Piece # 60 – Buitengewone beroepen III

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Nog enkele voorbeelden.

Cartonero

Zodra de zon begint te zakken gaan overal in de stad de cartoneros aan het werk. Je ziet ze dan een enorme met een hoeveelheid karton, denk aan ongeveer 2 kubieke meter, in een piepklein karretje langs de drukke straatkant voorttrekken. Als het niet vanwege het formaat van het kartonpak was, zou je ze niet opmerken. De cartoneros zijn een stille, nederige opruimdienst. Cartonerofamilies bezitten paard-en-wagen waarmee ze aan het einde van ieders individuele verzamelrondes het karton de stad uit rijden. Ik kan het niet helpen, het geklak van de paardenhoeven in de vroege avond klinkt voor mij dromerig en geruststellend. Het is het geluid van romantische autenticiteit, misschien van een vroeger Buenos Aires, misschien van het zonnige platteland. Ik zou het direct missen mocht ik hier weggaan.

Cartonero in BA

Foto: Tanoka

Taxista

Als het ergens niet aan ontbreekt in deze stad, zijn het wel taxistas. De stad is 24 uur per dag zwart-geel gekleurd van de taxi’s. Volgens Wikipedia telt Buenos Aires er zo’n 38.400. Wat kan ik zeggen over de chauffeurs? Als je ín de taxi zit zijn ze eigenlijk altijd heel vriendelijk. De meesten praten graag; over hun familie, over politiek, over de stad, het verkeer, over dat ze behalve taxista ook folklorista (folklorezanger) zijn. Ze hebben het ook graag over auto’s, maar niet met mij. Blijkbaar ben ik daar geen kandidaat voor. Als je niet in de taxi zit, dan komt de taxista eerder op je over als een hijo de puta. Eentje die zijn bolide er altijd nog even asociaal tussen duwt daar waar het eigenlijk niet kan, die anderen nooit voorrang verleent, die als eerste begint te toeteren zodra zijn voorganger bij groen licht niet binnen één seconde optrekt. Het is te verklaren: veel taxistas werken zich een slag in de rondte. Ze maken zulke lange dagen in deze genadeloze autojungle, soms wel 7 dagen per week, dat hun hersenpan vast in een schakelblok veranderd is. Een offer waar overigens een zeer behoorlijk inkomen tegenover staat, dat door deze mannen (vrouwelijke taxistas zijn er nog maar weinig) noodzakelijk wordt geacht om goed voor hun gezin te kunnen zorgen.

TIP: Gourmet Taxi is een vermakelijk blog waarvan de schrijfster twee jaar lang taxichauffeurs heeft gevraagd hen naar hun favouriete restaurant te brengen. Geeft bovendien een leuk kijkje in de wereld van de taxistas.

Parkartiest

De stad heeft een flink aantal parken en ruimschoots met groen beplante pleinen, en in de weekenden is het daar eigenlijk altijd feest. Ingrediënt nummer één is de braderie met kunstnijverheid en vaak ook vrijmarkt zoals in Nederland alleen op koninginnedag plaatsvindt. Het tweede ingrediënt zijn de parkartiesten. Op hippe plekken zoals Plaza Francia, San Telmo en Palermo treden er de hele dag door bands op: reggeae, tango, jazz, rock. Zeker geen pulp en alles mét versterkers.
Murga is ook een veelgezien fenomeen: een percussieband die non-stop een opzwepend ritme aangeeft, vergezeld van een grote groep jongeren die schijnbaar eenvoudige, traditionele danspassen uitvoert.

Gedichtenverkoper
Tot de parkartiesten behoort ook zeker de gedichtenverkoper: hij komt bij je langs terwijl je aan het chillen bent, en draagt een gedicht voor. Hiervoor kun je hem als je het mooi vindt, iets geven. Er zijn er ook bij die zelf gedichtenbundels in elkaar hebben gezet en deze voor een klein bedrag hopen te verkopen. Ariel en ik zijn beide best gevoelig voor dit soort kunstenaars in de marge, waardoor we inmiddels een kleine verzameling CD’s en boekjes van parkartiesten hebben aangelegd.

Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw

De typisch Argentijnse vrouw is echt een dame. Hoe mooi ze ook al van zichzelf is, toch streeft ze naar perfectie als het om haar uiterlijk gaat. De stoepen van Buenos Aires worden van 7 uur ‘s ochtends tot diep in de nacht belopen door alle soorten elegant schoeisel toebehorend aan hip geklede, uiterst kokete muchachas (jong én oud). Zij zijn het die de stad mooi maken daar waar de grijze uitlaatgassen de overhand hebben. Zij zijn het die de lucht en zweem van parfum meegeven, gekruid met energie van de allervrouwelijkste soort.

Helemaal niet verkeerd. Maar van dichtbij roepen de typische porteñas soms vragen bij mij op, meestal in de trant van of ze nou écht liever bloedmooi worden gevonden dan razend intelligent.

Voor de doorgewinterde porteña is het leven niet compleet zonder superlang en perfect verzorgd haar. Uiteraard bezoekt ze zo vaak mogelijk haar vaste kapper en ‘s ochtends gaat ze de deur niet uit zonder haar lange manen eerst met de stijltang te hebben bewerkt. Haar nagels dienen immer gelakt te zijn, en ook regelmatig bij de manicure langsgaan om onder meer de nagelriemen eruit te laten trekken is een vereiste. Haar figuur is eveneens een factor. Argentinië mag zich, na Japan, het tweede land ter wereld noemen met het hoogste aantal inwoners dat aan anorexia of boulimia lijdt. Volgens schattingen komt het aantal uit op zo’n 10% van de jongeren tot 25 jaar. Eetstoornis of niet, alle meiden letten sowieso op met eten en ze zeggen het ook: “We weten dat het eten hier nogal zwaar en vet kan zijn dus we houden ons in. Eén stukje pizza en daarmee ‘basta’”. De jongens waarmee mijn buitenlandse vriendinnen en ik omgaan verbazen zich over hoeveel wij kunnen wegwerken, vaak zelfs meer dan zijzelf!

De typisch Argentijnse vrouw doet ook zeker aan sport, in de eerste plaats omdat dit haar figuur ten goede komt. El gymnasio (de sportschool), sporten in het park met de personal trainer, yoga of het extreem populaire wandelen. ‘s Ochtends in het park stikt het van de wandelaars, gehuld in sportkleding en zelden zonder mp3-speler en fles water bij zich. En dan maar wandelen. Wanneer ik ze al hardlopend voorbij ga bedenk ik me dat ik door hard te lopen vast meer caloriën verbrand en daarom ook meer kan eten. Of is dat vrouwenlogica?

En hoe verder haar leeftijd vordert, hoe bonter ze het maakt. Eens een dame, altijd een dame. Er zijn weinig vrouwen boven de, laten we zeggen, 60 jaar die niet én een mantelpakje aan hebben én volledig in de make-up zijn gezet met het haar onberispelijk in lak á la Beatrix. En op hakken, altijd op hakken. Een andere onmiskenbare variant is die van de verouderde Pamela Anderson look-a-like, in roze trainingspak en met bijbehorend chihuahuahondje. De voornaamste activiteit buitenshuis van deze dames lijkt, op het bezoeken van beautysalons na, het bezoeken van theesalons te zijn, waar ze met vriendinnen de tijd wegkeuvelen en minigebakjes nuttigen.

Ik zie in dit alles één voordeel: je bent nooit overdressed. Erg handig als je noodgedwongen in een fladderjurkje (en dan ook gelijk maar een grote zonnebril erbij) de straat op gaat omdat de rest van je kleding bij de wasserette ligt. Het voordeel heeft – niet geheel onverwacht – ook een nadeel; in de vorm van de Argentijnse man. Daarvan zijn er altijd meer dan genoeg die zich te gedragen alsof ze vandaag net voor het eerst uit hun hol zijn gekropen. En de Argentijnse vrouw? Die gebruikt de mannencommentaren vast als graadmeter om haar houdbaarheid te meten, en misschien ook wel een heel klein beetje om haar eigen man jaloers te maken. Haar leven is immers ook niet compleet zonder man, en niet zomaar eentje, een man die de Argentijnse vrouw adoreert.

De foto komt van www.flickr.com/magnoliafields

Piece # 53 – Het feest dat vrije tijd heet

Mensen vragen soms: wat doe je in Buenos Aires zoal in je vrije tijd? Ik heb nooit een kant-en-klaar antwoord, ik weet eigenlijk alleen dat het lijkt alsof ik structureel vrije tijd te kort heb. Herkenbaar, niet? Hier een superspannende doorsnee zomerweek.

Maandag ben ik gaan hardlopen, dat was interessant want het was al bijna twee maanden geleden dat ik een laatste poging hiertoe gedaan had. Die poging was in Nederland en de vrieskou kroop zo diep mijn longen in dat ze er pijn van deden. Dat liep dus minder lekker. Deze maandag was de temperatuur wonderbaarlijk genoeg niet al te hoog en rond 20.30 uur ‘s avonds liep ik vrolijk en blij een paar rondjes om Parque Centenario. Daarna had ik uiteraard twee dagen spierpijn.

Dinsdag ging ik, ook weer sinds lange tijd, naar mijn favoriete hulpverlener: ostheopate Jackie. Dit vrouwtje doet aan voetreflexologie, en gaat vervolgens je lichaam “rechtzetten” met behulp van een massageapparaat, infraroodlamp en haar eigen handen. Dat ze vaak ook in je mond moet zijn om je gehemelte of je rechterkaak weer te laten ontspannen maakt het helemaal compleet. Ze heeft ook voorspellende krachten. Zo heeft ze me gezegd dat ik moet blijven sporten om niet krom te worden zoals mijn oma (die kende ze niet), dat ik mijn best moet doen om niét mijn nekspieren te gebruiken, want daar komt anders stress in, en ik moet mijn gedachten niet herkauwen zoals een koe dat doet met zijn eten (dat zei ze me tijdens onze eerste kennismaking).

De volgende dag ging Ariel er heen. Niet geheel zonder protest (“Gaat ze aan me zitten? Ook aan mijn voeten? Je weet dat ik daar niet van hou!”), maar hij ging. Voor zijn eigen bestwil, want hij had zijn rugproblemen nog maar net overleefd of hij merkte op een middag dat hij ineens aan één oor doof was geworden. Naast alle onderzoeken, doktersadviezen en medicijnen, moest hij van mij naar Jackie. Zij zou hem vast inzicht kunnen geven over hoe hij nog meer van dit soort onplezierige lichamelijke verrassingen kan voorkomen. Er zijn nu drie weken van medicijnen innemen gepasseerd en zijn gehoor is weer ietsje teruggekomen.

Ik ging deze woensdag naar het nieuwe anfitheater in Parque Centenario, een van de plekken waar de overheid deze zomer culturele evenementen (Aires buenos aires) organiseert. Het was tango/moderne dans met helaas – zo vonden ik en mijn vriendinnen – een erg grote nadruk op tango. Tango is prachtig om te zien maar als je geen tangofanaat bent, wil je na een uur stiekem wel weer iets anders.

Donderdagavond trok ik eerst mijn kast overhoop. Ik moest iets vinden om aan te trekken op deze klamme zomeravond, iets elegants en luchtigs maar niet te ongemakkelijk. Ik probeerde een spijkerbroek en raakte abrupt depressief, die kreeg ik niet eens aan! Het was vast de combinatie van iets teveel ijs eten, de net gewassen spijkerbroek, en zoals ik al zei de klammigheid van die dag. (De spijkerbroek laat ik dus nog een weekje in de kast.) We vertrokken naar San Telmo, en gingen onze favoriete concertzaal La Trastienda binnen. We kregen een tafeltje en bestelden wat te drinken. Trompettist Gillespi mag zijn naam dan gejat hebben van een internationale jazzgrootheid, hier is hij terecht een nationale held. Samen met zijn energieke band en een aantal genodigden speelde hij jazz/rock/blues/improvisatie en deed tussendoor semi-nonchalant humoristisch, want we kennen hem ook allemaal als radio-comediant bij de show La venganza será terrible.

Vrijdag had ik geen tijd voor de wekelijkse AtoBiz borrel-en-misschien-filmavond. Nadat ik me thuis omgekleed had, reden we naar Bernal, naar het huisje wat mijn schoonfamilie pas gekocht heeft. Manuela, Ariel’s halfzusje, werd 19. Het huis en patio zaten vol familie. Ernesto, Ariel’s schat van een vader, was te vinden achter de barbecue. Om even voor 12-en werd er gezongen en een kaarsje op de taart uitgeblazen (dit noemen ze la velita; het kaarsje). We aten taart en direct daarna werd er wéér gezongen omdat nu, zaterdag, Laura, de moeder van Manuela en vriendin van Ernesto, jarig was. We bleven nog een tijdje kletsen, drinken en klagen dat het nog steeds zo warm is. Tja, what’s new. De hele weg terug in de auto heb ik geslapen.

Nu is het weekend, het weer is wat onbestendig en we laten alles nu maar eens op zijn beloop. Er zijn openluchtfilms, er is het zwembad, er zijn vriendinnen die uitgaan, morgen begint het Chinese jaar van de Tijger, ik wil in de Chinese buurt eigenlijk wat foto’s gaan maken. Voor nu: alleen maar even chillen en schrijven.

Piece #50 – No hablamos español

Spaans spreken is één ding. Spaans verstaan, begrijpen en spreken in Buenos Aires is een ander verhaal. Ik zal een paar van de geheimpjes uit de doeken doen van onze taal, misschien wel het meest opvallende, rijke en tegelijkertijd onverklaarbare segment binnen de Argentijnse cultuur.

Om je te kunnen oriënteren, ongeacht of je wel wat Spaans spreekt of niet, dien je rekening houden met de ongewone uitspraak, deze herken je direct aan de harde “ssh” die te horen is bij elke “ll” en “y” (en daar zijn er heel veel van). Voorbeeldje: “Yo me llamo” (Ik heet …) klinkt in andere spaansprekende landen ongeveer als: “jo mè jámo”. In Buenos Aires is het: “Ssho mè sshámo”. Hoe komt dit? De meestgehoorde verklaring is dat de Italiaanse immigranten die begin vorige eeuw in grote aantallen naar Buenos Aires kwamen, met name de uitspraak sterk hebben beïnvloed. En dat dit mengelmoesje langzaamaan gemeengoed is geworden onder de porteños. In de rest van het land zijn verschillende accenten met ieder zijn eigen karakteristieken te horen. Grammaticale verschillen met het Spaans uit Spanje en Latijns-Amerika zijn er ook, en die gelden dan weer in heel Argentinië.

En dan het lunfardo, de lokale slang die al zo lang voortwoekert onder de porteños dat zelfs de opaatjes en omaatjes het vloeiend spreken. Het is een hoofdstuk apart waar echt lol bij komt kijken. De porteños zijn bijvoorbeeld keien in het verzinnen van nieuwe woorden, de één nog lelijker dan de ander. In de categorie lelijk zijn daar bijvoorbeeld: bárbaro (barbaars, betekent goed/OK), chabón (dude), pibe (kind, puber), cheta (kakker), zarpado (overdreven) mina (vrouw, meisje), orto (kont). Het is essentieel hier notie van te hebben want de gesprekken zijn doorspekt met deze woorden.

Dan bestaat er nog een zeer ruime voorziening uitdrukkingen die we te danken hebben aan ófwel de levendige voetbalcultuur ófwel de mannelijke schaamstreek. De bal of ballen zijn de favoriete metafoor voor alles wat slecht of hinderlijk is. Bovenaan de lijst staan boludo (vuile idioot/sukkel/dude, afhankelijk van tegen wie je het zegt) en pelotudo (als boludo maar een stapje ernstiger). Verder hoor ik dagelijks onder andere: hinchar la pelota (irritant zijn), dar bola (belangrijk vinden), tener las pelotas llenas (er helemaal genoeg van hebben), hasta las pelotas (vol zitten/het zeer druk hebben), romper las bolas (frustreren) en er bestaan er nog veel en veel meer.

En dan is er nog de overtreffende trap. Om aan te geven of iets niet goed, maar héél goed is, hebben de porteños verschillende voor- en achtervoegsels bedacht. De meestgehoorde is re-. Je kunt het lezen als super, supergoed is rebueno, supergoedkoop is rebarato, superdruk is reocupado, enzovoort. Een andere is -azo. Als je bijvoorbeeld een liedje (tema) heel goed vind, kun je zeggen: “Qué buen tema!” Maar een porteño zal eerder roepen: “Qué temazo!” Het -azo achtervoegsel kan achter bijna elk zelfstandig naamwoord worden geplakt. Wordt er een mooie goal (gol) gescoord dan schreeuwt men: “Qué golazo!” Persoonlijk ben ik fan van het achtervoegsel -ón. Dat kan niet bij alle woorden, een golón bestaat niet, maar bij een goed nummer op de radio kun je wel uit volle borst roepen: “Que temón!”. En zo kun je dus eindeloos blijven variëren.

Piece # 49 – Sex and the city

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik leid nou niet bepaald het leven van een Carrie, Miranda, Samantha of Charlotte, en dientengevolge kan ik niet uitgebreid uit de doeken doen over de bedprestaties van vele Argentijnse overwinningen. Toch had dat onder andere relationele omstandigheden eventueel wel gekund want de Argentijnse man is een makkelijke prooi.

Zelf zal hij dat niet toegeven want híj verovert. Doelgerichtheid valt hem niet te ontzeggen; in het uitgaansleven zijn de mannen nergens zo recht-op-de-vrouw-af als hier. In zo weinig mogelijk woorden maken ze duidelijk wat hun doel is, variërend van een zoen tot een huwelijk. De discotheken (behalve die waar electronische muziek gedraaid wordt) zijn overwegend bevolkt door singles m/v waarvan sommigen proberen te verdoezelen dat ze wanhopig op zoek zijn, maar velen ook niet. Als je eenmaal een relatie hebt, verkeer je in de veilige zone en hoef je deze plekken niet meer aan te doen. Dat scheelt een hoop, eh… vermoeienis.

Sex and the city versie Buenos Aires gaat over een ander eigenaardig fenomeen waar ik wel wat over kan vertellen: het stikt hier van de love hotels. Om verschillende culturele redenen (oa. dat men langer bij de ouders woont óf een klein appartement deelt met één of twee vrienden) maken jonge stellen en one-night-stand partners hier veel gebruik van. En waarom ook niet, als je voor weinig pesos een jacuzzi, dimlichten, pornozenders, spiegels en ‘s ochtends verse croissantjes op bed krijgt? En een bedieningspaneel bij het hoofdeinde van het bed zodat je op elk gewenst moment Mariah of Whitney door de kamer kunt laten schallen. Zeer essentiëel toch? Verder is het een mooie kans om je eens compleet in de jaren ’80 te wanen, want de kitscherigheid uit deze periode komt je vanuit alle hoeken van het hotel tegemoet.

Maar wat de love hotels pas echt komisch, en zéér argentijns maakt, is de wachtrij. In het weekend hebben alle hotels met topdrukte te maken en bij de receptie (bij het nepfontijntje, de nepbloemen en de nepdruiventrossen) staat het vol met wachtende stelletjes. Kun je het je voorstellen? Vlak voordat je in volstrekte privacy de meest intieme activiteiten gaat ondernemen, sta je daar als een sukkel met je gezelschap jullie beurt af te wachten. Haast onmogelijk is het, om níet vanuit je ooghoeken de andere wachtenden te bestuderen. Ach ja, in Argentinië is het eigenlijk met alles zo: je moet er wát voor over hebben. Iedereen kijkt ondertussen dus maar zo neutraal mogelijk voor zich uit.

Piece #47 – Buitengewone beroepen II

Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Weer een paar voorbeelden.

Krantenventer

Een abonnement hebben op een krant of tijdschrift dat aan huis wordt bezorgd, is hier niet gebruikelijk. Het is daarom dat we de krantenventer ‘s ochtends in alle vroegte bij een kruispunt zien staan, hij schreeuwt “diario!”. Een roepende in de woestijn? Er zijn altijd automobilisten die een exemplaar kopen, maar het loopt niet storm, zogezegd. Niet zaterdag, maar zondag is krantleesdag. Zondagochtend staan er overal in de stad jongens paraat met een rekje met verschillende dikke zondagedities, waar de buurtbewoners direct uit bed naartoe sloffen, vervolgens kopen ze broodjes en sigaretten (dat kan overal op zondag) en wanneer ze thuis terugkomen zal inmiddels de koffie doorgelopen zijn.

Hondenkapper

Zaterdag is een dag waarop je bijvoorbeeld bij de hondenkapper langsgaat – met hond uiteraard. Het heersende idee is dat honden met wat langer haar na het badderen niet snel genoeg opdrogen en dat zou irritatie en schimmeltjes achter de oren kunnen veroorzaken. En in een cultuur waar de hond nog net niet op een groot voetstuk staat is dat een onacceptabel risico. Men geeft er daarom de voorkeur aan de hond professioneel te laten badderen en droogföhnen (de standaardbehandeling), maar niet zelden worden ook nageltjes geknipt en het vachtje gekortwiekt of geschoren. Prima, ware het niet dat men hierbij naar een afwijkende esthetische norm handelt. Ik weet vaak niet waar ik moet kijken als ik een “geschoren” hond voorbij zie komen met het haar op de oren, de “snor”, het puntje van de staart en bovenop de pootjes (a la pantoffeltjes) nog op de natuurlijke lengte.

Almacenera

De almacenera is een vrouw, van boven de vijftig, die haar eigen zaak runt (in dit geval een almacén). Ze kookt, bakt, frituurt, ontdooit, garneert, bereidt en verkoopt voedsel. Alles met liefde, maar de kwaliteit en de houdbaarheidsdatum van de producten balanceren soms op het randje. De almacenera heeft het zwaar, want moet concurreren met professionele, gestructureerd werkende bakkerijen die voor betere prijzen lunches verkopen, (en die wél de controle van de smaakpolitie zouden doorstaan). Almaceneras proberen niet zelden met allerlei kletspraat hun concurrenten zwart te maken, hier komt ook de mythe vandaan dat de chinese supermarkten waar iedereen boodschappen doet, ‘s nachts de koelkasten en vriezers uitschakelen om stroom te besparen. De kletspraat, aan de andere kant, is ook een reden waarom mensen bij haar komen kopen; het versterkt het buurtgevoel en even zorgeloos klessebessen over van alles en nog wat is af en toe best OK.

Playero

Playero heb ik altijd een raar woord gevonden, het doet enerzijds denken aan player, wat je daar dan ook onder mag verstaan, en anderzijds zit het spaanse playa erin verwerkt en zou het dus iets met strand te maken kunnen hebben. Een player op het strand, dat zou ook kunnen. Nou goed, inmiddels is het mysterie opgehelderd, het is namelijk pompbediende. De tankstations zijn hier zelden self-service, waarschijnlijk vanwege gebrek aan een goed digitaal betaalsysteem én vertrouwen in de medemens. Playeros dus, en playeras want het zijn ook best vaak meiden.

Piece # 45 – Buitengewone beroepen

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Wanneer ik ‘s ochtends het op gang komende ecosysteem van Buenos Aires aanschouw, kom ik dagelijks creaties tegen die mij voorheen onbekend waren. Ik heb het over mensen die beroepen uitvoeren die op andere plekken ter wereld absoluut (nog) niet vanszelfsprekend zijn.

De stoepenspuiter

De stoepenspuiter is ‘s ochtends rond een uur of acht ruimschoots vertegenwoordigd. Je herkent hem aan zijn kaplaarzen, kaki-kleurige broek en blik op oneindig terwijl hij met de tuinslang in de hand systematisch maar vooral zonder haast de stoep staat schoon te spuiten. Waarom dient de stoep dagelijks gespoten te worden, zou je denken. Allereerst: hondenpoep, een onacceptabele hoeveelheid hondenpoep ligt er te wachten op verwijdering. Ten tweede: wie een pand bezit, is tevens eigenaar van het bijbehorende stuk stoep en dient zorg te dragen voor diens welzijn, renovatie en properheid. Mocht iemand zijn been breken vanwege een uitstekende stoeptegel, dan kan de eigenaar van deze stoep aansprakelijk gesteld worden.

Paseoperros

Vooal in Palermo, maar ook in andere wijken, is de paseoperros een veelgeziene gast. Hij of zij haalt ‘s ochtends vroeg honden op bij hun baasjes, om deze enkele uren uit te laten en dan weer af te leveren. Het wettelijk toegestane aantal honden per uitlater is acht, maar de echte die hards hebben er meer onder hun hoede (more doggies means more cash). De paseo perros is even vaak man als vrouw, jong en meestal in bezit van fiets, plastic zakjes voor de uitwerpselen en een grote riem met veel lussen om al de hondenriemen aan te gespen. En de honden dus. Mij valt het op dat de honden zeer rustig zijn en zeer welopgevoegd over straat paraderen. Altijd. Allemaal. Ik vraag me nog steeds af wat daarvan het geheim is.

Kioskero

De kiosk is één van de hoekstenen van de Bonaerense samenleving. De kioskero opent zijn kiosk in de vroege morgen om de eerste lading nicotineverslaafden die naar hun werk gaan aan sigaretten te helpen. De kiosk is een winkeltje, nooit verder dan 200m vanaf waar je je op dat moment bevindt, met een zeer grote uitstelling aan chocolade, biscuitjes, kauwgom, mueslirepen, sigaretten en frisdrank. Het is vaak niet mogelijk het zaakje te betreden; je doet je aankopen via een groot raam met tralies ervoor. Bij elke bushalte zijn een of meerdere kiosken, verleidelijk en handig, want ook al hangen er op de ruit allerlei briefjes met “no hay monedas” je kunt altijd proberen via een kleine aankoop muntgeld te bemachtigen om zo met de bus te kunnen reizen. De kioskero is als een berekenbare redder bij kleine nood, hij verkoopt 24 uur per dag instant satisfaction. Dat hij niet helemaal “bij” is, niet groet en met je afrekent zonder je te zien of horen (vaak omdat hij gewoon door blijft praten met zijn gezelschap of per telefoon) is vaker regel dan uitzondering. En eigenlijk kun je het hem niet kwalijk nemen.

Portero

Een beroep dat mogelijk nog minder voldoening biedt dan kioskeigenaar is dat van de portero, oftwel de bewaker van een pand. De appartementencomplexen waar de stad vol mee staat hebben allen een mannetje op de benedenverdieping zitten, die in de gaten houdt wie er binnenkomen en uitgaan. Soms met behulp van een beveiligingscamera of een computer, maar meestal zit hij eenzaam aan een tafel met een krant voor zijn neus. Zijn voornaamste bezigheid is de deur openen voor de mensen via een bedieningspaneel en goedendag zeggen. Meer niet. Tja.

Stoplichtbijklussers

Meer interactie en levendigheid zien we op de weg, op kruispunten om precies te zijn. Terwijl je als automobilist bij het stoplicht staat komt er vaak een jongen of meisje uit de dichtstbijzijnde sloppenwijk je voorruit schoonmaken. Weigeren is er eigenlijk niet bij; vanaf het moment dat de ruitenwasser aan zijn taak begint, word je geacht een bijdrage te leveren aan hun broodwinning. Op andere momenten, of op andere kruispunten, wordt er vaak een kort, grappig showtje verzorgd door een jongleur, danseres, muzikant of mimekunstenaar (of dit alles in één).

Trapito

Een andere beroepsgroep die medewerking lichtjes afdwingt is die van de autobewaker ofwel trapito. Wanneer je ergens in het centrum je auto gaat parkeren (ja, er zijn zowaar parkeerplekken!) komt er een mannetje op je af, al zwaaiend met een lap (trapo). De lap trekt aandacht, de lap maakt hem identificeerbaar en hij kan er ook nog richting mee aangeven. Met behulp van de lap wijst hij je op een vrije parkeerplek. Als je er eenmaal geparkeerd staat is de ongeschreven regel dat hij op de auto let en je hem bij terugkomst betaalt. Deze clandestiene parkeerwacht werkt prima, althans onze auto heeft altijd bescherming genoten, maar let wel: niet betalen zou wel eens onheil (lees: een baksteen, bijvoorbeeld) kunnen betekenen.

Lees ook de andere posts (II en III) in de serie Buitengewone Beroepen, met oa. de krantenventer, de almacenera, de hondenkapper, de playero, de tanguero en de gedichtenverkoper.

Piece # 42 – Dolle boel

Benodigdheden voor een feestje BA style:

  • Huiskamer
  • Vrienden. Je nodigt allerlei mensen uit (alleen niet je ex) en het is absoluut normaal dat die ook weer anderen meebrengen (mits geen ex). Wel zo gezellig.
  • Bier en wijn. Geen enorme hoeveelheden want de gasten brengen ook vaak wijn of een literfles bier mee.
  • Men doet niet aan cadeaus, maar neemt vaak versnaperingen mee. Wij hebben eerder al in ontvangst mogen nemen: aardbeienthee, meloenlikeur, nougatrepen, guacamole, perziken en wodka om daiquiris te maken.
  • Empanadas, te bestellen bij de lokale caterer.
  • Chips
  • Kaas, ham, salami
  • Sandwiches. All English style: witbrood, zonder korstjes, ook te bestellen bij de lokale caterer.
  • Taart. Let op: deze wordt ná de hartige hapjes gegeten. Zodra de taart in zicht komt zet men in: “Que los cumplas feliz….”
  • Champán. Voor de brindis (toast uitbrengen). Komt meestal met de taart en is een verplichte aangelegenheid, men klinkt, men drinkt en gaat weer over tot de orde van, eh, het feest.
  • Muziek. Rock nacional, jazz uit de regio en later op de avond ’80 & ’90s. Tieners draaien het liefst reggeaton en cumbia.
  • Mate of koffie. Er komt, mij meestal geheel onverwacht, altijd wel een moment waarop er ineens mate bereid of koffie gezet moet worden. Voor de liefhebbers. Misschien om te zorgen dat we niet in slaap vallen?
  • “Pilas” (fig. batterijen) oftewel vooral géén slaap. Argentijnen zijn niet van het vroeg naar bed gaan. Een eenvoudige verjaardag, hoe kleinschalig ook, duurt makkelijk tot 5 uur in de ochtend.

Ons gezamenlijke feestje (Ari is net jarig geweest) dit weekend zal ongeveer volgens dezelfde formule zijn. We hebben slechts een paar kleine wijzingen in het programma: het halve glaasje champagne vervangen we door onbeperkt huisgemaakte sangría, guacamole mag niet ontbreken en evenmin de american cookies. Een Hollands tintje? Mijn appeltaart kennen ze al, bitterballen maken is me iets te omslachtig, laat ik het maar houden bij ons aller traditionele, immer gewaardeerde rookwaar.

Piece # 40 – Internet light

Regelmatig wanneer iemand mij een link naar een video op YouTube stuurt, kan ik die niet openen omdat de video “in mijn regio niet beschikbaar is”.

youtube-region-filtering
Argentinië bevindt zich aan de verkeerde kant van de digital divide: een splitsing van het web in een deel voor de rijke landen en een deel voor de armere landen. Want, inkomsten uit online advertenties bepalen de marktwaarde van grote websites zoals YouTube. Deze zijn alleen bestemd voor de rijke, westerse landen en adverteerders wensen niet te betalen voor hun banner die verschijnt op beeldschermen in Sri lanka, Zuid-Afrika of Peru, want de consumenten aldaar kunnen zich hun producten niet veroorloven. Oftewel, hoe minder merkproducten we kopen, hoe minder YouTube video’s we mogen zien.

De onrendabele regio’s kosten YouTube jaarlijks vele miljoenen dollars, zegt financiële dienstverlener Credit Suisse. Ook andere websites zoals Flickr, Facebook en MySpace gaan hun diensten beperken in de armere landen.

Wat betekent dit voor de onbegrensde mogelijkheden van het internet, en de beloftes van vrije informatie, en de global village? Waarom is er nog steeds overvloed in het Westen, en wordt de Derde wereld gekort? Simpelweg marktwerking? Of vergeet men soms dat de laatste sinds het koloniale tijdperk is leeggehaald door westerse machthebbers, daarna economisch is gekoloniseerd door westerse multinationals, en vervolgens door de westerse banken is bekeurd omdat het niet meteen lukte net zo’n sterke economische macht als bij hen op te bouwen?

De tijd van legale, erkende compensatie is voor Latijns-Amerika nog niet aangebroken. Ik vond het altijd wel begrijpelijk dat op straat illegaal gekopiëerde films verkocht worden, zonder dat men daarvoor opgepakt wordt. En dat Taringa.net werkelijk al het digitale biedt wat een spaans sprekende zich maar kan wensen: illegale software, muziek, films, cracks, codes, recepten, spellen, etc. De officiële versies zouden toch niet verkocht worden. Laten we hopen dat informatie vrij verkrijgbaar blijft voor Latijns-Amerika, via welke weg dan ook. De (digital) divide met het Westen is al groot genoeg.

Bron: OneWorld

Piece # 37 – Losers’ day (Dia del Boludo)

Living in Buenos Aires means trying to understand the fenomena “boludo”, an ambiguous word that we find scattered through almost every conversation. It now even has it’s own day, which is today.

We are a nation of losers. Of millions of illusions about hoping to live in peace, construct a prosper future and a society with justice. However, the so-called “alive” show us every day that trusting in promises, showing respect for others and acting upon the law is a stupidity. Something that only losers do, the ones that are lost, the ones that are stupid, the boludos.

So they tell you…
“The whole world is doing it… Who cares? Are you gonna be the only loser that…?”
STOP IT!
We are proud that we are doing the things as we should!

We defend the honest, the good guy, the good citizen; the idea that a country is shared by all and exists for all.
Argentinean losers, unite! We’ll walk on the frontline, proud to know that within every one of us, itches the holy call of the BOLUDO argentino.
Because we are more than we think we are.
Because we are right.

For a nation with more losers every day!

Dia del boludo

Who would feel like a boludo?
- he who waits for people to step out of the metro before trying to get in himself
- he who knows he’s being underpaid but goes to work everyday with a smile because he loves his job
- she who still thinks one day there will be a politician that’s going to make a difference
- she who sees colleagues skipping from work but refuses to do so herself
- he who’s afraid of influenza A, but thinks: fuck it, I’ll wear a mouth cap and go anywhere I want to
- he who always throws his garbage into a dirt bin

(Taken from the over 900 pages of testimonies on www.diadelboludo.com)