Piece # 92 – België als mijn nieuwe land

Ook al is de jaarwisseling voor mij nooit een groot moment, toch ben ik nu blij dat 2012 begonnen is. Hier in BA, zonder feesten en zonder excessen met drank of vuurwerk, heb ik het oude jaar van me afgeschud.

Geen goede voornemens, of de vraag wat ik het komend jaar allemaal anders ga doen.

Wel de vraag hoe ik alles ga doen wat zich in 2011 uitkristalliseerde.

Dit jaar werd het me kraakhelder dat Argentinië niet cien por cien mijn land is. Mijn hart gaat natuurlijk wel heel erg naar Argentinië uit en dat zal zo blijven. Mijn hart is Argentinië ook eeuwig dankbaar voor het tevoorschijn doen komen van Ariel (hoewel, als dat ergens anders was geweest, zou ik dan nu daar gezeten hebben?).

België als mijn nieuwe land. Het land van de pintjes en de frietkotten dat alles, behalve Nederland is. En toch ook weer niet. Je begrijpt het volgens mij wel, als je Nederlander bent.

Vandaag de dag kun je als multicultikoppel niet “zomaar” naar Europa vertrekken. Maar een plan is een plan. Zo kwam het huwelijk ineens in zicht. Op een zonnige dag, omringd door heel veel euforische familie en vrienden, gaven wij elkaar het ja-woord. Ja, het was misschien wel de mooiste dag van het jaar.

Het één en ander zal nog uitgekristalliseerd moeten gaan worden. Waar ga ik werken? Zullen we onze fantastische vrienden en familieleden van hier niet vreselijk missen? Lopen we geen kans om slachtoffer te worden van de eurocrisis? (Of eerder van de H&M en IKEA?)

Maar we voelen ons allerminst slachtoffer. We vinden juist dat we veel geluk hebben. Het geluk om te kunnen kiezen waar we wonen, werken en leven. Het geluk niet gebonden te zijn aan een klemmende familieband, een fracaserende economie, of angst voor het onbekende.

2012 wordt – hoe dan ook – een jaar van creativiteit en vernieuwing. Ik wens iedereen hetzelfde toe!

Mee in de koffer: Regtest van Luca Prodan (uit 1981). Een muzikale revolutie in Argentinië die nog steeds elke dag op de radio te horen is.

Piece # 81 – De meest gelezen posts

Volgens de statistieken bestaat dit blog alweer 4 jaar. Wat gaat de tijd snel en wat kan een mens – zonder daar bewust op aan te sturen – een hoop teksten bij elkaar schrijven!
Het leek me dus even leuk om de meest gelezen posts eens met jullie te delen. Hieronder de verrassende top 5 van mijn Argentinië posts.

1. Piece # 28 – Badkamerfenomeen: het bidet
Je zou haast denken dat ik een Adwords campagne ben begonnen die is gericht op zoekresultaten waar “bidet” in voorkomt, zo goed weet men de weg te vinden naar deze post.

2. Piece # 56 – De typisch Argentijnse vrouw
Tja, gedachten aan de Argentijnse vrouw houden toch een hoop mannen uit hun slaap. Ik hoop dat deze post enige uitkomst biedt…

3. Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…
El Barrio Chino. Ik zou er best willen wonen!

4. Piece # 45 – Buitengewone beroepen
Interessante (of nou ja…) beroepen die lang niet overal ter wereld bestaan. Lees ook deel II en III. Ik sluit niet uit dat er nog een vierde deel bijkomt.

5. Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog
BA is world capital voor psychotherapie, en ik ben ervaringsdeskundige!

 

Ook de eerder geschreven reisblogs scoren nog steeds hoog. Daarom ook hiervan een lijstje.

Niet helemaal representatief, want de India blogs hebben hun hoogtijdagen (ahum) op mijn waarbenjij.nu blog beleefd en vallen hier dus een beetje buiten de vergelijking.
Deze reisverhalen lezen heel anders dan bovengenoemde posts. Niet in de laatste plaats omdat ze zo vluchtig zijn geschreven (en haastig: krakkemikkige internetverbindingen, internetcafé-PC’s uit 1996 met een anderstalig toetsenbord).

Het is eigenlijk een aaneenschakeling van eerste indrukken. Maar, op reis loop je zoveel interessante details tegen het lijf. En toch heb ik vaak niet de moeite genomen om ze op te schrijven, daar in het internetcafé. Wie weet, ooit…

1. Bolivia: Het land van 1000 dromen

2. Nepal: Om mani padme hum

3. Ecuador: Het bos in

4. Ecuador: Ingeburgerd

5. Ecuador, Peru: Nieuws van onder de zon

Piece # 62 – Viva la Argentina

In Argentinië worden maar weinig zaken lang van te voren gepland. Dit weekend ondervonden wij dat een beetje meer planning af en toe geen kwaad zou kunnen. Dan hadden we nu bijvoorbeeld niet voor 80 amerikaanse dollar per nacht betaald voor een middelmatige hotelkamer. Dan hadden we misschien ook de weerberichten even gecheckt voordat we 325 km met de auto aflegden, en kunnen zien dat het het hele weekend zou gaan regenen.

Maar, dit (lange) weekend is te bezonder om over banale zaken als financiën of het weer in te gaan zitten. Dit weekend vieren we namelijk allemaal dat Argentinië precies 200 jaar geleden onafhankelijk werd. De overheid heeft ons namelijk niet alleen twee vrije dagen gegeven maar ons ook getrakteerd op een mega-mega-megafestijn midden in Buenos Aires.

Vijf dagen lang zijn er defilé’s, dans-, zang- en acrobatengroepen uit alle provincies, concerten van grote artiesten uit heel Zuid-Amerika (op dit moment zingt Gilberto Gil One love van Bob Marley). Alles wordt live aanschouwd door een inmense hoeveelheid publiek. Het idee is dat de hele bevolking zich feestvierder voelt en daarom zien we bijvoorbeeld mond- en voetschilders op het enorme podium, daarom ontbreken bijvoorbeeld de Armeense, Poolse en Zwitserse immigranten niet in de desfilé’s en daarom treden ook balletdansers met een lichamelijke beperking op. Vijf dagen lang lichten om de 10 seconden de videoschermen rondom het podium op met de woorden ‘celebramos juntos’ (we vieren het samen).

Op 25 mei zal ‘zelfs’ het Empire State building in New York in de kleuren van de Argentijnse vlag worden gehuld.

Ik kijk ernaar via de televisie, want we zijn dit weekend in Colón, een mooi dorp aan de rivier Rio Uruguay in de provincie Entre Rios. Hier heersen de rust, de palmbomen, het groen, de wilde vossen en kunnen we volop smikkelen van wijn, kaas en olijven uit de omgeving. De feestelijkheden in de stad, nu op afstand, doen me ineens beseffen hoe sterk traditie, historie en folklore deel uitmaken van het moderne dagelijks leven in heel Argentinië. De modernisering en de internationalisering van het land zijn onmiskenbaar, maar anderzijds: jongeren uit de stad dansen behalve reggaeton ook met veel plezier murga, zamba en tango. Gitaristen van alle leeftijden en sociale klassen nemen de akoestische gitaar ter hand om recht vanuit het hart folklore te tokkelen en te zingen. Met smaak eten de inwoners van de hoofdstad regelmatig een traditioneel plattelandsgerecht zoals locro, puchero of humita. En niet omdat het tradities zijn, verankerd in iemands herkomst of als verplicht nummer op een bepaalde feestdag. Nee, wanneer men maar wil. Omdat het, denk ik, in het bloed zit.

Er resten nog twee dagen feest in het centrum van mijn doorgaans redelijk geliefde Buenos Aires. Dat geeft ons de kans om nog één dagje Entre Rios te gaan verkennen en dan, zoals dat wél voor vertrek was gepland, terug te rijden voor de laatste feestdag. ¡Viva la Argentina!

Piece # 26 – Juan Perez

Oftewel Jan Modaal. Hoe zou Jan Modaal leven als hij in Buenos Aires was geboren? Iemand met een gemiddeld inkomen en een gemiddeld leven, zonder uitspattingen of bijzonderheden? Misschien bestaan zowel Juan Perez als Jan Modaal niet, misschien heeft iedereen hier wel iets bijzonders; groots schrijftalent bijvoorbeeld (Jorge Luis Borges), of voetbaltalent in combinatie met verslavingsgevoeligheid (Maradona) of gewoon veel ambitie (Máxima).

 

Of hij nou echt is, een mythe of enkel een handige socio-economische constructie, dankzij mijn Argentijnse vrienden, kennissen en collega’s, de voorbijgangers, de verkopers en de baliemedewerkers heb ik een eigen versie kunnen bedenken van Juan Perez. Spannend hoor, lees mee!

Juan Perez is een stukje jonger dan zijn Nederlandse versie, de hele bevolking van Argentinië is namelijk iets jonger. Hij is begin dertig en heeft twee dochters, echte dametjes al, van zes en van drie. Hij woont met zijn gezin en hun hondje in een niet zo heel ruim appartement op acht hoog. Het huis is lekker koel en ietwat donker, en zodra je de balkondeur opendoet stort het straatlawaai zich naar binnen. De tv staat veel aan, maar het is de hond die de hele dag in het middelpunt van de belangstelling staat; iedereen is méér dan dol op Bobby.

Juan werkt al sinds halverwege zijn studie fulltime bij Telefónica, en inmiddels is hij het meer dan zat om voortdurend de orders te moeten opvolgen van zijn manager, een onuitstaanbare leeftijdsgenote die meer interesse heeft in schoenen, manicures en roddelen dan in het bedrijf, maar hun hogere chefs lijken zich daar niet van bewust. Juan’s vrouw Marcela werkt als administratief medewerkster bij een overheidsinstantie en brengt verder zoveel mogelijk tijd met de kinderen door. Hij leerde haar kennen in een discotheek – waar vrijwel iedereen “op zoek” was en Fernet-cola dronk – toen ze beiden begin twintig waren en studeerden. Sinds ze samen zijn hebben ze vrijwel geen discotheek van binnen meer gezien.

Het weekend is altijd weer een verademing: even de druk van de schouders die gedurende de week is veroorzaakt door conflicten op het werk, verloren tijd in het stadsverkeer, opvoeding, rekeningen betalen en huishouden. Het gezin gaat meestal naar het vakantiehuis, gelegen op 60 km van de stad, van zijn schoonouders om daar met een groot deel van de familie te relaxen en – steevast – te barbecuen. Zijn jongere zus is opnieuw zwanger; in de familie komen er steeds meer neefjes en nichtjes bij.

Jan Modaal heeft waarschijnlijk Thailand wel eens bezocht of een weekendje New York gedaan, voor Juan zit een verre vakantie er niet in. ‘s Zomers gaat het gezin twee weekjes naar de kust. Sparen is niet aan de orde, want de rentepercentages die de banken aanbieden zijn tenenkrommend. Het lijkt Juan wel wat om ooit wat van Europa te gaan zien: Londen, Parijs, of eventueel New York of Californië. Hij zou dan zijn autootje, een Renault van 12 jaar oud, moeten verkopen. Fietsen heeft hij sinds zijn jeugd niet meer gedaan. Sporten? Af en toe belt er een vriend met het voorstel om een voetbalveldje te huren en een partijtje te spelen, maar een vaste gewoonte is het niet. Al zijn vrienden kent Juan nog van de faculteit. Hij spreekt ze meerdere malen per week, meestal via messenger, al is het maar om ze een film aan te raden of advies te vragen over een alledaags probleem.

Piece # 12 – La nona

Ze is tegen de honderd, Italiaans, onverwoestbaar en ze heeft altijd honger. La nona struint de hele dag door de keuken af op zoek naar salami, mortadela, brood of iets om te snacken, ondertussen luid mompelend: una picadita! Wanneer iemand in haar familie ‘s nachts het licht aan doet strompelt ze zo snel als ze maar kan naar de ontbijttafel en schreeuwt: desayuno!

Op een dag is de maat vol, haar familie houdt van haar, maar trekt het niet langer. Het zijn de jaren ’70 en Argentinië maakt de ernstigste crisis door die haar geschiedenis rijk is. Zoon Carmelo heeft een marktkraam, maar zijn inkomsten zijn te mager om de familie te kunnen onderhouden. De andere zoon Chicho noemt zichzelf ‘componist’ en een baantje erbij nemen gaat hem te ver. Kleindochter Martha werkt als prostituee maar ze verzwijgt dit om haar familie nog meer leed te besparen. Chicho komt tot de conclusie dat la nona met haar exorbitante eetgedrag het probleem is, en dat dus ook zij degene moet zijn die het oplost. De familie helpt hem bij het uitvoeren van zijn hilarische plannen om haar ‘per ongeluk’ kwijt te raken, ergens te deponeren, te laten trouwen, en als dat allemaal anders loopt dan verwacht, haar van het leven te ontdoen. Echter, ook dat valt nog tegen.

“La nona”, in Argentinië een klassieker, was het eerste theaterstuk dat ik hier zag, en ik was zo onder de indruk dat ik meteen ook de verfilmde versie ben gaan zien. Het heeft mijn theaterhonger definitief aangewakkerd. Gelukkig heeft Buenos Aires meer dan honderd theaters. De meesten zijn gebouwd aan het begin van de 19e eeuw, toen Argentinië het economisch beter deed dan Europa, en maken een majestueuze indruk. De shows kosten weinig of zelfs niks. Kortom, ik stuur de cultuurbarbaar in mij bij deze met winterslaap.

Over Nederland

Mijn zogenaamde, met onderbroken regelmaat gepubliceerde world pieces zullen binnenkort vooral bestaan uit stukjes Buenos Aires. Wie weet lees je straks de verhalen achter de foto’s hierboven. (Ik heb nu email-updates, dus vul je adres even in via de link hier rechts).

Maar het kan ook zijn dat ik eindeloos ga verhalen over het vervolg op de date met de rode-Fiat-jongen (ja die is nog in beeld), of dat ik mijn volledige studie ga uitwerken in blogposts (maak je borst maar nat), of dat ik Buenos Aires al snel gezien heb en het ga hebben over Uruguay (ligt op slechts 1 uur rijden), Patagonië, Mendoza, Vuurland of voor mijn part Antarctica. Of, wat ook mogelijk is, dat ik een leuke baan vind, me een slag in de rondte werk (het leven moet natuurlijk ook bekostigd worden) en er geen tijd overblijft om stukjes te schrijven. Trieste zaak zou dat zijn, want dan had ik net zo goed in Nederland kunnen blijven.

Niemand vraagt me ook waarom ik wegga, heel grappig, verhuizen naar het verre buitenland is schijnbaar alleen maar gaaf en ik begin haast te geloven dat het per definitie goed is om uit ons land weg te gaan. Aan buitenlanders kan ik nooit goed uitleggen waarom ik Nederland niet zo zal missen, het algemene idee dat wij in het paradijs op aarde wonen heerst nog steeds. Aardige mensen, iedereen spreekt Engels, woont in een mooi huis, fietst al jointjes rokend lekker over de bruggetjes van die o zo knusse Amsterdamse grachten. En zo kan het ook zeker. Maar toch, mijn blik op Nederland verandert continu; alsof je door een kaleidoscoop kijkt, deze een beetje ronddraait en dan de molentjes, klompjes, wietbladeren, hemaworsten, importmarokkanen et cetera allemaal door elkaar ziet lopen. Versnipperd en verdraaid is mijn blik op ‘ons’ geworden. De mensen zijn inderdaad hartstikke aardig, maar hebben last van drukke stressperiodes waardoor ze per jaar gemiddeld een aantal maanden niet aanspreekbaar zijn. Ze werken zoveel omdat ze het liefst onder de Balinese zon vakantievieren en de maximale hypotheek keer anderhalf hebben genomen. Voor jointjes en andere ‘natuurproducten’ zijn ze een beetje bang omdat het gezonde-keuze-klavertje er niet opstaat en het dus kennelijk niet zo gezond voor je is. En die grachten zijn vooral leuk voor toeristen, wij kennen ze al zo lang. Ik bedoel maar, af en toe vind ik dat we hier een beetje triest bezig zijn. Er even niet zijn voelt als een zucht van verlichting . Of het ook de reden van mijn weggaan is weet ik niet.

Ik ga weg omdat ik als klein meisje met mijn neus boven een opengeslagen atlas alle vreemd klinkende eilandjes zoals Bora bora lag te bestuderen. Omdat ik daarna reisboeken verslond en sindsdien zodra er geld op m’n rekening staat direct een bus-, trein- of vliegticket boek. En uiteindelijk ga ik omdat het tijd werd om eens een tijdje ergens anders te leven (want er gaat niets boven reizen, maar het is wel erg vluchtig). Eigenlijk vind ik alle culturen, overal ter wereld, even intrigerend als de onze, die ik nog steeds dagelijks met verbazing door het innerlijke kaleidoscoopje aanschouw.