Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Bolivia: De andere wereld

Iedere stad en iedere nieuwe plaats die ik bezoek in Bolivia, doet me verbazen. Maar Santa Cruz spant de kroon.

Het is de grootste stad van het land, ligt ongeveer op de grens tussen het inmens grote Amazonegebied en het inmens grote Andesgebergte. Na zeker 1,5 maand in de Andes te hebben doorgebracht betekende dit voor mij één ding: tropische hitte! Santa Cruz is de stad van de palmbomen, korte broeken, slippers, airconditioning, koude douches en schepijs, veel schepijs. Braziliaanse invloeden zijn er ook volop: BBQ restaurants, flirtende mannen, dure auto’s en winkels vol met producten uit het buurland. Kortgezegd, ik waan me in een andere wereld.

 

Onafhankelijk

Deze wereld wil zich economisch en politiek onafhankelijk verklaren van het Bolivia van Evo Morales. Deze werd in andere streken toegejuicht via de graffiti op de muren, hier wordt hij doodgewenst of ´bedankt´ in niet zulke fijne bewoordingen. Hier zijn ze bang dat hij als een soort Chávez zal gaan huishouden (Morales is begonnen met het opstellen van een nieuwe grondwet)  en de rijkdom zal afpakken van deze regio, van deze mensen, die het land hebben gemaakt tot wat het nu is. En zoals ik al aangaf, hier ziet dat er niet al te beroerd uit.

 

Potosí en Sucre

Voor ik hier aankwam heb ik nog de nodige dromen beleefd. Eindeloze natuur-avonturen vlakbij Samaipata. Watervallen, varenbossen (varens zo hoog en zo groot als palmbomen), bergtoppen, koken op een houtvuurtje, muggenbeten incasseren, het kwam er allemaal in voor. Verder heb ik met mijn Franse reisgenoten door de zilvermijnen van Potosi gekropen (dynamiet-explosies included) en de boel verkend in en rondom in de rustige, koloniale stad Sucre.

Brazilië is de volgende stap, vanmiddag stap ik op de trein die me een stuk verder zal brengen in de andere wereld. Om een of andere reden wordt deze trein ook wel de dodentrein genoemd maar voor zover ik weet zijn er alleen doden gevallen doordat mensen een plaatsje op het dak verkozen boven een normale zitplaats. Na zoveel nachtelijke busreizen over onverharde wegen en taxiritten waarbij ik 2,5 uur lang een zitplaats moest delen met iemand anders, kijk ik erg uit naar het ritje in de dodentrein.

Ik zal Bolivia erg missen, er is nog zoveel meer te zien, ik voel me veilig en de mensen zijn enorm lief. Helaas heeft het noorden van het land te kampen met heftige overstromingen, zitten er tienduizenden mensen zonder huis. Ik had heel, heel graag wat langer gebleven, maar in de stempel in mijn paspoort hebben ze 30 dagen geschreven, en die zijn bijna om. Ook het Spaans spreken zal ik missen, ik heb al driftig geoefend op ”tudo bem?” en “você fala ingles?” maar echt ver zal ik het niet gaan schoppen in het portugees. In Brazilië zal de hitte mij, zoals iedereen, nog meer om de oren slaan. Maar goed, we hebben het hier wel over het beloofde land! Het Zuid-Amerikaanse ideaal, het exotisme, een levensstijl en een vibe die nergens anders ter wereld te vinden zou zijn.

Bolivia: Het land van 1000 dromen

Bolivia? Yes indeed. Waar zal ik beginnen?

Ik werd door een klein busje waarin een paar Canadezen en ik gedumpt in Copacabana, een klein zonnig maar koud plaatsje aan de rand van Lago Titicaca, het meer op de grens met Peru (saillant detail: beide landen claimen dat het deel “titi” aan hen toebehoort en “caca” aan de ander, dat laatste betekent namelijk heel letterlijk “poep”). Hier ontdekte ik hoe goedkoop Bolivia werkelijk is, het hotel kostte 1,20 $ per nacht, en hoe een niet-zo-vers-meer tomatensoepje je dagenlang aan het bed kan kluisteren, grrr. Ondertussen was Olivier de slaapzaal binnen gestapt, een Canadees waarmee ik op kerstavond in Peru nog aan de borrel had gezeten. Met hem én al zijn muziekinstrumenten, ben ik vervolgens verder gereisd, te beginnen bij Isla del Sol.

 

Inca-eiland

Dit eiland is de oorsprong van de Incageschiedenis, vanuit hier zou de allereerste Inca in opdracht van de Zonnegod, zijn begonnen het rijk te stichten. Het eiland was superkoud en de boottocht lang, maar we werden goed beloond. Een prachtig eiland, uitzichten op besneeuwde bergtoppen verder landinwaarts, vriendschap met een Belgisch stel, zonsondergangen, sterrenhemels, Incaruines, VEEL wind, de INTENS brandende zon, heerlijk eten, en vriendelijke mensen die hun hand niet omdraaien voor een verhuizing waarbij ze matrassen, kasten en tafels op hun rug de berg op dragen. De tweede nacht op het eiland was min of meer een verplichting want we hadden de laatste boot gemist. Het resultaat was een overnachting in het allergoedkoopste pension ooit, op een keihard matras van stro, de wc bevond zich naast het varkenshok, de muren hingen vol posters van Evo Morales (hij is genadeloos populair hier, wellicht de nieuwe Che, iemand een Evo t-shirt?), en de eigenaar en zijn familie waren supervriendelijk. Of we hun keuken niet wilden gebruiken om een matecito te bereiden, het is immers koud?

Even terzijde, overal waar ik kom stikt het werkelijk van de Argentijnen. Ze hebben nu vakantie en overspoelen het continent, al mate-drinkend uit thermoskannen die ze overal mee naartoe slepen. Maar het leuke is dat ze over het algemeen jong en vriendelijk zijn, net als de meeste mensen die ik tegenkom, en altijd bieden ze mate aan of wat ze op dat moment ook consumeren.

 

La Paz

De reis ging vervolgens naar La Paz, een naar onze standaarden niet erg moderne stad met hier en daar een paar contrasten zoals vrouwen in volledig traditionele kleding die mobiele telefoons verkopen. Traditionele kleding: denk aan een rok gemaakt van zo´n 8 meter stof zodat haar kont enorm lijkt, een gekleurde doek die ze als rugzak gebruikt voor spullen of een baby en lange vlechten in het haar en een bolhoedje dat op het topje van haar hoofd balanceert. Een van de leukste bezienswaardigheden is de heksenmarkt, waar men allerlei soorten offermateriaal kan kopen om pachamama gunstig te stemmen. Pachamama is een soort oppernatuurgod, vrij vertaald “moeder aarde”, waarin alle Bolivianen geloven. Ze geloven dat zij het meest gelukkig wordt van offers zoals bier, wijn, suikergoed en zo af en toe een dode kikker of lamafoetus. Ook voegt men namaakgeld en miniatuurautootjes en -huisjes toe om aan te geven dat dat is waarnaar men streeft. Dit alles is te koop op de heksenmarkt, samen met allerlei geluk- en liefde brengende zepen, oliën, pommades, stenen, zaden en cocablaadjes.

De cocablaadjes worden volop gebruikt hier in Bolivia, en ook in Peru en Ecuador maar minder frequent. Ze stoppen de blaadjes samen met een kalkbevattende substantie in hun wang en roteren deze bal in hun mond zonder te kauwen. Op deze manier kun je de sappen eruit zuigen zonder dat het geheel al te bitter wordt. Uiteindelijk schijn je dan een iets van aangenaam gevoel te krijgen (plus een verlamde wang) en het helpt tegen vermoeidheid en eetlust. Ik vind het niet echt smakelijk, drink af en toe een mate de coca en dan heb ik het wel weer gezien. In La Paz heb ik nog meer geleerd over coca en de historie ervan in het Coca museum, erg leerzaam want gek genoeg wist ik bijvoorbeeld niet dat voor Coca cola nog steeds cocablaadjes worden gebruikt. Cocaïne is een ander verhaal. Zowel voor de illegale productie daarvan als voor Coca cola zijn de Boliviaanse cocaplantages noodzakelijk, maar doordat de eindproducten elders worden vervaardigd kan Bolivia er nauwelijks iets aan verdienen.

 

Carnaval

Vanuit La Paz vertrokken we met een bus van ware topkwaliteit (niet dus, ze gebruiken enkel afdankertjes uit Brazilie) over een weg van topkwaliteit (hobbel met hoofdletter H)  naar het stadje Oruro voor het carnaval. Heel Bolivia praatte er al maanden over en wij zouden erbij gaan zijn! Maar, in werkelijkheid hadden we geen idee wat te verwachten behalve parades met dansers in kostuums. De tour die we hadden geboekt, allereerst, bleek van een speciale klasse te zijn: onderweg kregen we steeds halve bekertjes rum-cola aangeboden van de ‘reisleiding’, die al snel nog dronkener was dan wij. Om 2 uur ‘s nachts kwamen we eindelijk aan bij de “accomodatie”: een huis van een familie die al hun meubels aan de kant hadden geschoven zodat wij met z’n 40-en op de grond konden slapen. Helaas was de leiding ons vergeten te vertellen dat slaapmatjes en -zakken nodig waren…

 

Het carnaval zelf is samen te vatten als volgt: een parade van meer dan 36 uur achter elkaar, waar mensen naar kijken vanaf tribunes onderwijl elkaar natgooiend met waterballonen en gebruikmakend van spuitbussen met zeepschuim. Het dragen van een poncho is daarom wel aan te raden, en die kregen we gelukkig ook van onze geweldige reisleiding. De parade telde meer dan 100 groepen waarvan de kostuums werkelijk vanalles uitbeeldden: duivels, beren, goden, sexy vrouwen, amazone-types, altiplano-types, cowboys, charlie chaplins. Maar zoals vrijwel ieder carnaval ontaardde het geheel in straten vol met pis, blubber en dronken types die je gezien de aggresieve blik in de ogen liever niet wil meemaken. Zodoende begonnen wij een zoektocht naar een geschikte bar om ons te ontdoen van bevroren handen en iets beters te drinken dan rum-cola en lauw bier. Die vonden we: een bar van al het carnavalgebeurd gescheiden was door een enorme stadsmuur. Met een cocktails en een zeer slechte rockband op het podium.

Helaas bleek de volgende dag dat het carnaval allerminst over was en dus moesten we opnieuw met ponchos en al door de nattigheid om aan een buskaartje te kunnen komen.

 

Uyuni en andere indrukwekkers

Dankzij al het vorige sliep ik wonderwel in de nachtbus (wederom hobbels als nooit te voren en een lekke band) naar Uyuni. Daar stapten we dezelfde ochtend nog in een jeep voor een driedaagse tour. Een tour die geen enkele toerist in Zuid-Amerika overslaat. En dat is hem of haar geraden ook, want het moeten haast wel de meest bijzondere en adembenemende landschappen op deze aardbol zijn.

 

We belandden in een jeep met een mix van 2 fransozen, 2 francaises, een argentijn, de canadees, ik en onze chauffeur/kok/gids Placido. Plus nog eens het muzikale gezelschap van Bob Marley, Guns ‘n roses en een kofferbak vol artiesten uit de jaren ’80. De eerste dag reden we uren door het water om te belanden in de zoutvlakte waar iedereen het altijd over heeft: Salar de Uyuni. Het is een zoutbodem met een flinke laag water waarin je de perfecte weerspiegeling ziet van de wolken, de bergen in de verte, en jezelf. Later in de tour volgden nog een treinkerkhof, een meer met flamingo’s, een groen meer dat wederom perfect de omringende bergen weerspiegelt, een Dali-woestijn, rotsen in de vorm van bijvoorbeeld een boom, steppes, stomende geysers, borrelende sulfaatbronnen, een rood meer met ook flamingo’s, vulkanen en een heerlijk warme natuurlijke bron om in te zwemmen.

 

Perfecte stilte wisselde zich af met gezellige lunchbijeenkomsten waar we andere tourgroepjes troffen. Massatoerisme is in het geheel zo gek nog niet, dacht ik regelmatig. Ook nu werden we niet weerhouden van deelname aan lokale tradities; de tweede tourdag bleek weer een soort feestdag te zijn, met volop offeringen aan pachamama in de vroege morgen. Direct na het ontbijt werden de autos versierd met slingers en confetti, iedereen kreeg van de vrouw des huizes persoonlijk wat confetti op het hoofd, er werd een vuurpijltje afgestoken, en al het geofferde bier en wijn moest op. Vooral onze Placido nam deze taak erg serieus, wat mij lichtelijk zorgen baarde met betrekking tot zijn plaats achter het stuur de komende dag…

Voorlopig blijf ik nog even in Bolivia om zoveel mogelijk dromen waar te maken!

(En weer eens wat foto’s te uploaden…)

Peru: Cusco, Inca´s en the big MP

Ongeveer een week ben ik nu in de omgeving van Cusco, de meest toeristische stad van Peru. Niet zo gek ook, met Machu Picchu aka “the big MP” op minder dan 50 km afstand.  Lang heb ik  getwijfeld of ik erheen zou gaan want ik ben hier niet speciaal gekomen voor de combinatie ruines-massatoerisme.

Maar, iedereen verklaarde me voor gek want: het is zo mooi, zo bijzonder en het is nu laagseizoen en je bent niet in Peru geweest als je het niet hebt gezien, enzovoort. Dus ik nam de trein vanuit het lieftallige dorpje Ollantaytambo waar ook restanten van een heel indrukwekkend Incabouwwerk zijn te bewonderen. De trein ging door de jungle naar het zogenaamde Machu Picchu pueblo (officieel heet het Aguas Calientes en door ons is het omgedoopt tot crappy shithole) . Daar konden ik en mijn Zwitserse reisgenoten de volgende ochtend opstaan om kwart voor 5 om zo de eerste bus te pakken zodat we het ruinecomplex in zijn volle glorie zonder toeristen konden aanschouwen. En zo geschiedde: de ruines bevinden zich boven op een berg, omgeven door nog veel hogere, en stijlere bergen, volledig in het groen.

Wat het zo magisch aan doet voelen zijn de laaghangende wolken; af en toe moest je even wachten met foto’s maken omdat er een wolk op ooghoogte voorbij kwam. We hebben de berg ernaast beklommen, nog een wandeling gemaakt in de buurt van het complex en vooral veel lol gehad met de lama´s die heel geschikt zijn voor het maken van “aparte foto’s”.

Wat heb ik verder geleerd over de Inca´s? Om het een beetje educatief te houden volgen hier wat wist-je-datjes.

  • Ze leefden niet alleen in Peru, het rijk strekte zich uit tot in Ecuador, Chili en Bolivia.
  • Het  centrum was Cusco en de Heilige Vallei daaromheen. Van daar uit stichtte Manco Capac het rijk, daarbij werden andere culturen  ingewilligd en de landbouwtechnieken en leefwijze van de Inca´s  bijgebracht.  Indien deze volkeren vaardigheden hadden die de Inca´s nog niet kenden, werden die overgenomen.
  • Ze zijn beroemd om hun uitzonderlijke architectuur: gebouwen hebben stenen van tot wel 1-2 kubieke meter groot (hoe te transporteren?) en ze wisten deze kaarsrecht te snijden (zonder apparatuur)  en te schuren zodat geen cement nodig was. Ieder raam of deur in een gebouw was precies even groot.

Tot zover klinkt het aannemelijk, maar toen hoorde ik over de hersenoperaties die ze uitvoerden, om tot nog toe onduidelijke redenen: medisch of spiritueel?

  • Ook werden er enkele malen per jaar kinderen geofferd, verbrand, om de goden gunstig te stemmen. De belangrijkste waren de Zon en de Maan, ook de regenboog en andere natuurverschijnselen stonden in hoog aanzien.
  • De inca´s deden ook aan astrologie, als eerste volk ooit keken ze niet naar de stand van de sterren en planeten maar vooral naar de zwarte vlekken die aan de door sterren verlichte hemel verschijnen. Hierin zagen ze vormen van een moederlama met haar kindje, een kikker, slang en andere dieren.

Vanavond vertrek ik vanuit Cusco naar Copacabana in Bolivia en nee, het lijkt waarschijnlijk niet op het gelijkgenaamde Braziliaanse strand.  Wel ga ik vanuit daar de Boliviaanse eilanden van het Titicacameer bezoeken, het hoogste navigeerbare meer op aarde. Betekent dat dat het niet bevroren is, of simpelweg dat er bootjes varen? Het is wel heel groot, zegt men, als een zee.

Dankzij de kou en de vele handicraftsmarkten ben ik inmiddels getransformeerd in een halve alpaca: trui, muts en riemen van alpaca wol, sjaal en tas van de Ecuatoriaanse hooglanden. Oh ja, de alpaca is een soort van lama, ze zijn bijna niet te onderscheiden. Om het modern te houden draag ik nieuwe schoenen uit Lima, de meest moderne Zuid-Amerikaanse stad die ik tot nu toe bezocht heb.  Alwaar ik heb gecouchsurfed en, omdat er niks te doen was die avond, voor het eerst in mijn leven het casino heb betreden. Alles met redelijk succes! Hasta luego!