Piece # 91 – Kerstsfeer: geen

fragrance of New Year

dreams hanging like crystal drops

behind the green needles

Deze haiku trof ik gisteren op Twitter (via @ashalynd) aan. Het einde van het jaar, en de feestdagen in het bijzonder brengen vaak allerlei gevoelens met zich mee. Je weet wel, gevoelens van saamhorigheid, liefde, vrede-op-aarde, nieuwe hoop en nieuwe dromen voor het komende jaar. Ik vermoed dat het toch vooral de groene naalden, lichtjes en eventuele sneeuw zijn die deze gevoelens versterken.

Want hier bij 30 graden in de schaduw, zijn ze nagenoeg afwezig.

Ook afwezig zijn de palmbomen, witte stranden en heldere zee, dus voor de typische antikerst-ervaring moet je ook niet in Buenos Aires of omstreken zijn.

Wat zijn dan de kenmerken van een typische kerst in Buenos Aires?

1. Kerst is Kerstavond. Vergeet de Eerste en Tweede kerstdag. De 24e is waarop kerst gevierd wordt, enkel in de avonduren. Met om twaalf uur de toost met bubbels. Dat lijkt op oudejaarsavond? Inderdaad, nogal.

2. Na het kerstdiner komen er walnoten, chocoladerozijnen, nogat, suikerpinda’s en geconfijte amandelen op tafel. Een andere culinaire klapper is pan dulce, oftewel krentenbrood. Het is luchtiger dan hollands kerstbrood, volgens mij is het een variant op de italiaanse panettone. Of pan dulce bedoeld is als ontbijt, tussendoortje of voor bij de champagne, geen idee. Misschien is het de hollandse gewoonte, maar ik kies voor bij het ontbijt.

3. Kerstsfeer: geen. Als je je ogen goed openhoudt, zie je soms een kerstmansticker op een enkele winkelruit. Of ergens een kitcherig minikerstboompje, weggestopt in een hoek. Maar geen kerstliedjes, geen gezellige lampjes in het donker, geen eindejaarslijstjes, geen kerstkaarten,  geen top 2000 allertijden, geen glühwein.

4. Kerstcadeautjes. De meeste Argentijnen kopen een cadeau voor hun geliefde en familie.

5. Dronken bestuurders. Net als oudejaarsnacht, is kerstnacht een nacht waarop heel Buenos Aires in beschonken toestand over straat gaat. Ook met de auto. Dit is omdat eerst dineren bij familie en daarna feesten met vrienden het typische programma voor de kerstnacht is.  Wij hebben ons er (nog nuchter) een keer tussen begeven en dat was enerzijds heel komisch om te zien, de ongelofelijke drukte waardoor hard rijden al niet mogelijk is, en anderzijds zit je niet rustig vanwege de stommiteiten die je door de voorruit ziet. Deze avond levert elk jaar weer nieuwe records op bij de alcoholcontroles en aanhoudingen als gevolg.

Piece # 90 – De familiesticker

Ariel en ik hebben een gezamenlijke ergernis (nu we getrouwd zijn wil ik er extra voor waken dat ik in wij-termen ga denken, en ik wil al helemaal niemand lastig vallen met onze gezamelijke ergenissen dan wel voorliefdes, maar voor dit specifieke geval doe ik het tóch even).

We zijn sinds een paar maanden zowel lichtelijk geobsedeerd als geërgerd door de familiesticker. En meer specifiek door de vele autobezitters die deze stijlloze sticker op hun auto plakken.

Mannetje-vrouwtje-dochter-zoon-hondje-hondje en alle mogelijke varianten hierop (hoewel, het wachten is nog op de mannetje-mannetje of vrouwtje-vrouwtje versie). De sticker is de opvolger van “Bebe a Bordo”, een sticker die zo’n 25 jaar geleden in Nederland hip was met als tekst ‘Baby aan boord’.

We verbazen ons er niet alleen over dat men het er blijkbaar voor over heeft om een nieuwe auto zo toe te takelen, maar nog veel meer over het kuddegedrag van deze mensen.

Foto: Uno Santa fé


Ik weet niet in hoeverre de stickers ook in andere landen zo populair zijn, maar het geeft wel aan dat deze mensen graag uitdragen dat ze trots zijn op hun (kersverse) gezin. My second guess was dat men mogelijk ook respect wil afdwingen bij medeweggebruikers. Zo van “Kijk mij, ik heb een gezin en gedraag me dus als een verantwoordelijk man op de weg – nu jij nog.” Ariel gelooft niet dat dit klopt, want hij ziet nog dagelijks automobilisten mét sticker de gevaarlijkste toeren uithalen.

Via de media hebben enkele psychologen inmiddels hun licht laten schijnen op dit fenomeen. Volgens hen plakken de ouders met deze sticker letterlijk het imago van “het gelukkige gezin” op de auto. Tegenwoordig ligt er in onze maatschappij een grote nadruk op status, imago en “kijken en bekeken worden”. Deze sticker zou dus een lichte vorm van exhibitionisme zijn: hiermee hoopt men door de buitenwereld als een gelukkig gezin te worden gezien. Of beter nog: als de bezitter van een nieuwe auto mét een gelukkig gezin.

Piece # 89 – ¡Marido y mujer!

Hieronder een korte samenvatting in foto’s van onze dag en het feest.

Van het – onvergetelijke – feestje ‘s avonds heb ik nog geen foto’s binnen. Naar verwachting zullen ze alles behalve representabel zijn: veel karaoke, daiquiri’s, afropruiken en brillen, infantiel gedans en gespring, een zooitje dus. Uit respect voor de vaste karaokezangers en zangeressen zullen we een zeer strenge selectie maken. Houd Facebook eventueel in de gaten.

Minifotosessie ‘s ochtends vroeg, uiteraard met Mandarina. We waren behoorlijk zenuwachtig.

Voordat we de trouwzaal in mochten nog even aan mijn vader de wijk laten zien. Heel veel zenuwen nu.

Met moeders en schoonmoeders. Vriendin Alba had een boeketje voor me gemaakt. Ook kreeg ik iets blauws opgespeld en iets geleends in mijn tas (oud waren mijn laarzen en nieuw mijn jurkje). Feliz.

Man en vrouw!

Bloemblaadjes, rijst en…krantensnippers.

Aqualactica

Vrienden en feest. In tweedimensionaal gezelschap van Bill Gates, Oprah Winfrey, Federico Klemm, Jorge Luis Borges en anderen.

Jak en Ari

11-11-2011

Piece # 88 – Het huwelijksbootje

Nog een paar nachtjes slapen, dan is het zover. Dan komt het huwelijksbootje langsvaren.

Vrijdag gaan we Si acepto zeggen voor de burgerlijke stand.

Bij het eerste bezoek aan de burgelijke administratie van stadsdeel Flores viel het al meteen op dat de statige ambiance waarop ik had gehoopt (een mooie hal, een knusse wachtruimte, een eventuele rode loper) geheel ontbreekt. In plaats daarvan wacht ons een gebouw met muren vol vlekken en strepen en cementen trappen die een chaotische aanblik heeft. Dit doordat er overal mensen op zoek zijn naar de juiste afdeling (slecht aangeduid), veel van hen met pasgeboren baby’s want hier worden ook de geboorteaktes uitgegeven. Dat zijn er volgens mij een heleboel meer in aantal dan de trouwboekjes.

De zenuwen beginnen ook op te spelen. Beetje gek, ik dacht eigenlijk wel op mijn Hollandse nuchterheid te kunnen rekenen, maar die is verrassend snel in rook opgegaan. De zenuwen worden ook aangewakkerd omdat je ineens geconfronteerd wordt met allerlei vragen en dingen waar je nog nooit van je leven over hebt nagedacht: Wil je dat we rijst gooien, of rozenblaadjes of bellen blazen?. En met keuzes waar je (ik dan) überhaupt niet over na kán denken. Hoezo trouwen in het wit? Voor de kerk? En tenslotte is er de confrontatie met zaken waar je veel beter op een ander moment over na had kunnen denken: Wat als ik er spijt van krijg? Wat als, wat als.

Qua feestgebeuren was het idee om het enigzins klein te houden. Voor Argentijnse en Nederlandse begrippen. Maar ik voel me genoodzaakt dit gegeven te herzien: de feestteller is opgelopen tot tweeënhalve dag. De trouwceremonie schijnt 15 minuten te duren, daarna komt men mee naar huis voor taart . De volgende dag een “onvergetelijke” lunch voor onze beste vrienden en familie, en in de avond een huiskamer-karaokefeest met alles (ja alles! wat dan? nou gewoon álles) erop en eraan tot in de late uurtjes.

Maar, natuurlijk heb ik er heel erg veel zin “an”.

Piece # 87 – Sapo Pepe

Vrijdagavond, kwart voor negen. Ik stapte de metro in samen met een behoorlijk aantal andere reizigers. Er stond een kleine man die gekopiëerde muziekdvd’s verkocht die hij onderwijl afspeelde op een draagbare DVD-speler. Kindermuziek met een hoog irritatiegehalte, maar ja, zo’n man moet toch ook rondkomen.

Sapo Pepe is veruit de populairste vorm van kinderentertainment op dit moment, categorie een- tot zesjarigen. Het is – zeg maar – de Teletubbies, K3 en Jip en Janneke ineen. Sapo Pepe is een zingende en dansende kikker.

Toen het Sapo Pepe-nummer uit de DVD-speler van de verkoper klonk, en ik ondertussen wat rondkeek, viel het me op dat veel mensen in ons voertuig de melodie zachtjes meeneurieden.

Piece # 86 – Wanted: Dr. House

We zijn zojuist voor de derde keer met Mandarina bij dierenarts Monica langsgeweest. Ze heeft wat vage klachten en plast bloed, maar zowel betreft de oorzaak als de remedie tasten we in het duister. Manda begint aan deze bezoekjes gewend te raken, lijkt het. Of althans: ze plast ons onderweg niet meer onder.

Monica is een schat van een mens, maar ze is ook vreselijk verstrooid. En dat maakt deze bezoekjes nou juist heel huiselijk.

We brengen elke keer minstens een uur door in haar praktijk. Alle hulpmiddelen en medicijnen lijken altijd net op de verkeerde plek te staan, op te zijn of onvindbaar. Ondertussen wisselen we allerlei anekdotes uit. Omdat alles toch op z’n dooie akkertje gaat, maken we van de nood een deugd en wegen we onszelf op haar weegschaal, Ariel krijgt het nummer van de injectiespuiten- en latexhandschoentjesleverancier voor zijn laboratorium en we verschuiven op Monica’s verzoek meubilair. Wanneer één van haar medewerkers binnenkomt roept ze hem toe: “Even geduld hebben – ik ben hier met Mandarina”.

Mandarina is eersteklas patiënte maar er mist nog altijd een diagnose. Onze gezamenlijke conclusie luidt dat dit een Dr. House-gevalletje is.

Toch maar een second opinion.

Nieuw blog over Argentinië

Wat zijn ze schaars de laatste tijd hè, de wereldstukjes vanuit het Argentijnse?

Het heeft ermee te maken dat ik ook regelmatig blogs schrijf voor reisorganisatie Pure Latin America. Zij verzorgen oa. maatwerkreizen naar Argentinië.  De blogs gaan over onderwerpen waar je misschien wel meer over wilt weten als je Argentinië bezocht hebt of gaat bezoeken: Buenos Aires, eten en drinken, natuur en avontuur, sport, politiek. En gaucho’s.

Naar Pure Latin America

Piece # 85 – Sardientjes

Ik prees mezelf altijd gelukkig dat ik niet in Tokio (of Londen) woonde, en niet dat afschuwwekkende reizen als sardientjes in overvolle metro’s hoefde te ondergaan. Met mannetjes die “helpen” de mensen naar binnen te stouwen.

Vandaag was zo een dag waarop ik had gewild dat die mannetjes hier bestonden.

Zo rond half negen ‘s ochtends zijn de metrotaferelen in Buenos Aires identiek aan die van Tokio. Met als verschil dat we hier de in- en uitstroom van reizigers zelfstandig moeten zien te managen. Zoals alles in Argentinië, gaat dat met wisselend succes. Mensen wenden al hun krachten aan om zich naar binnen te proppen. De laatsten die zichzelf door de dichtschuivende schuifdeurtjes weten te persen, persen daarbij de lucht uit de longen van de personen die al in het voertuig staan.

Je moet je armen voor je borst houden, leerde ik tijdens mijn metroritjes, om jezelf tegen acute ademnood te beschermen.

Gek genoeg zijn die proppende mensen altijd onaanspreekbaar, ze doen net alsof ze geen mens zijn (maar wat dan wel? Ork?). Iedereen blijft deze orks vol minachting en afschuw aankijken wanneer ze eenmaal binnen zijn (en we net allemaal weer een halve long vol hebben kunnen ademen).

Bij de volgende halte zijn het gek genoeg diezelfde orks die met de grootste minachting hun beklag doen over de volgende lichting personen die zich naar binnen tracht te werken. Hoe meer personen binnen, hoe groter de kans dat de deurtjes niet meer sluiten. De metro rijdt dan evengoed weg.

Dan staan de orks dus in de open deur geparkeerd, hun evenwicht te bewaren terwijl de uit zijn voegen barstende metro zijn volle snelheid bereikt. Net goed, denk je dan, maar tegelijkertijd hoop je van harte dat het ook deze keer weer goed zal aflopen.

Piece # 84 – Pacoboefjes, motochorros en ander gespuis

Vanuit Nederland wordt me vaak gevraagd hoe onveilig Buenos Aires nou eigenlijk is. Zuid-Amerikaanse steden hebben natuurlijk een reputatie.

Het antwoord hangt af van wie je het vraagt.

Berovingen

Om te beginnen, toeristen maken een behoorlijke kans om beroofd te worden. Maar ook locals worden beroofd, het overkomt de meesten van ons. De jongere generatie (wij dus) is er over het algemeen vrij relaxt onder. C’est la vie. De oudere generatie gelooft dat het met de dag erger wordt. Deze oudjes voelen zich erg kwetsbaar, en ze hebben gelijk: ze zijn een makkelijk doelwit. Aan het begin van iedere maand gaan ze allemaal hun AOW contant opnemen bij de bank. Dan staan er dagenlang flinke rijen wachtende oudjes voor de bankgebouwen. Just pick your target. Dan zijn er nog locals, vaak vrouw, minderjarig, immigrant en horende tot de laagste sociale klasse, die dankzij deze omstandigheden meer gevaar lopen om in de prostitutie, drugshandel, slavernij of mensenhandel te belanden. Deze mensonterende praktijken zijn in Argentinië – helaas – aan de orde van de dag, maar bevinden zich volledig in de illegaliteit en zijn dus minder zichtbaar. Heel erg naar en verontrustend.

Maar voor de meeste porteños en toeristen gaat onveiligheid dus over berovingen. Er zijn allerlei trends op dat gebied. Vooral de televisiezenders maken er een sport van deze te signaleren en uitgebreid te rapporteren, vergezeld van dramatisch aanzwellende muziek alsof het een politieserie betreft. Heel journalistiek verantwoord. Ik noem er een paar.

Trends

De motochorros (lunfardo voor motordieven) vormen de grootste trend: twee dieven (chorros), samen op een motor, stoppen naast het slachtoffer dat nietsvermoedend op straat loopt, één van de twee berooft het slachtoffer, springt met de buit weer op de motor en ze gaan ervandoor.

Andere trends die zijn gesignaleerd: van geparkeerde auto’s de waardevolle onderdelen verwijderen, zoals de wielen of de bumper. Veel balkons zijn afgeschermd met antirobo spijlen of hekwerk (waardoor het lijkt alsof je in een vogelkooi woont, heel prettig). Dieven komen daarom vaak gewoon via de ingang het flatgebouw binnen, onder valse voorwendselen. Verkleed als ongediertebestrijders bijvoorbeeld. Eenmaal binnen proberen ze in te breken bij één of meer appartementen. In mijn gebouw is de afgelopen drie jaar één poging gedaan, maar het enige waar dieven in geslaagd zijn is de in brons gegoten plaat met deurbellen te stelen. Wat op zich ook weer een trend is.

Ondanks de toename in het aantal criminele overvallen, is er voor ons toch een geruststelling, namelijk het profiel van de dieven.

Boefjes

De meeste overvallen worden gepleegd door boefjes uit de sloppenwijken van nog geen 20 jaar. Verslaafd aan paco of alcohol, is stelen een dagelijkse noodzaak voor ze. Paco is een mix van cocaïne productieafval met andere chemicaliën die bij dagelijks gebruik hersenschade kan veroorzaken. De televisiekanalen schotelen ons maar al te graag straatrapportages voor waarin ze deze jonge verslaafden aan het woord laten. Dan begrijp je direct dat die hersenschade geen mythe is.

Ze beroven daarom op de meest simpele manier, die nog werkt ook: ze vragen het slachtoffer om geld en melden daarbij dat ze een wapen onder hun sweater hebben. Het slachtoffer riskeert zijn leven niet voor een paar tientjes en geeft het geld af. Of er echt een wapen is? Het boefje is al weg voor we het weten. Ik heb laatst gehoord over een overvaller die zich zo schuldig voelde jegens zijn slachtoffer dat hij zijn excuses aanbood tijdens de beroving. Hij moet toch ook eten, weet je?

Dit roept grote verbijstering op bij onze vrienden en kennissen die zijn opgegroeid in Bogotá, Colombia. Colombiaanse overvallers gebruiken geweld, zijn gewapend en opereren nooit alleen. De inwoners hebben dus ietsje meer te vrezen dan wij.

En de politie, kunnen we daar op rekenen? Niet helemaal. Een vriendin werd vorig jaar op het politiebureau, toen ze aangifte kwam doen van diefstal in haar winkel, letterlijk uitgelachen door de dienstdoende officiers. Er zijn nieuwe politiediensten bijgekomen waardoor er aanzienlijk meer blauw (en beige, en fluoriserend gele hesjes) op straat is.  Maar als je het mij vraagt, is bij criminaliteit de televisie nog altijd je beste vriend.

Piece # 83 – Adiós Palermo

Ik heb het niet alleen over stervoetballer en Boca-held Martin Palermo, die zojuist zijn carrière als profvoetballer heeft beëindigd.

Na twee jaar is er ook een einde gekomen aan mijn dagelijkse belevenissen in de hip-chique doch gemoedelijke stadswijk Palermo.  Tegenwoordig fiets ik elke dag in exact de tegenovergestelde richting naar mijn werk. Letterlijk en figuurlijk in tegenovergestelde richting: het huidige kantoor is in de edgy volkswijk Monserrat.

Deze twee wijken zijn als Justin Bieber en Liam Gallagher: ik kan er niet over uit hoe verschillend ze zijn. En toch typeren ze beide, op hun eigen manier Buenos Aires.

Ergens weerspiegelen ze ook het BA van vroeger (Monserrat) en dat van nu (Palermo). In Palermo zijn alle sierlijke gevels uit de vorige eeuw pasgeschilderd (of replica’s). In een felle kleur, of ze zijn geheel onder handen genoemen door een lokale kunstenaar. Er wordt ook veel nieuw gebouwd: moderne flats met een glazen benedenverdieping die doorkijk geeft op het zen-patio met keitjes en decoratieve bamboestokken.

Vervallen panden die ooit prachtig waren domineren in Monserrat. Vergleden grandeur in alle vaaltinten grijs. De hoge ramen en sierlijke ornamenten, art deco misschien, verbloemen niet dat de boel op instorten staat. Maar de straten zijn één en al leven: al vroeg openen kleine winkeltjes hun deuren. Ijzerwaren onder een laag stof, verschoten briefjes her en der op de ruiten geplakt, minicroissantjes op de toonbank, krijtborden met de daghap buiten op de stoep, de antiquair zet 3 goedkope stoeltjes buiten, kopiëerapparaten worden aangezet,  laden en lossen, hondenpoep, een boekwinkel met alleen Marxistische boeken.

Mazacote, de oudbollige pizzeria met formica tafeltjes en bediening van boven de 70 (maar onverbeterlijke pizza) opent rond het middaguur haar deuren voor de hongerige kantoorwerkers. En tenslotte is er een Bar Magico, een statig pand met klassieke hoge ramen en rode velours gordijnen, die zeker magie beloven, en altijd dicht zijn. Een establissement dat vragen naar verborgen geschiedenissen oproept; over Monserrat, magiërs en hun merkwaardig barbezoek.