Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde opleggen aan het publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis, deze gewoonte voor te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant, terwijl deze ontspannen horen te zijn. En die die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Short stories from Asia – The roomboy

I have been recommended many times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

Deze is in het Nederlands, je reactie is welkom!


The roomboy

Ik weet eerlijk gezegd niet meer hoe z’n naam luidde. Hij stelde zichzelf voor als the roomboy. Een vijfenveertigjarige Hindoestaan met Elvis-achtig kapsel, anderhalve kop kleiner dan ikzelf. “I’m the roomboy. Anything I can do for you, you tell me. I will be here for you all the time.”

And yes he was there for me. Aaaaaaall the time.

Het probleem was dat ik Mr. Roomboy voor het eerst tegenkwam op een nogal ongelukkig moment. Ik was namelijk op zoek naar mijn ondergoed, dat ik eerder die dag op het balkon te drogen had gehangen. Ik viste het slipje van de balkonvloer, en vanaf het andere balkon groette deze attente roomboy mij. Op dat moment was ik me er nog niet van op de hoogte dat in India ondergoed in de één van de vele taboes is en dus nooit en te nimmer gezien mag worden. Ik had zojuist mijn seksualiteit te drogen gehangen voor het personeel van het hotel waar ik zo ongeveer de enige gast was. In ieder geval de enige vrouwelijke, Europese gast zonder gezelschap.

Vanaf dat moment liet de roomboy mij geen moment met rust. Hij liet me foto’s zien van zijn simultane carriére als filmster en vertelde honderduit. Gezelligheid ten top -die ik zo nadrukkelijk mogelijk negeerde. Maar nog niet nadrukkelijk genoeg, op dat moment. Roomboy gebruikte nogal vaak het woord “enjoy”. Een positief ingesteld type, dacht ik nog. Nadat hij vroeg “Do you like enjoy?” en toen niet op het antwoord wachtte maar één lange woordenstroom uitstootte over Europese vrouwen die net als ik alleen waren en die speciaal waren gekomen om met hem Enjoy mee te maken wat hij echt helemaal het einde vond en wat ik ook zeker enorm de moeite waard zou vinden, toen was mij in één klap duidelijk wat de werkelijke vraag was.

“No, I don’t like enjoy. Nope. Never liked it. No I’m just here to see your country. Yeah just that, visiting several places.”

Hij heeft me nooit geloofd, zeker niet toen ie me een dag later in de buurt van het hotel zag kletsen met een jongen uit het dorp. “Don’t go with local boy! Why you choose local boy when I am here for you?!” Zijn ogen spoten vuur. Onsteld was ie. Hij volgde me de trap op terwijl hij op gedempte toon door bleef zaniken over de local boy. Ik negeerde, glipte zo snel mogelijk mijn kamer in en deed de deur demonstratief achter me dicht. Natuurlijk kon ik niet slapen met de gedachte dat deze hitsige, onstelde roomboy mogelijk nog aan de andere kant van de deur stond. Met ingehouden adem luisterde ik of hij nog in de buurt was. De volgende dag zou ik vertrekken, goddank. Deze Indiase kustplaats was paradijselijk mooi, maar absoluut niet wat ik ervan verwacht had. Ik had de receptionist gevraagd een motortaxi te regelen voor half acht de volgende morgen.

‘s Ochtends word ik wakker van een zacht, aanhoudend geklop op de deur. Ik houd mijn adem in. “It’s me. Do you care for some enjoying?”

Pas over een uur kan ik met de taxi mee die me heel ver hiervandaan zal brengen.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

India in a nutshell

Almost six months of traveling are behind me. A journey from Amsterdam to Bangalore, through Sri lanka, India from south to north, Nepal and back.

As for most of you who can’t read Dutch I conclude my travel diary with the highlights of my travels in English.

So where exactly have I been? After the OURmedia conference in ‘traffic city’ Bangalore the trip went to rainy Trivandrum and Kovalam, a paradise-like beach place but so spoiled by package tourism, the vibe was bad. I was happy to fly to Colombo a few days later and headed straight to Hikkaduwa with Tanja, who I had met at the airport. There the beach was nice and the waves were huge, so swimming while keeping the swimwear on was quite a challenge. We also tried the beaches of Unawatuna. Both villages where completely rebuild after the tsunami, contrary to Tangalle where I went later. Not many houses and hotels survived, ruïns along the shore, sad people, sad stories. At the coastal areas of SL you can see many refugee camps: for how long will the people have to live there, I wondered…

I’d spent the Christmas holidays amongst the “happy few” in Colombo, where I joined a dinner with investment bankers, had coffee in the Hilton on Christmas eve, and saw some temples and shopping malls, which is pretty much all Colombo has to offer. I explored the hill regions and celebrated NYE 2005 in the countryside, including a bonfire, with some Dutch, Italians, Sri lankans, Canadians and a Frenchman.

Back in India I’ve rebalanced my body and mind through an ayurvedic treatment in Varkala, and made lots of friends at “doc’s”. We mainly enjoyed sunsets, coconuts and Tibetan food. I visited Amma, a guru known as the hugging mother, and got my hug as well. Then I made my way to the east coast, Chennai. I encountered lots of journalists, traffic, bureaucracy, muslims and the white screen, on which I made my first appearance as a nurse;-) Then again to the beaches of Mamallapuram, Pondicherry and I underwent the Auroville-experiment. In Hampi I saw some impressive ruïns and temples, suited in stonehenge-like landscapes. The bustrip to Goa was one of the worst ever, as I got really sick on the way. In Arambol I recovered, but I was unable to fully enjoy the surreal beach carnival and the illegal parties… However I did some yoga with a 73 year old baba who made us stretch like none of my former Indian yoga teachers did. With João I went for a Rajhastan tour full speed ahead starting in Udaipur (the white city), with a lake and a huge city palace. Next was Jodhpur (the blue city) with again an impressive fort and palace. Then on to Jaipur (the pink city) where the palace wasn’t so cool, neither the city. Jaisalmer (the golden city, or actually sand-colored) was a fort itself with again a palace, but we came to go on a camel trip. It was one of the biggest highlights for me: feeling like a nomade, sleeping under the stars, trying to speed up the camels and guides who thought us some “interesting” rajhastani words! We went on to Rishikesh for some more yoga, playbacking gurus, a dip in the Ganga river, rafting and unfortunately another doctors visit for me.

Sahara Air flew us into Kathmandu, and already the next morning we were on a bus to the Annapurna region: officially the world’s most beautiful trekking area. On the Poon hill trek we encountered a.o. rainforests, waterfalls, snowpeaks, cornfields, chickens, mules, butterflies, lots of kids, lots of Koreans, buffalos (no yaks at this altitude level), rhodondendrons, dal bhat, hot springs and the amazing Himalayas were there all the time. It was wonderful, deep, high, low, fun, beautiful, serious, emotional, everything!

Back in Kathmandu, reality put my feet back on the ground again. Due to King Gyanendras unreasonability people went on strike, this time longer than usual. This made the King impose curfews. No one was allowed on the streets, although there were demonstrations and violence was increasingly used by armed police forces. I joined a peaceful demonstration, but even tourists had to be careful, sadly some have been arrested. However I’ve been able to see some religious ceremonies (that required buffs with their heads chopped off), and some interesting temples, holy places and a monastry in the Kathmandu valley. I also had time to learn about Tibetan buddhism, shop for souvenirs and decorate one of my feet with a tattoo.

I did a flash visit to Delhi, the giant that offers you only its pollution with physical side-effects for free. My last destination was Kanda, a rural village in Uttaranchals Kumaon hills. Here I was staying at the Verma family as an ecotourist/volunteer for one month. Because of a lack of funding there were no particular projects to work on as a volunteer (they have done many of these in the past, check www.rosekanda.info). Instead I occupied myself with merging into this Indian family and helping with organic farming, cooking, washing and I attended some religious ceremonies, weddings (it was the wedding season), made a trip to beautiful hill station Kausani, created some handmade, recycled paper and helped to improve ROSE’s (ROSE is the organisation) international network in order to receive more volunteers and funding in the future. It was sad to leave the family behind: Jeevan, the head of the family from who I learned so much about Indian politics, rural life and these people’s community; daughter Renu, who will be married against her will by July but wants me to come to her wedding anyway; ever hard-working mother Hema, just as Gunja, Jitendra, Chanda, Sagu, Ruthie and last but not least the two other volunteers I’d met during my last days here, Carlin and Kelly.

As a very brief conclusion, what can I say, as you all may agree India is such a diverse country. Somewhere halfway my trip I said: in this country you will not find what you’re looking for, but it gives you what you need. Now, I don’t know why I it was necassary for me to become ill four times, but I do know that I gained some peace of mind: so important in the West! Furthermore I practiced my patience, I can eat with my hands, make chapati’s, I know how a moviestar must feel when walking the streets, I can squat and remain seated that way, I confirmed that I will never understand Hinduism, I fell in love with Nepal, I see the point in the teachings of many gurus, I became a vegetarian because of the good food… India has so much to offer. Not only pleasant things, but as long as you like to meet the challenge it will only make you stronger, so I found. There are many places left that I would like to visit in this country, especially in the North. But, the world isn’t always a small world, there is so much more out there yet to be discovered by me…so next time, next decade probably ;-(

In the meantime I will try to make the world a small world by using and studying media, the web and its applications, and giving some support to minorities or individuals in developing countries.

Bij ons in ’t deurp

De tijd gaat erg snel; mijn tijd op het Indiase platteland zit er over een weekje alweer op. Platteland is trouwens niet het goede woord, heuvelachtig is beter: overal om ons heen terrasvormige velden waar ‘we’ in mijn eerste week het koren vanaf geoogst hebben en nu wordt er rijst op geplant. Op sommige plaatsen groeit het al, in de meest felle kleur groen die er bestaat!

Ik ben nu op een daytripje naar Kausani, een hillstation 3,5 uur verderop. Mahatma Gandhi heeft er eens vakantie gevierd en was dolenthousiast; het Zwitserland van Azie noemde hij het. Vanaf de meeste heuveltoppen hier kun je de besneeuwde Himalayas zien, erg gek om te bedenken dat het dezelfde zijn als die ik in Nepal van dichtbij zag.

Het verblijf bij de familie Verma is wel anders dan ik had verwacht (het is altijd fout om verwachtingen te hebben in India, dat zou ik inmiddels geleerd moeten hebben). Door dat er geen financiering beschikbaar is op het moment kunnen er geen projecten uitgevoerd worden. Projecten zoals huizen en toiletten bouwen voor mensen in het dorp die nog zonder moeten doen, watertanks aanleggen, het schooltje dat de familie een tijdlang zelf runde maar door geldgebrek moest stoppen. Nu fungeert de ‘boerderij’ dus als een soort guesthouse voor mensen die de off the beaten track experience zoeken. En dat is het ook zeker! De familie zelf is de hele dag druk met het bewerken van het land, het is echt organic farming wat ze doen: er worden geen pesticiden gebruikt, geen machines, alles wordt met de hand gedaan door de vrouwen. Die lopen dan ook dagelijks op en neer met manden op hun hoofd vol hooi, graan of mest (afkomstig van de ossen en buffels die ook weer voor melk zorgen). Er is een eigen tuin met allerlei groenten, en veel bloemen. Als gast heb je geen andere keus dan helemaal een worden met de familie, en dat lukt aardig. Ik help mee met koken, kan nu ook de was doen op de grond met een blok zeep en emmers water, en ‘s avonds kijken we (als er stroom is) met de meiden “Kasamh se”, de favoriete soapserie van dochter Ranu. De andere familieleden zijn Jeevan (vader), Hema (moeder), Gunja (dochter, 19), Sagu en Jitendra (zoons, 12 en 27), Chanda (vrouw van Jitendra, 18) en Ruthie (kleindochter 9). Nog twee andere dochters zijn al getrouwd en dat betekent dat ze bij hun echtgenoot z’n familie wonen en daar zo ongeveer al het huishoudelijke werk doen. Dat is het leven. De mannen hebben meestal een baantje in een winkel ofzo of in de mijnen. Jeevan bezit ook wat land waar zeepsteen in de grond zit, dus sinds een jaar verdient hij wat bij door de mijnactiviteiten aldaar. Het is elke dag een komen en gaan in het huis, veel buurtbewoners komen theedrinken, krijgen een ontbijt voorgeschoteld etc. De familie is supergastvrij en probeert ook nu zoveel mogelijk mensen te helpen. Bijvoorbeeld een vrouwtje uit de buurt, Tara, zij kan niet praten. Haar man heeft haar verlaten en het is voor haar erg moeilijk om (financieel) haar twee zoons te onderhouden. Ze helpt mee op het land, en krijgt elke dag ontbijt en een deel van de oogst. Ook heeft Jeevan in het verleden met andere vrijwilligers een huisje voor haar gebouwd.

Het is ook een erg relaxte periode, voor mij tevens noodgedwongen omdat ik weer eens ziek ben geweest (jawel weer diarree): ongeveer een week lang was ik uitgeschakeld. Het plan was dat ik me nuttig zou maken door wat persberichten en brieven te schrijven om zo meer volunteers/toeristen naar Kanda te lokken en mogelijk financiering te verkrijgen. Echter, doordat de bliksemgetroffen computer tot voor kort in de maak was kwam daar nix van in. Daar kwam nog eens bij dat er nog drie andere volunteers zouden komen maar allen voorlopig nog niet kunnen komen doordat ze ziek zijn geworden. Kortom, het lot was zowel mij als de familie niet erg gunstig gezind. Toch heb ik een bijzondere tijd: het eten is geweldig, ik heb 2x ge-weddingcrasht (een glimp opvangen van de urenlange ceremonies, op de foto met de bruid op verzoek van haar familie, eten en wegwezen) en de omgeving erg rustig en inspirerend. Meestal begint de dag bloedheet, na de lunch gaat iedereen even rusten en dan begint het te waaien, te onweren en de hele avond blijft het bliksemflitsen…erg bijzonder.

Na terugkomst van mijn tripje kwamen er echter een jongen en een meisje uit de USA aan, een welkome afwisseling. We bezochten een van de locale scholen en konden zien hoe het lesgeven eraan toegaat. Erg boeiend!! Verder hebben we nog papier gerecycled en kuikentjes gekocht (waarvan er eentje direct al door een van de honden is doodgebeten, wheeeehhh! Ook kwam er een familie op bezoek waarvan de zoon zal gaan trouwen met Ranu, de oudste dochter. Besproken werden de familieachtergronden, baan, opleiding, tijd en uitvoering van het huwelijk. De jongen zelf was er niet bij en ook aan Ranu werd nix gevraagd; of de twee elkaar wel liggen is pas later aan de orde. Ranu heeft helemaal geen zin om te trouwen, zegt ze me keer op keer: oh no jackie, i’m going married!!

Ik ga er even vanuit dat dit mijn laatste berichtje is, ik zit inmiddels te zweten in Delhi. Maar ik mag niet klagen: het is maar 39 graden want het heeft pas nog geregend;-) Mijn sikh (hij heeft mogelijk het langste haar van de wereld) hotelmanager “Sunny” kende me nog van de vorige keer en dus morgen gaan we op sightseeing/shopping tour. 23 mei (dinsdag?) vlieg ik terug en ik hoop ergens in de avond aan te komen in ‘Hollende’! Ik kijk er zeker naar uit!

Spiri-spiri

Deze keer gaat het verhaal over Rishikesh. Om in Rishikesh te komen maakte ik een paar langdurige treinreizen, met ook fijne wachttijden tussendoor. Het is altijd weer leuk om op de stations overal mensen te zien liggen slapen, vaak hele families, met al hun bagage om zich heen. Ongeacht van welke kaste je bent. Locals beginnen altijd vanzelf een gesprekje, zo sprak ik een meisje wiens naam “mooie wimpers” betekent, en haar moeder. Ze studeerde engineering omdat haar vader dat graag wilde. Zelf had ze liever iets met software gedaan maar daarvoor was haar Engels niet goed genoeg. Zo zie je maar weer, dacht ik, de kansen en de keuzes liggen niet overal voor het oprapen, zelfs als je uit een welvarende familie komt.

Maar goed, Rishikesh dus, ligt vrij ver in het noorden, 250 km boven Delhi. Het is precies de plaats waar de eerste Himalayabergen beginnen en de Ganges stroomt door het diepe dal. De heilige rivier is hier helder en fris, en de plaats is een bedevaartsoord ten voeten uit. Elke dag komen honderden Indiers even een kijkje nemen, een puja (tempelceremonie) doen, zichzelf laten fotograferen op een van de twee bruggen (al dan niet samen met een westerling). De westerlingen komen voornamelijk voor yoga en meditatie. Een jaar of 30 geleden zijn de Beatles hier een paar maanden in retraite geweest. Ik heb de plaats waar ze toen zaten bezocht; de ashram van hun goeroe Maharishi. Het is nu een totaal verlaten plaats, verboden terrein zelfs. Maar het ziet er zupergrappig uit. Zover als je kunt kijken staan er ronde teletubbie-achtige cottages van steen, heel klein. Een ronde vloer om op te slapen en dan een trapje naar een kleinere ronde bovenverdieping die bedoeld is voor meditatie. De bedoeling is dat je tijdens je hele verblijf zo niet je cottage uitkomt.

Ik heb wat yogalessen geprobeerd, sommige goed, sommige wat minder, yoga kan echt op een miljoen manieren beoefend worden. Voor de geinteresseerden even een kleine les…

Yoga kent acht stadia. 1 en 2 staan voor een goed leven leiden, respectvol zijn, goed gedrag etc. 3 zijn de asana’s ofwel de bekende stretchoefeningen/houdingen. Deze maken je lichaam soepel, zorgen dat je niet oud wordt en je zult nooit klachten hebben of ziek zijn wanneer je dagelijks de juiste asana’s doet. 4 is pranayama, ademhalingsoefeningen. Deze zorgen ervoor dat je beter gebruik kunt maken van je energie; richting geven aan de energie die vrijkomt bij de 7 chakra’s (energiepunten langs de ruggengraat). Als je die energie op de juiste manier gebruikt voor meditatie kom je in contact met het hogere/God/de kosmische energie/of hoe je het ook wil noemen. 5 t/m 8 zijn verschillende stadia van meditatie waarbij je bij 8 echt helemaal los bent van je ego, los van je gedachten, los van alles en een met het universum en met God. En wat er dan allemaal mogelijk is, is ongelofelijk. Zweven, op twee plaatsen tegelijk zijn, objecten materialiseren vanuit het niets… Het is allemaal te lezen in het boek Autobiography of a yogi, van P. yogananda.

Ik voelde me niet spiritueel genoeg om er helemaal in te duiken maar ik heb wel genoten van de kennis die me verteld is, satsang (mantra zingen), de ceremonieen en het hele sfeertje. Mijn beste ervaring was nog wel het zwemmen in de Ganges; ijskoud maar erg goed! We zijn ook gaan raften, en hoewel het nou niet echt een kolkende rivier van jewelste was waren er wel wat achtbaan-waterdip-momenten. En het was ook mogelijk om te bodysurfen; jezelf in het water door de stroomversnelling te laten drijven…wederom eeeerg goed!

Verder kan ik nog toevoegen dat ik nu echt fan ben van Punjabi muziek (denk dat nummervan de Peugot reclame). Met dank aan een stel gestoorde restaurant eigenaren die kunnen dansen zoals ik het nooit eerder gezien had:-)

Vandaag vertrekt er een trein naar Delhi en morgenmiddag om 13.15 een vliegtuig (Sahara Air) naar Kathmandu. Ik hoop met beide mee te mogen…

No hurry, no worry, no chicken, no curry

In Goa heb ik nog een goede tijd gehad nadat mijn ziekte over was. Ik deed op de valreep nog wat yoga bij een echte, ouderwetse, bejaarde, in oranje geklede yogi met zijn lange witte baard in een knotje. Elke ochtend gaf hij een complete lezing bij de yogales waardoor het meer dan 2 uur duurde. Hij corrigeerde ons allemaal tot op de millimeter, en zei tegen de meiden betti (dochter), you need more practice! In 6 months you will improve! Nee, dat geeft motivatie ;-) . Supergeinig. Verder nog naar de spectaculaire night market geweest, de beste zonsondergangen gezien, geprobeerd te feesten maar dat ging niet door omdat we geen LSD konden krijgen, de taxichauffeur niet wilde wachten, een van de jongens teveel paan (betelnut) had gekauwd en probeerde met valium weer terug op aarde te komen, een ander bleek niet helemaal te zijn wie hij eerst was na een paar drankjes, dus we eindigden in de lokale bar met een wodkaatje, kijkend naar een voetbalwedstrijd terwijl de wannabe gangsters die ons geen drugs konden bezorgen met hun trainingjacks nog aan tezamen onder een dekentje gingen slapen… De volgende dag was mijn vertrek, en dat was maar goed ook want door al deze maffe ontwikkelingen had ik meer aanbidders, al dan niet met steekje los, dan goed voor een mens is *knipoog*.

Ik ging middels 2 nachttreinen naar Udaipur, met tussenstop in Ahmedabad waar ik zowaar wat regen meemaakte, waar in 8 uur zo’n 1000 mensen “Helloooow!” tegen me hebben geschreeuwd, waar het erg smerig en onplezierig was. Udaipur was echter de hemel op aarde, een stadje op een heuvel, alle huizen wit, aan de rand van een meer waarin 3 paleizen te zien zijn. (2 daarvan zijn 5-sterrenhotels maar dat doet er niet toe). Ik ontmoette mijn enige volwaardige aanbidder uit Arambol hier weer en we vertrokken de volgende avond naar Jaisalmer voor een paar dagen in de woestijn, eindelijk! En zo bleek, ALLES is hier zandkleurig, oh nee, goudkleurig: dit is de golden city. En overdag is het bloedheet! Met een groep mensen uit voornamelijk Duitsland en Zwitserland hebben we een kameelsafari gemaakt. Gewapend met tulband, omwikkeld met shawls besteeg ik de kameel als een echte nomade. En het voelde zo goed! Je bent hoog boven de grond, er waait een briesje en de kameel loopt langzaam maar statig en maakt grappige geluiden. Sturen, remmen en gasgeven is ook eenvoudig. We probeerden allerlei technieken om de kamelen NOG harder te laten lopen, maar langer dan 20 seconden hielden ze meestal niet aan. En maar goed ook want het bounced enorm en je voelt het wel aan je zitvlak. We stopten om lunch te bereiden, chai te drinken en ‘s avonds sliepen we in een dorpje omdat het leek te gaan regenen. Bliksems de hele nacht door, maar uiteindelijk niet veel nattigheid. De volgende dag weer op de kameel, en we zagen allerlei soorten woestijn langskomen: de clichematige zandduinen, steppes, rotsformaties, noem maar op. Dit keer was de overnachting in de openlucht, met kampvuur en opium. Alleen we verdenken onze gids ervan ons een mengsel van hars, suiker en masala te hebben gegeven want hoeveel we ook aten of rookten, er gebeurde nix! De gidsen waren verder wel superleuk, ze maakten chai voor ons zeer vroeg in de morgen (en speciale black chai zonder melk voor mij) zodat we de rest van de dag in goede stemming waren en de hele tijd CHAIIIIII riepen! Het wemelde van de loze uitspraken trouwens. You don’t need beer to have fun in the desert! And now we go to Pakistan! No hurry – no worry – no chicken – no… goed, je had er bij moeten zijn ;-)

Snel meer nieuws en foto’s. Mijn reis gaat nu als een sneltrein. Ik ga naar Jodhpur, de blauwe stad, dan naar Jaipur, de roze stad om mn nieuwe vliegticket op te halen, dan naar Varanasi, de heilige stad waar ze de doden in de Ganges gooien en dan huphuphup naar Nepal. Het is daar erg onrustig, maoisten terroriseren de boel en het volk zelf komt af en toe in opstand tegen de koning die als een soort dictator het land bestuurt. Maar het komt erop neer dat er af en toe een aanslag is in een klein dorp, dat de bevolking moe is van dit alles en het toerisme eronder lijdt. De mensen zijn zo vriendelijk en tof, en toeristen worden met rust gelaten. De conclusie is dus dat ik wil gaan…juist nu. Dus, om nog een keer met de woestijnmannen te spreken: chello (let’s go), on y va!

Chillllll

Tijd om weer iets van me te laten horen!

Mijn excuus is dat ik weer flink ziek ben geweest. Dit keer een echte ouderwetse maagstoornis nadat ik een TE hete chillicurry op had. Fijn was ook dat het bij een stop onderweg met de bus van Hampi naar Goa was en dat ik daarna de bus onderkotste (plastic zakjes ofzo hadden ze nog nooit van gehoord). De volgende ochtend in gare toestand ook nog een locale, overbevolkte bus nemen waarin ik een uur moest staan met zo’n 200 mensen -allemaal in die bus- om me heen, het zweet brak me echt uit.

Des te blijer was ik toen ik mn eigen hutje hier in Arambol, Goa kon betrekken. 20m van het strand, perfecte golfjes, rustig strand, superrelaxte hang-strandtenten waar ik nu al 6 dagen in lig uit te zieken zo’n beetje. Het duurde maar en duurde maar, en ik had een aardige Nederlandse dame gevonden die haar Reiki talenten wel op me los wilde laten, en zo geschiedde. Maar uiteindelijk toch ook bij de dokter een test gedaan en nu zit ik aan de antibiotica. En dat werkt, gelukkig!

Heb nog niet echt kunnen genieten hier, maar dat is wat iedereen hier ruimschoots doet. De meeste mensen slagen er niet in Arambol binnen een maand te verlaten ;-) Het tempo is dan ook lager dan laag. Het is (ook als je niet ziek bent) helemaal geen schande om de hele dag in je hangmat te hangen en slechts af en toe op te staan voor een lunch of diner. Het is geen partyplace hier, wel is er elke avond overal muziek en zo nu en dan organiseren ze bij een strandtent een feestje maar nooit echt grootschalig en vaak wordt het door de politie gestopt om 1 uur. Goa is namelijk niet meer wat het geweest is; de overheid heeft een ban op muziek na 22 uur in het leven geroepen omdat de parties te gortig werden. Alleen voor oud en nieuw is er een uitzondering, toen is het 10 dagen lang feest geweest. Nu grijpt men simpelweg alle mogelijkheden voor een klein en illegaal feestje aan. Zo ook het carnavalsfeest, zie pic. Ik had geen idee dat er hier een carnaval zou zijn, maar Goa heeft een lange Portugese historie en aangezien carnaval een katholiek feest is wordt het daar ook uitbundig gevierd. Hier kun je zien wat voor freaks er hier rondlopen, dat is nog het geinigste van alles. Ook zonder carnaval lopen er hier langharige hippies, al dan niet in string, fitnesstypes, goodlooking Isreali’s (maar er komt geen zinnig woord uit meestal), uitbundige Italianen, moeders met kinderen, spiri-spiri’s, en gewoon mensen zoals ik die hier even een tussenstop maken. Hoewel, de meesten maken hier een tussenstop van een paar maanden van hun gestresste leven back home…

Ik blijf hier nog tot en met woensdag, hoop nog wat leuke dingen te kunnen doen zodra ik me weer iets lichter voel dan een zak aardappelen. Dan vertrek ik naar Rajahastan; woestijn, tulbanden, kamelen, hitte, kleuren, juwelen, kruiden en wie weet wat nog meer?!

A moviestar?

Eindelijk ben ik daar dan weer, ja de fotootjes zijn nogal minimaal maar het is gewoon een onderneming hier, even wat foto’s uploaden. Vorige week wilde ik een cd branden van mn 500 foto’s, bleek er een virus op mn memorycard te zitten. Maar goed, cdtje gebrand en de boel geformatteerd en t was weer OK. Een paar dagen later kom ik in internetcafe en na 3 foto’s uploaden had ik de server overbelast ofzo. Nu zit ik hier weer (wederom een paar dagen later, maar dat komt omdat de tijd vliegt;-)) zie ik dat mn cdtje ‘thuis’ ligt… zucht, haha. Later wordt het dus, zoals alles altijd later wordt in India.

Maar goed, ik heb ter compensatie wel een exiting story voor het thuisfront, ik ben al gepromoveerd tot filmster in de Tamil filmbusiness. Mijn eerste rol, weliswaar zonder tekst, was die van zuster op de eerste hulp van een ziekenhuis in LA. In helderblauw uniformpje met witte schoentjes en kousjes en mn haar in een netje en met een soort wiebertjesvormig hoedje op mn hoofd gespeld leek het echter dan ooit, ahum! Ik voelde me meer een stewardess voor Pan Am airlines ofzo, haha.

Samen met nog 7 andere backpackers was ik uit het guesthouse geplukt voor een dagje om dit te doen. We werden met een busje gebracht, kregen ontbijt en lunch, moesten ongeveer 4 uur wachten, maar uiteindelijk werden onze scenes opgenomen en bleek dat het figureren uit iets meer bestond dan 5 minuten op de achtergrond staan (zoals de meer ervaren ‘extra’s’ uit ons groepje vaak hadden meegemaakt). Ongeveer 2 uur lang moesten wij nurses een brancard met zgn heftig verbrand kindje door de ziekenhuisgang duwen. De ‘moeder’ liep huilend mee, dus we konden ons helemaal inleven. Later was het kindje dood en waren de ouders samen aan t huilen in de wachtruimte, en wie liepen wederom door het beeld met het volgende verbrande kind (er was een bomaanslag in een school geweest, jaja)?? Juist. Titel film? Geen idee. Releasedatum? Tja. Dus dat komt helemaal goed met de carriere, denken jullie niet?

Mn volgende stop was in Auroville (www.auroville.org), een laten we zeggen leefgemeenschap, die wel wat uitleg behoeft. Zoals mischien bekend zijn er in India talloze goeroes. De meesten schrijven talloze boeken en hebben talloze aanhangers. Dit betekent niet automatisch dat het heel helder is wat ze prediken. Zo ook met Sri Aurobindo en zijn vrouwelijke compagnon The Mother. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het oprichten van Auroville, een zgn stad waar de bewoners vanuit alle hoeken van de wereld leven. Het doel was een soort ideale samenleving te creeren met natuurlijke vormen van energie, zelfvoorziening qua voedsel en geen politiekmachtscentrum. Het is een community waar niemand echt land ofzo bezit, het land en de huizen behoren toe aan de community. De spirit, de gezamenlijke kracht die de inwoners moet besturen, noemen ze de Divine Consciousness. Laten we zeggen, het hogere. Het verraste mij niet dat er daarom veel yoga en meditatie gedaan wordt, er zijn allerlei soorten workshops en cursussen. Er wonen ongeveer 2000 mensen waarvan de meesten Frans (The Mother was franse van oorsprong) en Duits en die twee liggen momenteel nogal in de clinch over het voortbestaan van Auroville. Verder zijn er andere Europeanen en veel Indiers die, hoe verbazend, voornamelijk vuile werkjes opknappen. Hoe ideaal is deze maatschappij dan, vragen wij ons af. Maar het is ingewikkelder. De Indiers hier zouden hoe dan ook anders werkloos zijn geweest of armer dan nu, plus dat ze in een bepaalde kaste zijn geboren, dat accepteren en hun best doen to make a good living, zodat hun volgende leven betere perspectieven biedt. Voordat Auroville kwam was een een ontontwikkeld gebied met droge, rode aarde. Nu zijn er volop bomen en bloemen, en volop werkgelegenheid voor de 5000 Indiers in de omgeving, want Auroville heeft dagelijks ook 2000 guests, zoals ik voor 6 dagen, waaraan het meeste verdiend wordt. De Aurovillians zelf leven een simple life, het werk betaalt summier naar Europese maatstaven.

Een van mijn 2 Duitse reisgenoten heeft hier 20 jaar geleden een jaar lang gewoond en de andere is van plan om nu 6 maanden te blijven, samen hebben we er veel discussies over… Als gast zijnde is het moeilijk te zeggen wat Auroville nu precies is. De mensen van de oude garde hangen nog stevig aan de jaren 60-ideeen van Sri Aurobindo (hij is allang dood), die ik nog steeds niet doorgrond heb sinds ik hier ben, het is erg vaag, dus hoe kun je daarop een samenleving bouwen? Er zijn veel problemen rondom macht, geld, gelijkheid en natuurlijke omgeving zoals in iedere samenleving. Maar in elk geval, het begon als een progressief en interessant experiment met een groot doel: 50.000 inwoners, en hoe dan ook het experiment is nog steeds gaande en ik heb er even aan kunnen ruiken. Geinig.

Maar voor mij komt het nu, en dan bedoel ik vooral de inwoners, niet over als een super inspirerende omgeving en dat had ik wel verwacht. Niettemin heb ik het super naar mn zin met mn reisgenootjes, een nieuwe yogaleraar en alles en iedereen wat we maar tegenkomen.

Mijn volgende reis van een dag en een nacht begint morgenvroeg. Ik bus naar Pondicherry, bus naar Bangalore en trein naar Hampi. Hampi is DE plaats der plaatsen als het gaat om historische ruines, de mensen daar hebben de stad in de ruines gebouwd en het schijnt prachtig te zijn. Daarna staat Goa op het programma en dan Bombay en dan eindelijk het noorden.

Oh ja, overige berichten:

Leuke reacties weer, altijd altijd – meer meer!

Tomas zo koel dat het tof is in Barca, ?hablas espanol todo el dia, verdad? Praat alleen spaans met mij als ik terugkom OK misschien komt het dan eindelijk eens:-)

Verder begin ik iedereen nu ook best een beetje te missen, ik probeer me nu regelmatig te herinneren hoe dingen in Nederland ook alweer gingen, wat voor voedsel we aten, wat voor schoenen ik ook alweer aanhad, hoe de stad erbij ligt, en ik verlang ook naar een feeeeestje zeg!!

Leven, geleefd worden en laten leven

Ik kwam aan in Chennai, ik zag, en ik verwonderde me. Dolkomisch is deze stad, ik weet het niet, het doet me echt glimlachen. Ik heb 4 nachten doorgebracht in Triplicane, het beste te omschrijven als een soort moslimbuurt; moskeeen, burkawinkeltjes, mensen die op straat leven, slapen, eten koken alles inclusief. Bakfietsen volgeladen met bananen (mini’s, grote groene, kleine groene, rode of gewoon geel), enorme buffels met schrikwekkende horens, hopen zand, ingestorte gebouwen, mannetjes achter hun naaimachine in een ‘atelier’ niet groter dan een vierkante meter. Op straat lopen betekent je ogen en oren zo wijd mogelijk openhouden en geen moment je concentratie verliezen anders rijden de meest onwaarschijnlijke voertuigen je omver. Het meest scary zijn nog de bussen, die zien eruit alsof ze niet in staat zijn om ook maar 100m verder te komen, en uitpuilend natuurlijk. Maar ook de zeurende autoriksja chauffeurs, 1000-en motorrijders (een ware plaag) en fietsers kunnen er wat van.

Jaja, ik ben weer in de stad. En ik zal nu ophouden met opsommingen maken;-) Gelukkig heb ik hier wel wat relaxte mensen ontmoet, en dat is wel fijn anders had ik niet in het donker over straat gekund en dus gisteren niet naar de bioscoop. Waarschijnlijk had ik dan ook de filmstudio’s die we vandaag bezocht hebben niet kunnen vinden. Erg leuk, je mocht overal rondlopen, allerlei verschillende sets, overal mensen bezig decors in elkaar te timmeren, acteurs liepen rond – die dolenthousiast waren naar ons toe en ons met vragen bestookten ipv andersom. Zelfs daar waar er gefilmd werd konden we gewoon over de regisseurs’ schouder meekijken!

Maar goed; hetgene waarvoor ik kwam, The Hindu, was eigenlijk het enige dat echt tegenviel. Ik was er al voor gewaarschuwd dat het een bureaucratisch geheel is daar, zoals alles in India. Als je bijvoorbeeld iets wil kopen in een ‘moderne’ winkel, moet je altijd aan een aparte counter betalen, dan met je bonnetje verder, dan checkt iemand anders het bonnetje IN de tas met de inhoud van de tas met jouw bonnetje, worden bonnetjes gestempeld en kun je, he-he, veilig de deur uitlopen en raakt niemand gewond.

Maar goed, ik had een ‘helper’ toegewezen gekregen die daar werkt, een collega van de gast die mij had uitgenodigd, zelf is hij in Londen. Deze man legde eerst de contacten voor me bij het College of Journalism. Echter de aardige mensen daar zijn niet zo ruimdenkend, dus zomaar een paar colleges volgen terwijl ik niet het hele programma volg en de fee betaal, bleek niet mogelijk. Wel was ik welkom om volgend jaar een master te komen doen voor ongeveer het dubbele bedrag als wat we in Nederland betalen. Einde verhaal dus. Ik vervolgens naar het kantoor van the Hindu, want daar kon ik volgens hun wel gewoon naartoe om te informeren. Ze hadden mn brief nog niet ontvangen en konden dus nix voor me doen. Als ik de stage wilde doen moest ik wel een brief van mijn universiteit laten zien, voor de credibility. Een officiele visite was nu wel mogelijk maar ook daarvoor moest ik eerst een brief schrijven en dan zou ik later op de dag toestemming krijgen en terug kunnen komen. Zucht. Mr Gopal, mijn helper, belde later en hij zou me wel meenemen en rondleiden. Kom ik daar aan, blijk ik toch een verzoekbrief te moeten inleveren, dus ik krabbel het een en ander neer. Na een paar uur in de stad rondzwerven en telefoontjes met Gopal hoor ik eindelijk dat mijn brief is ondertekend door de editor en dat ik kan komen. Het is inmiddels 6 uur ‘s avonds, dag twee. Het bezoekje is OK, ik zie de verschillende redacties en de drukkerij.

De volgende dag probeer ik een brief van de uni in Nederland te regelen, maar er is haast bij want mr Gopal gaat de stad uit en als hij me niet introduceert wordt het nix. Ik heb nu de sfeer op het kantoor kunnen proeven, maar ik kon de bittere smaak maar niet uit mijn mond krijgen. De bureaucratie, de gedrevenheid van de journalisten, de trots waarmee ze werken voor zo’n degelijke, traditionele krant: ik kon me er niet in vinden. Plus het idee dat het regelen me nog 2 dagen zou kosten, en dan de stage zelf…terwijl ik stond te springen om weer verder te gaan R E I Z E N. Besloten dus, om het niet te doen! Jeej, het voelt als een bevrijding.

Kleine ps, Mr Gopal vertelde me wel dat ik mee kan komen naar een conferentie voor journalisten, zo’n 3000 van allover India. Dit is de 20e. Het lijkt me wel gaaf maar ik weet het fijne er nog niet van. Als het inderdaad wel zo makkelijk geregeld kan worden als hij zegt, dan doe ik het! Voor nu, ik ga de stad verlaten en vertrek morgen naar Mamallapuram, een relaxt stranddorpje met indrukwekkende oude tempels aan het strand.

De andere ps had ik al veel eerder kunnen vermelden, maar ik vergat het tot nu toe… Ik zal zeker niet terugkomen rond 1 mei, zoals eerder het plan was. Plan is een woord dat in India eigenlijk niet bestaat, haha. Vandaar. Door het lang rondhangen overal, zie ik dat ik pas een heel klein stukje India heb gehad en het is vrijwel onmogelijk om de rest in sneltreinvaart (ook een niet-bestaand woord) te doen. En dan is er nog Nepal en het vrijwilligerswerk. Mijn visum verloopt op 23 mei dus op of nabij zal ik terugkeren op Schiphol. I’ll keep u posted. Ook heb ik nu  voorlopig een Indiaas telefoonnr: 00919986347438. Check indien gewenst even of het lukt om mij per sms te bereiken want dat kan per provider verschillen.  

Woesj dat waren weer een hoop mededelingen:-) Ik probeer in mn verhalen zoveel mogelijk over hoe het er hier aan toegaat te verwerken, en indrukken te beschrijven. Maar ik heb vast al zoveel meer over het land geleerd dan dat ik hier neerzet; en er is zoveel meer om te beschrijven, maar voor een deel ben ik er denk ik al aan gewend. Ik besef nu pas hoe weinig ik over India wist voorheen. Dus als er vragen zijn, kom maar op. Ik heb het ook proberen te vangen in foto’s, vanuit mijn volgende bestemming ga ik  ze weer proberen te plaatsen:-)