Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde op te leggen aan het yoga-shoppende publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om, eenmaal thuis, deze gewoonte voort te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant terwijl deze ontspannen horen te zijn. En dat die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Nieuw blog over Argentinië

Wat zijn ze schaars de laatste tijd hè, de wereldstukjes vanuit het Argentijnse?

Het heeft ermee te maken dat ik ook regelmatig blogs schrijf voor reisorganisatie Pure Latin America. Zij verzorgen oa. maatwerkreizen naar Argentinië.  De blogs gaan over onderwerpen waar je misschien wel meer over wilt weten als je Argentinië bezocht hebt of gaat bezoeken: Buenos Aires, eten en drinken, natuur en avontuur, sport, politiek. En gaucho’s.

Naar Pure Latin America

Piece # 85 – Sardientjes

Ik prees mezelf altijd gelukkig dat ik niet in Tokio (of Londen) woonde, en niet dat afschuwwekkende reizen als sardientjes in overvolle metro’s hoefde te ondergaan. Met mannetjes die “helpen” de mensen naar binnen te stouwen.

Vandaag was zo een dag waarop ik had gewild dat die mannetjes hier bestonden.

Zo rond half negen ‘s ochtends zijn de metrotaferelen in Buenos Aires identiek aan die van Tokio. Met als verschil dat we hier de in- en uitstroom van reizigers zelfstandig moeten zien te managen. Zoals alles in Argentinië, gaat dat met wisselend succes. Mensen wenden al hun krachten aan om zich naar binnen te proppen. De laatsten die zichzelf door de dichtschuivende schuifdeurtjes weten te persen, persen daarbij de lucht uit de longen van de personen die al in het voertuig staan.

Je moet je armen voor je borst houden, leerde ik tijdens mijn metroritjes, om jezelf tegen acute ademnood te beschermen.

Gek genoeg zijn die proppende mensen altijd onaanspreekbaar, ze doen net alsof ze geen mens zijn (maar wat dan wel? Ork?). Iedereen blijft deze orks vol minachting en afschuw aankijken wanneer ze eenmaal binnen zijn (en we net allemaal weer een halve long vol hebben kunnen ademen).

Bij de volgende halte zijn het gek genoeg diezelfde orks die met de grootste minachting hun beklag doen over de volgende lichting personen die zich naar binnen tracht te werken. Hoe meer personen binnen, hoe groter de kans dat de deurtjes niet meer sluiten. De metro rijdt dan evengoed weg.

Dan staan de orks dus in de open deur geparkeerd, hun evenwicht te bewaren terwijl de uit zijn voegen barstende metro zijn volle snelheid bereikt. Net goed, denk je dan, maar tegelijkertijd hoop je van harte dat het ook deze keer weer goed zal aflopen.

Piece # 84 – Pacoboefjes, motochorros en ander gespuis

Vanuit Nederland wordt me vaak gevraagd hoe onveilig Buenos Aires nou eigenlijk is. Zuid-Amerikaanse steden hebben natuurlijk een reputatie.

Het antwoord hangt af van wie je het vraagt.

Berovingen

Om te beginnen, toeristen maken een behoorlijke kans om beroofd te worden. Maar ook locals worden beroofd, het overkomt de meesten van ons. De jongere generatie (wij dus) is er over het algemeen vrij relaxt onder. C’est la vie. De oudere generatie gelooft dat het met de dag erger wordt. Deze oudjes voelen zich erg kwetsbaar, en ze hebben gelijk: ze zijn een makkelijk doelwit. Aan het begin van iedere maand gaan ze allemaal hun AOW contant opnemen bij de bank. Dan staan er dagenlang flinke rijen wachtende oudjes voor de bankgebouwen. Just pick your target. Dan zijn er nog locals, vaak vrouw, minderjarig, immigrant en horende tot de laagste sociale klasse, die dankzij deze omstandigheden meer gevaar lopen om in de prostitutie, drugshandel, slavernij of mensenhandel te belanden. Deze mensonterende praktijken zijn in Argentinië – helaas – aan de orde van de dag, maar bevinden zich volledig in de illegaliteit en zijn dus minder zichtbaar. Heel erg naar en verontrustend.

Maar voor de meeste porteños en toeristen gaat onveiligheid dus over berovingen. Er zijn allerlei trends op dat gebied. Vooral de televisiezenders maken er een sport van deze te signaleren en uitgebreid te rapporteren, vergezeld van dramatisch aanzwellende muziek alsof het een politieserie betreft. Heel journalistiek verantwoord. Ik noem er een paar.

Trends

De motochorros (lunfardo voor motordieven) vormen de grootste trend: twee dieven (chorros), samen op een motor, stoppen naast het slachtoffer dat nietsvermoedend op straat loopt, één van de twee berooft het slachtoffer, springt met de buit weer op de motor en ze gaan ervandoor.

Andere trends die zijn gesignaleerd: van geparkeerde auto’s de waardevolle onderdelen verwijderen, zoals de wielen of de bumper. Veel balkons zijn afgeschermd met antirobo spijlen of hekwerk (waardoor het lijkt alsof je in een vogelkooi woont, heel prettig). Dieven komen daarom vaak gewoon via de ingang het flatgebouw binnen, onder valse voorwendselen. Verkleed als ongediertebestrijders bijvoorbeeld. Eenmaal binnen proberen ze in te breken bij één of meer appartementen. In mijn gebouw is de afgelopen drie jaar één poging gedaan, maar het enige waar dieven in geslaagd zijn is de in brons gegoten plaat met deurbellen te stelen. Wat op zich ook weer een trend is.

Ondanks de toename in het aantal criminele overvallen, is er voor ons toch een geruststelling, namelijk het profiel van de dieven.

Boefjes

De meeste overvallen worden gepleegd door boefjes uit de sloppenwijken van nog geen 20 jaar. Verslaafd aan paco of alcohol, is stelen een dagelijkse noodzaak voor ze. Paco is een mix van cocaïne productieafval met andere chemicaliën die bij dagelijks gebruik hersenschade kan veroorzaken. De televisiekanalen schotelen ons maar al te graag straatrapportages voor waarin ze deze jonge verslaafden aan het woord laten. Dan begrijp je direct dat die hersenschade geen mythe is.

Ze beroven daarom op de meest simpele manier, die nog werkt ook: ze vragen het slachtoffer om geld en melden daarbij dat ze een wapen onder hun sweater hebben. Het slachtoffer riskeert zijn leven niet voor een paar tientjes en geeft het geld af. Of er echt een wapen is? Het boefje is al weg voor we het weten. Ik heb laatst gehoord over een overvaller die zich zo schuldig voelde jegens zijn slachtoffer dat hij zijn excuses aanbood tijdens de beroving. Hij moet toch ook eten, weet je?

Dit roept grote verbijstering op bij onze vrienden en kennissen die zijn opgegroeid in Bogotá, Colombia. Colombiaanse overvallers gebruiken geweld, zijn gewapend en opereren nooit alleen. De inwoners hebben dus ietsje meer te vrezen dan wij.

En de politie, kunnen we daar op rekenen? Niet helemaal. Een vriendin werd vorig jaar op het politiebureau, toen ze aangifte kwam doen van diefstal in haar winkel, letterlijk uitgelachen door de dienstdoende officiers. Er zijn nieuwe politiediensten bijgekomen waardoor er aanzienlijk meer blauw (en beige, en fluoriserend gele hesjes) op straat is.  Maar als je het mij vraagt, is bij criminaliteit de televisie nog altijd je beste vriend.

Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Short stories from Asia – The roomboy

I have been recommended many times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

Deze is in het Nederlands, je reactie is welkom!


The roomboy

Ik weet eerlijk gezegd niet meer hoe z’n naam luidde. Hij stelde zichzelf voor als the roomboy. Een vijfenveertigjarige Hindoestaan met Elvis-achtig kapsel, anderhalve kop kleiner dan ikzelf. “I’m the roomboy. Anything I can do for you, you tell me. I will be here for you all the time.”

And yes he was there for me. Aaaaaaall the time.

Het probleem was dat ik Mr. Roomboy voor het eerst tegenkwam op een nogal ongelukkig moment. Ik was namelijk op zoek naar mijn ondergoed, dat ik eerder die dag op het balkon te drogen had gehangen. Ik viste het slipje van de balkonvloer, en vanaf het andere balkon groette deze attente roomboy mij. Op dat moment was ik me er nog niet van op de hoogte dat in India ondergoed in de één van de vele taboes is en dus nooit en te nimmer gezien mag worden. Ik had zojuist mijn seksualiteit te drogen gehangen voor het personeel van het hotel waar ik zo ongeveer de enige gast was. In ieder geval de enige vrouwelijke, Europese gast zonder gezelschap.

Vanaf dat moment liet de roomboy mij geen moment met rust. Hij liet me foto’s zien van zijn simultane carriére als filmster en vertelde honderduit. Gezelligheid ten top -die ik zo nadrukkelijk mogelijk negeerde. Maar nog niet nadrukkelijk genoeg, op dat moment. Roomboy gebruikte nogal vaak het woord “enjoy”. Een positief ingesteld type, dacht ik nog. Nadat hij vroeg “Do you like enjoy?” en toen niet op het antwoord wachtte maar één lange woordenstroom uitstootte over Europese vrouwen die net als ik alleen waren en die speciaal waren gekomen om met hem Enjoy mee te maken wat hij echt helemaal het einde vond en wat ik ook zeker enorm de moeite waard zou vinden, toen was mij in één klap duidelijk wat de werkelijke vraag was.

“No, I don’t like enjoy. Nope. Never liked it. No I’m just here to see your country. Yeah just that, visiting several places.”

Hij heeft me nooit geloofd, zeker niet toen ie me een dag later in de buurt van het hotel zag kletsen met een jongen uit het dorp. “Don’t go with local boy! Why you choose local boy when I am here for you?!” Zijn ogen spoten vuur. Onsteld was ie. Hij volgde me de trap op terwijl hij op gedempte toon door bleef zaniken over de local boy. Ik negeerde, glipte zo snel mogelijk mijn kamer in en deed de deur demonstratief achter me dicht. Natuurlijk kon ik niet slapen met de gedachte dat deze hitsige, onstelde roomboy mogelijk nog aan de andere kant van de deur stond. Met ingehouden adem luisterde ik of hij nog in de buurt was. De volgende dag zou ik vertrekken, goddank. Deze Indiase kustplaats was paradijselijk mooi, maar absoluut niet wat ik ervan verwacht had. Ik had de receptionist gevraagd een motortaxi te regelen voor half acht de volgende morgen.

‘s Ochtends word ik wakker van een zacht, aanhoudend geklop op de deur. Ik houd mijn adem in. “It’s me. Do you care for some enjoying?”

Pas over een uur kan ik met de taxi mee die me heel ver hiervandaan zal brengen.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia.

Piece # 62 – Viva la Argentina

In Argentinië worden maar weinig zaken lang van te voren gepland. Dit weekend ondervonden wij dat een beetje meer planning af en toe geen kwaad zou kunnen. Dan hadden we nu bijvoorbeeld niet voor 80 amerikaanse dollar per nacht betaald voor een middelmatige hotelkamer. Dan hadden we misschien ook de weerberichten even gecheckt voordat we 325 km met de auto aflegden, en kunnen zien dat het het hele weekend zou gaan regenen.

Maar, dit (lange) weekend is te bezonder om over banale zaken als financiën of het weer in te gaan zitten. Dit weekend vieren we namelijk allemaal dat Argentinië precies 200 jaar geleden onafhankelijk werd. De overheid heeft ons namelijk niet alleen twee vrije dagen gegeven maar ons ook getrakteerd op een mega-mega-megafestijn midden in Buenos Aires.

Vijf dagen lang zijn er defilé’s, dans-, zang- en acrobatengroepen uit alle provincies, concerten van grote artiesten uit heel Zuid-Amerika (op dit moment zingt Gilberto Gil One love van Bob Marley). Alles wordt live aanschouwd door een inmense hoeveelheid publiek. Het idee is dat de hele bevolking zich feestvierder voelt en daarom zien we bijvoorbeeld mond- en voetschilders op het enorme podium, daarom ontbreken bijvoorbeeld de Armeense, Poolse en Zwitserse immigranten niet in de desfilé’s en daarom treden ook balletdansers met een lichamelijke beperking op. Vijf dagen lang lichten om de 10 seconden de videoschermen rondom het podium op met de woorden ‘celebramos juntos’ (we vieren het samen).

Op 25 mei zal ‘zelfs’ het Empire State building in New York in de kleuren van de Argentijnse vlag worden gehuld.

Ik kijk ernaar via de televisie, want we zijn dit weekend in Colón, een mooi dorp aan de rivier Rio Uruguay in de provincie Entre Rios. Hier heersen de rust, de palmbomen, het groen, de wilde vossen en kunnen we volop smikkelen van wijn, kaas en olijven uit de omgeving. De feestelijkheden in de stad, nu op afstand, doen me ineens beseffen hoe sterk traditie, historie en folklore deel uitmaken van het moderne dagelijks leven in heel Argentinië. De modernisering en de internationalisering van het land zijn onmiskenbaar, maar anderzijds: jongeren uit de stad dansen behalve reggaeton ook met veel plezier murga, zamba en tango. Gitaristen van alle leeftijden en sociale klassen nemen de akoestische gitaar ter hand om recht vanuit het hart folklore te tokkelen en te zingen. Met smaak eten de inwoners van de hoofdstad regelmatig een traditioneel plattelandsgerecht zoals locro, puchero of humita. En niet omdat het tradities zijn, verankerd in iemands herkomst of als verplicht nummer op een bepaalde feestdag. Nee, wanneer men maar wil. Omdat het, denk ik, in het bloed zit.

Er resten nog twee dagen feest in het centrum van mijn doorgaans redelijk geliefde Buenos Aires. Dat geeft ons de kans om nog één dagje Entre Rios te gaan verkennen en dan, zoals dat wél voor vertrek was gepland, terug te rijden voor de laatste feestdag. ¡Viva la Argentina!

Piece # 58 – Zandvoort aan zee

Strand van Villa gesell Villa Gesell is in veel opzichten is te vergelijken met Zandvoort. Het exotisme komt je niet bepaald tegemoet, maar ondanks dat staat deze Argentijnse badplaats nu bovenaan mijn lijstje van meest bezochte, eh… bestemmingen buiten Buenos Aires. Alles voorbij dan de suburbs van Buenos Aires noem ik een bestemming, want om ergens te komen dat geen suburb is, reis je al snel een uurtje of vier.

Gesell is zo’n plek: net iets te ver weg voor een weekendverblijf en te gewoontjes voor een hele vakantie, althans voor de heavy duty backpackers die wij denken dat we zijn. Maar kortgeleden stond het vijf dagen durende paasweekend voor de deur. Semana Santa, oftewel Heilige Week, is een week die vooral heilig is om z’n extra vrije dagen, waarop we het wederopstaan van Christus herdenken door een reuze chocoladepaasei te kopen en er vervolgens razendsnel vandoor gaan. Waar dan ook naartoe, als het maar de stad uit is.

Eenmaal aangekomen in Villa Gesell (hier foto’s) concludeerde ik net als tijdens mijn vorige bezoek dat dit een bijna Hollandse bestemming is (er is zelfs een strandtent met de naam De Zeerovers). Hollandse bestemming wil zeggen: kleur zand en zee gelijk aan die van de noordzeestranden, flinke kou in de avonduren en bovenmatig veel wind. Het fijne is dat dit alles voor ons porteños helemaal geen onaangename omstandigheden zijn, zoals dat misschien voor Nederlanders zou gelden die eind augustus nog even de laatste zonnestralen mee hopen te kunnen pikken op een strandbedje. En om nog even niet aan kou en grijze luchten te hoeven denken. Wij, daarentegen, gaan naar de kust om afscheid te nemen van een vier maanden durende zomer met aaneengesloten hittegolven zonder een zuchtje wind (tenzij afkomstig van huis-tuin-en-keuken-ventilatoren). De twee sleutelwoorden zijn: uitwaaien en uitrusten. En asado’s. Immers, niets maakt het vakantiegevoel completer dan je dag organiseren rondom het bereiden van vis, vlees en groenten op de barbecue.

Wat ook een leuk vakantiegevoel geeft is dat het dorpje vrijwel geheel in het bos is, er zijn alleen zandwegen met daarlangs overal bomen waaronder knusse huizen met Duitse uitstraling (het dorp is in de jaren ’30 opgericht door Carlos Gesell, een type van Duitse afkomst die op het idee kwam duizenden bomen te planten in de zandduinen). De hoofdstraat is waar ik op doel in mijn vergelijking met Zandvoort, daar heerst het asfalt, de speelhallen, snackbars, gezellige koffiehuizen en op quads rondrijdende vakantiegangers. De gezellige koffiehuizen doen we sowieso aan, maar de rest niet, dus daarom wilde ik op een extra winderige middag graag het nabijgelegen plaatsje Cariló verkennen. Ik had gehoord dat het redelijk jet set zou zijn, en dat had mijn nieuwsgierigheid gewekt. St. Tropez is tenslotte hyper jet set maar niet onaangenaam, althans zo ervaarde ik de keer dat ik er was. Ik was toen een jaar of negen, trouwens.

Onaagenaam was Cariló niet. ‘Unheimisch’ is eerder van toepassing. Stel je voor dat zo’n vijf kilometer bos is verdeeld in gelijke stukjes, gescheiden door zandwegen. Op ieder van de gelijke stukjes staat een villa. Om er te komen moet je langs een receptie met slagboom. Om de 20 meter staat dan een bordje met dat je geen vuur mag maken, dat er spelende kinderen kunnen oversteken en dat je geen afval mag achterlaten. Dat het bos van iedereen is en daarom respect verdient. Op een gegeven moment staan de zandwegen ineens vol glimmende Audi’s, Chevrolets en semi-jeeps. Midden in het bos sta je in de file. ‘We zullen dan vast vlakbij het winkelcentrum zijn’, redeneerden wij. De mensen uit de glimmende auto’s waren echte stadsmensen, bonaerense kak voor de gelegenheid op sneakers en met sportieve sweaters om de schouders geslagen. Opvallend veel pubers ook (met ouders meegekomen), die verveeld rondstruinden in het door een bekende architect ontworpen mini shopping met enkel designkledingzaken (exact dezelfde als in de stad) en strak gestylde restaurants (ook dezelfde als in de stad). Kortom, zero authenticiteit.

Toen we bij het strand kwamen wisten we zeker dat héél het dorp in de mini shopping bevond, want hier was niemand. Maar het was dan ook érg winderig. We reden terug, passeerden opnieuw het winkelcentrum, vol met uit verveling kopende mensen. ‘Weet je’, zei ik tegen Ariel die achter het stuur zat, ‘zelfs om een ijsje te gaan eten zou ik niet hier uitstappen.’ Lachend stemde hij in om dus niet meer uit te stappen, want hij weet als geen ander dat ik namelijk echt óveral ijs zou kunnen eten.

Piece #51 – The Big Trip

Na 25 extra reisuren en aangename kennismakingen met het relaxte 4-sterrenhotel bij Houston International Airport “George Bush” alsook de luchthaven van Miami, zijn we vorige week maandag weer gearriveerd in Argentinië. Thuis.

Nu de koffers eindelijk leeg zijn (vele pakken stroopwafels en Vincent van Gogh-mokken hebben respectievelijk buiken en eigenaren gevonden), onze zwarte koningin weer een beetje aan haar eigen huis begint te wennen, de airco nog steeds kapot blijkt, en wij weer aan het werk gegaan zijn, nu pas kan ik rustig terugkijken op onze Big Trip.

Zo vreemd als de sneeuw die maar niet wegging me toekwam, zo opvallend is hier het groen van de vele stadsbomen. Van min acht naar plus dertig plus, net als het verschil in kleur laat ook de temperatuur zich nergens ooit negeren.

Ik heb veel herinneringen mee teruggenomen. Van mijn vader en moeder die ons overladen hebben met grapjes, verhalen, emotie, kunst en eten. Van vrienden die ik wel of onverhoopt toch niet heb mogen ontmoeten, en nu al weer graag zou terug zien. Van alle soorten hollandse gezelligheid die Ariel nu – soms onder lichte dwang – ook heeft leren kennen. En het beviel hem goed: hij was al fan van stroopwafels, en nu ook van Van Gogh, van de kou, van fietsen, van Kudelstaart, van de H&M, van de Senseo, en zelfs van de NS (maar of ie het nou bijvoorbeeld ook van Balkenende zal worden?). Ik heb hem uitgenodigd een post te schrijven want hij kan het zelf natuurlijk veel beter vertellen dan ik. Wordt vervolgd.

Londen, tot slot, was prachtig. Daar konden we dankzij de ijzige kou verder experimenteren met multigelaagde kleding, foto’s maken ondanks gevoelloze vingers, het consumeren van enorme koppen koffie en fish ‘n chips om op te warmen. Verder hebben we gecheckt waar Freddie (Mercury) woonde, een nieuw dieptepunt leren kennen betreft hotels, en allerlei gave dingen gezien in musea en op markten. Ook constateerden we dat de stad misschien wel multicultureler is dan Amsterdam; we hebben niet één londenaar gesproken en veel import-Londenaren afkomstig uit de rest van de wereld, inclusief Argentinië.

Ik wil jullie tot slot één ding niet onthouden: de lichtelijk overdreven metafoor waarmee de makers van The Simpsons ooit zijn gekomen, die het exquisiete gevoel omschrijft dat we aan deze vakantie over hebben gehouden: als een kers die ronddrijft in een hoed vol parfum.

Short stories from Asia – Mountain remedy

“Is this cat yours?” I asked the little boy, looking at his backpack where a grey cat with soft yellow eyes was sitting inside and just peeking at us between the two separated parts of the zipper. The boy must have been between eight and ten years old. He seemed tinier than most Nepalese kids I had seen before. Although there were neither houses nor schools nearby, he was a kid ‘from the neighbourhood’, on his way back from school.

He looked at me pondering the question and then nodded insecurely. He took off his backpack, but he was not gonna show us the cat, instead, he carefully closed the zipper a little bit more. Then he told us why he was carrying his pet about eight kilometers through the mountains together with his stationary and books.

Us was in this case just Gyan; James and I listened to his translation later on, meanwhile we watched how the boy quickly continued his journey in the same direction as we. He came back into sight once more at one kilometer or so ahead while he crossed the long chain bridge over the river full of rounded stones in all sizes, mostly uncovered due to the poor water supply at this time of the year. Nevertheless the small stream was crystal clear, reflecting everything around us in at least a thousand different ways and transmitting the radiant sunlight even into the coldest shadows that the nearest mountains provided that day.

“This cat I have to carry with me, wherever I go. My grandmother and mother make me swear every day on the Buddha not to let it escape. If I loose it, that is is very risky for me. If I become ill on the way I will need it, as it is my only rescue.” “What would happen if you became ill?” “I will fall asleep and if they don’t do anything I will die. Only by drinking the fresh blood of a cat I can survive. My grandmother is a medicine woman, she told me when I was little.”

The boy did not look at us while he was speaking, neither when he had finished. He kept on checking whether the cat was fully inside the backpack. Then he greeted only Gyan and continued his way. By the time Gyan has finished speaking, we silently watched how the boy has reached the other side of the river and followed the trail between bushy trees and rhododendrons. That’s how he disappeared from our sight definitively. It has been a few years now, and I still wonder whether he’s alive and, if so, if that would be thanks to a lifesaver cat.

I have been recommended various times to try writing short stories. I had never really done that before, but decided to give it a try and publish some of them in this blog series Short stories from Asia. Hope you’ll enjoy!