Fashion baby fashion! Shopping guide voor Palermo, Buenos Aires

Als je, zoals ik dagelijks, de wijk Palermo doorkruist, is het haast onmogelijk om niet direct gehoor te willen geven aan de shopmaniac binnenin je. De winkels zijn aantrekkelijk van buiten en van binnen en het mode-aanbod is ongelofelijk gevariëerd: er is voor elke soort fashionista wat wils.

Hier een simpele, globale winkelgids om te zien waar je wat koopt.
Feria op Plaza Serrano

In het weekend het kloppende hart van Palermo, deze wekelijks terugkerende

braderie waar beginnende designers hun ontwerpen verkopen. Het aanbod loopt uiteen van een simpele broche of haarspeld tot zelfgeproduceerde sneakers, tassen, jeans en jurken.

Voordeel: echt origineel, eigenzinnig en betaalbaar spul.

Nadeel: er zit wel degelijk baggerkwaliteit tussen en dus je bent bij aankoop nooit 100% zeker of het kledingstuk de wasmachinetest zal doorstaan.

Waar: Plaza Serrano, officiëel Plaza Cortazar geheten.

Foto: Viajo en Bondi

Boutiques

Deze zijn er in overvloed en ze beperken hun verkoop niet alleen tot kleding. Ik heb boetiekjes gesignaleerd gespecialiseerd in chocolade, lampen, zeep, papierwaren, haar, origami. Lappenpoppen, antiek, boeken, spiegels en bijzondere muziek. Veel boetieks zijn trouwens annex koffiehuis. Of waren. Of gaan waarschijnlijk binnenkort koffie en cupcakes serveren.

Voordeel: je komt in de mooiste winkels die je ooit hebt gezien. Echt waar, mijn stoutste dromen zijn al meerdere malen overtroffen.

Nadeel: de boetieks zijn verspreid over veel verschillende straten en stellen dus zowel de beenspieren als het geheugen op de proef (was het nou hier om de hoek, of de vólgende?).

Waar: alle straten rondom Plaza Serrano.

Shoppings

Dat zijn shopping malls. Er valt weinig over te zeggen wat je niet al weet. Misschien wist je nog niet dat je hier niet om de kunstmatige, bedwelmende “ambient” geurtjes heen kunt, waarmee men denkt onbewust de klanten gunstig te stemmen (is ze nooit verteld dat deze geuren afschuwwekkend en misselijkmakend zijn en ze iedereen met een grote boog om de betreffende winkel heen sturen). Verder zijn er vooral snackketens en merkenwinkels die geen uitverkoop kennen (in de zin van dat behalve dat het woord uitverkoop op de ramen staat, ook de prijzen ook daadwérkelijk omlaag gaan). En ja, hier moet je heen voor Zara.

Nadeel: zie boven.

Voordeel: Zara.

Waar: Abasto, Alto Palermo, Patio Bullrich, Malabia Shopping.

Foto: Trekearth

Galerias

Deze lijken op shopping malls daterend uit de jaren ’70. Ze zijn volgepropt met nietszeggende, piepkleine winkeltjes (locales) die merkloze kleiding verkopen. Het gevolg is dat je makkelijk urenlang winkeltje in winkeltje uit gaat, omdat er toch die kans bestaat op het vinden van dat ene toffe item voor een schappelijke prijs.

Nadeel: de opdringerige behulpzaamheid van de enige verkoopster over je heen laten komen, in ieder winkeltje opnieuw.

Voordeel: zie boven.

Waar: in de hele stad.

Ferias Americana

Een feria Americana is een tweede handswinkel of vlooienmarkt. Tweedehandskleding wordt hier vooral verkocht met het stempel “Leger des Heils” in plaats van “vintage”.

Voordeel: het is goedkoop, en de rekken hangen altijd vol

Nadeel: maar er moet heel, heel, heel goed gezocht worden naar bijzondere en prettig draagbare kledingstukken.

Waar:

- Leger des Heils: Av. Sáenz 580; Belgrano 3725; O’Brien 1260.
- Feria americana: Concepción Arenal 3428.
- Parque Los Andes: avenida Corrientes y Forest, Chacarita (weekenden).
- Feria del Hogar Israelita-Argentino: Jean Jaures 620.
- Emaús: Cochabamba 466.
- Mercado de las Pulgas: Niceto Vega y Dorrego (weekenden).
- Cottolengo Don Orione: calle 566 y Ventana, Pompeya (openingstijden en -dagen variëren).

Deze adressen komen van het blog Buenos Aires Trendy.


De titel Fashion baby fashion! is geïnspireerd op een ’80s klassieker (aanrader) van de Argentijnse band Sumo. Er volgen nog enkele blogs in deze serie: een styleguide voor Buenos Aires, de kledingmerken van Buenos Aires en shoptips voor verschillende wijken.

Piece # 67 – Gewoon lekker eten

Na twee jaar in het land van de rundersteaks ben ik nog steeds geen vegetariër-af. Integendeel. En dus zou je verwachten dat ik op de hoogte ben van de ins en outs aangaande vegetarische restaurants hier in Buenos Aires. Dat valt nog tegen. Wat ik wel weet is dat het langzaamaan begint te wemelen van de vegetarische restaurants. En dat ik het merendeel nog steeds moet uitproberen.

Waarom? Er zijn inderdaad veel vegetarische restaurants, die ook nog eens biologisch en supergevarieërd voedsel serveren. En niet duur. En zo goed dat zelfs de NY Times erover schrijft. Het nadeel van de vegetarische trend in BA is, dat deze zich vrijwel enkel tot de lunch en tot afhaaleten beperkt. Jazeker, het lijkt erop dat de porteño vandaag de dag graag een licht vega-hapje luncht, maar als het op dineren aankomt toch gaat voor een bezoek aan een authentieke pizzeria of parrilla.

Het andere nadeeltje van die fijne vegarestaurants: ze bevinden allen in de wijk Palermo. Beter bekend als het walhalla van alles wat hip, nieuw, gekleurd en buitenlands is. Palermo ligt op slechts 20 minuten van huis, maar de populariteit van deze wijk is zo enorm, en vooral als het om dineren en barbezoek gaat, dat er geen parkeerplek en nauwelijks tafeltjes te krijgen zijn. Al een paar keer hebben we op een vrijdagavond (vroeg of juist heel laat, en daarom hopende op een tafel zonder reservering) na smekende blikken bij onze favo restaurantjes rechtsomkeer gemaakt. En toen met hongerige magen naar de wijk Boedo gereden om daar alsnog binnen enkele ogenblikken te worden bediend bij onze andere favorieten Pinin of Pan y Arte.

Omdat in de buurt waar ik woon de trend van de vegetarische restaurants nog niet helemaal is doorgedrongen (liever gezegd helemaal niet), kwam ik wel regelmatig bij de Chinese restaurants. Daar ben ik eigenlijk altijd fan van geweest. Maar inmiddels, na verschillende ervaringen met haren tussen de rijst, delen van een metalen schuursponsje tussen de noodles en de meest smakeloze chop suey aka waterzooi ooit, ben ik voorlopig even genezen van Chinees.

En toen gingen we eens eten bij Los Sabios. Dit eenvoudige, kantine-achtige eethuis aan de drukke avenida Corrientes bleek een verademing. Hier ga je met je bordje langs een vegetarisch-macrobiotisch buffet. Dat alleen al klinkt wat ongeloofwaardig, nietwaar? Een aardige Taiwanees brengt je een jasmijnthee of ander non-alcoholisch drankje;  zou dat de achterliggende taoistische filosofie zijn of toch een ontbrekende licentie voor verkoop van alcohol? Hoe dan ook, er valt hier veel nieuw en fijn eten te proeven, waaronder: gefrituurde tempehballetjes, sojapindakoekjes, nog veel meer frituursels, pannenkoekjes met koude salade, smeuiige aubergine, linzen, pompoengerechten, bietensalade, een stuk of zeventien andere nooit eerder geziene salades. Ze doen ook aan toetjes: flan de coco, rozijnencake, fruit, lemon pie, you name it. Zoals de oude taoisten vast gezegd hebben: gij zult niet moeilijk doen en gewoon lekker eten.

Piece # 60 – Buitengewone beroepen III

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Nog enkele voorbeelden.

Cartonero

Zodra de zon begint te zakken gaan overal in de stad de cartoneros aan het werk. Je ziet ze dan een enorme met een hoeveelheid karton, denk aan ongeveer 2 kubieke meter, in een piepklein karretje langs de drukke straatkant voorttrekken. Als het niet vanwege het formaat van het kartonpak was, zou je ze niet opmerken. De cartoneros zijn een stille, nederige opruimdienst. Cartonerofamilies bezitten paard-en-wagen waarmee ze aan het einde van ieders individuele verzamelrondes het karton de stad uit rijden. Ik kan het niet helpen, het geklak van de paardenhoeven in de vroege avond klinkt voor mij dromerig en geruststellend. Het is het geluid van romantische autenticiteit, misschien van een vroeger Buenos Aires, misschien van het zonnige platteland. Ik zou het direct missen mocht ik hier weggaan.

Cartonero in BA

Foto: Tanoka

Taxista

Als het ergens niet aan ontbreekt in deze stad, zijn het wel taxistas. De stad is 24 uur per dag zwart-geel gekleurd van de taxi’s. Volgens Wikipedia telt Buenos Aires er zo’n 38.400. Wat kan ik zeggen over de chauffeurs? Als je ín de taxi zit zijn ze eigenlijk altijd heel vriendelijk. De meesten praten graag; over hun familie, over politiek, over de stad, het verkeer, over dat ze behalve taxista ook folklorista (folklorezanger) zijn. Ze hebben het ook graag over auto’s, maar niet met mij. Blijkbaar ben ik daar geen kandidaat voor. Als je niet in de taxi zit, dan komt de taxista eerder op je over als een hijo de puta. Eentje die zijn bolide er altijd nog even asociaal tussen duwt daar waar het eigenlijk niet kan, die anderen nooit voorrang verleent, die als eerste begint te toeteren zodra zijn voorganger bij groen licht niet binnen één seconde optrekt. Het is te verklaren: veel taxistas werken zich een slag in de rondte. Ze maken zulke lange dagen in deze genadeloze autojungle, soms wel 7 dagen per week, dat hun hersenpan vast in een schakelblok veranderd is. Een offer waar overigens een zeer behoorlijk inkomen tegenover staat, dat door deze mannen (vrouwelijke taxistas zijn er nog maar weinig) noodzakelijk wordt geacht om goed voor hun gezin te kunnen zorgen.

TIP: Gourmet Taxi is een vermakelijk blog waarvan de schrijfster twee jaar lang taxichauffeurs heeft gevraagd hen naar hun favouriete restaurant te brengen. Geeft bovendien een leuk kijkje in de wereld van de taxistas.

Parkartiest

De stad heeft een flink aantal parken en ruimschoots met groen beplante pleinen, en in de weekenden is het daar eigenlijk altijd feest. Ingrediënt nummer één is de braderie met kunstnijverheid en vaak ook vrijmarkt zoals in Nederland alleen op koninginnedag plaatsvindt. Het tweede ingrediënt zijn de parkartiesten. Op hippe plekken zoals Plaza Francia, San Telmo en Palermo treden er de hele dag door bands op: reggeae, tango, jazz, rock. Zeker geen pulp en alles mét versterkers.
Murga is ook een veelgezien fenomeen: een percussieband die non-stop een opzwepend ritme aangeeft, vergezeld van een grote groep jongeren die schijnbaar eenvoudige, traditionele danspassen uitvoert.

Gedichtenverkoper
Tot de parkartiesten behoort ook zeker de gedichtenverkoper: hij komt bij je langs terwijl je aan het chillen bent, en draagt een gedicht voor. Hiervoor kun je hem als je het mooi vindt, iets geven. Er zijn er ook bij die zelf gedichtenbundels in elkaar hebben gezet en deze voor een klein bedrag hopen te verkopen. Ariel en ik zijn beide best gevoelig voor dit soort kunstenaars in de marge, waardoor we inmiddels een kleine verzameling CD’s en boekjes van parkartiesten hebben aangelegd.

Piece # 54 – Buenos Aires op z’n gat en mijn buren op de barricades

Buenos Aires leek altijd prima bestand tegen een hoosbuitje of twee. Tot vorige week. Een avond lang flinke regenval en de stroom lag er uit. En niet eventjes, nee, twee dagen en nachten zaten we in het donker. Dan zijn 48 uur ineens wel erg lang, daarbij bederft ook nog eens de inhoud van je koelkast. Een flink aantal buren vonden het allang welletjes en begon die tweede avond op potten en pannen te slaan.

De stroom kwam terug, maar klapte er direct weer uit bij de volgende bui. En deze vrijdagavond opnieuw. Het regende een half uur flink, en vrijwel direct moesten overal in de stad door politie en brandweer avenida’s afgezet worden omdat ze al in rivieren veranderd waren. Hiertoe behoorde ook de plek waar ik na de after office de bus naar huis had willen nemen. Metro’s reden ook niet. Ondanks de regen, dacht ik dat ik misschien beter kon gaan fietsen. Ik moest immers naar een iets hoger gelegen gedeelte van de stad. Fout gedacht! Ik fietste al snel een paar blokken lang door enkeldiep water. Kwam bij een afgezette avenida met verkeersregelaars. Alles was donker, hier was de stroom uitgevallen. Ik ging over de stoep, stak de spoorweg over, en… reed samen met heel veel auto’s ineens in een pikdonkere straat door het modderzwarte water dat tot aan mijn kuiten stond. IEEK! Mijn innerlijke vocabulaire bestond voor even uit enkel “kuuuuut!” en “gatver!”, vervolgens hoopte ik dat ik niet onderuit zou gaan of zou hoeven afstappen want dan zouden zo mijn slippers van mijn voeten raken en wegdrijven (het water stroomde). Stapvoets peddelde ik door, want de auto’s kwamen van alle kanten en het verkeer zat vrijwel klem. Ertussen waadden ook voetgangers door het modderwater, stuk voor stuk met een beduuste, geschrokken gezichtsuitdrukking, net als ik waarschijnlijk. Evenals voetgangers en automobilisten hoopte ik dat de rivierstraat niet nóg dieper zou worden. Redelijk zinloos aangezien de stad op hobbels en kuilen gebouwd lijkt te zijn.

Ik trapte door en de straat werd beter. Diepe zucht. Toen kwam er weer een straat met diep water en herhaalde zich het bovenstaande. Ik kon alleen maar denken aan droge straten, en gelukkig die waren er. Allemaal vol met stilstaande auto’s. Er leken geen verkeersregels meer te gelden. De grootste (vierbaans-) avenida’s zaten helemaal vast. Mensen probeerden op iedere willekeurige plek passerende bussen aan te houden. Auto’s reden de stoep op. Alles en iedereen, inclusief bussen, gingen tegen het verkeer in daar waar het hen uitkwam.

Toen ik redelijk dichtbij huis kwam was ik nog steeds erg nerveus. Toevallig had ik deze dag mijn mobiele telefoon thuis laten liggen en Ariel had me vast al achtennegentig keer gebeld om te vragen of hij me niet moest komen ophalen met dit noodweer. Ik was drie blokken van huis verwijderd, en ondanks dat het ook hier volledig donker was, loste de spanning in me grotendeels op. Een symfonie van een klinkend slaan op deksels, potten en pannen klonk steeds harder; ongeveer vijftig buren hadden ons stuk straat afgezet en protesteerden opnieuw tegen het uitblijven van electriciteit. Hun leuzen hadden niet veel om het lijf; gouverneur Macri kreeg het er van langs en daarnaast klonk vooral “Queremos la luz!” (Wij willen licht, oftewel stroom). Eenmaal thuis stelde ik Ariel gerust, vertelde bovenstaand verhaal en we haalden onze drum en een flinke pan tevoorschijn om vanaf het balkon mee te protesteren.

Protest Caballito
Klik hier voor meer (betere) foto’s.

Ook heb ik een filmpje geschoten.

Wat nu? Inmiddels is alles weer droog en heb ik weer stroom, en zien we hoe er complete nieuwsuitzendingen gewijd zijn aan wiens schuld het is dat het stedelijke afwateringssysteem het water niet meer aankan en het electriciteitsnetwerk kennelijk zijn beste tijd gehad heeft. Wordt vervolgd.

UPDATE: Het is vandaag (maandag) weer een dag met wolkbreuken. Klik hier om te zien hoe een trein vanmiddag spectaculair door de wijk Palermo `splashte´.

Piece # 53 – Het feest dat vrije tijd heet

Mensen vragen soms: wat doe je in Buenos Aires zoal in je vrije tijd? Ik heb nooit een kant-en-klaar antwoord, ik weet eigenlijk alleen dat het lijkt alsof ik structureel vrije tijd te kort heb. Herkenbaar, niet? Hier een superspannende doorsnee zomerweek.

Maandag ben ik gaan hardlopen, dat was interessant want het was al bijna twee maanden geleden dat ik een laatste poging hiertoe gedaan had. Die poging was in Nederland en de vrieskou kroop zo diep mijn longen in dat ze er pijn van deden. Dat liep dus minder lekker. Deze maandag was de temperatuur wonderbaarlijk genoeg niet al te hoog en rond 20.30 uur ‘s avonds liep ik vrolijk en blij een paar rondjes om Parque Centenario. Daarna had ik uiteraard twee dagen spierpijn.

Dinsdag ging ik, ook weer sinds lange tijd, naar mijn favoriete hulpverlener: ostheopate Jackie. Dit vrouwtje doet aan voetreflexologie, en gaat vervolgens je lichaam “rechtzetten” met behulp van een massageapparaat, infraroodlamp en haar eigen handen. Dat ze vaak ook in je mond moet zijn om je gehemelte of je rechterkaak weer te laten ontspannen maakt het helemaal compleet. Ze heeft ook voorspellende krachten. Zo heeft ze me gezegd dat ik moet blijven sporten om niet krom te worden zoals mijn oma (die kende ze niet), dat ik mijn best moet doen om niét mijn nekspieren te gebruiken, want daar komt anders stress in, en ik moet mijn gedachten niet herkauwen zoals een koe dat doet met zijn eten (dat zei ze me tijdens onze eerste kennismaking).

De volgende dag ging Ariel er heen. Niet geheel zonder protest (“Gaat ze aan me zitten? Ook aan mijn voeten? Je weet dat ik daar niet van hou!”), maar hij ging. Voor zijn eigen bestwil, want hij had zijn rugproblemen nog maar net overleefd of hij merkte op een middag dat hij ineens aan één oor doof was geworden. Naast alle onderzoeken, doktersadviezen en medicijnen, moest hij van mij naar Jackie. Zij zou hem vast inzicht kunnen geven over hoe hij nog meer van dit soort onplezierige lichamelijke verrassingen kan voorkomen. Er zijn nu drie weken van medicijnen innemen gepasseerd en zijn gehoor is weer ietsje teruggekomen.

Ik ging deze woensdag naar het nieuwe anfitheater in Parque Centenario, een van de plekken waar de overheid deze zomer culturele evenementen (Aires buenos aires) organiseert. Het was tango/moderne dans met helaas – zo vonden ik en mijn vriendinnen – een erg grote nadruk op tango. Tango is prachtig om te zien maar als je geen tangofanaat bent, wil je na een uur stiekem wel weer iets anders.

Donderdagavond trok ik eerst mijn kast overhoop. Ik moest iets vinden om aan te trekken op deze klamme zomeravond, iets elegants en luchtigs maar niet te ongemakkelijk. Ik probeerde een spijkerbroek en raakte abrupt depressief, die kreeg ik niet eens aan! Het was vast de combinatie van iets teveel ijs eten, de net gewassen spijkerbroek, en zoals ik al zei de klammigheid van die dag. (De spijkerbroek laat ik dus nog een weekje in de kast.) We vertrokken naar San Telmo, en gingen onze favoriete concertzaal La Trastienda binnen. We kregen een tafeltje en bestelden wat te drinken. Trompettist Gillespi mag zijn naam dan gejat hebben van een internationale jazzgrootheid, hier is hij terecht een nationale held. Samen met zijn energieke band en een aantal genodigden speelde hij jazz/rock/blues/improvisatie en deed tussendoor semi-nonchalant humoristisch, want we kennen hem ook allemaal als radio-comediant bij de show La venganza será terrible.

Vrijdag had ik geen tijd voor de wekelijkse AtoBiz borrel-en-misschien-filmavond. Nadat ik me thuis omgekleed had, reden we naar Bernal, naar het huisje wat mijn schoonfamilie pas gekocht heeft. Manuela, Ariel’s halfzusje, werd 19. Het huis en patio zaten vol familie. Ernesto, Ariel’s schat van een vader, was te vinden achter de barbecue. Om even voor 12-en werd er gezongen en een kaarsje op de taart uitgeblazen (dit noemen ze la velita; het kaarsje). We aten taart en direct daarna werd er wéér gezongen omdat nu, zaterdag, Laura, de moeder van Manuela en vriendin van Ernesto, jarig was. We bleven nog een tijdje kletsen, drinken en klagen dat het nog steeds zo warm is. Tja, what’s new. De hele weg terug in de auto heb ik geslapen.

Nu is het weekend, het weer is wat onbestendig en we laten alles nu maar eens op zijn beloop. Er zijn openluchtfilms, er is het zwembad, er zijn vriendinnen die uitgaan, morgen begint het Chinese jaar van de Tijger, ik wil in de Chinese buurt eigenlijk wat foto’s gaan maken. Voor nu: alleen maar even chillen en schrijven.

Piece # 52 – Buenos Sauna

Ik wil verder niet vervelend zijn maar toch móet ik even melden dat het hier zomer is. En niet zomaar een zomer. Het is de allerwarmste zomer met een onophoudelijke warmte van het allerklefste soort die dag en nacht aanhoudt.

Het is elke dag boven de dertig graden en ‘s nachts niet kouder dan 25. Nu zul je misschien denken: oh, maar in Zuid-Spanje wijst de thermometer gerust 45 graden Celsius aan. Correct, maar het verschil zit hem in de luchtvochtigheid, die de laaglanden langs de Rio de la Plata het hele jaar door treft. Het luchtvochtigheidsgehalte schommelt tussen de 70 en 99% en het komt er letterlijk op neer dat je, wanneer je buiten bent, in een soort warmwaterlucht loopt te happen. Die warme waterdruppeltjes moeten door je longen heen en dat kost het lichaam energie. Energie die je veel beter had kunnen gebruiken bij deze temperaturen (bijvoorbeeld om nog een paar koude biertjes te gaan halen). Al met al kunnen we iedere dag weer nieuwe zweet-plak-bonshoofd sensaties ervaren, heel leerzaam voor een Nederlander zoals ik die nog steeds denkt op hetzelfde tempo als in de winter over straat te kunnen lopen of fietsen.

De stad kampt met een gebrek aan plaatsen waar je af kunt koelen: zwembaden (zijn overvol), strandjes, bossen, koelcellen, vrieskelders. Dat brengt mensen op rare ideëen. Bijvoorbeeld je kleding in de vriezer leggen voordat je je omkleedt (als je uitgaat en geen tijd hebt om te douchen). Of anders je handdoek even in de vriezer leggen ruim voordat je gaat douchen. In plaats van de normale, Argentijnse mate te consumeren, gooien sommigen onder ons met ijsblokjes gekoelde limonade bij de yerba en drinken dat op (het heet dan tereré). Men probeert het bereik van de airco te verlengen tot in de tuin met extra ventilators. Of wat dacht je van een natte handdoek over je hond leggen zodat ie zich iets frisser voelt? En tot slot, ondanks alles proberen we veel te slapen, omdat het lichaam daarom vraagt (is vooral mijn kat erg goed in).

Gelukkige hebben wij onze aardige vriend Esteban, met ouders die over een buitenhuis mét zwembad beschikken, waar we in het weekend kunnen chillen. Gelukkig beschikken we inmiddels ook weer over een auto (een Chevette van Braziliaanse fabricage, in de kleur helder grijsblauw) om ermee naartoe te rijden. Ondanks deze verzachtende omstandigheden wacht ik met smart op de herfst en zou ik héél graag de vakantieperiode in de Nederlandse vrieskou (foto’s op Flickr) nog eens dunnetjes over doen.

Piece #47 – Buitengewone beroepen II

Zoals ik eerder schreef worden er in Buenos Aires beroepen uitgeoefend, die niet overal ter wereld bestaan. Sommige bestaan in een andere vorm, andere bestonden ooit maar zijn met het verstrijken van de tijd uitgestorven. Weer een paar voorbeelden.

Krantenventer

Een abonnement hebben op een krant of tijdschrift dat aan huis wordt bezorgd, is hier niet gebruikelijk. Het is daarom dat we de krantenventer ‘s ochtends in alle vroegte bij een kruispunt zien staan, hij schreeuwt “diario!”. Een roepende in de woestijn? Er zijn altijd automobilisten die een exemplaar kopen, maar het loopt niet storm, zogezegd. Niet zaterdag, maar zondag is krantleesdag. Zondagochtend staan er overal in de stad jongens paraat met een rekje met verschillende dikke zondagedities, waar de buurtbewoners direct uit bed naartoe sloffen, vervolgens kopen ze broodjes en sigaretten (dat kan overal op zondag) en wanneer ze thuis terugkomen zal inmiddels de koffie doorgelopen zijn.

Hondenkapper

Zaterdag is een dag waarop je bijvoorbeeld bij de hondenkapper langsgaat – met hond uiteraard. Het heersende idee is dat honden met wat langer haar na het badderen niet snel genoeg opdrogen en dat zou irritatie en schimmeltjes achter de oren kunnen veroorzaken. En in een cultuur waar de hond nog net niet op een groot voetstuk staat is dat een onacceptabel risico. Men geeft er daarom de voorkeur aan de hond professioneel te laten badderen en droogföhnen (de standaardbehandeling), maar niet zelden worden ook nageltjes geknipt en het vachtje gekortwiekt of geschoren. Prima, ware het niet dat men hierbij naar een afwijkende esthetische norm handelt. Ik weet vaak niet waar ik moet kijken als ik een “geschoren” hond voorbij zie komen met het haar op de oren, de “snor”, het puntje van de staart en bovenop de pootjes (a la pantoffeltjes) nog op de natuurlijke lengte.

Almacenera

De almacenera is een vrouw, van boven de vijftig, die haar eigen zaak runt (in dit geval een almacén). Ze kookt, bakt, frituurt, ontdooit, garneert, bereidt en verkoopt voedsel. Alles met liefde, maar de kwaliteit en de houdbaarheidsdatum van de producten balanceren soms op het randje. De almacenera heeft het zwaar, want moet concurreren met professionele, gestructureerd werkende bakkerijen die voor betere prijzen lunches verkopen, (en die wél de controle van de smaakpolitie zouden doorstaan). Almaceneras proberen niet zelden met allerlei kletspraat hun concurrenten zwart te maken, hier komt ook de mythe vandaan dat de chinese supermarkten waar iedereen boodschappen doet, ‘s nachts de koelkasten en vriezers uitschakelen om stroom te besparen. De kletspraat, aan de andere kant, is ook een reden waarom mensen bij haar komen kopen; het versterkt het buurtgevoel en even zorgeloos klessebessen over van alles en nog wat is af en toe best OK.

Playero

Playero heb ik altijd een raar woord gevonden, het doet enerzijds denken aan player, wat je daar dan ook onder mag verstaan, en anderzijds zit het spaanse playa erin verwerkt en zou het dus iets met strand te maken kunnen hebben. Een player op het strand, dat zou ook kunnen. Nou goed, inmiddels is het mysterie opgehelderd, het is namelijk pompbediende. De tankstations zijn hier zelden self-service, waarschijnlijk vanwege gebrek aan een goed digitaal betaalsysteem én vertrouwen in de medemens. Playeros dus, en playeras want het zijn ook best vaak meiden.

Piece # 45 – Buitengewone beroepen

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Wanneer ik ‘s ochtends het op gang komende ecosysteem van Buenos Aires aanschouw, kom ik dagelijks creaties tegen die mij voorheen onbekend waren. Ik heb het over mensen die beroepen uitvoeren die op andere plekken ter wereld absoluut (nog) niet vanszelfsprekend zijn.

De stoepenspuiter

De stoepenspuiter is ‘s ochtends rond een uur of acht ruimschoots vertegenwoordigd. Je herkent hem aan zijn kaplaarzen, kaki-kleurige broek en blik op oneindig terwijl hij met de tuinslang in de hand systematisch maar vooral zonder haast de stoep staat schoon te spuiten. Waarom dient de stoep dagelijks gespoten te worden, zou je denken. Allereerst: hondenpoep, een onacceptabele hoeveelheid hondenpoep ligt er te wachten op verwijdering. Ten tweede: wie een pand bezit, is tevens eigenaar van het bijbehorende stuk stoep en dient zorg te dragen voor diens welzijn, renovatie en properheid. Mocht iemand zijn been breken vanwege een uitstekende stoeptegel, dan kan de eigenaar van deze stoep aansprakelijk gesteld worden.

Paseoperros

Vooal in Palermo, maar ook in andere wijken, is de paseoperros een veelgeziene gast. Hij of zij haalt ‘s ochtends vroeg honden op bij hun baasjes, om deze enkele uren uit te laten en dan weer af te leveren. Het wettelijk toegestane aantal honden per uitlater is acht, maar de echte die hards hebben er meer onder hun hoede (more doggies means more cash). De paseo perros is even vaak man als vrouw, jong en meestal in bezit van fiets, plastic zakjes voor de uitwerpselen en een grote riem met veel lussen om al de hondenriemen aan te gespen. En de honden dus. Mij valt het op dat de honden zeer rustig zijn en zeer welopgevoegd over straat paraderen. Altijd. Allemaal. Ik vraag me nog steeds af wat daarvan het geheim is.

Kioskero

De kiosk is één van de hoekstenen van de Bonaerense samenleving. De kioskero opent zijn kiosk in de vroege morgen om de eerste lading nicotineverslaafden die naar hun werk gaan aan sigaretten te helpen. De kiosk is een winkeltje, nooit verder dan 200m vanaf waar je je op dat moment bevindt, met een zeer grote uitstelling aan chocolade, biscuitjes, kauwgom, mueslirepen, sigaretten en frisdrank. Het is vaak niet mogelijk het zaakje te betreden; je doet je aankopen via een groot raam met tralies ervoor. Bij elke bushalte zijn een of meerdere kiosken, verleidelijk en handig, want ook al hangen er op de ruit allerlei briefjes met “no hay monedas” je kunt altijd proberen via een kleine aankoop muntgeld te bemachtigen om zo met de bus te kunnen reizen. De kioskero is als een berekenbare redder bij kleine nood, hij verkoopt 24 uur per dag instant satisfaction. Dat hij niet helemaal “bij” is, niet groet en met je afrekent zonder je te zien of horen (vaak omdat hij gewoon door blijft praten met zijn gezelschap of per telefoon) is vaker regel dan uitzondering. En eigenlijk kun je het hem niet kwalijk nemen.

Portero

Een beroep dat mogelijk nog minder voldoening biedt dan kioskeigenaar is dat van de portero, oftwel de bewaker van een pand. De appartementencomplexen waar de stad vol mee staat hebben allen een mannetje op de benedenverdieping zitten, die in de gaten houdt wie er binnenkomen en uitgaan. Soms met behulp van een beveiligingscamera of een computer, maar meestal zit hij eenzaam aan een tafel met een krant voor zijn neus. Zijn voornaamste bezigheid is de deur openen voor de mensen via een bedieningspaneel en goedendag zeggen. Meer niet. Tja.

Stoplichtbijklussers

Meer interactie en levendigheid zien we op de weg, op kruispunten om precies te zijn. Terwijl je als automobilist bij het stoplicht staat komt er vaak een jongen of meisje uit de dichtstbijzijnde sloppenwijk je voorruit schoonmaken. Weigeren is er eigenlijk niet bij; vanaf het moment dat de ruitenwasser aan zijn taak begint, word je geacht een bijdrage te leveren aan hun broodwinning. Op andere momenten, of op andere kruispunten, wordt er vaak een kort, grappig showtje verzorgd door een jongleur, danseres, muzikant of mimekunstenaar (of dit alles in één).

Trapito

Een andere beroepsgroep die medewerking lichtjes afdwingt is die van de autobewaker ofwel trapito. Wanneer je ergens in het centrum je auto gaat parkeren (ja, er zijn zowaar parkeerplekken!) komt er een mannetje op je af, al zwaaiend met een lap (trapo). De lap trekt aandacht, de lap maakt hem identificeerbaar en hij kan er ook nog richting mee aangeven. Met behulp van de lap wijst hij je op een vrije parkeerplek. Als je er eenmaal geparkeerd staat is de ongeschreven regel dat hij op de auto let en je hem bij terugkomst betaalt. Deze clandestiene parkeerwacht werkt prima, althans onze auto heeft altijd bescherming genoten, maar let wel: niet betalen zou wel eens onheil (lees: een baksteen, bijvoorbeeld) kunnen betekenen.

Lees ook de andere posts (II en III) in de serie Buitengewone Beroepen, met oa. de krantenventer, de almacenera, de hondenkapper, de playero, de tanguero en de gedichtenverkoper.

Piece # 38 – En toen was er griep

We zitten sinds vorige week goed in de nesten. De teller staat op 55 doden en volgens verschillende onofficiële bronnen en voorspellingen zitten we rond de 100.000 geïnfecteerden. In Argentinië is de gripe A pandemie voorlopig niet te stuiten.

Verkiezingen

Na de verkiezingen van vorige week zondag, stond telde het land ineens 6000 officiële gevallen van gripe A, terwijl vlak ervoor nog maar enkele honderden gevallen geteld werden. Nu is iedereen woedend op de regering die, om haar verkiezingsuitslag niet in gevaar te brengen mensen rustig liet stemmen zonder extra maatregelen te gebieden of anderszins op de gevaren van de gripe-uitbraak te wijzen. Als men de verkiezingen had uitgesteld waren er geen miljoenen mensen, waarvan ongetwijfeld een flink aantal zieken, verplicht geweest om naar een stemlokaal te gaan, samen in rijen te staan en samen in overvolle bussen en metro’s te reizen.

Nu nog steeds mist de coördinatie van eventuele maatregelen doeltreffendheid, overtuiging en het vermogen ons gerust te stellen. We weten dat de kinderen en studenten geen les meer krijgen, uit voorzorg, en dat men beter niet naar bioscopen, discotheken, bars, en andere slecht geventileerde ruimten kan gaan. Ook reizen met het openbaar vervoer is geen slim idee. We weten dat we zo vaak mogelijk onze handen moeten wassen. En ja de mondkapjes, hoe zit het daarmee? Ze schijnen maar 3-4 uur bacteriën tegen te houden.

Proef op de som

Ik kreeg vrijdag de kans om de proef op de som te nemen. Ik voelde me namelijk grieperig.
Grieperig is altijd al wat lastig te definiëren, en helemaal in deze tijd van paranoïa. Ik had flinke hoofdpijn waar geen pijnstiller tegenop te nemen was en ik had het de hele tijd benauwd, superwarm en dan weer koud. Direct uit m’n werk ging ik naar het superdeluxe Trinidad Sanatorium, waarschijnlijk het meest glamoureuze ziekenhuis van de stad. Op de glazen entree hing een briefje dat wanneer je koorstverschijnselen had, je een mondkapje moest dragen. Ik keek benauwd om me heen, ik had er geen. De beveiligingsman die naar me toekwam ook niet. Ik vroeg hem met een zo neutraal mogelijk gezicht naar de guardia; de 24-uurs doktersdienst. Daar viel het me op dat niemand een mondkapje droeg, ook niet de 15 patiënten die zaten te wachten. Misschien nemen de doktoren het anti-griepmiddel wel preventief, dacht ik nog. De receptioniste vroeg me waarvoor ik kwam en vroeg om m’n verzekeringspasje. Ze zei met een ietwat zuinig gezicht dat ik met deze verzekering niet in dit ziekenhuis terecht kon. Grrr, maar goed, maakt niet uit hoor, mocht ik jullie eventueel zojuist met gripe porcina besmet hebben, sorry dan… Ik fietste naar het Hospital Italiano, een keurig maar wat verouderd ziekenhuis waar ik ingeschreven sta, hier zouden ze me zeker helpen. Hier liepen mensen in en uit met mondkapjes op, doktoren ook. Niet allemaal, maar wel de meerderheid. Bij de guardia was echter niemand. Op alle balies stond, in tegenstelling tot bij Trinidad, alcohol om de handen mee te wassen. Ik was direct aan de beurt, hoefde maar een symptoom op te noemen en de doctora was al bezig mijn hartslag, temperatuur ademhaling, slijmvliezen en lymfeklieren te controleren. Geen koorts, dus dan kunnen we niets doen, was het devies. Het kan zijn dat je in de incubatietijd van iets zit, maar dan nog is er niets aan de hand. Mocht je zondag nog steeds last of koorts hebben dan zullen we je testen op gripe A. OK. Ik vroeg haar waarom het zo rustig was. We raden de mensen juist aan om thuis te blijven, dat verkleint de kans op meer infecties beter dan welke andere maatregel dan ook.

Echt heel veel wijzer ben ik dus nog niet. Ik voel me, na veel geslapen te hebben wel beter, gelukkig. We doen het dus nog maar een tijdje rustig aan: geen wilde uitgaansplannen, even niet studeren. Als je me kent dan weet je dat er dus vrij weinig verandert aan mijn levenstijl! Behalve dan, dat we geen mate meer drinken met hetzelfde rietje, en bekenden niet meer op de wang zoenen; want als er twee dingen zijn deze pandemie eventueel in de hand hebben gewerkt…

Piece # 37 – Losers’ day (Dia del Boludo)

Living in Buenos Aires means trying to understand the fenomena “boludo”, an ambiguous word that we find scattered through almost every conversation. It now even has it’s own day, which is today.

We are a nation of losers. Of millions of illusions about hoping to live in peace, construct a prosper future and a society with justice. However, the so-called “alive” show us every day that trusting in promises, showing respect for others and acting upon the law is a stupidity. Something that only losers do, the ones that are lost, the ones that are stupid, the boludos.

So they tell you…
“The whole world is doing it… Who cares? Are you gonna be the only loser that…?”
STOP IT!
We are proud that we are doing the things as we should!

We defend the honest, the good guy, the good citizen; the idea that a country is shared by all and exists for all.
Argentinean losers, unite! We’ll walk on the frontline, proud to know that within every one of us, itches the holy call of the BOLUDO argentino.
Because we are more than we think we are.
Because we are right.

For a nation with more losers every day!

Dia del boludo

Who would feel like a boludo?
- he who waits for people to step out of the metro before trying to get in himself
- he who knows he’s being underpaid but goes to work everyday with a smile because he loves his job
- she who still thinks one day there will be a politician that’s going to make a difference
- she who sees colleagues skipping from work but refuses to do so herself
- he who’s afraid of influenza A, but thinks: fuck it, I’ll wear a mouth cap and go anywhere I want to
- he who always throws his garbage into a dirt bin

(Taken from the over 900 pages of testimonies on www.diadelboludo.com)