Piece # 27 – De school is weer begonnen!

Mijn eerste lessen van het nieuwe jaar zouden me weer moeten enthousiasmeren voor de resterende 1,5 jaar Internationale migratiepolitiek. Ook al gaf onze vaste docent twee voorbeelden van ex-studenten die nu interessant scriptieonderzoek doen in Tibet en Oeganda, het is nog niet helemaal gelukt.

Het lijkt erop dat ik meer naar de faculteit ga om een beetje bij te komen van de werkdag, eventjes het webontwikkeljargon van me af te schudden, mijn altijd blije studiegenoten te zien en over hun vakanties te horen, en te wachten tot de stad rustig en afgekoeld is zodat ik relaxt en wel naar huis kan fietsen.

Ondertussen zit er een docent voor ons, die ons ongemerkt één voor één opneemt terwijl hij de zes verschillende definities bespreekt die er in de geschiedenis ontstaan zijn van het begrip Mensenrechten. “Ah, zij moet de Holandesa zijn, of was die flaco nou Hollands en zij Belgisch? Nou ja… Zij daar is vast en zeker de Costariqueñse, dat accent ken ik wel. En die als advocaat afgestudeerde gozer hier die me steeds onderbreekt, hoe krijg ik die stil? En die Chileen daar in het hoekje, ben benieuwd of we daar nog iets van gaan horen.

De docent blijkt een indrukwekkende loopbaan te hebben en is momenteel o.a. rechter aan het Interamerikaanse Hooggerechtshof voor de Mensenrechten in San José, Costa Rica. Hij is er alleen vandaag, want heeft natuurlijk nog wel meer te doen. De materie die hij nu bespreekt (definities, wanneer werd voor het eerst de Universele declaratie van de mensenrechten opgesteld en waarom?) is een introductie; de komende weken zullen UBA-docenten de rest van de lessen gaan geven. uit zijn manier van spreken blijkt dat de man veel kennis heeft, en precies weet wat er in de hele wereld gaande is op het gebied van mensenrechtenschendingen.

Maar waarom vertelt hij ons niet over ‘sappige’ rechtszaken als resultaat van de bloederige oorlogen in Afrika, gedwongen verhuizingen die de overheden van China en India aan hun volk opdringen om weer een stuwdam te kunnen bouwen, enzovoort? Zodat bij ons de passie losbarst en we in één klap allemaal mensenrechtenstrijder willen worden? Dat we ons aansluiten bij het Rode Kruis, solliciteren bij UNHCR (de vluchtenlingenorganisatie van de VN), op de barricades springen? Maar het verhaal blijft algemeen. Hij noemt slechts de “actuele situatie in Venezuela” en “wat er gebeurt in een land als Colombia” zonder verdere toelichting (over wat er zoal allemaal gebeurt in Colombia kun je een week lang seminars geven). Ik onderdruk mijn vraag, want vrees dat er dan een lang verhaal afgestoken gaat worden, waar het antwoord nauwelijks in voor komt. Dat is een vaste eigenschap van docenten hier.

De docent houdt vroeg op. Hij wil met ons koffie drinken. Hij wil misschien toch graag zijn verhalen kwijt, hij voelt aan dat wij zullen luisteren, zullen waarderen, geïmponeerd zullen raken. Maar het is half tien ‘s avonds, ik moet morgen weer vroeg op. Waarom kan dit niet binnen het kader van het college? Het huidige kader is wel erg nauw.

Piece # 16 – De facu

Studeren in Amerika (je kunt hier absoluut niét de VS aanduiden met Amerika, Amerika is Noord én Zuid), zo heb ik gemerkt, kan op twee manieren. De eerste is bij een private instelling, waar je naar men zegt goed onderwijs krijgt maar ook redelijk in de buidel moet tasten. Een openbaar instituut is tot aan de masterfase doorgaans gratis maar de voorzieningen en kwaliteit van het onderwijs houden te wensen over. De Universidad de Buenos Aires (UBA) waar ik studeer behoort, zoals je misschien al had geraden, tot deze categorie. Haar internationale reputatie op onderwijsgebied is nog steeds sterk, maar brokkelt af. Wanneer je bijvoorbeeld de Psychologiefaculteit binnenloopt snap je meteen waarom.

Nog voor je de drempel over bent heb je al 3 flyers in de hand van studentenpartijen die zo verkiezingsstemmen proberen te winnen. De centrale hal blijkt, zodra je binnen bent, geen politieke arena meer maar een anarchistisch hol, van onder tot boven bedekt met spandoeken die je vertellen wat er allemaal mis is met de UBA, en wat er NU, NU, NU!!!! moet veranderen. Altijd zijn er wel studenten bezig nóg meer spandoeken te beschilderen. Er is nog net ruimte voor een stuk of 10 tafels met plastic tuinstoelen, waar je met je ‘kameraden’ machtsgrepen kunt plannen of op je gemak de theoriën van Jung nog eens kunt doornemen vlak voor het examen. Verder onderscheiden we een door studenten gerunde koffiehoek met de grootste croissanten van het universum en andere heerlijkheden, veel kopieërwinkeltjes en een boekwinkeltje. Via een smal halletje kom je bij een klein liftje met altijd een bewaker ernaast. Het liftje brengt je naar de tweede verdieping waar een oase van rust en tl-licht wacht, er hangt zelfs iets van foto-art aan de muren. Wij masterstudenten zijn een soort elite-clubje binnen de faculteit; in tegenstelling tot de bachelorstudenten beneden worden onze lessen niet verstoord door studentencommissies die hun politieke boodschappen presenteren, gebrek aan airco, gebrek aan technische hulpmiddelen zoals beamers, ernstige overbezetting van de lokalen zodat men op de grond moet zitten, etcetera (laat de anarchisten beneden het niet horen!). Ondanks dat dit bij ons wel geregeld is, komt het geheel toch een beetje armoedig over. Dat komt voornamelijk door de docenten.

Hoewel er een paar hele aardige bij zitten, en ook een paar die hun sporen reeds verdiend hebben in Latijns-Amerika door boeken te schrijven en directeur te zijn van allerlei nationale afdelingen en instituten die met migratie te maken hebben, zien we dit niet weerspiegeld in leuke, spannende of interessante colleges. Lesgeven staat gelijk aan met behulp van een powerpoint de literatuur samenvatten die wij voor het betreffende college gelezen moesten hebben. En ja, waarom iets lezen als je de samenvatting daarna in woord en beeld (o nee, geen beeld) uitgereikt krijgt? Zo af en toe is het tijd voor wat meer dynamiek en moeten we in groepjes van vier een een tekst bediscussiëren en vervolgens de bevindingen met de klas delen. Docenten zien er het probleem er niet van in dat ergens halverwege hun carriére de moderne ontwikkelingen hun manier van lesgeven hebben ingehaald. Om er even wat hedendaagse termen tegenaan te gooien: de communicatie is overwegend one-to-many en vooralsnog wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van de onderlinge verschillen onder de studenten (verschillende nationaliteiten, met titels variërend van psychologie tot sociologie tot internationale studies) wat de groepsdynamiek zou intensiveren en bovendien interessante peer-to-peer interactie zou kunnen opleveren. Deze uit de marketingwereld afkomstige termen zijn ook in Zuid-Amerika echt niet nieuw meer, maar zowel het onderwijs als de docenten zijn hier minder flexibel en innovatiegericht, om het zo maar te zeggen.

De innovatie zal van de studenten zelf moeten komen, en dat vordert wel: zowel de studenten in het tweede jaar als onze groep eerstejaars hebben een eigen online platformpje opgericht voor het delen van literatuur, publicaties, migratienieuws, meningen en tips, die we mogelijk gaan samenvoegen tot een groot power-migratie-netwerk.

Ook heb ik persoonlijk vorderingen geboekt wanneer we het hebben over innovatie: ik heb voorlopig een baan als projectmanager bij AtoBiz, waar ik leiding ga geven aan jonge programmeurs en designers die websites maken voor Nederlandse bedrijven en instituten. Hiephiep!

facuprotest

facu2

Piece # 8 – Studeren

Tijd voor een studie-update. Want ja, naast mijn dagelijkse bezigheden zoals koken, schoonmaken, kasten groen verven, de plantjes water geven, documenten aanvragen, uitgaan, uitgaan, uitgaan en werk zoeken, is de studie er ook nog. En het is waar, “ons” thema is zeker niet onbelangrijk, want zoals ik inmiddels heb vernomen zijn er op de hele wereld tenminste 175 miljoen migranten en volgens de statistieken (waarvan ik er al meer voor mijn kop heb gekregen dan in de afgelopen 24 jaar) is dit aantal sterk stijgende. In de eerste plaats omdat het wereldwijde migratiepatroon ‘van zuid naar noord’ zal blijven aanhouden zolang de verschillen tussen ontwikkelingslanden en het Westen niet kleiner worden. Prognoses wijzen echter het tegendeel uit. In de tweede plaats maakt de globalisering en de assimilatie van internationale communicatie, geldstromen en transport het er voor potentiële migranten steeds gemakkelijker op hun heil in een ander land te zoeken. In de derde plaats is het zo dat in ontwikkelingslanden registratie van de bevolking niet hun sterkste kant is. Met name de illegale immigranten weten ze niet in kaart te brengen, en vandaar dat de officiële cijfers van bijvoorbeeld de Verenigde Naties, als een soort ondergrens gelden en de echte aantallen veel hoger liggen. De VN noteert wereldwijd zo’n 32,9 miljoen ‘people of concern’ waaronder vluchtelingen, asielzoekers (mensen in afwachting van hun vluchtelingenstatus), slachtoffers van trafficking/smokkel, en mensen die ‘verplaatst’ zijn vanwege natuurrampen of ‘ontwikkelingsprojecten’ zoals stuwdammen en de Olympische Spelen.

Ik heb zojuist mijn eerste individuele schrijfopdracht ingeleverd bij de docent. Het betreft een workshop ‘interculturele communicatie’ waarbij we het hebben gehad over wat er zoal aan het licht komt wanneer mensen afkomstig uit verschillende landen met elkaar communiceren. Stereotypen, vooroordelen, culturele normen en discriminatie zijn de meest belangrijke thema’s. Het stuk wat ik geschreven heb gaat over dat de universiteit voor hetzelfde studieprogramma aan buitenlanders een hoger bedrag (bijna twee keer zoveel) in rekening brengt dan aan de argentijnen. Institutionele discriminatie wordt het genoemd, en het lelijke daarvan is niet zozeer dat studenten zoals ik, ondanks dat ze de toelage betaald hebben, zich gediscrimineerd voelen, maar dat het land ondertussen bezig is vol te stromen met bolivianen, peruanen en paraguayanen die met geen mogelijkheid de normale toelage kunnen betalen, laat staan die voor buitenlanders.

Tenslotte wil ik vermelden dat ik misschien nog wel meer dan over migratie, intussen heel veel heb opgestoken over het educatiesysteem (voor 99% bagger) hier in Argentinië en natuurlijk de spaanse taal (100% vorderingen). Die puntjes zal ik binnenkort wat uitvoeriger behandelen, waarschijnlijk komende week nadat ik mijn eerste setje tentamens achter de rug heb. Wish me luck!