Piece #100 – Review: Het Lam Gods

Hemelvaartsdag. Tijd voor een religieus getinte activiteit.

Nee, dat dachten we eigenlijk niet. Maar we waren bezig met een kleine TRACK toer door de stad (TRACK is een nieuwe hippe kunstroute in Gent. Het duurt nog de hele zomer dus wellicht zal ik hier binnenkort ook een review van plaatsen). Toen we eenmaal met onze fietsjes over de keitjes van het St. Baafsplein hobbelden, besloten we meteen maar even Het Wereldberoemde Schilderij Van Grote Historische Waarde te gaan bezoeken: Het Lam Gods.

Want wereldberoemd is het, en wij wisten eigenlijk niet waarom. Terwijl we toch behoorlijk kunstminnend en kunstminded zijn, maar misschien niet in traditionele zin. Tijd om even te gaan kijken waarom er dagelijks busladingen Koreanen de Sint Baafskatedraal bezoeken, alleen vanwege dit schilderij.

Het schilderij ziet er zo uit:

Het lam Gods

Om het te mogen zien betaal je 4 euro. Deze toegangsprijs rechtvaardigt zich vanwege drie aspecten.

  • De grootte

Het schilderij is behoorlijk van omvang en bestaat uit 12 panelen. Met andere woorden, je neemt er even de tijd voor om het te bewonderen. En ja, de kwaliteit van het schilderwerk is subliem. Let zeker op de details: kledingstukken van brocante lijken nét echt, het middenpaneel toont 42 identificeerbare soorten vegetatie, de afgebeelde discipelen en diaken hebben vreemde accesoires bij zich (één van hen houdt bijvoorbeeld een tang vast met zijn uitgetrokken tong ertussen).

  • De audiogids

Je krijgt een audiogids met uitleg, en dat is maar goed ook want zonder deze uitleg is het schilderij één groot vraagstuk voor de leek. Is dat nou Jezus? Waarom staan al die groepjes mensen dat lam aan te staren? Waar staat dat kleine straaltje bloed uit het hart van het lam voor?

Ook wijst de audiogids je op bijzondere details die je anders misschien over het hoofd had gezien, waaronder de zaken die ik hierboven noemde.

  • De katedraal

Ik veronderstel even dat de toegangsgelden voor de kapel van Het Lam Gods ook ten goede komen aan conservatie van deze imposante katedraal. Deze is een bezoek op zich waard (dat kost niets). Er is geen wand of pilaar die niet voorzien is van marmeren beeldhouwwerken, het glas in lood is prachtig, zo als ook de architectuur. Ondanks de sobere kleuren is het interieur een dus pracht en praal die ons weer eens herinnert aan de macht en aanzien dit ‘Huis van God’ ooit had.

Mijn eindoordeel

Sinds het schilderij in 1432 afgekomen is, zijn er vele studies verricht om ieder afgebeeld element te kunnen identificeren en een plek te geven in de historiek van het Christendom. Maar sommige zaken zijn nog steeds niet verklaard, wat het tot een mystiek kunstwerk maakt. Van een sublieme kwaliteit en uitblinkend in schildertechniek. Bovendien heeft het werk door de eeuwen heen beeldenstormen, gijzelingen en roofovervallen doorstaan, in alle opzichten een historische krachtpatser dus.

Piece #78 – 10 dingen die je niet zou willen missen in Buenos Aires

Of je hier nu bent als toerist of als inwonende, er is ongelofelijk veel te doen in la gran capital.

Tango, voetbalwedstrijden en polowedstrijden heb ik express achterwege gelaten, zodat er ruimte over blijft voor mijn persoonlijke favoriete uitstapjes die je waarschijnlijk nooit had verwacht. Alles in deze top 10 kun je het hele jaar door doen en is niet duur of zelfs gratis.

1. Bomba del Tiempo


foto: Entradarecital.com.ar

Elke zondag en maandag kun je naar dit toegankelijke, dansbare live perscussiespektakel dat al jarenlang – terecht – een groot succes is bij locals en toeristen. Konex organiseert ook theater, filmavonden en nog veel meer.

Sarmiento 3131

2. Cine Gaumont

Een verouderd bioscoopcomplex met hele fijne zalen. Er zijn alleen goede arthouse films en hedendaagse klassiekers, én de beste kleinschalige filmfestivals. Direct aan Plaza de Congreso, zodat je bij aankomst vaak nog de restanten van een demonstratie op het plein meemaakt.

Av. Rivadavia 1635

3. Get up and dance!

Schoonheidsslaapje, opstaan, optutten en dan “a bailar”. De discotheken openen laat en sluiten pas weer laaaaaat hun deuren. Juist op doordeweekse avonden tref je de ‘specialere’ avonden. Denk aan drum ‘n bass (in Bahrein), gay-day, electronisch, after office (lees: hengstenbal) en travestieshow. In het weekend is het vooral 80′s en 90′s wat de klok slaat. Er zijn enkele clubs bij (oa. Crobar, Niceto Club) waar het publiek hipper is dan in Tokio (en jonger dan op Chersonissos).

4. Beautysalons

Je kunt er terecht voor harsen, manicure, nagelstyling, pedicure, massages etc. Aanrader als verwennen en mooimaken je als muziek in de oren klinken. Er hangt zo’n typische vrouwen onder elkaar-sfeer en het is niet duur.

5. Padel

In plaats van tango te leren dansen (niet zo eenvoudig) kun je ook drie medespelers optrommelen voor een potje padel (volgens mij is het eigenlijk ‘paddle’). Padel is een sport die het midden houdt tussen tennis, badminton en squash en wordt alleen in Spanje en Argentinië gespeeld. Ondanks dat er wel kampioenschappen en competities zijn, spelen de meeste mensen het puur voor de lol.

6. Plaza Serrano en omgeving

Als er een hemel voor liefhebbers van hippe boetiekjes en dito snuisterijtjes zou zijn, zou die Palermo heten. Hier kun je gemakkelijk al je vakantiedagen slijten. Houd dan wel rekening met een onevenredig snel slijtend budget.

Plaza Serrano is op de kruising van J. L. Borges en Honduras

7. Neem de trein


Waan je 50 jaar terug in de tijd: reis eens door de stad met de trein en/of  metrolijn A. Terwijl je op het perron op de trein staat te wachten voel je een aardbeving onder je voeten. Dan weet je dat ie eraan komt.

Soms hoef je geen kaartje te kopen omdat het dienstdoenende loket niet open is. Vertraging wordt, als je gelukt hebt, aangekondigd middels een handgeschreven briefje. Vanuit de trein zie je delen van de stad die je vanaf de straat nooit zal zien: sloppenwijken, autokerkhoven, met groen overwoekerde pre-coloniale bebouwing, paardenrenbanen.

Bijvoorbeeld Retiro-Tigre met de lijn Tigre of Retiro-Belgrano met de lijn Mitre.

Metro toestel lijn A

Metrolijn A staat bekend als het overjarige houten gevaarte dat nog uit de Engelse tijd stamt. Be delayed elegantly. Bij volle snelheid ruik je de geur van heet metaal in deze benauwde ondergrondse. De metrostations van het centrum zijn vaak rijkelijk beschilderd of betegeld. Uit deze decoratie kun je veel opmaken over de Argentijnse historie en cultuur.

Avenida Corrientes

Avenida Corrientes

Ook Av. Corrientes is een goede plek om je enkele decennia terug in de tijd te wanen. Het Broadway van Zuid-Amerika herbergt namelijk een boel supertraditionele pizzerias en restaurants die nogal gedateerd aandoen (check het Palacio de la papa frita maar eens!) maar die tot ieders favorieten behoren. Behalve pizza of patat eten ga je natuurlijk naar een concert of theaterstuk in één van de tientallen theaters in deze buurt (in totaal telt de stad er zo’n 300). Een adviesje: vermijd de musicals.

Op alle avonden van de week heerst hier een leuk soort drukte: mensen van alle leeftijden, op hun best gekleed want ze zijn ‘uit’.  Op zo’n avond ga ik ook meestal wat rondsnuffelen bij de boekenoutlets aan deze avenida. Zij hanteren dumpprijzen en alles is tot laat open.

Av. Corrientes tussen Av. Callao en Esmeralda

9. Universidad de Buenos Aires
Als je wil zien hoe een groot deel van de Argentijnse bevolking zijn studiejaren heeft doorgebracht, loop dan een UBA faculteit (bijv. filosofie, psychologie of medicijnen) binnen en snuif de socio-communistische sfeer op.

Facultad de Filosofía y Letras – Puán 478

Facultad de Psicología – Hipólito Yrigoyen 3240

10. Barrio Chino


Snuisterijtjes kopen voor een habbekrats en Aziatisch eten zoals je dat nergens anders in de stad kunt (oa. Thais en sushi). Een grote hit zijn de sushirollen van supermarkt Casa China. Deze snijd je zelf in kleine sushi-eenheden, ze zijn supervers en goedkoop.

Metro/treinstation Juramento. Vanaf daar de straten Mendoza en Arribeños.

Wat mag er volgens jou niet ontbreken in deze lijst? Of wat vind je anderszins de moeite waard in Buenos Aires? Ik hoor het graag!


Piece # 68 – Kabeltelevisie

Sinds het WK (oh ja, dat was déze zomer) hebben we kabeltelevisie. Voor die tijd niet. En eigenlijk was dat best heel prima. Nu er wel kabeltelevisie in huis is voel ik me zo nu en dan verplicht om te kijken. Of vertel ik mezelf dat het een prettige vorm van ontspannen is, een beetje tv kijken.

Maar al zappende langs al die kanalen, besef ik elke keer weer dat het juist tegenovergesteld werkt. Waarom?

Er zijn dus een stuk of 78 kanalen. Ik onthoud maar niet welke zender waar zit, dus eindeloos zappen ligt op de loer. Serieus, alleen al de oriënterende fase kost je een klein uur.  Het kaf van het koren scheiden is de grootste uitdaging; driekwart van de zenders zendt alleen maar troep uit: sensatienieuws uit in de categorie overvallen, misbruik, drugsmoorden en verdwijningen. Weten mensen niet dat meer dan 30 minuten per dag kijken naar dit soort nieuws kan leiden tot angst, nervositeit, zwartgalligheid, straatvrees, depressie en paranoia? Weer een groot deel van de kanalen zendt alleen films uit. Zeker de helft van de kanalen is niet Argentijns, daarop wordt me in het Chileens of Gallego (Spaans uit Spanje) toegewauweld (al dan niet nagesynchroniseerd). Dan zijn er nog de muziekkanalen met gelukkig overwegend muziek. Het kookkanaal Gourmet bevalt me ook wel. Daar wordt dus dag en nacht op gekookt. Het nadeel hiervan is vooralsnog dat er te weinig goede koks zijn gecontracteerd en je daarom bijna alleen maar tegen de chagrijnige kop van keukenheldin – want dat ís ze – Narda Lepes aan moet kijken.

En dan is er nog een soort televisie die me de afgelopen maanden tijdens mijn televisionele inwijding direct fascineerde. De spelshows en de talkshows, waarbij het “spel” en de “talk” ondergeschikt zijn aan de glamour. De glamour komt voornamelijk in de vorm van schaars geklede vrouwen. Klinkt tegenstrijdig maar deze zijn het die de show inhoud geven. Deze vrouwen zijn namelijk voortdurend in beeld. Of ze nu praten, dansen of alleen af en toe naar de camera glimlachen. Ik zie ze ook wel geïnterviewd worden, bijvoorbeeld in SG, het glamourprogramma van Susana Gimenez, een vrouwelijke Gerard Joling. Mirtha LeGrand en Marcelo Tinelli zijn de andere twee grootheden uit het Argentijnse TV-amusement. Beide zijn zowel de grootste kijkcijferkanonnen (onder een groter deel van de bevolking dan de meesten willen toegeven) als de meest plaatsvervangende schaamte veroorzakende vertoningen (onder het andere deel van de bevolking).

Voor mij geldt dat ik het toppunt van verbazing heb bereikt bij het zien van een ander showprogramma, vergeef me dat ik de naam niet heb onthouden. Dit programma heeft een oud kereltje als presentator. De spelshow gaat als volgt: een mooie schaarsgeklede assistente brengt een schaal glimmende rode appels naar de tafel. Er belt een deelnemer. Samen met de assistente en de presentator kiest deze met welke appel er gespeeld gaat worden. Het spel begint met dat de assistente de gekozen appel doorsnijdt met een groot mes. Dan is het de taak aan de deelnemer aan de andere kant van de lijn om te zeggen van wélke appelhelft de assistente een hap moet nemen, zodat beide helften hetzelfde gewicht zullen hebben. De assistente neemt de hap, dit zien we in close up. Dan wordt er gewogen, hierbij wordt natuurlijk ingzoomd op de weegschaal, en o wat toevallig, het decolleté van de assistente is hierbij eveneens als close up in beeld!

En de deelnemer wint wel of geen prijs.

Ja, ik heb bij dit programma heus wel geprobeerd tot het einde te blijven kijken. Maar elke keer, ergens tussen het aanleveren van de appels en het wegen van de helften, kan ik de ironie niet meer opbrengen die nodig is om dit wanstaltige mediaproduct te verteren. Dan kan ik de zapneiging niet weerstaan. En moet ik even heel diep ademhalen en aan iets uit de echte wereld denken.

Goed, daarom kan ik je dus niet vertellen wat de hoofdprijs is voor de manspersoon die via de telefoon dit absurdistische geheel heeft weten aan te sturen op twee gelijke appelhelften.

¡Chau televisión!

Piece # 64 – Música II

Hevig onder invloed van alle WK emoties ben ik in de muziekpen geklommen (om even aan wat anders te denken) voor Música: capitulo 2. Ik blijf natuurlijk goede bands en zangers/zangeressen tegengekomen. Niet in de genres waar ik altijd van gehouden heb, trouwens. De beste triphop, drum&bass, techno en electronica komen nog altijd van het Europese continent. Dat wil niet zeggen dat er in Zuid-Amerika niet geëxperimenteerd wordt met stijlen, nieuwe geluiden en muzikale samenwerking. Dan weer tegen alle trends in, dan weer erin mee.

Hieronder enkele highlights. Klik op de artiestennaam + nummer om te luisteren.

Les Mentettes & Orchestra
Erg leuke Engelstalige indyband met authentiek klinkende pop-folknummers. Ze zijn nog niet doorgebroken maar spelen nu al met een eigen orkest.

Marlango – Pequeño vals
Een Spaanse band, maar ik heb ze hier ontdekt, net als bovengenoemde op een doordeweekse avond als openingsact op een cultuurfestival.

Mercedes Sosa – Sabiendose de los descalzos
De Godmother of Argentina en eveneens de stem van het noorden. De godin van de muziekwereld (vorig jaar overleed ze). Check in elk geval dit aandoenlijke nummer van haar en de Mexicaanse Julieta Venegas.

Toto la Momposina – La Mezcla
Colombiaanse folklorezangeres die het wat mij betreft helemaal is:  het swingt en het feest aan alle kanten. Solo maar ook in de remix.

Spinetta – Cementerio club
Spinetta is een van Argentinië’s meest muzikale zielen allertijden. Zijn nummers hadden stuk voor stuk van grootheden als de Beatles of Bob Dylan kunnen zijn.

Sumo – TV Caliente
Originele rock, fijne reggae, bijtende popbeats, Sumo doet het allemaal en ook al heel wat jaartjes lang. Slagen er als één van de weinigen in Engelse en Spaanse songteksten succesvol te combineren.

Babasonicos – Yegua
Superpopulair. Popband met stijl. Geven altijd zeer goede, spetterende live-optredens.

Gustavo Cerati – La balsa
Zanger, producer en compositor die allerlei stijlen beheerst. Helaas is – zo zegt men – zijn rockerslevensstijl hem nu fataal aan het worden. Hij ligt al weken op de Intensive Care als gevolg van een herseninfarct, de kans dat hij weer op zal leven wordt steeds kleiner.

Piece # 53 – Het feest dat vrije tijd heet

Mensen vragen soms: wat doe je in Buenos Aires zoal in je vrije tijd? Ik heb nooit een kant-en-klaar antwoord, ik weet eigenlijk alleen dat het lijkt alsof ik structureel vrije tijd te kort heb. Herkenbaar, niet? Hier een superspannende doorsnee zomerweek.

Maandag ben ik gaan hardlopen, dat was interessant want het was al bijna twee maanden geleden dat ik een laatste poging hiertoe gedaan had. Die poging was in Nederland en de vrieskou kroop zo diep mijn longen in dat ze er pijn van deden. Dat liep dus minder lekker. Deze maandag was de temperatuur wonderbaarlijk genoeg niet al te hoog en rond 20.30 uur ‘s avonds liep ik vrolijk en blij een paar rondjes om Parque Centenario. Daarna had ik uiteraard twee dagen spierpijn.

Dinsdag ging ik, ook weer sinds lange tijd, naar mijn favoriete hulpverlener: ostheopate Jackie. Dit vrouwtje doet aan voetreflexologie, en gaat vervolgens je lichaam “rechtzetten” met behulp van een massageapparaat, infraroodlamp en haar eigen handen. Dat ze vaak ook in je mond moet zijn om je gehemelte of je rechterkaak weer te laten ontspannen maakt het helemaal compleet. Ze heeft ook voorspellende krachten. Zo heeft ze me gezegd dat ik moet blijven sporten om niet krom te worden zoals mijn oma (die kende ze niet), dat ik mijn best moet doen om niét mijn nekspieren te gebruiken, want daar komt anders stress in, en ik moet mijn gedachten niet herkauwen zoals een koe dat doet met zijn eten (dat zei ze me tijdens onze eerste kennismaking).

De volgende dag ging Ariel er heen. Niet geheel zonder protest (“Gaat ze aan me zitten? Ook aan mijn voeten? Je weet dat ik daar niet van hou!”), maar hij ging. Voor zijn eigen bestwil, want hij had zijn rugproblemen nog maar net overleefd of hij merkte op een middag dat hij ineens aan één oor doof was geworden. Naast alle onderzoeken, doktersadviezen en medicijnen, moest hij van mij naar Jackie. Zij zou hem vast inzicht kunnen geven over hoe hij nog meer van dit soort onplezierige lichamelijke verrassingen kan voorkomen. Er zijn nu drie weken van medicijnen innemen gepasseerd en zijn gehoor is weer ietsje teruggekomen.

Ik ging deze woensdag naar het nieuwe anfitheater in Parque Centenario, een van de plekken waar de overheid deze zomer culturele evenementen (Aires buenos aires) organiseert. Het was tango/moderne dans met helaas – zo vonden ik en mijn vriendinnen – een erg grote nadruk op tango. Tango is prachtig om te zien maar als je geen tangofanaat bent, wil je na een uur stiekem wel weer iets anders.

Donderdagavond trok ik eerst mijn kast overhoop. Ik moest iets vinden om aan te trekken op deze klamme zomeravond, iets elegants en luchtigs maar niet te ongemakkelijk. Ik probeerde een spijkerbroek en raakte abrupt depressief, die kreeg ik niet eens aan! Het was vast de combinatie van iets teveel ijs eten, de net gewassen spijkerbroek, en zoals ik al zei de klammigheid van die dag. (De spijkerbroek laat ik dus nog een weekje in de kast.) We vertrokken naar San Telmo, en gingen onze favoriete concertzaal La Trastienda binnen. We kregen een tafeltje en bestelden wat te drinken. Trompettist Gillespi mag zijn naam dan gejat hebben van een internationale jazzgrootheid, hier is hij terecht een nationale held. Samen met zijn energieke band en een aantal genodigden speelde hij jazz/rock/blues/improvisatie en deed tussendoor semi-nonchalant humoristisch, want we kennen hem ook allemaal als radio-comediant bij de show La venganza será terrible.

Vrijdag had ik geen tijd voor de wekelijkse AtoBiz borrel-en-misschien-filmavond. Nadat ik me thuis omgekleed had, reden we naar Bernal, naar het huisje wat mijn schoonfamilie pas gekocht heeft. Manuela, Ariel’s halfzusje, werd 19. Het huis en patio zaten vol familie. Ernesto, Ariel’s schat van een vader, was te vinden achter de barbecue. Om even voor 12-en werd er gezongen en een kaarsje op de taart uitgeblazen (dit noemen ze la velita; het kaarsje). We aten taart en direct daarna werd er wéér gezongen omdat nu, zaterdag, Laura, de moeder van Manuela en vriendin van Ernesto, jarig was. We bleven nog een tijdje kletsen, drinken en klagen dat het nog steeds zo warm is. Tja, what’s new. De hele weg terug in de auto heb ik geslapen.

Nu is het weekend, het weer is wat onbestendig en we laten alles nu maar eens op zijn beloop. Er zijn openluchtfilms, er is het zwembad, er zijn vriendinnen die uitgaan, morgen begint het Chinese jaar van de Tijger, ik wil in de Chinese buurt eigenlijk wat foto’s gaan maken. Voor nu: alleen maar even chillen en schrijven.

Piece #50 – No hablamos español

Spaans spreken is één ding. Spaans verstaan, begrijpen en spreken in Buenos Aires is een ander verhaal. Ik zal een paar van de geheimpjes uit de doeken doen van onze taal, misschien wel het meest opvallende, rijke en tegelijkertijd onverklaarbare segment binnen de Argentijnse cultuur.

Om je te kunnen oriënteren, ongeacht of je wel wat Spaans spreekt of niet, dien je rekening houden met de ongewone uitspraak, deze herken je direct aan de harde “ssh” die te horen is bij elke “ll” en “y” (en daar zijn er heel veel van). Voorbeeldje: “Yo me llamo” (Ik heet …) klinkt in andere spaansprekende landen ongeveer als: “jo mè jámo”. In Buenos Aires is het: “Ssho mè sshámo”. Hoe komt dit? De meestgehoorde verklaring is dat de Italiaanse immigranten die begin vorige eeuw in grote aantallen naar Buenos Aires kwamen, met name de uitspraak sterk hebben beïnvloed. En dat dit mengelmoesje langzaamaan gemeengoed is geworden onder de porteños. In de rest van het land zijn verschillende accenten met ieder zijn eigen karakteristieken te horen. Grammaticale verschillen met het Spaans uit Spanje en Latijns-Amerika zijn er ook, en die gelden dan weer in heel Argentinië.

En dan het lunfardo, de lokale slang die al zo lang voortwoekert onder de porteños dat zelfs de opaatjes en omaatjes het vloeiend spreken. Het is een hoofdstuk apart waar echt lol bij komt kijken. De porteños zijn bijvoorbeeld keien in het verzinnen van nieuwe woorden, de één nog lelijker dan de ander. In de categorie lelijk zijn daar bijvoorbeeld: bárbaro (barbaars, betekent goed/OK), chabón (dude), pibe (kind, puber), cheta (kakker), zarpado (overdreven) mina (vrouw, meisje), orto (kont). Het is essentieel hier notie van te hebben want de gesprekken zijn doorspekt met deze woorden.

Dan bestaat er nog een zeer ruime voorziening uitdrukkingen die we te danken hebben aan ófwel de levendige voetbalcultuur ófwel de mannelijke schaamstreek. De bal of ballen zijn de favoriete metafoor voor alles wat slecht of hinderlijk is. Bovenaan de lijst staan boludo (vuile idioot/sukkel/dude, afhankelijk van tegen wie je het zegt) en pelotudo (als boludo maar een stapje ernstiger). Verder hoor ik dagelijks onder andere: hinchar la pelota (irritant zijn), dar bola (belangrijk vinden), tener las pelotas llenas (er helemaal genoeg van hebben), hasta las pelotas (vol zitten/het zeer druk hebben), romper las bolas (frustreren) en er bestaan er nog veel en veel meer.

En dan is er nog de overtreffende trap. Om aan te geven of iets niet goed, maar héél goed is, hebben de porteños verschillende voor- en achtervoegsels bedacht. De meestgehoorde is re-. Je kunt het lezen als super, supergoed is rebueno, supergoedkoop is rebarato, superdruk is reocupado, enzovoort. Een andere is -azo. Als je bijvoorbeeld een liedje (tema) heel goed vind, kun je zeggen: “Qué buen tema!” Maar een porteño zal eerder roepen: “Qué temazo!” Het -azo achtervoegsel kan achter bijna elk zelfstandig naamwoord worden geplakt. Wordt er een mooie goal (gol) gescoord dan schreeuwt men: “Qué golazo!” Persoonlijk ben ik fan van het achtervoegsel -ón. Dat kan niet bij alle woorden, een golón bestaat niet, maar bij een goed nummer op de radio kun je wel uit volle borst roepen: “Que temón!”. En zo kun je dus eindeloos blijven variëren.

Piece # 45 – Buitengewone beroepen

Zoals een jungle een volledig ander ecosysteem heeft dan een woestijn, zo verschilt ook de menselijke fauna van deze stadsjungle van die van andere cosmopolitische centra. Wanneer ik ‘s ochtends het op gang komende ecosysteem van Buenos Aires aanschouw, kom ik dagelijks creaties tegen die mij voorheen onbekend waren. Ik heb het over mensen die beroepen uitvoeren die op andere plekken ter wereld absoluut (nog) niet vanszelfsprekend zijn.

De stoepenspuiter

De stoepenspuiter is ‘s ochtends rond een uur of acht ruimschoots vertegenwoordigd. Je herkent hem aan zijn kaplaarzen, kaki-kleurige broek en blik op oneindig terwijl hij met de tuinslang in de hand systematisch maar vooral zonder haast de stoep staat schoon te spuiten. Waarom dient de stoep dagelijks gespoten te worden, zou je denken. Allereerst: hondenpoep, een onacceptabele hoeveelheid hondenpoep ligt er te wachten op verwijdering. Ten tweede: wie een pand bezit, is tevens eigenaar van het bijbehorende stuk stoep en dient zorg te dragen voor diens welzijn, renovatie en properheid. Mocht iemand zijn been breken vanwege een uitstekende stoeptegel, dan kan de eigenaar van deze stoep aansprakelijk gesteld worden.

Paseoperros

Vooal in Palermo, maar ook in andere wijken, is de paseoperros een veelgeziene gast. Hij of zij haalt ‘s ochtends vroeg honden op bij hun baasjes, om deze enkele uren uit te laten en dan weer af te leveren. Het wettelijk toegestane aantal honden per uitlater is acht, maar de echte die hards hebben er meer onder hun hoede (more doggies means more cash). De paseo perros is even vaak man als vrouw, jong en meestal in bezit van fiets, plastic zakjes voor de uitwerpselen en een grote riem met veel lussen om al de hondenriemen aan te gespen. En de honden dus. Mij valt het op dat de honden zeer rustig zijn en zeer welopgevoegd over straat paraderen. Altijd. Allemaal. Ik vraag me nog steeds af wat daarvan het geheim is.

Kioskero

De kiosk is één van de hoekstenen van de Bonaerense samenleving. De kioskero opent zijn kiosk in de vroege morgen om de eerste lading nicotineverslaafden die naar hun werk gaan aan sigaretten te helpen. De kiosk is een winkeltje, nooit verder dan 200m vanaf waar je je op dat moment bevindt, met een zeer grote uitstelling aan chocolade, biscuitjes, kauwgom, mueslirepen, sigaretten en frisdrank. Het is vaak niet mogelijk het zaakje te betreden; je doet je aankopen via een groot raam met tralies ervoor. Bij elke bushalte zijn een of meerdere kiosken, verleidelijk en handig, want ook al hangen er op de ruit allerlei briefjes met “no hay monedas” je kunt altijd proberen via een kleine aankoop muntgeld te bemachtigen om zo met de bus te kunnen reizen. De kioskero is als een berekenbare redder bij kleine nood, hij verkoopt 24 uur per dag instant satisfaction. Dat hij niet helemaal “bij” is, niet groet en met je afrekent zonder je te zien of horen (vaak omdat hij gewoon door blijft praten met zijn gezelschap of per telefoon) is vaker regel dan uitzondering. En eigenlijk kun je het hem niet kwalijk nemen.

Portero

Een beroep dat mogelijk nog minder voldoening biedt dan kioskeigenaar is dat van de portero, oftwel de bewaker van een pand. De appartementencomplexen waar de stad vol mee staat hebben allen een mannetje op de benedenverdieping zitten, die in de gaten houdt wie er binnenkomen en uitgaan. Soms met behulp van een beveiligingscamera of een computer, maar meestal zit hij eenzaam aan een tafel met een krant voor zijn neus. Zijn voornaamste bezigheid is de deur openen voor de mensen via een bedieningspaneel en goedendag zeggen. Meer niet. Tja.

Stoplichtbijklussers

Meer interactie en levendigheid zien we op de weg, op kruispunten om precies te zijn. Terwijl je als automobilist bij het stoplicht staat komt er vaak een jongen of meisje uit de dichtstbijzijnde sloppenwijk je voorruit schoonmaken. Weigeren is er eigenlijk niet bij; vanaf het moment dat de ruitenwasser aan zijn taak begint, word je geacht een bijdrage te leveren aan hun broodwinning. Op andere momenten, of op andere kruispunten, wordt er vaak een kort, grappig showtje verzorgd door een jongleur, danseres, muzikant of mimekunstenaar (of dit alles in één).

Trapito

Een andere beroepsgroep die medewerking lichtjes afdwingt is die van de autobewaker ofwel trapito. Wanneer je ergens in het centrum je auto gaat parkeren (ja, er zijn zowaar parkeerplekken!) komt er een mannetje op je af, al zwaaiend met een lap (trapo). De lap trekt aandacht, de lap maakt hem identificeerbaar en hij kan er ook nog richting mee aangeven. Met behulp van de lap wijst hij je op een vrije parkeerplek. Als je er eenmaal geparkeerd staat is de ongeschreven regel dat hij op de auto let en je hem bij terugkomst betaalt. Deze clandestiene parkeerwacht werkt prima, althans onze auto heeft altijd bescherming genoten, maar let wel: niet betalen zou wel eens onheil (lees: een baksteen, bijvoorbeeld) kunnen betekenen.

Lees ook de andere posts (II en III) in de serie Buitengewone Beroepen, met oa. de krantenventer, de almacenera, de hondenkapper, de playero, de tanguero en de gedichtenverkoper.

Piece # 39 – Música!

Nog een paar weekjes en mijn eerste jaar in Argentinië zit erop (als je nog ideëen hebt voor het themafeestje dat ik ga geven om die reden, please shoot!), en nu blijkt er een onderwerp te zijn dat ik al die tijd heb laten liggen. Muziek. Zou je de muziek weglaten, dan zou Argentinië niet op Argentinië lijken. Rock nacional is een fenomeen dat men hier tot diep in de kladden voelt, begrijpt en leeft. De rockbands zijn talloos en in heel Zuid-Amerika te horen. Ikzelf ben niet zo van de rock, maar heb toch een hoop goeds ontdekt.

Hier een opsomming van Zuid-Amerikaanse artiesten die ik hier heb leren kennen en weten te waarderen. Let wel, er blijft een enorme lading aan bands buiten beschouwing. Of omdat ik ze niet waardeer of simpelweg nog niet goed genoeg heb kunnen luisteren.

Lila Downs, Mexico-VS. Een dame die al jaren pop/blues/folkore maakt, allemaal even goed. Ik schreef al eens eerder over haar.

Divididos. Een van de grootste bands uit Argentinië, hun rock met multi-culturele invloeden wordt in heel Zuid-Amerika gewaardeerd.

Andrés Calamaro. Een echte rocker. Met stijl. Heeft veel alcohol tot zich genomen, en dat heeft hem ver gebracht: tot en met in Spanje trekt hij volle stadions.

Astor Piazzola. Tijdloze tango voor iedereen. Omdat ik meer van tokkelende gitaartjes houd dan van de bandoneon draai ik vooral het album Al di Meola plays Piazzolla.

Charly Garcia. Doet mij denken aan Herman Brood (denk drugs, alcohol en paranoïa, bovendien sprong hij ooit van 10 meter hoog in een zwembad en overleefde het). Zijn rock beïnvloedt al deccenialang zo ongeveer alle muzikanten van Argentinië.

Bersuit Vergarabat. Net ontdekt. Het nummer Sr. Cobranza waarin hij president Menem regelrecht uitscheldt is gewoon geniaal (het was indertijd verboden dit nummer op de radio te draaien).

Jorge Drexler, Uruguay. De singer-songwriter die de soundtrack voor The motorcycle diaries maakte.

Aterciopelados, Colombia. Authentieke, krachtige nummers en een geweldige zangeres. Genre? Rock, alternatief, cumbia, folklore, electronica: een perfecte mix.

Los pericos. Argentijnse reggae die net iets verder gaat dan het afdraaien van middelmatige Bob Marley kopieën. Al heel wat jaartjes succesvol.

Klik op de artiestennaam om te luisteren.

Piece # 37 – Losers’ day (Dia del Boludo)

Living in Buenos Aires means trying to understand the fenomena “boludo”, an ambiguous word that we find scattered through almost every conversation. It now even has it’s own day, which is today.

We are a nation of losers. Of millions of illusions about hoping to live in peace, construct a prosper future and a society with justice. However, the so-called “alive” show us every day that trusting in promises, showing respect for others and acting upon the law is a stupidity. Something that only losers do, the ones that are lost, the ones that are stupid, the boludos.

So they tell you…
“The whole world is doing it… Who cares? Are you gonna be the only loser that…?”
STOP IT!
We are proud that we are doing the things as we should!

We defend the honest, the good guy, the good citizen; the idea that a country is shared by all and exists for all.
Argentinean losers, unite! We’ll walk on the frontline, proud to know that within every one of us, itches the holy call of the BOLUDO argentino.
Because we are more than we think we are.
Because we are right.

For a nation with more losers every day!

Dia del boludo

Who would feel like a boludo?
- he who waits for people to step out of the metro before trying to get in himself
- he who knows he’s being underpaid but goes to work everyday with a smile because he loves his job
- she who still thinks one day there will be a politician that’s going to make a difference
- she who sees colleagues skipping from work but refuses to do so herself
- he who’s afraid of influenza A, but thinks: fuck it, I’ll wear a mouth cap and go anywhere I want to
- he who always throws his garbage into a dirt bin

(Taken from the over 900 pages of testimonies on www.diadelboludo.com)

Piece # 36 – Verkiezingstoneel

De enorme billboards die Buenos Aires nu in de winter iets meer kleur geven, zijn niet allemaal van hetzelfde vermoeiende soort dat je vertelt dat je bij McDonalds heerlijk kunt ontbijten, of dat de nieuwste Disney film het ultieme entertaiment voor de hele familie is. Momenteel hangt de stad vol met propaganda waarop grote hoofden van meneren en mevrouwen die een gooi doen naar flinke verkiezingswinst en daarmee het bestuurschap over Buenos Aires. Zondag kiezen de provincies van Argentinië hun nieuwe besturen. ‘OK, provinciale verkiezingen in het land van de steaks & de tango, hoe in-te-re-sant’ hoor ik jullie al denken. En ook de Argentijnen van 18 jaar en ouder kennen hetzelfde soort sarcasme, maar ze zijn 28 juni as. dus wel verplicht om te gaan stemmen.

Ik vind dat een teken van gebrek aan respect voor de (keuze)vrijheid van het individu, en heeft democratie niet juist daar alles mee te maken? Tegelijkertijd zijn deze verkiezingen ook best spannend, en ik vraag me bijvoorbeeld af wat er gaat gebeuren met het bestuur van de stad Buenos Aires, die als provincie op zich telt. Op dit moment is de heer Macri de “president” van BA. Velen vinden dat hij het OK doet, vele anderen moeten hem niet, want in 1993 werd bekend dat hij via het autobedrijf waar hij directeur van was de staat heeft opgelicht voor vele miljoenen dollars. In Argentinië word je dan gezien als een goede zakenman.

Een schetsje van het huidige politieke toneel:

- Heel sterk aanwezig zijn de Partido socialista, Nieuw links (Nueva izquierda) en de Partij van de Arbeid (Partido Obrero). Ze geven mij veel hoop met leuzen in de trant van: “Dat de crisis wordt betaald door de kapitalisten en de monopolisten!” Volgens inwoners hier zijn ze echter stuk voor stuk zeer popularistisch, het échte links is met name in BA ver te zoeken.

- Mevrouw Michetti is een dame in rolstoel (de rolstoel staat als het even kan nog meer in de belangstelling dan zijzelf) die door Macri is geïntroduceerd als zijn opvolgster, hijzelf bereidt zich voor op het staatspresidentschap.

- En dan zijn er nog een flink aantal personen aan de rechterkant, die doorgaans meer aandacht trekken dan de partij die ze vertegenwoordigen: de heer Kirchner (ex-president en echtgenoot van de huidige presidente), de heer Heller, de heer Narvaez. Deze doen het verrassend goed onder de porteños die, net als mensen overal ter wereld, bang zijn voor onveiligheid, terrorisme en gripe A. Hun leuzen zijn bijvoorbeeld: “Veiligheid kun je maken” en “Weiger je te laten archiveren, check het eerst”. Juist. De heer Narvaez, aan wie voorgaande leuzen zijn toegeschreven, heeft betrekkingen gehad met de grootste efedrinesmokkelaar van het land. De heer Kirchner’s kandidatuur is omstreden omdat hij zich een paar maanden geleden al in de provincie Santa Cruz kandidaat stelde en vervolgens ook in Buenos Aires. De heer Heller is al vijf keer opa en heeft een blog, Facebook-, Twitter-, Youtube-, Sonica-account en website met live chat; met hem hoeft men waarschijnlijk niet te vrezen voor extra belasting op internetgebruik.

Wat te doen als je het hele toneelspel niet ziet zitten? Als je na jarenlang leugens, gedraai en gebrek aan verantwoordelijkheid de politiek niet meer serieus neemt? Op straat valt in graffitihandschrift te lezen dat je blanco moet stemmen, of beter nog, helemaal niet moet gaan. Volgens anderen is er maar één manier om te zorgen dat je stem buiten het toneel blijft en niet wordt toegevoegd aan één van de grootste partijen (zoals de “blanco” stemmen): het stembiljet verscheuren of met tomatenketchup overgieten en het vervolgens in de bus deponeren. Stem ongeldig = niet gestemd. Ook al heb ik geen stemrecht, ik ben wel benieuwd naar de afloop van de voorstelling.

narvaez

partido obrero