Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Een verzameling van gebeurtenissen die de afgelopen twee weken hebben plaatsgevonden: m’n retourtripje naar de Ecuadoriaanse jungle, een paardrijtocht in zuidelijk Vilcabamba en interessante ontmoetingen vlak voor en over de grens met Peru, een bijna-beroving, een geweldig kerstfeest, en chillen in het eigenaardige badplaatsje Huanchaco… Ik zal het een en ander uitlichten.

Rumble in the jungle

Voor een paar dagen gingen Shannon en ik weer naar Ahuano, waar Luis en Carmen ons met boot en al stonden op te wachten. Weer was het een geweldige tijd, waarin we helaas vergezeld waren van weer andere, zo mogelijk nog agressievere muggen waar mijn enkels nog steeds van nagenieten. We waren nog niet binnen of Luis dook de tuin in om even later terug te komen met een zeer uitzonderlijke nachtkikker (foto). De volgende dag gingen we een hele dag de jungle in om weer vanalles te leren en te zien.

Ook ontmoetten we familie van hem die samen met nog 5 andere families een communidad vormen; ze leven heel basic in bamboe huizen, leven van hun plantage waar yuca, banaan, ananas, lemongrass, papaya, suikerriet, guava en nog veel meer groeit. Palmen gebruiken ze ook als voedsel, maar ook om manden van te vlechten, hun dak van te construeren, de vezels dienen als supersterk touw en zo gaat de lijst nog door. Ik geloof dat ze alleen rijst en zout hoeven te kopen…! ‘s Avonds was het weer tijd voor een ayahuasca ceremonie, dit keer met de aanwezigheid van sjamaan Pancho, de oom van Luis. Hij heeft me wat adviezen gegeven om mijn energiepeil omhoog te brengen en heeft een rituele ‘schoonmaak’ uitgevoerd. En ik denk dat het heeft gewerkt, want sindsdien voel ik me erg goed, ook in de bergen. Ook het eten hier brengt mijn maag niet van streek, wonder o wonder.

Verder hebben we een opvangcentrum bezocht waar men exotische dieren onderbrengt die voor export en verkoop bestemd waren. Superveel papagaaien, schildpadden, aapjes, een doorgedraaide puma, heel sneu… Hier krijgen de dieren een soort training zodat ze, indien mogelijk, weer terug kunnen in het bos om voor zichzelf te zorgen. En, we hebben de Rio Napo afgevaren in rubberen autobanden, wat mij betreft de meest relaxte manier van reizen die ooit is uitgevonden!

Richting Peru

Met relatief relaxte bussen reisde ik door naar Peru, met een tussenstop in Vilcabamba, waar ik voor het eerst in mn leven op een paard door de bergen ben vervoerd. Erg leuk, ondanks mijn desinteresse voor paarden. De rit was nauwelijks te onderscheiden van het reizen per kameel, en die vind ik wel super dus vanaf nu het peerd ook!

Een andere ietwat merkwaardige ontmoeting hadden mijn Duitse reisgenootje en ik in Loja, de laatste stad voor de grens. We zouden daar ‘s avonds laat een bus nemen en hadden daarom tijd om de stad te bezichtigen. Toen kwamen we twee jongens tegen die ook voor een fundación met kinderen werkten en net kerstvakantie hadden… tijd dus om een biertje te drinken enzo. We vroegen ons de hele tijd af of ze niet echt meer van ons wilden, want de mannen zijn hier zelden te vertrouwen wat dat betreft. Maar het was heel gezellig en ze hebben supermooie liedjes gezongen met begeleiding op de gitaar. Vreemd werd het pas toen een van hen, Juan-Andres wilde gaan douchen, wat problematisch was omdat er tijdelijk geen water was in hun stadsdeel. Het moest toch gebeuren omdat ze ‘s avonds nog uitgingen en dus reden we met de auto naar een motel waar hij de badkamer even zou gebruiken. Wij mee, en wat bleek? Een motel speciaal ingericht voor een paar uurtjes plezier voor twee, inclusief spiegels overal, minibar, een badkamer met blauw licht (?) en kerstdecoraties!! Nog nooit heb ik zo gelachen om een hotelkamer, en het was in elk geval goed voor wat fotomomenten. Gelukkig hadden de jongens wel door dat we toch liever onze bus gingen hale,n dus binnen de kortste keren reden we richting het busstation…

Heavy shit

Misschien kwam het doordat ik bij de Peruaanse douane een pen heb gestolen. In elk geval was mijn karma voor dit land slecht, want het duurde twee zeer lange dagen voor ik me hier enigzins op m’n gemak voelde. In Trujillo, de eerste stad waar we een nacht bleven, was de hoteleigenaar ook nogal van de sjans. Op straat was het constant druk. Er was veel politie. Ik had het gevoel dat ik hier als toerist zijnde drie keer zoveel op m’n tas moest letten dan voorheen. En dat bleek terecht, want m’n nieuwe Zwitserse reisgenoot is in het hotel met de sjansende manager beroofd van een deel van zijn geld. In Huanchaco, waar ik nu nog steeds ben, beleefde ik  ’s avonds op straat ook een beroofpoging. Een jongen probeerde mijn tas van me af te nemen, maar dankzij onze gil- en schreeuwcapaciteiten en mijn vasthoudendheid (aan de tas) was het voor hem snel bekeken en droop hij af.
Vertrek

Inmiddels voel ik me wel helemaal thuis (en nee, dat zeg ik niet alleen maar om jullie gerust te stellen). Met name dankzij het superfijne hostel waar we nu zijn, en de leuke mensen hier. Het zit de hele dag vol met reizigers en we voeren geen klap uit omdat het veel te gezellig is… En, helaas helaas, de golven zijn al een paar dagen niet om over naar huis te schrijven dus ik heb nog weinig gesurfd. Om een lang verhaal kort te maken, mijn vertrek naar Huaraz staat voor vanavond gepland. En ik mag geloven dat ik in precies tegenovergestelde omstandigheden zal arriveren: sneeuwtoppen, 4000 meter hoogte, kou, laguna’s, fireplaces, de Chavincultuur. Zin an!
En dan, zodra het nieuwe jaar is aangebroken ga ik naar de door aardbeving verwoeste stad Pisco om te helpen met het opruimen van de laatste restjes en het bouwen van huizen.

Ecuador: Ingeburgerd

Ik heb zojuist het gebouw van Fundacion Don Bosco verlaten, voor de allerlaatste keer. Het was best moeilijk om me daar los te wrikken: zelfs meisjes die ik vandaag voor het eerst zag riepen “no te vas, no te vas!” en gaven me tekeningen en zware omhelzingen. Uiteindelijk heb ik er meer dan 5 weken met plezier gewerkt, om verschillende redenen.

De eerste reden is waarschijnlijk dat er twee Italianen zijn komen werken waarmee in het wel goed kon vinden (nou ja, met eentje in het bijzonder). Sindsdien zijn er vele pasta’s, vino’s en caffe’s in mijn maag beland en heb ik honderden Italiaanse liedjes moeten aanhoren die Andrea en Nicola ten gehore brengen met de gitaar. In de weekenden heb ik al minstens 20 andere Italianen ontmoet, in het eenvoudige bergdorpje Salinas de Guaranda en in Quito. In Italië heeft men de keuze tussen een militaire dienstplicht en een sociale dienstplicht van een jaar, en die laatste volbrengen er een flink aantal in Ecuador. Aangezien een jaar lang hier werken mij toch wel wat veel van het goede is, ga ik morgen weer ‘op reis’ samen met mede-ex-vrijwilliger Shannon uit de VS. We gaan opnieuw naar El Oriente, eigenlijk hetzelfde verhaal als hiervoor nog een keer meemaken. Hoewel het mij niks zal verbazen als het nu weer anders is, misschien zijn er dit keer wel piranhas, apen en tarantulas?

De andere reden dat ik iets langer ben gebleven is mijn inburgering, zogezegd. Die ben ik eigenlijk pas ondergaan toen ik alleen achterbleef bij mijn familie, bestaande uit Carlos en Piedad en hun dochter Aracelly (nog twee zoons studeren en werken in Quito). Dankzij hen ratel ik nu de ganse dag Spaans, behoorlijk gebroken Spaans, maar iedereen begrijpt me gelukkig. Ook op de Fundación ben ik verder ingeburgerd, dankzij mijn verbeterde taalniveau. In het begin verstond ik bar weinig en was het alleen maar knikken, lief lachen en volgen wat ik deed. Het werd zo steeds leuker om met de kids om te gaan, en het huiswerk helpen maken werd een eitje.

Ik ben meer gaan praten met de andere medewerkers waaronder Angelica, de vrouw die ons erop wees dat José zich niet netjes gedraagt met de meisjes. Ze vertelde me nu dat er erg ‘lelijke’ dingen gebeuren en dat niemand iets durft te doen. Er zijn zelfs ouders die hun dochters niet naar de Fundacion sturen vanwege José, die er overigens al 9 (!) jaar werkt. Met behulp van mijn nieuwe vrienden heb ik toen 2 posters gemaakt en een presentatie gehouden over het thema ‘fysiek contact’. Om de kids iets beter te leren onderscheiden welke typen contact wel acceptabel zijn en welke niet. En wat je moet doen wanneer je je ongemakkelijk voelt bij het contact dat een volwassene zoekt en uiteraard wanneer je mishandeld, misbruikt of wat dan ook wordt. Het allermooiste van alles was dat de kinderen het thema heel goed begrepen en met allerlei suggesties kwamen (bijvoorbeeld praten met God, of met de pastoor). En, ik was met stomheid geslagen toen ook La Madre, die voorheen haar mond had gehouden en ons maar net aan toestemming had gegeven om dit projectje te doen, ging participeren. Ze vertelde nog eens extra hoe belangrijk het is om te praten over je problemen of twijfels met mensen die je vertrouwd. Ze was na afloop helemaal vol lof over ons en ze leek erg opgelucht. Dus ik geloof dat we wel iets kleins bereikt hebben: een klein stukje meer openheid. En José? Die was ook aanwezig, zat stil in een hoekje te wachten tot hij weer op z´n valse gitaar mocht spelen zoals hij elke middag op een vast tijdstip doet met de kinderen.

Wat heb ik nog meer over Ecuador geleerd tijdens mijn inburgering?

- Je moet mensen bij een eerste ontmoeting altijd een kus op de linkerwang geven, ook al weet je dat je de persoon nooit meer zal zien. Je hoeft dan niet je naam te zeggen.

- Er zijn veel rare vruchten zoals de taxo, de guanabana, de tomate de árbol. Ik houd wel van de maracuja, een soort van grote passievrucht. De absolute topper is overigens de guaba: stel je een levensgrote snijboon voor met aan de binnenkant een soort eetbaar suikerspin-materiaal en grote oneetbare pitten waarvan men later sieraden maakt.

- Auto’s hier geven nooit voorrang aan voetgangers. De straat oversteken duurt daarom erg lang en is erg slecht voor je gezondheid ivm de uitlaatgassen.

- In Ambato hebben mensen aan de ene kant wel geld, aan de andere kant niet. Ze hebben bijvoorbeeld een auto en een ‘celular’ (mobiele telefoon) maar gaan iedere zaterdag de stad in om snoepjes te verkopen want anders komen ze niet rond. Wie dit snapt mag het zeggen…

- Het verkopen van snoep, ijs of andere spullen en is de manier om niet te hoeven bedelen voor een grote groep mensen. Er wordt ook flink gebruik gemaakt van deze diensten.

- Tijdens de weekenden heb ik redelijk wat salsa gedanst voor zover dat gaat, want in Quito bijvoorbeeld is het uitgaansleven enorm. Als dat niet het geval is, zoals hier in Ambato, is er slechts reggeaton te horen én electronische poephouse deuntjes van de meest foute soort.

- Zodra mensen iets uit de grond van hun hart zeggen, betrekken ze God erbij, dat is even wennen maar ook leuk. Mijn cheffin Marthita zei me bijvoorbeeld dat God mij had gestuurd om haar te helpen een klusje op tijd af te ronden.

- Ook de meerderheid van de bussen en vrachtwagens wordt door God of Jezus geleidt, aldus de stickers. Toch word ik nog steeds misselijk.

- Het is heel normaal om een paar uurtjes in de bus te zitten en te belanden in een plaats die tot wel 2000 meter lager of 1000 meter hoger ligt.Ik heb me tijdens weekendtripjes vaak duizelig, moe en zwaar emotioneel gevoeld: verschijnselen van hoogteziekte.

Ecuador: Het bos in

Entonces, dus, er was weer eens een feestdag op maandag (de onafhankelijkheidsdag van Ambato) waardoor we drie dagen weekend hadden. Net genoeg tijd om af te reizen naar de jungle. Het meest westelijke stuk Amazone bevindt zich in het oosten van Ecuador, hier het het el Oriente. Ongeveer 7 uur met de bus kostte het om in Ahuano te komen. In dit jungledorpje zou zich een lodge bevinden waar je redelijk goedkoop kunt slapen, eten en een tocht boeken. Volgens onze Duitse vrienden en tipgevers (type: bergbeklimmer) moesten we er met een longtailboot heen. In een van deze canoas zat een Europese vrouw en wij klommen in dezelfde boot. De bestuurder, Luis, bleek haar man te zijn. Toen we bij de lodge kwamen bleek deze vol te zijn, geen probleem volgens Luis, kom maar bij ons overnachten. Luis en Carmen bleken net bezig te zijn hun huis om te bouwen tot eenvoudige lodge, een of twee weken later wilden ze open gaan. We waren helemaal in onze nopjes, er werden klamboes opgehangen, eten klaargemaakt, helemaal fijn. De volgende dag gingen we met Luis het bos in, want hij is gids. Het enorme stuk jungle is van zijn oom, en van die oom heeft hij veel geleerd, van werkelijk iedere plant, boom of insekt weet ie wat het is en waar men het voor gebruikt. Zo zijn er allerlei bomen waarvan het sap een geneesmiddel is tegen kanker, rugklachten of zelfs een middel voor anticonceptie (voor vrouwen, 1x per jaar gebruiken). We hebben aan lianen gezwaaid en bij een waterval gezwommen.

De twee hebben ook een tuin waarin vanalles groeit: kaneel, fruit zoals de guaba, een vijver vol met tilapia´s en drie schildpadjes, en jawel… ayahuasca. Die avond werd het voor ons klaargemaakt, want volgens mij vond Luis het erg leuk dat we geïnteresseerd waren. Normaal gebruiken ze het alleen wanneer iemand genezen moet worden, en dan is de oom van Luis er ook bij. Ze noemen hem niet een sjamaan maar hij weet dus wel erg veel, een soort kruidendokter is het geloof ik wel.

‘s Avonds tijdens ons avondeten (yucca, bonen, rijst en salade) stond het brouwsel van yage (B. caapi) en chaliponga te koken. Het eindigde als een cafe latte-kleurig sapje dat naar mijn idee ook ergens naar cappuccino smaakte maar verder vooral keihard de keel open brandde en de mond in 1 seconde gortdroog maakte. We kregen wat limoen om dat alles te verzachten. Toen gingen we buiten in het donker zitten om te luisteren naar de kikkers, de insecten, krekels en andere junglegeluiden. Carmen nam geen ayahuasca en bleef erbij om een beetje voor ons te kunnen moederen. Na enige tijd moest ik overgeven, dat is vrij normaal. Ik voelde me zeer en zeer opgelucht, een heel stuk lichter in het algemeen zou je kunnen zeggen. Noortje en Luis bleven gewoon zitten. We vroegen steeds aan elkaar of we al anaconda’s hadden gezien, want hallucinaties van slangen en andere jungle-geesten zijn het meest gebruikelijk. Onze perceptie veranderde wel: de lucht, die nog niet helemaal donker was, leek te gaan trillen en uit gekleurde blokjes te bestaan. De andere dimensie hebben we uiteindelijk alleen gezien met onze ogen dicht. Noortje zag vooral insecten. Ze heeft ook redelijk veel gehuild, maar wist slechts gedeeltelijk waarom. Luis kwam aanzetten met een mengsel van eau de cologne en gember, zette zijn lippen bij haar kruin en letterlijk en figuurlijk zoog hij haar hoofd leeg. Bij mij en Carmen deed hij hetzelfde. Hij zei tegen Noortje dat haar hoofd zwaar was en het mijne licht. Mijn closed eye visuals bestonden vooral uit kleuren, bessen, bloemen en veel geometrische vormen en patronen in kleuren zoals paars en roze. Later in mijn bed zag ik ook nog kindertekeningen, clowntjes en speelgoedtreinen. Het leek wel kerstmis :-) Geen anaconda’s, slangen, tarantulas of sprekende planten, maar interessant was het wel.

 

Die nacht kon ik niet slapen, maar dat gaf niet, de hele jungle is zo gaaf en zo anders dat ik het eigenlijk zonde vond om te slapen. Deze nacht dacht ik na over wat Luis had gezegd, en er klopt wel iets van. Als ik op reis ga heb ik veel minder zorgen dan normaal, en dat spiegelt zich in de hoeveelheid bagage die ik meeneem: eigenlijk alleen het hoognodige. Tijdens de jungle trip was ik bijvoorbeeld mijn handdoek, zonnebril, slippers en water vergeten (ahum, juist het hoognodige;-))

De volgende dag moesten we alweer terug naar de stad die uitpuilt van de bussen, taxi’s, lelijke betonnen huizen en mensen die 7 dagen per week proberen geld te verdienen. Helaas. Ik ga terug in de tweede week van december. Inmiddels heb ik al een groep mensen verzameld die dan meewillen, dus aan gezelligheid zal het ook dan niet ontbreken. Ook ga ik opnieuw ayahuasca nemen, dit keer ietsje meer, en de oom van Luis zal er ook bij zijn. Heel spannend, misschien dat het bij mij dan wel een meer therapeutische werking voor de geest zal hebben, want ik vermoed dat ik dat toch wel kan gebruiken.

Ecuador: La fundación

Fundación Don Bosco, zo heet onze werkplek. Het is een tehuis waar dagelijks 150 kinderen komen lunchen (een almuerzo oftewel lunch bestaat uit soep, rijst, kip/vis en groente/salade). De kids zijn tussen de 6 en 16 jaar en zijn schoolkinderen of werken in de stad als schoenpoetsertjes. Buiten de lunchtijden om blijven er een hoop om huiswerk te maken. Ambato, deze stad, is niet superarmoedig, niemand leeft bijvoorbeeld op straat, maar voor normale families is het heel moeilijk rondkomen. Zowel vader als moeder werken in de stad, en als ze buiten de stad wonen droppen ze soms hun kids in Ambato om als straatverkoper of schoenpoetser te werken. Deze worden veelal opgevangen in een van de centra van Don Bosco. Op de fundacion komen ook veel kids die thuis moeilijkheden hebben, mishandeld worden of te weinig aandacht krijgen omdat hun ouders zoveel werken en ze door grootouders of ooms en tantes worden opgevoed.

Wij helpen met het huiswerk maken, samen met nog een aantal Ecuadoriaanse medewerkers. Het valt niet mee, overschrijven kunnen ze als de beste maar zelf nadenken, oef… Ook klusjes als tekenen en kleuren vragen ze aan ons. Van Engels hebben ze geen van allen, ook de docenten, kaas gegeten dus daarbij kunnen we ze wel wat leren. Echter wij vrijwilligers moeten onderling ook Spaans spreken dus de kids kunnen ook maar weinig Engelse uitspraak etcetera horen. Jammer vind ik dat. Wel weer goed voor ons Spaans uiteraard. Dan kom ik gelijk op een heikel punt. Het lijkt er namelijk op dat het werk voor mensen zoals Noortje en ik, die slechts 1 maand blijven, meer bezigheidstherapie is voor onszelf. Op de fundacion worden we een beetje aan ons lot overgelaten onder het motto: kijk maar waar je kunt helpen, eigen projecten of ideëen worden niet aangemoedigd. We hebben wel  posters gemaakt met Winnie the Pooh met daarbij een klein verhaaltje: “Hello, how are you. I am fine. Today is my birthday, will you come to my party? Yes, of course!” Enzovoort. Er werken nog wat meiden van ongeveer 18 en die blijven hier een jaar, ze helpen gewoon mee zoals alle andere medewerkers doen. Eerlijk gezegd is dat best saai. Wij stellen onszelf voortdurend vragen, eigenlijk kunnen we de verschillen maar moeilijk accepteren, met een klein beetje inspanning zouden de kinderen efficiënter huiswerk kunnen maken en ook nog tijd over houden om te spelen (bijvoorbeeld met de spelletjes die wij hebben meegebracht, die nu in de la van La Madre – de hoofdnon- liggen).

Een ander vraagstuk waar we vorige week enorm mee zaten is het fysieke contact dat een begeleider met vrijwel alle meisjes zoekt. Zij zijn tussen de 6 en 16 jaar oud en hangen voortdurend om zijn nek, ze moeten op zijn schoot zitten en hij vraagt om kusjes op zijn wangen, de hele dag door. Wij worden er misselijk van en hebben veel anderen gevraagd wat ze ervan vinden. De reacties lopen uiteen van: ¨het is absoluut niet normaal¨ tot ¨ach ja, deze kinderen komen thuis zoveel liefde tekort…¨ We weten inmiddels ook dat La Madre ervan weet (we zijn er nog niet achter of er echt sprake is van seksueel misbruik) maar hem de hand boven het hoofd houdt. Mogelijk omdat anders de fundación misschien gesloten zou worden.  We hebben de organisatie die bemiddelt tussen de fundación en de vrijwilligers benaderd en zij vinden het ook gevaarlijk. Ze gaan zorgen dat er een onafhankelijk onderzoek ingesteld wordt. Zou dat iets opleveren? Twijfels, twijfels.

We  hebben onze twijfels dit weekend een beetje achter ons gelaten door naar el Oriente af te reizen, ofwel de jungle, de Amazone, het regenwoud! Dat was in één woord ge-wel-dig! Ik vertrouw de internetverbinding niet zo enorm, dus ik zal eerst deze blog online gooien voor het misgaat.

Ecuador: Hoofd in de wolken

Daar zit ik dan met mijn hoofd letterlijk in de wolken. Er valt op dit moment regen uit maar eigenlijk valt er geen peil te trekken op het weer hier in de Ecuatoriaanse hooglanden. Zo komt het dat ik ook al verbrand ben, dat het licht feller dan waar ook ter wereld in mijn ogen schijnt en dat het af en toe dondert en bliksemt. Ecuador is tot nu toe iedere dag indrukken opdoen, voornamelijk. Ik heb 1,5 dag in Quito doorgebracht, waar ik meteen volop m´n Spaans kon oefenen met gastmoeder Ana Maria, want zoals de meeste Ecuadorianen (zo heb ik gemerkt) houdt zij nogal van praten.

Behalve van praten, houden ze hier ook van feestdagen en tradities. Zo heb ik op 2 november drie koppen colada morada op, een roodpaarse drank vol met fruit en specerijen die warm gedronken wordt. Dat is verplichting numero uno op Allerheiligen, de dag waarop men de doden herdenkt. In Quito heb ik ook de Halloween meegemaakt, maar dit feest is door de huidige president verboden omdat het te Amerikaans zou zijn. In plaats daarvan viert men de dag van het wapen van Ecuador, lekker nationalistisch dus.

In Ambato, de stad waar ik de rest van de maand woon en “werk” maakte ik kennis met mijn nieuwe gastfamilie en Noortje, een Nederlands meisje dat ook bij deze familie verblijft. Geweldig leuke mensen allemaal, heerlijk (vegetarisch) eten, alles is muy muy bien. Door alle feestdagen ben ik nog maar één dag in het weeshuis geweest waar we samen met de kleinste kinderen zijn gaan knutselen. ‘s Middags gingen er een aantal naar huis voor het weekend. De meeste kids hebben namelijk wel ouders maar niet zulke goede, denk aan mishandelingen enzo… Zodoende scheurden we rond in een bestelbusje met acht jochies, een non achter het stuur en de radio op volume 10, kun je het je voorstellen?

Op dit moment ben ik voor een weekendje “op vakantie” in het toeristische plaatsje Baños. Straks komen er nog meer mensen die we kennen vanuit Quito, waar zij aan een taalschool lessen volgen. We zullen in de natuurlijke warme bronnen gaan zwemmen. Volgens de Vietnamveteraan die we vanmorgen bij het ontbijt tegenkwamen is er vanavond een groot straatfeest, en we kunnen ook nog mountainbiken, raften, paardrijden.