijft de kwaliteit hoog, of op z’n minst op enig niveau. Om niet iedereen lastig te vallen met konten en tieten heeft Taringa een aparte (amateur)porno-afdeling: Poringa. Waarschijnlijk is het overbodig te vermelden dat deze site, die bovendien helemaal gratis is ook erg veel bezoekers trekt.

Hoewel het mijn Argentijnse kennissen verbaast dat er in bijvoorbeeld Europa geen Taringa-achtige website bestaat, is men zich ervan bewust dat het een bijzonder fenomeen dat zich een weg heeft gebaand tot de huidige top van sociale media platforms (Facebook, Youtube, Twitter en de hele rits). Net als deze collega’s probeert men bij Taringa ook de weg te vinden die het portal commerciëel succes zal brengen. We zullen zien. Tegenwoordig verandert zowel ons gedrag als dat van de media in een steeds hoger tempo. Dus of we nog jarenlang voor Taringueros doorgaan of dat we komende zomer alweer in de ban zullen zijn van the next best thing, wie zal het zeggen?

Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw

De typisch Argentijnse vrouw is echt een dame. Hoe mooi ze ook al van zichzelf is, toch streeft ze naar perfectie als het om haar uiterlijk gaat. De stoepen van Buenos Aires worden van 7 uur ‘s ochtends tot diep in de nacht belopen door alle soorten elegant schoeisel toebehorend aan hip geklede, uiterst kokete muchachas (jong én oud). Zij zijn het die de stad mooi maken daar waar de grijze uitlaatgassen de overhand hebben. Zij zijn het die de lucht en zweem van parfum meegeven, gekruid met energie van de allervrouwelijkste soort.

Helemaal niet verkeerd. Maar van dichtbij roepen de typische porteñas soms vragen bij mij op, meestal in de trant van of ze nou écht liever bloedmooi worden gevonden dan razend intelligent.

Voor de doorgewinterde porteña is het leven niet compleet zonder superlang en perfect verzorgd haar. Uiteraard bezoekt ze zo vaak mogelijk haar vaste kapper en ‘s ochtends gaat ze de deur niet uit zonder haar lange manen eerst met de stijltang te hebben bewerkt. Haar nagels dienen immer gelakt te zijn, en ook regelmatig bij de manicure langsgaan om onder meer de nagelriemen eruit te laten trekken is een vereiste. Haar figuur is eveneens een factor. Argentinië mag zich, na Japan, het tweede land ter wereld noemen met het hoogste aantal inwoners dat aan anorexia of boulimia lijdt. Volgens schattingen komt het aantal uit op zo’n 10% van de jongeren tot 25 jaar. Eetstoornis of niet, alle meiden letten sowieso op met eten en ze zeggen het ook: “We weten dat het eten hier nogal zwaar en vet kan zijn dus we houden ons in. Eén stukje pizza en daarmee ‘basta’”. De jongens waarmee mijn buitenlandse vriendinnen en ik omgaan verbazen zich over hoeveel wij kunnen wegwerken, vaak zelfs meer dan zijzelf!

De typisch Argentijnse vrouw doet ook zeker aan sport, in de eerste plaats omdat dit haar figuur ten goede komt. El gymnasio (de sportschool), sporten in het park met de personal trainer, yoga of het extreem populaire wandelen. ‘s Ochtends in het park stikt het van de wandelaars, gehuld in sportkleding en zelden zonder mp3-speler en fles water bij zich. En dan maar wandelen. Wanneer ik ze al hardlopend voorbij ga bedenk ik me dat ik door hard te lopen vast meer caloriën verbrand en daarom ook meer kan eten. Of is dat vrouwenlogica?

En hoe verder haar leeftijd vordert, hoe bonter ze het maakt. Eens een dame, altijd een dame. Er zijn weinig vrouwen boven de, laten we zeggen, 60 jaar die niet én een mantelpakje aan hebben én volledig in de make-up zijn gezet met het haar onberispelijk in lak á la Beatrix. En op hakken, altijd op hakken. Een andere onmiskenbare variant is die van de verouderde Pamela Anderson look-a-like, in roze trainingspak en met bijbehorend chihuahuahondje. De voornaamste activiteit buitenshuis van deze dames lijkt, op het bezoeken van beautysalons na, het bezoeken van theesalons te zijn, waar ze met vriendinnen de tijd wegkeuvelen en minigebakjes nuttigen.

Ik zie in dit alles één voordeel: je bent nooit overdressed. Erg handig als je noodgedwongen in een fladderjurkje (en dan ook gelijk maar een grote zonnebril erbij) de straat op gaat omdat de rest van je kleding bij de wasserette ligt. Het voordeel heeft – niet geheel onverwacht – ook een nadeel; in de vorm van de Argentijnse man. Daarvan zijn er altijd meer dan genoeg die zich te gedragen alsof ze vandaag net voor het eerst uit hun hol zijn gekropen. En de Argentijnse vrouw? Die gebruikt de mannencommentaren vast als graadmeter om haar houdbaarheid te meten, en misschien ook wel een heel klein beetje om haar eigen man jaloers te maken. Haar leven is immers ook niet compleet zonder man, en niet zomaar eentje, een man die de Argentijnse vrouw adoreert.

De foto komt van www.flickr.com/magnoliafields

Piece # 55 – Bittersweet? Dacht het niet!

Alsof het leven (zo nu en dan) al niet bitter genoeg kan zijn, de Argentijnen doen er graag een schepje bovenop.

Ze martelen hun smaakpapillen dagelijks al met vele mate’s, maar daar blijft het niet bij. Ze kunnen altijd een beroep doen op een groot aanbod van koude drankjes in de categorie bitter, nog bitterder, godallemachig-bitter.

Grapefruitfrisdrank

…is bijvoorbeeld erg populair. Of eigenlijk alles met grapefruitsmaak. Zoals dat vrijwel iedere Nederlander ‘s zomers graag een ice tea bestelt, zo wisselt de Argentijn zijn colaatjes af met Cuatro pomelos, Paso de los Toros of dezelfde lichtgele grapefruitfrisdrank van een B-merk.

Terma

Een andere bittere gast onder de frisdranken is Terma. Een stevig bittere frisdrank die je moet aanlengen met sodawater, gemaakt van kruiden uit Patagonië en omstreken. Therma heeft verschillende varianten met ieder een iets andere kruidensamenstelling. Er zijn ook B-merken waarbij de kruidensamenstelling niet onthuld wordt; de omschrijving “Frisdrank op basis van kruidenextracten” voldoet. Erg dorstlessend bij warm weer, erg bitter, maar het went. Tot zover de drankjes die ik, mits het warm is en ik dorstig ben, erg kan waarderen.

Gancia en Fernet

De echte toppers qua bitterheid vinden we onder de alcoholische dranken: Gancia en Fernet. Gancia is een soort vodka maar dan uiteraard bitter, dat met suiker, citroensap en veel ijs wordt geserveerd als een cocktail. Het is dan ook vrij populair in het uitgaansleven. Maar wat werkelijk op geen enkele after-office of uitgaansavond mag ontbreken is Fernet-cola. Fernet is van oorsprong een Italiaans aperitief, het werd in 1845 uitgevonden in Milaan en sindsdien staat het bekend als mogelijke remedie bij maagklachten, rugklachten, menstruatiepijn en ook bij spijsverteringsklachten en bij stress en onrust.

Echter, het is in Italië bij lange na niet zo geliefd geweest als dat het nu is onder de jonge Argentijnen, met name in de grote steden. In de studentenstad Córdoba, zo heb ik begrepen, wordt bijna niets anders gedronken in bars en discotheken. Fernet roept sterke associaties op met hoestdrank, en wanneer het gemixt wordt met cola produceert het goedje een dichte, bruine schuimlaag. Fernet bevat 40% alcohol en voldoende consumptie bezorgt je gegarandeerd een waanzinnig leuke avond met onbekende afloop. Maar je moet dus wel van bitter houden, anders blijf je, zoals ik, gewoon rode wijntjes drinken waarvan je langzaam maar zeker in slaap doezelt en de volgende ochtend gewoon in je eigen bed wakker wordt.

Piece # 52 – Buenos Sauna

Ik wil verder niet vervelend zijn maar toch móet ik even melden dat het hier zomer is. En niet zomaar een zomer. Het is de allerwarmste zomer met een onophoudelijke warmte van het allerklefste soort die dag en nacht aanhoudt.

Het is elke dag boven de dertig graden en ‘s nachts niet kouder dan 25. Nu zul je misschien denken: oh, maar in Zuid-Spanje wijst de thermometer gerust 45 graden Celsius aan. Correct, maar het verschil zit hem in de luchtvochtigheid, die de laaglanden langs de Rio de la Plata het hele jaar door treft. Het luchtvochtigheidsgehalte schommelt tussen de 70 en 99% en het komt er letterlijk op neer dat je, wanneer je buiten bent, in een soort warmwaterlucht loopt te happen. Die warme waterdruppeltjes moeten door je longen heen en dat kost het lichaam energie. Energie die je veel beter had kunnen gebruiken bij deze temperaturen (bijvoorbeeld om nog een paar koude biertjes te gaan halen). Al met al kunnen we iedere dag weer nieuwe zweet-plak-bonshoofd sensaties ervaren, heel leerzaam voor een Nederlander zoals ik die nog steeds denkt op hetzelfde tempo als in de winter over straat te kunnen lopen of fietsen.

De stad kampt met een gebrek aan plaatsen waar je af kunt koelen: zwembaden (zijn overvol), strandjes, bossen, koelcellen, vrieskelders. Dat brengt mensen op rare ideëen. Bijvoorbeeld je kleding in de vriezer leggen voordat je je omkleedt (als je uitgaat en geen tijd hebt om te douchen). Of anders je handdoek even in de vriezer leggen ruim voordat je gaat douchen. In plaats van de normale, Argentijnse mate te consumeren, gooien sommigen onder ons met ijsblokjes gekoelde limonade bij de yerba en drinken dat op (het heet dan tereré). Men probeert het bereik van de airco te verlengen tot in de tuin met extra ventilators. Of wat dacht je van een natte handdoek over je hond leggen zodat ie zich iets frisser voelt? En tot slot, ondanks alles proberen we veel te slapen, omdat het lichaam daarom vraagt (is vooral mijn kat erg goed in).

Gelukkige hebben wij onze aardige vriend Esteban, met ouders die over een buitenhuis mét zwembad beschikken, waar we in het weekend kunnen chillen. Gelukkig beschikken we inmiddels ook weer over een auto (een Chevette van Braziliaanse fabricage, in de kleur helder grijsblauw) om ermee naartoe te rijden. Ondanks deze verzachtende omstandigheden wacht ik met smart op de herfst en zou ik héél graag de vakantieperiode in de Nederlandse vrieskou (foto’s op Flickr) nog eens dunnetjes over doen.

Piece #50 – No hablamos español

Spaans spreken is één ding. Spaans verstaan, begrijpen en spreken in Buenos Aires is een ander verhaal. Ik zal een paar van de geheimpjes uit de doeken doen van onze taal, misschien wel het meest opvallende, rijke en tegelijkertijd onverklaarbare segment binnen de Argentijnse cultuur.

Om je te kunnen oriënteren, ongeacht of je wel wat Spaans spreekt of niet, dien je rekening houden met de ongewone uitspraak, deze herken je direct aan de harde “ssh” die te horen is bij elke “ll” en “y” (en daar zijn er heel veel van). Voorbeeldje: “Yo me llamo” (Ik heet …) klinkt in andere spaansprekende landen ongeveer als: “jo mè jámo”. In Buenos Aires is het: “Ssho mè sshámo”. Hoe komt dit? De meestgehoorde verklaring is dat de Italiaanse immigranten die begin vorige eeuw in grote aantallen naar Buenos Aires kwamen, met name de uitspraak sterk hebben beïnvloed. En dat dit mengelmoesje langzaamaan gemeengoed is geworden onder de porteños. In de rest van het land zijn verschillende accenten met ieder zijn eigen karakteristieken te horen. Grammaticale verschillen met het Spaans uit Spanje en Latijns-Amerika zijn er ook, en die gelden dan weer in heel Argentinië.

En dan het lunfardo, de lokale slang die al zo lang voortwoekert onder de porteños dat zelfs de opaatjes en omaatjes het vloeiend spreken. Het is een hoofdstuk apart waar echt lol bij komt kijken. De porteños zijn bijvoorbeeld keien in het verzinnen van nieuwe woorden, de één nog lelijker dan de ander. In de categorie lelijk zijn daar bijvoorbeeld: bárbaro (barbaars, betekent goed/OK), chabón (dude), pibe (kind, puber), cheta (kakker), zarpado (overdreven) mina (vrouw, meisje), orto (kont). Het is essentieel hier notie van te hebben want de gesprekken zijn doorspekt met deze woorden.

Dan bestaat er nog een zeer ruime voorziening uitdrukkingen die we te danken hebben aan ófwel de levendige voetbalcultuur ófwel de mannelijke schaamstreek. De bal of ballen zijn de favoriete metafoor voor alles wat slecht of hinderlijk is. Bovenaan de lijst staan boludo (vuile idioot/sukkel/dude, afhankelijk van tegen wie je het zegt) en pelotudo (als boludo maar een stapje ernstiger). Verder hoor ik dagelijks onder andere: hinchar la pelota (irritant zijn), dar bola (belangrijk vinden), tener las pelotas llenas (er helemaal genoeg van hebben), hasta las pelotas (vol zitten/het zeer druk hebben), romper las bolas (frustreren) en er bestaan er nog veel en veel meer.

En dan is er nog de overtreffende trap. Om aan te geven of iets niet goed, maar héél goed is, hebben de porteños verschillende voor- en achtervoegsels bedacht. De meestgehoorde is re-. Je kunt het lezen als super, supergoed is rebueno, supergoedkoop is rebarato, superdruk is reocupado, enzovoort. Een andere is -azo. Als je bijvoorbeeld een liedje (tema) heel goed vind, kun je zeggen: “Qué buen tema!” Maar een porteño zal eerder roepen: “Qué temazo!” Het -azo achtervoegsel kan achter bijna elk zelfstandig naamwoord worden geplakt. Wordt er een mooie goal (gol) gescoord dan schreeuwt men: “Qué golazo!” Persoonlijk ben ik fan van het achtervoegsel -ón. Dat kan niet bij alle woorden, een golón bestaat niet, maar bij een goed nummer op de radio kun je wel uit volle borst roepen: “Que temón!”. En zo kun je dus eindeloos blijven variëren.

Piece # 49 – Sex and the city

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik leid nou niet bepaald het leven van een Carrie, Miranda, Samantha of Charlotte, en dientengevolge kan ik niet uitgebreid uit de doeken doen over de bedprestaties van vele Argentijnse overwinningen. Toch had dat onder andere relationele omstandigheden eventueel wel gekund want de Argentijnse man is een makkelijke prooi.

Zelf zal hij dat niet toegeven want híj verovert. Doelgerichtheid valt hem niet te ontzeggen; in het uitgaansleven zijn de mannen nergens zo recht-op-de-vrouw-af als hier. In zo weinig mogelijk woorden maken ze duidelijk wat hun doel is, variërend van een zoen tot een huwelijk. De discotheken (behalve die waar electronische muziek gedraaid wordt) zijn overwegend bevolkt door singles m/v waarvan sommigen proberen te verdoezelen dat ze wanhopig op zoek zijn, maar velen ook niet. Als je eenmaal een relatie hebt, verkeer je in de veilige zone en hoef je deze plekken niet meer aan te doen. Dat scheelt een hoop, eh… vermoeienis.

Sex and the city versie Buenos Aires gaat over een ander eigenaardig fenomeen waar ik wel wat over kan vertellen: het stikt hier van de love hotels. Om verschillende culturele redenen (oa. dat men langer bij de ouders woont óf een klein appartement deelt met één of twee vrienden) maken jonge stellen en one-night-stand partners hier veel gebruik van. En waarom ook niet, als je voor weinig pesos een jacuzzi, dimlichten, pornozenders, spiegels en ‘s ochtends verse croissantjes op bed krijgt? En een bedieningspaneel bij het hoofdeinde van het bed zodat je op elk gewenst moment Mariah of Whitney door de kamer kunt laten schallen. Zeer essentiëel toch? Verder is het een mooie kans om je eens compleet in de jaren ’80 te wanen, want de kitscherigheid uit deze periode komt je vanuit alle hoeken van het hotel tegemoet.

Maar wat de love hotels pas echt komisch, en zéér argentijns maakt, is de wachtrij. In het weekend hebben alle hotels met topdrukte te maken en bij de receptie (bij het nepfontijntje, de nepbloemen en de nepdruiventrossen) staat het vol met wachtende stelletjes. Kun je het je voorstellen? Vlak voordat je in volstrekte privacy de meest intieme activiteiten gaat ondernemen, sta je daar als een sukkel met je gezelschap jullie beurt af te wachten. Haast onmogelijk is het, om níet vanuit je ooghoeken de andere wachtenden te bestuderen. Ach ja, in Argentinië is het eigenlijk met alles zo: je moet er wát voor over hebben. Iedereen kijkt ondertussen dus maar zo neutraal mogelijk voor zich uit.

Piece # 48 – De dag van…

Argentinië heeft voor alles en iedereen een dag. Als je binnen een hokje valt, en wie overkomt dat niet, dan heb je je eigen dag. Zo door het jaar heen beleven we bijvoorbeeld de dag van de Student, het Straatdier, de Vriend, de Luchtmacht, de Migratievogels, de Inheemse volkeren, de Nationale parken, de Schilder, de Meester/Juffrouw, de Lente, enzovoorts. We worden er bijna moe van.

Bovendien gaan veel dagen vergezeld van verplichtingen: je móet bij je moeder langs op moederdag, je móet éigenlijk je vriendin bloemen cadeaugeven op de Dag van de Lente, je moet je juffrouw feliciteren op haar dag en je vrienden verwachten dat jullie gezamenlijk ergens gezellig gaan dineren op Vriendendag (wanneer alle restaurants uitpuilen en je nergens een reservering kunt krijgen omdat het dus Vriendendag is, en ook niemand die het in z’n hoofd haalt eventueel de dag ervóór of erná met z’n vrienden uit eten te gaan).

Heel belangrijk schijnt het ook te zijn om via MSN, Facebook en welk ander sociaal netwerk dan ook alle moeders, studenten of vrienden een hééél fijne dag toe te wensen.

comentarios para hi5

En in werkelijkheid zijn er nog veel meer dagen dan wij beseffen en dat de massamedia ons doen geloven. Check bijvoorbeeld deze dagen die het ministerie van milieu en duurzame ontwikkeling heeft vastgesteld maar eens (hoewel sommige internationaal erkend zijn). Het is niet te geloven, er zijn jaarlijks alleen al vier dagen aan vogels gewijd!

Waarschijnlijk denkt men dat elk issue z’n eigen dag het bewustzijn onder de bevolking bevordert, maar ik weet één ding zeker: het laat de bevolking murw achter. Ze weten niet meer wannéér het nu welke dag is en omdat er zoveel nationale “speciale” dagen zijn, worden de internationale dagen zoals Wereldaidsdag, Wereldvoedseldag en de Dag van de Vrede ook met beduidend minder enthousiasme ontvangen. Ook jammer.

Wat voor dagen zouden er in Nederland bestaan, vraag ik me af? Misschien de dag van de Kraker, de dag van de Kitesurfer, de dag van de Gezondheidswerker, de dag van Extreem rechts, de dag van de Gouden Kabouter, de dag van het Geschiedeniscanon, Twitterdag… Misschien zou je wel kunnen zeggen dat in plaats van dat Nederland hieraan dágen wijdt, men werkt met festivals en events? In ieder geval geeft dat meer participatie, meer entertainment en meer ontmoetingen. Een dag alleen, ook al organiseert de overheid soms wel bijbehorende evenementen, blijft nogal vrijblijvend. Hier komt het neer op: je koopt een bosje bloemen of gebak en viert het met je gezin binnenshuis, maar je gaat er niet de straat voor op, en als het toeval het wil wordt er even gesproken over wát deze dag precies zou kunnen inhouden. Oftewel, de dagen maken geen mens bewuster van de CO2 uitstoot, van de schendingen van mensenrechten, van de honderden hectares bos die elke zomer afbranden. Nee, daarvoor moet toch echt het zien en het voelen dichterbij gebracht worden, men moet meer gaan ervaren. Een ware uitdaging, die net even iets verder gaat dan officiële landelijke dagen benoemen en die (zonder overtuiging) onder de aandacht brengen.

Piece #47 – Buitengewone beroepen II

Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Weer een paar voorbeelden.

Krantenventer

Een abonnement hebben op een krant of tijdschrift dat aan huis wordt bezorgd, is hier niet gebruikelijk. Het is daarom dat we de krantenventer ‘s ochtends in alle vroegte bij een kruispunt zien staan, hij schreeuwt “diario!”. Een roepende in de woestijn? Er zijn altijd automobilisten die een exemplaar kopen, maar het loopt niet storm, zogezegd. Niet zaterdag, maar zondag is krantleesdag. Zondagochtend staan er overal in de stad jongens paraat met een rekje met verschillende dikke zondagedities, waar de buurtbewoners direct uit bed naartoe sloffen, vervolgens kopen ze broodjes en sigaretten (dat kan overal op zondag) en wanneer ze thuis terugkomen zal inmiddels de koffie doorgelopen zijn.

Hondenkapper

Zaterdag is een dag waarop je bijvoorbeeld bij de hondenkapper langsgaat – met hond uiteraard. Het heersende idee is dat honden met wat langer haar na het badderen niet snel genoeg opdrogen en dat zou irritatie en schimmeltjes achter de oren kunnen veroorzaken. En in een cultuur waar de hond nog net niet op een groot voetstuk staat is dat een onacceptabel risico. Men geeft er daarom de voorkeur aan de hond professioneel te laten badderen en droogföhnen (de standaardbehandeling), maar niet zelden worden ook nageltjes geknipt en het vachtje gekortwiekt of geschoren. Prima, ware het niet dat men hierbij naar een afwijkende esthetische norm handelt. Ik weet vaak niet waar ik moet kijken als ik een “geschoren” hond voorbij zie komen met het haar op de oren, de “snor”, het puntje van de staart en bovenop de pootjes (a la pantoffeltjes) nog op de natuurlijke lengte.

Almacenera

De almacenera is een vrouw, van boven de vijftig, die haar eigen zaak runt (in dit geval een almacén). Ze kookt, bakt, frituurt, ontdooit, garneert, bereidt en verkoopt voedsel. Alles met liefde, maar de kwaliteit en de houdbaarheidsdatum van de producten balanceren soms op het randje. De almacenera heeft het zwaar, want moet concurreren met professionele, gestructureerd werkende bakkerijen die voor betere prijzen lunches verkopen, (en die wél de controle van de smaakpolitie zouden doorstaan). Almaceneras proberen niet zelden met allerlei kletspraat hun concurrenten zwart te maken, hier komt ook de mythe vandaan dat de chinese supermarkten waar iedereen boodschappen doet, ‘s nachts de koelkasten en vriezers uitschakelen om stroom te besparen. De kletspraat, aan de andere kant, is ook een reden waarom mensen bij haar komen kopen; het versterkt het buurtgevoel en even zorgeloos klessebessen over van alles en nog wat is af en toe best OK.

Playero

Playero heb ik altijd een raar woord gevonden, het doet enerzijds denken aan player, wat je daar dan ook onder mag verstaan, en anderzijds zit het spaanse playa erin verwerkt en zou het dus iets met strand te maken kunnen hebben. Een player op het strand, dat zou ook kunnen. Nou goed, inmiddels is het mysterie opgehelderd, het is namelijk pompbediende. De tankstations zijn hier zelden self-service, waarschijnlijk vanwege gebrek aan een goed digitaal betaalsysteem én vertrouwen in de medemens. Playeros dus, en playeras want het zijn ook best vaak meiden.

Piece # 46 – Santa Maradona

Wanneer je het hebt over Argentijns voetbal heb je het over Maradona. Zij die voetbal als hun religie beschouwen, beschouwen Diego als hun God. Voor de anderen is hij voor altijd onlosmakelijk verbonden met de argentijnse voetbalgekte en nu hij bondscoach is, zijn alle ogen op hem gericht. Toen hij als trainer (hier: technisch directeur) van het nationale elftal aangewezen werd was hij even de gelukkigste man op aarde. 

Maar dat bleek niet van lange duur want de prestaties van het team vallen zwaar tegen.

Met nog één wedstrijd te gaan in de kwalificatierondes voor het WK in Zuid-Afrika is Argentinië nog steeds niet zeker van plaatsing. Vijf fikse nederlagen heeft hij op zijn rekening staan (1-6 tegen Bolivia, 0-2 tegen Ecuador, 1-3 tegen Brazilië, 0-1 tegen Paraguay), die de discussie hebben doen oplaaien: moet Diego blijven of moet hij gaan? Gisteren was het eindelijk zover: de overwinning op Peru (2-1) is een feit. De verlossende goal viel in een van de laatste minuten. Maradona kon zijn geluk niet op en maakte direct een spectaculaire buiksliding over het natte veld – tijdens de wedstrijd viel de regen met bakken uit de lucht. Een spectaculair aanzicht, helemaal omdat zijn onderbuik voor een extra veerkracht zorgde tijdens de landing. Argentinië glimlachte breed.

Argentinië en Diego zijn door het oog van de naald gekropen. Nog één wedstrijd te gaan, tegen buurvijand Uruguay, dat altijd akelig goed speelt wanneer Argentinië de tegenstander is, en we zullen weten of we die brede glimlach gerechtvaardigd is, en of Maradona zal blijven, en of Mano Negra’s lied Santa Maradona (videoclip) opnieuw zal klinken.

Update: Argentinië is met de hakken over de sloot naar Zuid-Afrika. Maar, dat was niet het enige nieuwsfeit deze week. Na afloop heeft Maradona de pers zwaarder dan ooit beledigd; de inmiddels legendarische woorden “Degenen die niet in me geloofden kunnen eraan zuigen, en blijven zuigen” (referend aan zijn geslachtsdeel) zijn inmiddels op t-shirts gedrukt en volop in de verkoop.

Piece # 44 – In gevecht met de calorieën

Dagelijks leveren de Argentijnen, bewust of juist totaal niet, een moeizame strijd tegen de calorieën. De overvloed aan calorierijk voedsel is één. Daarbij komen de eetgewoonten. Deze zijn er naar mijn vermoeden ergens tijdens de vorige eeuw ingesleten en er nu, ondanks fervente pogingen, met geen bijl meer uit te hakken. Ik zal er enkele omschrijven.

Foto: clara & james


1. Geen ontbijt of een zoet ontbijt

Cafe con leche vergezeld van toast met boter en jam of een paar koekjes, type Oreo. Voor hen die buiten de deur ontbijten bestaat de standaardaanbieding: Cafe c/leche + 3 medialunas. Medialunas zijn ‘s wereld lekkerste, vetste en zoetste croissantjes. Een gezonde cruesli en ongesuikerde yoghurt vinden in de supermarkt is een mission almost impossible.


2. Vergeten groente

Een schnitzel (milanesa) met aardappelpuree of empanadas gevuld met gehakt gelden als complete maaltijd. En dat terwijl je spotgoedkoop overal ‘s werelds beste cherrytomaten, verschillende slasoorten, aubergines en verse spinazie kunt scoren. De lunch is de hoofdmaaltijd van de dag en bestaat meestal uit een simpel, degelijk gerecht.

3. De merienda

Het diner kan óf heel eenvoudig zijn, óf heel uitgebreid. Maar één ding staat vast: het vindt plaats op een zeer laat tijdstip, doorgaans na negenen ‘s avonds. In het weekend kan het soms wel elf of twaalf uur ‘s avonds worden. Natuurlijk krijg je al veel eerder honger. Daarom bestaat de merienda: het zesuurtje. Ook hier gaat het meestal niet om een gezonde hap: een tosti, een medialuna, een alfajor (ofwel de caloriebom: opgestapelde koekjes met daartussen een of twee lagen dulce de leche en dit geheel gedoopt in chocolade).

4. Fruit eten is geen dagelijks terugkerende gewoonte.

Men kent fruit vooral als smaakstof in yoghurt en als ingrediënt in taart of koekjes, maar niet zozeer als die gekleurde items die de groenteman voor zijn winkel in kisten heeft liggen. Sinds de gezondheidstrend (die is er namelijk wel, waarneembaar middels het grote assortiment light producten) haar intrede heeft gedaan kun je wel bij steeds meer bakkers, lunchtenten en kiosken verse fruitsalades kopen.

Hoe zit dat dan met de gezondheid?

De consequenties van dit – gemiddeld genomen – ongebalanceerde eetpatroon zijn deels zichtbaar, deels nog verborgen. Je ziet hier geen volgevreten playstation kids zoals in de VS of in Nederland. De meeste vrouwen hebben een figuurtje waar ik alleen maar van kan dromen. De jonge mannen blijven que kledingmaat ver beneden XL. Het gevaar komt met leeftijd: buikjes die alsmaar ronder worden en langzaam aanzwellende lagen vet rond de taille bij beide sexen, en: te weinig conditie. Als men dan vet blijft eten komt op relatief jonge leeftijd de by-pass operatie in zicht. Het verraste me niet dat deze ondanks vele valse claims op andere uitvindingen (oa. het prikkeldraad, het vingerafdrukken nemen, de balpen, dulce de leche) wél door een Argentijn blijkt te zijn uitgevonden.

Er is wel hoop: er wordt al jarenlang rekening gehouden met diëten en allergieën: in de dieteticas kun je noten, granen, gedroogd fruit en glutenvrije producten kopen. Er rust bovendien absoluut geen taboe op diëten en men – zeker ook de mannen! – bespreekt openlijk de overtollige kilo’s en hoe daarvan af te komen. Men stapt hiervoor ook makkelijk naar een professioneel diëtist. En tot slot ben ik er om mijn vegetarisme, lactose intolerantie, bio-eco-fairtrade fanatisme en theeverslaving in de strijd te gooien. Op naar de overwinning!