Piece # 94 – Dokters, diagnoses en dekmantels

In de jaren dat ik hier woon heb ik veel dokters gezien. Ze zijn ook nog eens heel makkelijk te herkennen. Medisch personeel loopt hier zowel binnen als buiten het ziekenhuis in een tenuetje: wit, lichtgroen, zeeblauw, wijnrood, lila. Elk ziekenhuis én elke afdeling heeft zijn eigen kleur.

Wat ik natuurlijk bedoel, is dat ik in Buenos Aires meer dan eens bij de dokter ben langsgegaan.

Als je je ziek meldt op je werk ben je namelijk verplicht om een doktersbriefje af te geven. Dus met enkel wat verhoging of een zware verkoudheid, toch even langs de huisarts. Dokters voelen zich denk ik beter als ze iets voorschrijven, want ik ben nog nooit naar huis gestuurd zonder recept. Mijn medicijntasje zit vol doosjes Quraplus en Refrianex: oppepmiddelen met paracetamol en pseudoefedrine waar zelfs een comapatiënt nog energie van krijgt. De arts schrijft – hoe ironisch – behalve een oppepmiddel ook rust voor: 24 uur, of meer, afhankelijk van de ernst van je klacht. Dat is wat je dan officiëel mag verzuimen van je werk. Eén van de eerste keren dat ik ging, vroeg de jonge arts aan me of ik wilde dat ie 24 uur opschreef of toch liever 48 uur?

Toch zijn er een hoop klachten waarmee je niet naar de huisarts gaat. Je stapt hier namelijk direct naar een specialist. Ik ga (zoals bijna elke vrouw in Argentinië) elke zes maanden naar de gynacologe voor controle. Ik ben ook bij een dermatoloog en gastroentereoloog geweest, zonder doorverwijzing van een huisarts. Voor buitenlanders betekent dit vaak een lesje medische terminologie en castellano voor gevorderden: zorg bijvoorbeeld maar eens dat je weet waarvoor je naar de otorrinolaringologo zou gaan (zie voor het antwoord onderaan de pagina). En spreek dit vervolgens maar eens correct uit wanneer je telefonisch een afspraak maakt.

Ook de diagnose doet in mijn Hollandse oortjes meestal geen belletje rinkelen, wederom dankzij overmatig gebruik van terminologie en een gebrek aan nuance. Iedere aandoening eindigt op -itis waarbij meestal ook het woord inflamación (ontsteking) valt. Zo het kan het dus voorkomen dat je te horen krijgt dat je keelontsteking (faringitis) hebt, terwijl je keel alleen maar geïrriteerd is geraakt door het hoesten.

De specialisten staan erom bekend je graag door te sturen voor uitgebreid onderzoek. Bij de geringste twijfel over een diagnose ga je de onderzoeksmolen in: röntgenfoto’s, een MRI scan, een echo, bloed afnemen. Bedrijven en sportclubs sluiten zich hierbij aan; het is wettelijk verplicht om nieuwe werknemers en leden een compleet medisch onderzoek te laten ondergaan: van je hartritme tot je hersenactiviteit. Niet dat men zo geïnteresseerd is in je gezondheid; het is een manier van juridisch indekken. Net zoals dat je bij het lid worden van een sportclub een papier ondertekent waarmee je erkent dat het sporten én blessures je eigen verantwoordelijkheid zijn.

Persoonlijk vind ik het grandioos dat er in het medische circuit zoveel preventieve controles worden gedaan. Met deze onderzoeken kan echt erger worden voorkomen. Zeker bij ouderen, vrouwen en mensen met afwijkingen wordt hier veel aandacht aan besteed. Maar, de ziektekostenpremies zijn hier net zo hoog als in Nederland (terwijl het salaris minder dan de helft is).

De welbekende medalle met twee zijdes dus. De blije kant: ik ga volgende week een uitgebreid preventief onderzoek laten doen. Dit geeft me de kans om voordat ik naar Europa kom een medisch erkend totaalbeeld te krijgen van mijn fysieke gestelheid. Voor het geval dat. En omdat ik weet dat zoiets in Nederland en België niet gebruikelijk is, en niet zomaar door zorgverzekeraars wordt vergoed.

Aan de donkere kant: de omnipresentie van medische terminologie, veel medicijnen en goedbedoelde preventieve onderzoeken garanderen geen gezond lichaam.

Echte preventie begint uiteraard bij gezond leven. En helaas, op dat gebied kan Argentinië nog heel wat leren van bijvoorbeeld Nederland.

*Een otorrinolaringologo is een keel-, neus- en oorarts. Over het beestje bij de naam noemen gesproken…

Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde opleggen aan het publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis, deze gewoonte voor te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant, terwijl deze ontspannen horen te zijn. En die die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Piece # 89 – ¡Marido y mujer!

Hieronder een korte samenvatting in foto’s van onze dag en het feest.

Van het – onvergetelijke – feestje ‘s avonds heb ik nog geen foto’s binnen. Naar verwachting zullen ze alles behalve representabel zijn: veel karaoke, daiquiri’s, afropruiken en brillen, infantiel gedans en gespring, een zooitje dus. Uit respect voor de vaste karaokezangers en zangeressen zullen we een zeer strenge selectie maken. Houd Facebook eventueel in de gaten.

Minifotosessie ‘s ochtends vroeg, uiteraard met Mandarina. We waren behoorlijk zenuwachtig.

Voordat we de trouwzaal in mochten nog even aan mijn vader de wijk laten zien. Heel veel zenuwen nu.

Met moeders en schoonmoeders. Vriendin Alba had een boeketje voor me gemaakt. Ook kreeg ik iets blauws opgespeld en iets geleends in mijn tas (oud waren mijn laarzen en nieuw mijn jurkje). Feliz.

Man en vrouw!

Bloemblaadjes, rijst en…krantensnippers.

Acqualactica

Vrienden en feest. In tweedimensionaal gezelschap van Bill Gates, Oprah Winfrey, Federico Klemm, Jorge Luis Borges en anderen.

Jak en Ari 11-11-2011

Piece # 88 – Het huwelijksbootje

Nog een paar nachtjes slapen, dan is het zover. Dan komt het huwelijksbootje langsvaren.

Vrijdag gaan we Si acepto zeggen voor de burgerlijke stand.

Bij het eerste bezoek aan de burgelijke administratie van stadsdeel Flores viel het al meteen op dat de statige ambiance waarop ik had gehoopt (een mooie hal, een knusse wachtruimte, een eventuele rode loper) geheel ontbreekt. In plaats daarvan wacht ons een gebouw met muren vol vlekken en strepen en cementen trappen die een chaotische aanblik heeft. Dit doordat er overal mensen op zoek zijn naar de juiste afdeling (slecht aangeduid), veel van hen met pasgeboren baby’s want hier worden ook de geboorteaktes uitgegeven. Dat zijn er volgens mij een heleboel meer in aantal dan de trouwboekjes.

De zenuwen beginnen ook op te spelen. Beetje gek, ik dacht eigenlijk wel op mijn Hollandse nuchterheid te kunnen rekenen, maar die is verrassend snel in rook opgegaan. De zenuwen worden ook aangewakkerd omdat je ineens geconfronteerd wordt met allerlei vragen en dingen waar je nog nooit van je leven over hebt nagedacht: Wil je dat we rijst gooien, of rozenblaadjes of bellen blazen?. En met keuzes waar je (ik dan) überhaupt niet over na kán denken. Hoezo trouwen in het wit? Voor de kerk? En tenslotte is er de confrontatie met zaken waar je veel beter op een ander moment over na had kunnen denken: Wat als ik er spijt van krijg? Wat als, wat als.

Qua feestgebeuren was het idee om het enigzins klein te houden. Voor Argentijnse en Nederlandse begrippen, maar ik voel me genoodzaakt dit gegeven te herzien: de feestteller is opgelopen tot tweeënhalve dag. De trouwceremonie schijnt 15 minuten te duren, daarna komt men mee naar huis voor taart . De volgende dag een “onvergetelijke” lunch voor onze beste vrienden en familie, en in de avond een huiskamer-karaokefeest met alles (ja alles! wat dan? nou gewoon álles) erop en eraan tot in de late uurtjes.

Maar, natuurlijk heb ik er heel erg veel zin “an”.

Piece # 87 – Sapo Pepe

Vrijdagavond, kwart voor negen. Ik stapte de metro in samen met een behoorlijk aantal andere reizigers. Er stond een kleine man die gekopiëerde muziekdvd’s verkocht die hij onderwijl afspeelde op een draagbare DVD-speler. Kindermuziek met een hoog irritatiegehalte, maar ja, zo’n man moet toch ook rondkomen.

Sapo Pepe is veruit de populairste vorm van kinderentertainment op dit moment, categorie een- tot zesjarigen. Het is – zeg maar – de Teletubbies, K3 en Jip en Janneke ineen. Sapo Pepe is een zingende en dansende kikker.

Toen het Sapo Pepe-nummer uit de DVD-speler van de verkoper klonk, en ik ondertussen wat rondkeek, viel het me op dat veel mensen in ons voertuig de melodie zachtjes meeneurieden.

Piece # 86 – Wanted: Dr. House

We zijn zojuist voor de derde keer met Mandarina bij dierenarts Monica langsgeweest. Ze heeft wat vage klachten en plast bloed, maar zowel betreft de oorzaak als de remedie tasten we in het duister. Manda begint aan deze bezoekjes gewend te raken, lijkt het. Of althans: ze plast ons onderweg niet meer onder.

Monica is een schat van een mens, maar ze is ook verstrooid. En dat maakt deze bezoekjes nou juist heel huiselijk.

We brengen elke keer minstens een uur door in haar praktijk. Alle hulpmiddelen en medicijnen lijken altijd net op de verkeerde plek te staan, op te zijn of onvindbaar. Ondertussen wisselen we allerlei anekdotes uit. Omdat alles toch op z’n dooie akkertje gaat, maken we van de nood een deugd en wegen we onszelf op haar weegschaal, Ariel krijgt het nummer van de injectiespuiten- en latexhandschoentjesleverancier voor zijn laboratorium en we verschuiven op Monica’s verzoek meubilair. Wanneer één van haar medewerkers binnenkomt roept ze hem toe: “Even geduld hebben – ik ben hier met Mandarina”.

Mandarina is eersteklas patiënt  maar er mist nog altijd een diagnose. Onze gezamenlijke conclusie luidt dat dit een Dr. House-gevalletje is.

Toch maar een second opinion.