Piece # 86 – Wanted: Dr. House

We zijn zojuist voor de derde keer met Mandarina bij dierenarts Monica langsgeweest. Ze heeft wat vage klachten en plast bloed, maar zowel betreft de oorzaak als de remedie tasten we in het duister. Manda begint aan deze bezoekjes gewend te raken, lijkt het. Of althans: ze plast ons onderweg niet meer onder.

Monica is een schat van een mens, maar ze is ook verstrooid. En dat maakt deze bezoekjes nou juist heel huiselijk.

We brengen elke keer minstens een uur door in haar praktijk. Alle hulpmiddelen en medicijnen lijken altijd net op de verkeerde plek te staan, op te zijn of onvindbaar. Ondertussen wisselen we allerlei anekdotes uit. Omdat alles toch op z’n dooie akkertje gaat, maken we van de nood een deugd en wegen we onszelf op haar weegschaal, Ariel krijgt het nummer van de injectiespuiten- en latexhandschoentjesleverancier voor zijn laboratorium en we verschuiven op Monica’s verzoek meubilair. Wanneer één van haar medewerkers binnenkomt roept ze hem toe: “Even geduld hebben – ik ben hier met Mandarina”.

Mandarina is eersteklas patiënt  maar er mist nog altijd een diagnose. Onze gezamenlijke conclusie luidt dat dit een Dr. House-gevalletje is.

Toch maar een second opinion.

Piece # 59 – Piepknuffelbeestje

Tja, ik kan het niet laten. Ze is te leuk, te klein, te grappig, te aandoenlijk-eigenwijs. De nieuwste aanwinst in huize Cabello-van der Weijden verdient gewoon een aan haar gewijd wereldstukje.

Trixie is de voorlopige naam van ons tijgerachtige babykatje. Ze is bijna vier weken oud volgens de dierenarts. Ze is waarschijnlijk verstoten door haar moeder omdat ze zo klein is. Ze past makkelijk in één hand. Sinds twee weken geleden, toen ik haar vond, sleep ik haar dagelijks mee naar mijn werk. Het kost even wat aan taxivervoer, maar het kleintje moet nu eenmaal de hele dag door melk uit de fles, en lichaamswarmte. En kom je daar te laat mee, dan wordt het op een krijsen gezet. Alsof er zo’n piepknuffelbeestje uit de speelgoedwinkel is doorgedraaid.

Trixie is nergens bang voor. Als ze bij het rondkuieren in huis Mandarina tegen het lijf loopt, is die degene die begint te blazen en niet weet hoe snel ze de benen moet nemen. Op kantoor heeft ze dagenlang haar mannetje gestaan tegenover een enorme Lassie-hond (ook uit het zwerversbestaan) die haar als een lekker hapje zag. En dan nog al die grote mannen, mijn collega’s, met hun zware buldergelach, hun harde muziek, hun grote voeten die haar bijna vertrappen. Maar Trixie heeft hun hartjes doen smelten, stiekem zouden ze haar allemaal wel mee naar huis willen nemen. Haar grootste vriend is Beau de boxer. Beau is twee jaar oud en wil graag puppies maar heeft de juiste partner nog niet gevonden. Ze is bang voor katten, maar met Trixie is het anders. Ze ontfermde zich vanaf dag één over haar, wast haar, laat haar bij zich slapen.

Snel zal ze een definitief baasje krijgen, zodat ze gestaag door kan gaan met groeien, eten, drinken, poepen, slapen en vooral heel veel spelen.

UPDATE: La beba is nu nog pittiger, en blijkt bovendien over hardlooptalent te beschikken! Haar definitieve naam is Manzanilla, oftewel Kamille. Nog één week lang zal ze in het weekend bij ons wonen, doordeweeks overdag bij AtoBiz en in de avonden bij Anne, Max en Beau.

Daarna gaat ze definitief settelen in het nieuwe appartement van kattenliefhebster Norma.

Piece # 33 – De geschiedenis van Mandarina

Direct achter mijn huis is een ziekenhuis. Dat is niet zo bijzonder; op minder dan 10 minuten loopafstand zijn er nog 3 ziekenhuizen in de buurt. En wat ook niet zo bijzonder is, is dat er rond het ziekenhuis en heleboel katten zwerven. Je ziet ze overdag opgerold in het gras liggen, of wat van het kattenvoer smikkelen dat buurtbewoners hebben neergezet. Soms zijn er ook jonkies. Recentelijk zag ik er twee; het waren duidelijk broertjes want ze dronken om en om bij hun moeder die ze voortdurend in het oog hield. Echter, eentje was ongeveer twee keer zo groot als de ander! Het kleintje was kleiner dan klein, nooit eerder heb ik zo’n hummeltje gezien. Een paar dagen later, wanneer Tomas bij mijn op bezoek is, zien we helemaal aan de straatkant bij het hek twee andere jonkies. Ze komen naar ons toe en blijven ons kopjes geven. Beide lijken een ademhalingsprobleem te hebben, en één van de twee is duidelijk heel zwak. Ik twijfel of ik een van de katjes mee zal nemen om er voor te zorgen, ze hebben duidelijk zorg nodig. Maar wat doe ik daarmee hun moeder aan? En zouden ze niet zo vol ziektes zitten dat er eigenlijk geen genezing mogelijk is? Misschien eerst eens bij de dierenarts informeren over de ins en outs van het adopteren van straatkatten. Ik begon me af te vragen of er meer mensen zijn die zich bekommeren om deze beestjes en hun kroost, die als paddestoelen uit de grond lijken te komen.

Vorige week zaterdag had ik boodschappen gedaan bij de Chino en liep ik met 3 tassen vol langs het ziekenhuis. Er stonden een paar señoras bij het ieniemienie katje en zijn twee-keer-zo-grote broer. Het bleken dé kattenverzorgsters en tevens mijn overbuurvrouwen te zijn. Ze vertelden dat er verderop in de tuin een kitten is die nodig geadopteerd moet worden: het is de enige overgeblevene uit een nest waarvan de moeder in geen velden of wegen te bekennen is.
Was ik toevallig geïnteresseerd?

Kortom, het kleintje kwam die dag bij ons. Ze werd verschoond, gevoederd, ontvlooid, bijna doodgeknuffeld, leerde op de kattebak te gaan, en …zo goed en kwaad als het ging werd ze gefotografeerd.
MandarinaWaarom ze Mandarina heet? Geen idee, misschien we vonden haar wel fruitig?

Mandarina slaaptEven bijslapen

Komt ervan als het beest geen seconde stilzitStilzitten blijft een moeilijke

PlaygroundPlayground