Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde opleggen aan het publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis, deze gewoonte voor te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant, terwijl deze ontspannen horen te zijn. En die die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Nieuw blog over Argentinië

Wat zijn ze schaars de laatste tijd hè, de wereldstukjes vanuit het Argentijnse?

Het heeft ermee te maken dat ik ook regelmatig blogs schrijf voor reisorganisatie Pure Latin America. Zij verzorgen oa. maatwerkreizen naar Argentinië.  De blogs gaan over onderwerpen waar je misschien wel meer over wilt weten als je Argentinië bezocht hebt of gaat bezoeken: Buenos Aires, eten en drinken, natuur en avontuur, sport, politiek. En gaucho’s.

Naar Pure Latin America

Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Short stories from Asia – The roomboy

I have been recommended many times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

Deze is in het Nederlands, je reactie is welkom!


The roomboy

Ik weet eerlijk gezegd niet meer hoe z’n naam luidde. Hij stelde zichzelf voor als the roomboy. Een vijfenveertigjarige Hindoestaan met Elvis-achtig kapsel, anderhalve kop kleiner dan ikzelf. “I’m the roomboy. Anything I can do for you, you tell me. I will be here for you all the time.”

And yes he was there for me. Aaaaaaall the time.

Het probleem was dat ik Mr. Roomboy voor het eerst tegenkwam op een nogal ongelukkig moment. Ik was namelijk op zoek naar mijn ondergoed, dat ik eerder die dag op het balkon te drogen had gehangen. Ik viste het slipje van de balkonvloer, en vanaf het andere balkon groette deze attente roomboy mij. Op dat moment was ik me er nog niet van op de hoogte dat in India ondergoed in de één van de vele taboes is en dus nooit en te nimmer gezien mag worden. Ik had zojuist mijn seksualiteit te drogen gehangen voor het personeel van het hotel waar ik zo ongeveer de enige gast was. In ieder geval de enige vrouwelijke, Europese gast zonder gezelschap.

Vanaf dat moment liet de roomboy mij geen moment met rust. Hij liet me foto’s zien van zijn simultane carriére als filmster en vertelde honderduit. Gezelligheid ten top -die ik zo nadrukkelijk mogelijk negeerde. Maar nog niet nadrukkelijk genoeg, op dat moment. Roomboy gebruikte nogal vaak het woord “enjoy”. Een positief ingesteld type, dacht ik nog. Nadat hij vroeg “Do you like enjoy?” en toen niet op het antwoord wachtte maar één lange woordenstroom uitstootte over Europese vrouwen die net als ik alleen waren en die speciaal waren gekomen om met hem Enjoy mee te maken wat hij echt helemaal het einde vond en wat ik ook zeker enorm de moeite waard zou vinden, toen was mij in één klap duidelijk wat de werkelijke vraag was.

“No, I don’t like enjoy. Nope. Never liked it. No I’m just here to see your country. Yeah just that, visiting several places.”

Hij heeft me nooit geloofd, zeker niet toen ie me een dag later in de buurt van het hotel zag kletsen met een jongen uit het dorp. “Don’t go with local boy! Why you choose local boy when I am here for you?!” Zijn ogen spoten vuur. Onsteld was ie. Hij volgde me de trap op terwijl hij op gedempte toon door bleef zaniken over de local boy. Ik negeerde, glipte zo snel mogelijk mijn kamer in en deed de deur demonstratief achter me dicht. Natuurlijk kon ik niet slapen met de gedachte dat deze hitsige, onstelde roomboy mogelijk nog aan de andere kant van de deur stond. Met ingehouden adem luisterde ik of hij nog in de buurt was. De volgende dag zou ik vertrekken, goddank. Deze Indiase kustplaats was paradijselijk mooi, maar absoluut niet wat ik ervan verwacht had. Ik had de receptionist gevraagd een motortaxi te regelen voor half acht de volgende morgen.

‘s Ochtends word ik wakker van een zacht, aanhoudend geklop op de deur. Ik houd mijn adem in. “It’s me. Do you care for some enjoying?”

Pas over een uur kan ik met de taxi mee die me heel ver hiervandaan zal brengen.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

Piece # 62 – Viva la Argentina

In Argentinië worden maar weinig zaken lang van te voren gepland. Dit weekend ondervonden wij dat een beetje meer planning af en toe geen kwaad zou kunnen. Dan hadden we nu bijvoorbeeld niet voor 80 amerikaanse dollar per nacht betaald voor een middelmatige hotelkamer. Dan hadden we misschien ook de weerberichten even gecheckt voordat we 325 km met de auto aflegden, en kunnen zien dat het het hele weekend zou gaan regenen.

Maar, dit (lange) weekend is te bezonder om over banale zaken als financiën of het weer in te gaan zitten. Dit weekend vieren we namelijk allemaal dat Argentinië precies 200 jaar geleden onafhankelijk werd. De overheid heeft ons namelijk niet alleen twee vrije dagen gegeven maar ons ook getrakteerd op een mega-mega-megafestijn midden in Buenos Aires.

Vijf dagen lang zijn er defilé’s, dans-, zang- en acrobatengroepen uit alle provincies, concerten van grote artiesten uit heel Zuid-Amerika (op dit moment zingt Gilberto Gil One love van Bob Marley). Alles wordt live aanschouwd door een inmense hoeveelheid publiek. Het idee is dat de hele bevolking zich feestvierder voelt en daarom zien we bijvoorbeeld mond- en voetschilders op het enorme podium, daarom ontbreken bijvoorbeeld de Armeense, Poolse en Zwitserse immigranten niet in de desfilé’s en daarom treden ook balletdansers met een lichamelijke beperking op. Vijf dagen lang lichten om de 10 seconden de videoschermen rondom het podium op met de woorden ‘celebramos juntos’ (we vieren het samen).

Op 25 mei zal ‘zelfs’ het Empire State building in New York in de kleuren van de Argentijnse vlag worden gehuld.

Ik kijk ernaar via de televisie, want we zijn dit weekend in Colón, een mooi dorp aan de rivier Rio Uruguay in de provincie Entre Rios. Hier heersen de rust, de palmbomen, het groen, de wilde vossen en kunnen we volop smikkelen van wijn, kaas en olijven uit de omgeving. De feestelijkheden in de stad, nu op afstand, doen me ineens beseffen hoe sterk traditie, historie en folklore deel uitmaken van het moderne dagelijks leven in heel Argentinië. De modernisering en de internationalisering van het land zijn onmiskenbaar, maar anderzijds: jongeren uit de stad dansen behalve reggaeton ook met veel plezier murga, zamba en tango. Gitaristen van alle leeftijden en sociale klassen nemen de akoestische gitaar ter hand om recht vanuit het hart folklore te tokkelen en te zingen. Met smaak eten de inwoners van de hoofdstad regelmatig een traditioneel plattelandsgerecht zoals locro, puchero of humita. En niet omdat het tradities zijn, verankerd in iemands herkomst of als verplicht nummer op een bepaalde feestdag. Nee, wanneer men maar wil. Omdat het, denk ik, in het bloed zit.

Er resten nog twee dagen feest in het centrum van mijn doorgaans redelijk geliefde Buenos Aires. Dat geeft ons de kans om nog één dagje Entre Rios te gaan verkennen en dan, zoals dat wél voor vertrek was gepland, terug te rijden voor de laatste feestdag. ¡Viva la Argentina!

Piece # 58 – Zandvoort aan zee

Strand van Villa gesell Villa Gesell is in veel opzichten is te vergelijken met Zandvoort. Het exotisme komt je niet bepaald tegemoet, maar ondanks dat staat deze Argentijnse badplaats nu bovenaan mijn lijstje van meest bezochte, eh… bestemmingen buiten Buenos Aires. Alles voorbij dan de suburbs van Buenos Aires noem ik een bestemming, want om ergens te komen dat geen suburb is, reis je al snel een uurtje of vier.

Gesell is zo’n plek: net iets te ver weg voor een weekendverblijf en te gewoontjes voor een hele vakantie, althans voor de heavy duty backpackers die wij denken dat we zijn. Maar kortgeleden stond het vijf dagen durende paasweekend voor de deur. Semana Santa, oftewel Heilige Week, is een week die vooral heilig is om z’n extra vrije dagen, waarop we het wederopstaan van Christus herdenken door een reuze chocoladepaasei te kopen en er vervolgens razendsnel vandoor gaan. Waar dan ook naartoe, als het maar de stad uit is.

Eenmaal aangekomen in Villa Gesell (hier foto’s) concludeerde ik net als tijdens mijn vorige bezoek dat dit een bijna Hollandse bestemming is (er is zelfs een strandtent met de naam De Zeerovers). Hollandse bestemming wil zeggen: kleur zand en zee gelijk aan die van de noordzeestranden, flinke kou in de avonduren en bovenmatig veel wind. Het fijne is dat dit alles voor ons porteños helemaal geen onaangename omstandigheden zijn, zoals dat misschien voor Nederlanders zou gelden die eind augustus nog even de laatste zonnestralen mee hopen te kunnen pikken op een strandbedje. En om nog even niet aan kou en grijze luchten te hoeven denken. Wij, daarentegen, gaan naar de kust om afscheid te nemen van een vier maanden durende van aaneensluitende hittegolven zonder een zuchtje wind (tenzij afkomstig van huis-tuin-en-keuken-ventilatoren). De twee sleutelwoorden zijn: uitwaaien en uitrusten. En asado’s. Immers, niets maakt het vakantiegevoel completer dan je dag organiseren rondom het bereiden van vis, vlees en groenten op de barbecue.

Wat ook een leuk vakantiegevoel geeft is dat het dorpje vrijwel geheel in het bos is, er zijn alleen zandwegen met daarlangs overal bomen waaronder knusse huizen met Duitse uitstraling (het dorp is in de jaren ’30 opgericht door Carlos Gesell, een type van Duitse afkomst die op het idee kwam duizenden bomen te planten in de zandduinen). De hoofdstraat is waar ik op doel in mijn vergelijking met Zandvoort, daar heerst het asfalt, de speelhallen, snackbars, gezellige koffiehuizen en op quads rondrijdende vakantiegangers. De gezellige koffiehuizen doen we sowieso aan, maar de rest niet, dus daarom wilde ik op een extra winderige middag graag het nabijgelegen plaatsje Cariló verkennen. Ik had gehoord dat het redelijk jet set zou zijn, en dat had mijn nieuwsgierigheid gewekt. St. Tropez is tenslotte hyper jet set maar niet onaangenaam, althans zo ervaarde ik de keer dat ik er was. Ik was toen een jaar of negen, trouwens.

Onaagenaam was Cariló niet. ‘Unheimisch’ is eerder van toepassing. Stel je voor dat zo’n vijf kilometer bos is verdeeld in gelijke stukjes, gescheiden door zandwegen. Op ieder van de gelijke stukjes staat een villa. Om er te komen moet je langs een receptie met slagboom. Om de 20 meter staat dan een bordje met dat je geen vuur mag maken, dat er spelende kinderen kunnen oversteken en dat je geen afval mag achterlaten. Dat het bos van iedereen is en daarom respect verdient. Op een gegeven moment staan de zandwegen ineens vol glimmende Audi’s, Chevrolets en semi-jeeps. Midden in het bos sta je in de file. ‘We zullen dan vast vlakbij het winkelcentrum zijn’, redeneerden wij. De mensen uit de glimmende auto’s waren echte stadsmensen, bonaerense kak voor de gelegenheid op sneakers en met sportieve sweaters om de schouders geslagen. Opvallend veel pubers ook (met ouders meegekomen), die verveeld rondstruinden in het door een bekende architect ontworpen mini shopping met enkel designkledingzaken (exact dezelfde als in de stad) en strak gestylde restaurants (ook dezelfde als in de stad). Kortom, zero authenticiteit.

Toen we bij het strand kwamen wisten we zeker dat héél het dorp in de mini shopping bevond, want hier was niemand. Maar het was dan ook érg winderig. We reden terug, passeerden opnieuw het winkelcentrum, vol met uit verveling kopende mensen. ‘Weet je’, zei ik tegen Ariel die achter het stuur zat, ‘zelfs om een ijsje te gaan eten zou ik niet hier uitstappen.’ Lachend stemde hij in om dus niet meer uit te stappen, want hij weet als geen ander dat ik namelijk echt óveral ijs zou kunnen eten.

Piece #51 – The Big Trip

Na 25 extra reisuren en aangename kennismakingen met het relaxte 4-sterrenhotel bij Houston International Airport “George Bush” alsook de luchthaven van Miami, zijn we vorige week maandag weer gearriveerd in Argentinië. Thuis.

Nu de koffers eindelijk leeg zijn (vele pakken stroopwafels en Vincent van Gogh-mokken hebben respectievelijk buiken en eigenaren gevonden), onze zwarte koningin weer een beetje aan haar eigen huis begint te wennen, de airco nog steeds kapot blijkt, en wij weer aan het werk gegaan zijn, nu pas kan ik rustig terugkijken op onze Big Trip.

Zo vreemd als de sneeuw die maar niet wegging me toekwam, zo opvallend is hier het groen van de vele stadsbomen. Van min acht naar plus dertig plus, net als het verschil in kleur laat ook de temperatuur zich nergens ooit negeren.

Ik heb veel herinneringen mee teruggenomen. Van mijn vader en moeder die ons overladen hebben met grapjes, verhalen, emotie, kunst en eten. Van vrienden die ik wel of onverhoopt toch niet heb mogen ontmoeten, en nu al weer graag zou terug zien. Van alle soorten hollandse gezelligheid die Ariel nu – soms onder lichte dwang – ook heeft leren kennen. En het beviel hem goed: hij was al fan van stroopwafels, en nu ook van Van Gogh, van de kou, van fietsen, van Kudelstaart, van de H&M, van de Senseo, en zelfs van de NS (maar of ie het nou bijvoorbeeld ook van Balkenende zal worden?). Ik heb hem uitgenodigd een post te schrijven want hij kan het zelf natuurlijk veel beter vertellen dan ik. Wordt vervolgd.

Londen, tot slot, was prachtig. Daar konden we dankzij de ijzige kou verder experimenteren met multigelaagde kleding, foto’s maken ondanks gevoelloze vingers, het consumeren van enorme koppen koffie en fish ‘n chips om op te warmen. Verder hebben we gecheckt waar Freddie (Mercury) woonde, een nieuw dieptepunt leren kennen betreft hotels, en allerlei gave dingen gezien in musea en op markten. Ook constateerden we dat de stad misschien wel multicultureler is dan Amsterdam; we hebben niet één londenaar gesproken en veel import-Londenaren afkomstig uit de rest van de wereld, inclusief Argentinië.

Ik wil jullie tot slot één ding niet onthouden: de lichtelijk overdreven metafoor waarmee de makers van The Simpsons ooit zijn gekomen, die het exquisiete gevoel omschrijft dat we aan deze vakantie over hebben gehouden: als een kers die ronddrijft in een hoed vol parfum.

Short stories from Asia – Mountain remedy

“Is this cat yours?” I asked the little boy, looking at his backpack where a grey cat with soft yellow eyes was sitting inside and just peeking at us between the two separated parts of the zipper. The boy must have been between eight and ten years old. He seemed tinier than most Nepalese kids I had seen before. Although there were neither houses nor schools nearby, he was a kid ‘from the neighbourhood’, on his way back from school.

He looked at me pondering the question and then nodded insecurely. He took off his backpack, but he was not gonna show us the cat, instead, he carefully closed the zipper a little bit more. Then he told us why he was carrying his pet about eight kilometers through the mountains together with his stationary and books.

Us was in this case just Gyan; James and I listened to his translation later on, meanwhile we watched how the boy quickly continued his journey in the same direction as we. He came back into sight once more at one kilometer or so ahead while he crossed the long chain bridge over the river full of rounded stones in all sizes, mostly uncovered due to the poor water supply at this time of the year. Nevertheless the small stream was crystal clear, reflecting everything around us in at least a thousand different ways and transmitting the radiant sunlight even into the coldest shadows that the nearest mountains provided that day.

“This cat I have to carry with me, wherever I go. My grandmother and mother make me swear every day on the Buddha not to let it escape. If I loose it, that is is very risky for me. If I become ill on the way I will need it, as it is my only rescue.” “What would happen if you became ill?” “I will fall asleep and if they don’t do anything I will die. Only by drinking the fresh blood of a cat I can survive. My grandmother is a medicine woman, she told me when I was little.”

The boy did not look at us while he was speaking, neither when he had finished. He kept on checking whether the cat was fully inside the backpack. Then he greeted only Gyan and continued his way. By the time Gyan has finished speaking, we silently watched how the boy has reached the other side of the river and followed the trail between bushy trees and rhododendrons. That’s how he disappeared from our sight definitively. It has been a few years now, and I still wonder whether he’s alive and, if so, if that would be thanks to a lifesaver cat.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia. Hope you’ll enjoy!

Piece # 30 – Simpel-weg Uruguay

Sinds ik in Argentinië ben staat Uruguay nummer één op mijn verlanglijstje landen-die-ik-van-plan-ben-te-bezoeken. Het meest verleidelijke aan Uruguay is dat het op slechts twee uur varen vanuit Buenos Aires ligt. Ik denk dat voor de gemiddelde asielzoeker die naar Nederland komt België ook hoog op zijn verlanglijstje zou staan. Een bereikbare droom voor reislustige types zullen we maar zeggen.

Dus voor de Paasdagen kocht ik boottickets naar het beloofde land daar aan de overkant van de zilverrivier. Ariel en ik kwamen donderdagavond aan in het dorpje Carmelo, dat slechts een donker gat bleek. Er stond een bus die naar Montevideo ging. Drie uur zou de reis duren. Dus we stapten in.

Na de bustocht die we zittend in het gangpad moesten doorbrengen (paasdrukte), kwamen we ‘s avonds laat aan in de hoofdstad Montevideo alwaar we eerst geen betaalbare hotelkamer konden vinden (paasdrukte alom). Uiteindelijk vonden we een semi-betaalbare waar lugubere schilderijen aan de muren hingen. Het maakte niet uit; doodmoe vielen we in slaap. ‘Lekker relaxt, zo’n vakantie’, dacht ik nog.

De volgende dag kochten we allerlei bustickets, heen en terug naar la Pedrera, het door ons tot verblijfplaats gekozen deurpje. Er waren nog maar net aan twee plaatsjes beschikbaar in het beperkte aanbod van busdiensten (weer paasdrukte), zodoende zouden we op de terugweg een halve dag in Montevideo doorbrengen, en later 5 uur moeten overbruggen tot de bootdienst naar Argentinië zou vertrekken. ‘Zien we dan wel weer, ondanks alle paasdrukte hebben we toch mooi de tickets’, zeiden we.

Helaas hadden we dus tickets bemachtigd voor de meest langzame busdienst van allemaal waardoor we pas na nog eens 4 uur reizen in la Pedrera aankwamen.

Maar, la Pedrera maakte alles goed. De camping was mooi natuurlijk, ons tentje stond binnen 10 minuten, en de eigenaresse serveerde ons gebakken vis en aardappelpuré (ja, een ware specialiteit) met Uruguayaanse wijn. We gingen het dorpscentrumpje in en ook dat was werkelijk leuk. Er was een jazzfestival aan de gang, en de paasdrukte was hier geen drukte was maar zorgde er juist voor dat dit gat er niet geheel verlaten was. Bovendien was er een prachtig uitzicht op het ongerepte strand, de zeer woeste golven en de sterrenhemel.

De volgende dag hadden we eindelijk helemaal niets van doen met alles wat de mens het leven lastig maakt (bijvoorbeeld eh, paasdrukte) en bleven we de hele dag op het strand (hier wat foto’s). Grappig genoeg was er helemaal niemand! Terugwandelend smokkelden we een eucalyptusplant met wortel en al mee uit het aangrenzende natuurgebied. Die avond barbecue-den we en bezatten we ons samen met wat andere flamboyante en minder flamboyante verschijningen in la Pedrera. Ja, de vakantie was nu eigenlijk al compleet.

Dag drie was een snikhete dag en we probeerden, eenmaal weer in Montevideo, hoogte te krijgen van deze stad en haar inwoners. We kwamen echter niet veel verder dan dat de hoofdstad een geheel vervallen, grijs en straatarm centrum heeft waar bar weinig te beleven is. Logischerwijs komen de stedelingen het liefst naar Buenos Aires; en ik kan ze ondanks mijn persoonlijke bezwaren geen ongelijk geven.

Tot slot moet ik gewoon even melden dat men in Uruguay de mate letterlijk geen moment met rust laat. Is mate drinken in Argentinië iets voor tijdens het werk of het socializen, in het buurland reist, slaapt, fietst en gaat men al mate-slurpend naar de WC met de thermoskan onder de arm geklemd.

Piece # 24 – Het wilde westen

Op het eerste oog lijkt Junín de los Andes een piepklein saai dorpje waar alleen maar vissers komen die regenboogforellen uit de vele ondiepe, snelstromende rivieren aan hun haakjes slaan. Wat hadden wíj hier ook alweer te zoeken?

 

Gaucho’s en tafelbergen

We hadden echter ons kampje nog niet opgeslagen op de camping of we stonden al een uur te keuvelen met de eigenaar, we zagen de forellen uit het water omhoog springen in de twee riviertjes die langs de tent liepen en we zagen dagelijks wel een paar gaucho’s van het type “ik stop mijn broek diep in mijn laarzen, knoop mijn das om, zet mijn hoed op en leg mijn knapzak over de linkerschouder”. En dat terwijl wij, net als veel Argentijnen die altijd in de grote stad hebben gewoond, in de veronderstelling verkeerden dat de gaucho een uitgestorven fenomeen was. Hoe dan ook, we waren in elk geval betoverd geraakt door de authenticiteit en de nuchtere eenvoudigheid van dit dorp. Vlak achter de camping doemden een paar bergruggen op die we vanwege hun vorm tafelbergen noemden. Het droeg allemaal bij aan de western look and feel. Achter de tafelbergen ligt het Parque Nacional Lanín, dat zo heet omdat het de enorme, dikbesneeuwde vulkaan Lanín herbergt. Terwijl je door het park loopt of rijdt (we gingen er met de bus naartoe) is het eenvoudigweg moeilijk je ogen van deze vulkaan af te houden. Er ligt ook een heel groot helder meer met lavastrandjes, grassige weiden vol arocaria’s, steppes en nog meer bergen met beekjes en watervallen. Er was zoveel te zien, waarom hadden we onze tent niet direct hier neergeplant op een van de campings gerund door de Mapuches? Volgende keer dan maar.

 

Siësta’s en bodega’s

De stad Mendoza en haar omgeving moesten we zonder Ariel bezoeken want hij moest alweer aan het werk. De stad is nu tropisch warm, maar wordt lekker koel gehouden door de enorme platanen aan beide kanten van iedere straat zodat je altijd in de schaduw loopt. We kwamen er al gauw achter dat in deze stad de siësta nog heilig is, zo heilig dat zelfs de fonteinen op de stadspleinen eraan meedoen. Tussen 13 en 17 uur is er echt geen bal te doen, maar dat kwam goed uit want zo konden we ons direct richten op de bezienswaardigheden buiten de stad waarvoor we eigenlijk gekomen waren. Net buiten de stad zijn honderden bodega’s oftewel wijnmakerijen: van industriële massaproductie tot familiebedrijfjes met zeer exclusieve biologisch geteelde wijnen. We gingen op bezoek en proefden van alle soorten wat en denken nu graag dat we helemaal op de hoogte zijn van de ins en outs van goede wijn.

Ook de bergen konden we dit keer weer niet links laten liggen. Wat wil je ook als de hoogste piek van Noord- en Zuid-Amerika hier te bezichtigen is (Aconcagua 6962 m) en de film Seven years in Tibet hier opgenomen is? Nadat we onze oren dicht en open waren geplopt en we weer een gig aan digitale foto’s erbij hadden geschoten, konden we met een gerust hart een busticket naar Buenos Aires kopen.