Piece # 73 – Sneeuwschuiven in de werkelijkheid

De strakblauwe hemel is nu een witgrijs wolkendek dat bij de horizon niet te onderscheiden is van het witte besneeuwde land. Het ondergesneeuwde Nederland dat zich opmaakt voor alweer een witte kerst.

De normale, eeuwig ronkende verkeersstroom in mijn straat is nu slechts één enkele sneeuwschuiver. Hij schuift ook het pad dat richting ons huis loopt, zo’n vijftig meter de laagte in. Als ie beneden is, overhandigt mijn vader de bestuurder een oliebol.

De hemdjes en slippers hebben plaatsgemaakt voor veel wollen vesten en een oude, maar o zo comfy winterjas. Behalve de winterjas is niets van mijzelf. Het is de zesde dag zonder onze bagage. Het komt eraan, zo is ons verteld, maar niemand weet wannéér. De in Buenos Aires aangeschafte kerstcadeautjes zullen moeten wachten tot na de kerst.

Na de verhitte politieke discussies over het uit de hand gelopen daklozenconflict in de hoofdstad,  zijn we nu in een rustig vaarwater. Een Nederlandstalige informatiestroom met weinig écht nieuws. Wel luidruchtige acties voor het goede doel en Gordon die op zoek is naar God.

Het is allemaal echt: de magische sneeuw, claims voor vertraging en bagage insturen aan Lufthansa. Net als de Senseokoffie en boerenkoolstamppot. De ruimte, zowel binnenshuis als daarbuiten. Alle aanbiedingen (koopt er ooit nog wel eens iemand iets dat geen prijsknaller of “gegarandeerd de laagste prijs” is?),  al het comfort, de Amerikaanse kerstliedjes, de douchekop met temperatuurregelaar.

Dit is er niet in Buenos Aires. En daar ben ik, eerlijk gezegd, zo aan gewend geraakt dat deze vakantie soms niet echt lijkt. Mijn primaire werkelijkheid ligt nu op een oceaanoversteek afstand. Dank aan iedereen dat ik de Nederlandse werkelijkheid weer even – met jullie – kan ervaren.


Fijne dagen en een muy felíz 2011!

Tot gauw!

Piece #51 – The Big Trip

Na 25 extra reisuren en aangename kennismakingen met het relaxte 4-sterrenhotel bij Houston International Airport “George Bush” alsook de luchthaven van Miami, zijn we vorige week maandag weer gearriveerd in Argentinië. Thuis.

Nu de koffers eindelijk leeg zijn (vele pakken stroopwafels en Vincent van Gogh-mokken hebben respectievelijk buiken en eigenaren gevonden), onze zwarte koningin weer een beetje aan haar eigen huis begint te wennen, de airco nog steeds kapot blijkt, en wij weer aan het werk gegaan zijn, nu pas kan ik rustig terugkijken op onze Big Trip.

Zo vreemd als de sneeuw die maar niet wegging me toekwam, zo opvallend is hier het groen van de vele stadsbomen. Van min acht naar plus dertig plus, net als het verschil in kleur laat ook de temperatuur zich nergens ooit negeren.

Ik heb veel herinneringen mee teruggenomen. Van mijn vader en moeder die ons overladen hebben met grapjes, verhalen, emotie, kunst en eten. Van vrienden die ik wel of onverhoopt toch niet heb mogen ontmoeten, en nu al weer graag zou terug zien. Van alle soorten hollandse gezelligheid die Ariel nu – soms onder lichte dwang – ook heeft leren kennen. En het beviel hem goed: hij was al fan van stroopwafels, en nu ook van Van Gogh, van de kou, van fietsen, van Kudelstaart, van de H&M, van de Senseo, en zelfs van de NS (maar of ie het nou bijvoorbeeld ook van Balkenende zal worden?). Ik heb hem uitgenodigd een post te schrijven want hij kan het zelf natuurlijk veel beter vertellen dan ik. Wordt vervolgd.

Londen, tot slot, was prachtig. Daar konden we dankzij de ijzige kou verder experimenteren met multigelaagde kleding, foto’s maken ondanks gevoelloze vingers, het consumeren van enorme koppen koffie en fish ‘n chips om op te warmen. Verder hebben we gecheckt waar Freddie (Mercury) woonde, een nieuw dieptepunt leren kennen betreft hotels, en allerlei gave dingen gezien in musea en op markten. Ook constateerden we dat de stad misschien wel multicultureler is dan Amsterdam; we hebben niet één londenaar gesproken en veel import-Londenaren afkomstig uit de rest van de wereld, inclusief Argentinië.

Ik wil jullie tot slot één ding niet onthouden: de lichtelijk overdreven metafoor waarmee de makers van The Simpsons ooit zijn gekomen, die het exquisiete gevoel omschrijft dat we aan deze vakantie over hebben gehouden: als een kers die ronddrijft in een hoed vol parfum.

Piece # 51 – We komen d’raan

Vrijdag is het zover, dan begint de Grote Reis. Het is een langverwacht moment voor ons allebei. Voor Ariel omdat hij voor het eerst het Europese continent gaat betreden en nu eindelijk al die Hollandse gebruiken en mensen waar hij over gehoord heeft op originele bodem gaat leren kennen. En voor mij omdat ik terugga naar het oude bekende, waar ik anderhalf jaar geleden fysiek afstand van gedaan heb, en geen idee heb hoe het nu zal zijn. Eigenlijk een reis naar het Nieuwe Oude Bekende dus.

We hebben flink aan voorbereidingen gedaan. Op een gegeven moment vroegen we ons zelfs af of we geen vaccinatie moesten halen, om je een idee te geven hoe compleet het voorbereidingstraject wel niet was.

Het begon met de tickets kopen. Klein detail: de vlucht bleek een overstap in de USA te hebben. En voor de USA (hoe lang of kort je er ook verblijft) hebben Argentijnen een visum nodig. Na veel scheldpartijen, belletjes en boze brieven (Airline en Reisagent hadden ons onvoldoende geïnformeerd) en uiteindelijk geen andere oplossing werd het volgende agendapunt een Amerikaans visum voor Ariel. Eerst moest hij nog het paspoort aanvragen. Na 2 maanden achterdochtig zijn (het duurde veel langer dan normaal en de autoriteiten hadden daar geen verklaring voor) viel eindelijk het paspoort op de deurmat. Toen volgden weer 2 maanden spanning omtrent het wel of niet toekennen van het visum. Dat wordt namelijk niet zomaar aan iedereen toegekend. Je moet met officiële documenten aantonen dat je niet eventueel stiekem in de VS zal gaan wonen. Op 3 december was daar eindelijk het verlossende woord, visum in de pocket (en 180 dollar uít de pocket).

Ondertussen moest ik ook een nieuw paspoort. Dat bleek een fluitje van een cent (hoera voor de Nederlandse ambassade). Daarna moest ik mijn Argentijnse verblijfsvisum verlengen. Omdat ik alle 66 benodigde papieren snel en efficiënt gefixed had (hoera voor mijn baas) was dat óók een fluitje van een cent.

De laatste fase Voorbereidingen is nu bijna afgerond: we hebben onderdak voor koningin Mandarina, ze heeft straks 2 vakantie-adresjes. We kochten, en blijven doorgaan met kopen, cadeaus voor Jan en Alleman. Overigens totaal geen probleem, dit agendapunt: het is een prachtig excuus om alle hippe weekendmarktjes leeg te kopen.

Nu rest ons nog afscheid nemen van vrienden en bekenden. Zij vinden namelijk ook dat de Grote Reis geen kinderachtige onderneming is, ze zijn heel nieuwsgierig naar de ongetwijfeld zeer groteske belevenissen die ons staan te wachten, en ze zeggen ons best te gaan missen (“Kerst en Oud & nieuw zullen niet hetzelfde zijn zonder Ari en Jak!”).

Vrijdag is de Grote Dag, hopelijk tot ziens aan de andere kant!

Piece # 48 – De dag van…

Argentinië heeft voor alles en iedereen een dag. Als je binnen een hokje valt, en wie overkomt dat niet, dan heb je je eigen dag. Zo door het jaar heen beleven we bijvoorbeeld de dag van de Student, het Straatdier, de Vriend, de Luchtmacht, de Migratievogels, de Inheemse volkeren, de Nationale parken, de Schilder, de Meester/Juffrouw, de Lente, enzovoorts. We worden er bijna moe van. Bovendien gaan veel dagen vergezeld van verplichtingen: je móet bij je moeder langs op moederdag, je móet éigenlijk je vriendin bloemen cadeaugeven op de Dag van de Lente, je moet je juffrouw feliciteren op haar dag en je vrienden verwachten dat jullie gezamenlijk ergens gezellig gaan dineren op Vriendendag (wanneer alle restaurants uitpuilen en je nergens een reservering kunt krijgen omdat het dus Vriendendag is, en ook niemand die het in z’n hoofd haalt eventueel de dag ervóór of erná met z’n vrienden uit eten te gaan). Heel belangrijk schijnt het ook te zijn om via MSN, Facebook en welk ander sociaal netwerk dan ook alle moeders, studenten of vrienden een hééél fijne dag toe te wensen.

comentarios para hi5

En in werkelijkheid zijn er nog veel meer dagen dan wij beseffen en dat de massamedia ons doen geloven. Check bijvoorbeeld deze dagen die het ministerie van milieu en duurzame ontwikkeling heeft vastgesteld maar eens (hoewel sommige internationaal erkend zijn). Het is niet te geloven, er zijn jaarlijks alleen al vier dagen aan vogels gewijd!

Waarschijnlijk denkt men dat elk issue z’n eigen dag het bewustzijn onder de bevolking bevordert, maar ik weet één ding zeker: het laat de bevolking murwgeslagen achter. Ze weten niet meer wannéér het nu welke dag is en omdat er zoveel nationale “speciale” dagen zijn, worden de internationale dagen zoals Wereldaidsdag, Wereldvoedseldag en de Dag van de vrede ook met beduidend minder enthousiasme ontvangen. Ook jammer.

Wat voor dagen zouden er in Nederland bestaan, vraag ik me af? Misschien de dag van de Kraker, de dag van de Kitesurfer, de dag van de Gezondheidswerker, de dag van Extreem rechts, de dag van de Gouden Kabouter, de dag van het Geschiedeniscanon, Twitterdag… Misschien zou je wel kunnen zeggen dat in plaats van dat Nederland hieraan dágen wijdt, men werkt met festivals en events? In ieder geval geeft dat meer participatie, meer entertainment en meer ontmoetingen. Een dag alleen, ook al organiseert de overheid soms wel bijbehorende evenementen, blijft nogal vrijblijvend. Hier komt het neer op: je koopt een bosje bloemen of gebak en viert het met je gezin binnenshuis, maar je gaat er niet de straat voor op, en als het toeval het wil wordt er even gesproken over wát deze dag precies zou kunnen inhouden. Oftewel, de dagen maken geen mens bewuster van de CO2 uitstoot, van de schendingen van mensenrechten, van de honderden hectares bos die elke zomer afbranden. Nee, daarvoor moet toch echt het zien en het voelen dichterbij gebracht worden, men moet meer gaan ervaren. Een ware uitdaging, die net even iets verder gaat dan officiële landelijke dagen benoemen en die (zonder overtuiging) onder de aandacht brengen.

Piece # 41 – Mijn eerste verjaardag

eerste verjaardag

Het was niet het makkelijkste jaar van mijn leven. Misschien zelfs wel het moeilijkste. Ik heb gaandeweg, voor het eerst, lagen “Nederland” van me af moeten pellen, en velletjes “Cultuur, Gewoontes en Denkwijzes” heb moeten losweken. Het was een jaar van allerlei soorten confrontaties met deze voor mij nieuwe cultuur, en die extra lagen belemmerden me, ze weerhielden me ervan het ware Argentinië te zien en daadwerkelijk te leven alsof ik in Argentinië woon. Ik moest eerst in mijn nakie komen te staan en een comfortabel, hip Argentijns jasje aandoen om niet meer moedeloos of gefrustreerd te raken van een aantal – hier doodnormale – zaken. Je hebt me er al vaker over gehoord: verkeer dat geen voetganger of fietser weet te respecteren (auto = status = heilig), omslachtige betaalmethodes (internetbankieren anyone?), gebruiksvoorwerpen die snel kapot gaan (“Industria Argentina”) en geen geld hebben nieuwe te kopen, beduidend minder bewustzijn met betrekking tot het milieu en gezondheid (Al Gore, wie is dat?), siësta houden op weekenddagen (luie donders).

Het was even zoeken naar een basis, maar het goede nieuws is: het Argentijnse jasje past steeds beter en ik krijg nu welgemeende complimenten over mijn succesvolle integratie hier. Ik zal overigens wel doorgaan met het beschrijven van Argentijnse fenomenen en absurditeiten, er liggen nog vele blogs op de plank. Maar mijn eerste anniversario doet me even stilstaan bij universele basis die overal ter wereld even belangrijk is: ik ben omringd door liefhebbende mensen waarmee ik veel lol heb, kan me hier probleemloos verder ontwikkelen op allerlei gebied, verkeer weer in goede gezondheid en heb voldoende balans weten te vinden. De eervolle vermelding gaat naar onze eigen ongetemde poema verpakt in een klein kattenlichaampje: Mandarina, en natuurlijk naar Ariel, die me verschrikkelijk veel heeft geholpen met het integratieproces, die me onvoorwaardelijk steunt en van me houdt en blablablabla, en… die het regelmatig heeft over een proefperiode in Nederland.

Wordt vervolgd…

(De foto komt van hier)

Piece # 19 – Kudelstaartverhaal

Een tijdje geleden werd mij door Coq Scheltens gevraagd een “verhaal” te schrijven over Kudelstaart, dat zou komen te verschijnen in het boek Grote Verhalen. Er staan meer dan 50 verhalen in van bekende en minder bekende Aalsmeerders en Kudelstaarters. Het is me een grote eer er ook bij te horen. Inmiddels is het boek verschenen en naar ik begrepen heb uitverkocht. Ik heb besloten het ook hier te plaatsen want het is een treffend verhaaltje geworden over mijn dorp en mijn afkomst.

Zijn wie je bent, waar je ook gaat

Het is een warme dinsdagmiddag in juli en de luchthaven van Rome wordt overspoeld door reizigers. Ik zie veel families en jonge stellen van de roltrap komen. Vrijwel allen lopen direct naar de dichtstbijzijnde kiosk voor een flesje water of frisdrank. De zon schijnt op dit uur fel door de zijramen van de krappe vertrekhal. Wat zijn er hier weinig zitplaatsen voor een internationale luchthaven, realiseer ik me. Ik heb er desondanks één kunnen vinden en voorlopig zal ik nog wel even blijven zitten, omringd door 35 kilo aan meegebrachte bagage, want mijn vlucht naar Buenos Aires vertrekt pas over vier uur.

24 Jaar geleden werd ik geboren in Kudelstaart. De Herenweg was mijn veilige thuishaven, een mooie plek waar ik mijn ouders en mijn oma – allen geboren en getogen Kudelstaarters – altijd om me heen heb gehad. Ze wisten mijn vriendinnetjes altijd feilloos te identificeren als ‘die van de slager’ en ‘die uit de nieuwbouw’ en ‘die van Zwarthoed’. Niet al die meiden durfden in de poel te zwemmen, dat vond ik wel wat raar. Maar zij vonden mij vast ook raar want ik vroeg hen niet elke middag “bij jou of bij mij?” maar ging vaak alleen naar huis om daar wat aan te modderen met de spulletjes op mijn kamer. De nabije nieuwbouwwijken waren voor mij van jongs af aan een ander soort gebied dat ik langzaamaan leerde kennen via mijn vriendinnen en klasgenoten. Ik kon er mijn vinger nooit op leggen maar had altijd het gevoel dat de mensen daar andere gewoontes en gebruiken hadden dan wij. Ze aten bijvoorbeeld iedere woensdag spaghetti en iedere zondag patat, de kinderen zwierven in grote groepen van speeltuintje naar speeltuintje en er moest tijdens het spelen altijd iemand de baas zijn. Het moest wel aan mij liggen, maar ik begreep er soms weinig van. Om over buitenlanders nog maar te zwijgen. Mijn oma en buurvrouw had een bed & breakfast en altijd wanneer er Franse of Duitse gasten bij haar verbleven om de bloemenveiling en Amsterdam te bezichtigen durfde ik me niet op haar kant van het erf te wagen. Stel je toch eens voor dat die mensen iets onverstaanbaars tegen me zouden zeggen!

Later, tijdens onze middelbare schooltijd, drong het tot mij en mijn vriendinnen door dat we echt in een klein dorp woonden en dat het dientengevolge moest worden afgekraakt. Want, behalve een supermarkt, een bakker en een slager was er niks en dat was natuurlijk niet cool. Kudelstaart was in onze ogen een gat, niet meer dan een lullig aanhangsel van Aalsmeer (wat tenminste nog de TV studio had en waar je soms de ‘sterren’ uit Goede Tijden Slechte Tijden zomaar tegenkwam op straat). Om ons een houding te geven noemden we het dorp soms Kudelcity, met als achterliggende gedachte: wij kunnen het ook niet helpen, onze ouders moesten er zo nodig gaan wonen. Wij zouden later vast en zeker naar Amsterdam gaan, wat onherroepelijk de ‘vetste’ stad van het land moest zijn. Het kwam niet in me op om iets te vertellen over hoe mooi landelijk de Herenweg erbij lag, over het wel en wee van de kudde schapen in de voortuin, over de lange zomerdagen aan het water en op onze boot, het soms adembenemende avondrood, het schaatsen als we weer eens een gelukswinter hadden. Nee, de prioriteiten in het leven waren winkelen, make-up, films, uitgaan en hoezeer we na onze diploma-uitreiking wel niet onze vleugels zouden gaan uitslaan.

Ik ging inderdaad naar Amsterdam en mijn droom werd al snel werkelijkheid. Het was inderdaad een geweldige stad, en wat was er veel te doen! Een strakke planning was nodig om de studie op de rails te houden, genoeg bij te verdienen en alle feesten en culturele evenementen af te lopen. Toen op een bepaald moment de financiën het toe lieten, besefte ik dat het tijd werd om mijn andere droom te verwerkelijken. De droom die er al veel langer was dan de wens om mijn heil in Amsterdam te zoeken. Ik was klaar om mijn horizon te verbreden, dacht: kom maar op met die armoede, die straatkinderen, die cultuurshok, want die zal lang op zich laten wachten als je wéér met de bus naar de Spaanse costa’s gaat.

Na een half jaar in India en Nepal, waar ik mijn horizon als een stuk kauwgom heb zien uitrekken in alle mogelijke richtingen, besloot ik in Den Haag te gaan wonen -misschien wel om te testen hoe weinig honkvast ik eigenlijk ben- en zo snel mogelijk een Mastertitel te halen. Dat verliep volgens plan en al snel was ik klaar voor een nieuwe reis dwars door Zuid-Amerika. Mijn vrienden zagen me inmiddels als avonturierster, als rugzaktoerist, als Floortje Dessing zonder cameraploeg. Ik heb ze niet hoeven uitleggen dat voor mij reizen één van de meest waardevolle dingen is die er zijn. De ervaringen van het zien, proeven, ruiken en ondernemen van nieuwe dingen, mensen ontmoeten, en ook het op jezelf aangewezen zijn, zijn me veel meer waard dan een auto, de nieuwste Apple computer of een compleet ingericht huis. Het is een ongelofelijke luxe de tijd te kunnen nemen om een land en de cultuur een beetje te leren kennen. Maar ben ik gaan beseffen dat er een enorm verschil is tussen reizen (wat vaak wel veel weg heeft van vakantie vieren) en ergens anders zijn. Zijn wie je bent maar dan op een andere plek. Ik geloof dat het mij uiteindelijk daarom gaat.

Terug uit Zuid-Amerika merkte ik tot mijn verbazing dat dat dus ook in een gat als Kudelstaart prima kan. Ik was weer even thuis, na zes jaar afwezigheid, en vond direct een nieuwe balans. Klaarblijkelijk had ik de stad, en evenmin al die verre oorden, helemaal niet zo hard nodig als ik altijd had gedacht. Hoe geinig! Ik zat weer als vanouds iedere ochtend in bus 172, ging naar Bandjesavond, kwam oude bekenden tegen op de braderie, zag de nieuwste aanwinsten in de vorm van huizen in hippe jaren dertig-stijl en hoorde over het wel en wee van vrienden en kennissen die nooit weggegaan bleken te zijn. Regelmatig fietste ik naar huis, uitkijkend over de goeie ouwe poel, met daarboven het avondrood dat me nog steeds de adem benam, me realiserend dat Kudelstaart niet in zijn ware aard veranderd was, maar ik wel. Ik begon met hardlopen langs de Herenweg en de Ambachtsheerweg, waar in het voorjaar de berm overspoeld lijkt met klaprozen, variërend van bloedrood tot zalmroze, en paardenbloemen met hun vederlichte pluisjesbol en al die andere soorten waarvan ik eigenlijk de namen hoor te weten. Ik wist: dit alles zou ik wel eens kunnen gaan missen bij mijn volgende reis, een enkele reis dit keer. En de lijst werd elke dag langer: de frisse lucht, de vliegtuigen en hun onmiskenbare strepen tegen het blauw, de toeristenboten bij de loswal, pootjebaden op ons krakkemikkige stijgertje aan het water, de muggenzwermen die je zomers het fietsen bijna onmogelijk maken. Het steeds veranderende winkelcentrum, de kerk die allang mijn kerk niet meer is, vrienden van mijn ouders die regelmatig even aanwippen en het dorpscafé dat er na zoveel tijd nog stééds niet is. Ja, ik weet het zeker, ik mis het nu al.

Piece # 15 – Chau oma!

Heaven

Vandaag heb ik te horen gekregen dat mijn enige echte Kudelstaartse oma er niet meer is. Na een flinke hersenbloeding was ze plotseling in een kasplantje veranderd. Deze definitieve strijd met het leven was gelukkig snel gestreden. Zonder pijn en met veel liefde en zorg van buitenaf.

Ik zal haar vanaf de andere kant van de Grote Oceaan moeten herdenken. Ze is die oceaan zelf ook eens overgevlogen, eerder dit jaar hebben we het nog gehad over Rio en het strand van Copacabana.

Mijn hippe oma, die nog door Kudelstaart fietste tot haar negentigste.
Mijn hippe oma, die  alles van iedereen wist, ongeacht of je daar nou altijd blij mee moest “wezen”. Stilzitten of ziek zijn was niet aan haar besteed, haar grootste angst was te komen leven als kasplantje. Ze kan het weten, in de kwekerij aan de Herenweg heeft ze natuurlijk meer dan genoeg kasplantjes gezien.

Ik denk dat al haar wensen vervuld zijn, ik denk dat ze klaar is voor een nieuwe reis. Hier of daar kom ik haar vast nog wel eens tegen.


Over Nederland

Mijn zogenaamde, met onderbroken regelmaat gepubliceerde world pieces zullen binnenkort vooral bestaan uit stukjes Buenos Aires. Wie weet lees je straks de verhalen achter de foto’s hierboven. (Ik heb nu email-updates, dus vul je adres even in via de link hier rechts).

Maar het kan ook zijn dat ik eindeloos ga verhalen over het vervolg op de date met de rode-Fiat-jongen (ja die is nog in beeld), of dat ik mijn volledige studie ga uitwerken in blogposts (maak je borst maar nat), of dat ik Buenos Aires al snel gezien heb en het ga hebben over Uruguay (ligt op slechts 1 uur rijden), Patagonië, Mendoza, Vuurland of voor mijn part Antarctica. Of, wat ook mogelijk is, dat ik een leuke baan vind, me een slag in de rondte werk (het leven moet natuurlijk ook bekostigd worden) en er geen tijd overblijft om stukjes te schrijven. Trieste zaak zou dat zijn, want dan had ik net zo goed in Nederland kunnen blijven.

Niemand vraagt me ook waarom ik wegga, heel grappig, verhuizen naar het verre buitenland is schijnbaar alleen maar gaaf en ik begin haast te geloven dat het per definitie goed is om uit ons land weg te gaan. Aan buitenlanders kan ik nooit goed uitleggen waarom ik Nederland niet zo zal missen, het algemene idee dat wij in het paradijs op aarde wonen heerst nog steeds. Aardige mensen, iedereen spreekt Engels, woont in een mooi huis, fietst al jointjes rokend lekker over de bruggetjes van die o zo knusse Amsterdamse grachten. En zo kan het ook zeker. Maar toch, mijn blik op Nederland verandert continu; alsof je door een kaleidoscoop kijkt, deze een beetje ronddraait en dan de molentjes, klompjes, wietbladeren, hemaworsten, importmarokkanen et cetera allemaal door elkaar ziet lopen. Versnipperd en verdraaid is mijn blik op ‘ons’ geworden. De mensen zijn inderdaad hartstikke aardig, maar hebben last van drukke stressperiodes waardoor ze per jaar gemiddeld een aantal maanden niet aanspreekbaar zijn. Ze werken zoveel omdat ze het liefst onder de Balinese zon vakantievieren en de maximale hypotheek keer anderhalf hebben genomen. Voor jointjes en andere ‘natuurproducten’ zijn ze een beetje bang omdat het gezonde-keuze-klavertje er niet opstaat en het dus kennelijk niet zo gezond voor je is. En die grachten zijn vooral leuk voor toeristen, wij kennen ze al zo lang. Ik bedoel maar, af en toe vind ik dat we hier een beetje triest bezig zijn. Er even niet zijn voelt als een zucht van verlichting . Of het ook de reden van mijn weggaan is weet ik niet.

Ik ga weg omdat ik als klein meisje met mijn neus boven een opengeslagen atlas alle vreemd klinkende eilandjes zoals Bora bora lag te bestuderen. Omdat ik daarna reisboeken verslond en sindsdien zodra er geld op m’n rekening staat direct een bus-, trein- of vliegticket boek. En uiteindelijk ga ik omdat het tijd werd om eens een tijdje ergens anders te leven (want er gaat niets boven reizen, maar het is wel erg vluchtig). Eigenlijk vind ik alle culturen, overal ter wereld, even intrigerend als de onze, die ik nog steeds dagelijks met verbazing door het innerlijke kaleidoscoopje aanschouw.