Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde opleggen aan het publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis, deze gewoonte voor te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant, terwijl deze ontspannen horen te zijn. En die die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Piece # 89 – ¡Marido y mujer!

Hieronder een korte samenvatting in foto’s van onze dag en het feest.

Van het – onvergetelijke – feestje ‘s avonds heb ik nog geen foto’s binnen. Naar verwachting zullen ze alles behalve representabel zijn: veel karaoke, daiquiri’s, afropruiken en brillen, infantiel gedans en gespring, een zooitje dus. Uit respect voor de vaste karaokezangers en zangeressen zullen we een zeer strenge selectie maken. Houd Facebook eventueel in de gaten.

Minifotosessie ‘s ochtends vroeg, uiteraard met Mandarina. We waren behoorlijk zenuwachtig.

Voordat we de trouwzaal in mochten nog even aan mijn vader de wijk laten zien. Heel veel zenuwen nu.

Met moeders en schoonmoeders. Vriendin Alba had een boeketje voor me gemaakt. Ook kreeg ik iets blauws opgespeld en iets geleends in mijn tas (oud waren mijn laarzen en nieuw mijn jurkje). Feliz.

Man en vrouw!

Bloemblaadjes, rijst en…krantensnippers.

Acqualactica

Vrienden en feest. In tweedimensionaal gezelschap van Bill Gates, Oprah Winfrey, Federico Klemm, Jorge Luis Borges en anderen.

Jak en Ari 11-11-2011

Piece # 75 – To bike or not to bike

Buenos Aires en Amsterdam zijn zo in ongeveer alle opzichten tegenpolen. Maar er is één opzicht waarin het enorme Buenos Aires het pittoreske hoofdstadje aan de Amstel langzaam maar zeker nadert: en dat is het aantal fietsers. In onze metropool hebben we te maken met een fietsenleger dat exponentiëel groeit en haar vleugels flink aan het uitslaan is. Qua aantal, maar ook qua stijl.

 

Twee jaar geleden waren er nog maar twee groepen fietsers: de snelle sportievelingen en een enkeling die nou eenmaal geen beter vervoer voor handen heeft (ik schaar mezelf onder deze groep). Vandaag de dag zie ik circusartiesten en blootvoetige fietsers rondrijden, hooggehakte fashionistas die de hond al fietsend uitlaten, vrouwen op leeftijd, vaders met hun kroost achterop. Ook het customizen van de fiets door middel van toeters, bloemenslingers, radio + speakers, zijspiegels en framebekleding is de Argentijnse fietser niet vreemd. Nog even en dan verschijnen vast ook de bakfiets en de Kitsch Kitchen zadelhoes.
Het stadsbestuur helpt een behoorlijk handje mee en laat geen mogelijkheid onbenut om het fietsenrijden te promoten bij het volk. Een slim idee natuurlijk, vanwege het hoge eco-friendly gehalte en ontlasting van het overspannen openbaar vervoerssysteem. Deze maatregelen zijn het afgelopen jaar genomen:

Bicisendas: er worden met grote spoed fietspaden aangelegd.

Bicicleteadas: fietstochten voor het hele gezin.

Bicing: een witte-fietsenplan oftewel gratis fietsverhuur naar modern Europees voorbeeld (gezien in oa. Berlijn en Barcelona).

 

Ondanks al deze laagdrempelige initiatieven heb je voor je op de fiets stapt wel wat extra lef nodig. In verband met het verkeer, en vooral het gebrek aan respect in deze.

En dus ook een wakker stel hersens. Zoals mijn vriendin Jantine, die vertelde dat ze pas na enkele weken dagelijks fietsen, nu “onderweg” weer aan andere dingen kan denken dan aan het fietsen zelf. Dit maakt dat fietsen hier niet – zoals in Nederland – een gewoonte is, maar een heel bewuste keuze.

To bike or not to bike.

Fiets

 

Piece # 58 – Zandvoort aan zee

Strand van Villa gesell Villa Gesell is in veel opzichten is te vergelijken met Zandvoort. Het exotisme komt je niet bepaald tegemoet, maar ondanks dat staat deze Argentijnse badplaats nu bovenaan mijn lijstje van meest bezochte, eh… bestemmingen buiten Buenos Aires. Alles voorbij dan de suburbs van Buenos Aires noem ik een bestemming, want om ergens te komen dat geen suburb is, reis je al snel een uurtje of vier.

Gesell is zo’n plek: net iets te ver weg voor een weekendverblijf en te gewoontjes voor een hele vakantie, althans voor de heavy duty backpackers die wij denken dat we zijn. Maar kortgeleden stond het vijf dagen durende paasweekend voor de deur. Semana Santa, oftewel Heilige Week, is een week die vooral heilig is om z’n extra vrije dagen, waarop we het wederopstaan van Christus herdenken door een reuze chocoladepaasei te kopen en er vervolgens razendsnel vandoor gaan. Waar dan ook naartoe, als het maar de stad uit is.

Eenmaal aangekomen in Villa Gesell (hier foto’s) concludeerde ik net als tijdens mijn vorige bezoek dat dit een bijna Hollandse bestemming is (er is zelfs een strandtent met de naam De Zeerovers). Hollandse bestemming wil zeggen: kleur zand en zee gelijk aan die van de noordzeestranden, flinke kou in de avonduren en bovenmatig veel wind. Het fijne is dat dit alles voor ons porteños helemaal geen onaangename omstandigheden zijn, zoals dat misschien voor Nederlanders zou gelden die eind augustus nog even de laatste zonnestralen mee hopen te kunnen pikken op een strandbedje. En om nog even niet aan kou en grijze luchten te hoeven denken. Wij, daarentegen, gaan naar de kust om afscheid te nemen van een vier maanden durende van aaneensluitende hittegolven zonder een zuchtje wind (tenzij afkomstig van huis-tuin-en-keuken-ventilatoren). De twee sleutelwoorden zijn: uitwaaien en uitrusten. En asado’s. Immers, niets maakt het vakantiegevoel completer dan je dag organiseren rondom het bereiden van vis, vlees en groenten op de barbecue.

Wat ook een leuk vakantiegevoel geeft is dat het dorpje vrijwel geheel in het bos is, er zijn alleen zandwegen met daarlangs overal bomen waaronder knusse huizen met Duitse uitstraling (het dorp is in de jaren ’30 opgericht door Carlos Gesell, een type van Duitse afkomst die op het idee kwam duizenden bomen te planten in de zandduinen). De hoofdstraat is waar ik op doel in mijn vergelijking met Zandvoort, daar heerst het asfalt, de speelhallen, snackbars, gezellige koffiehuizen en op quads rondrijdende vakantiegangers. De gezellige koffiehuizen doen we sowieso aan, maar de rest niet, dus daarom wilde ik op een extra winderige middag graag het nabijgelegen plaatsje Cariló verkennen. Ik had gehoord dat het redelijk jet set zou zijn, en dat had mijn nieuwsgierigheid gewekt. St. Tropez is tenslotte hyper jet set maar niet onaangenaam, althans zo ervaarde ik de keer dat ik er was. Ik was toen een jaar of negen, trouwens.

Onaagenaam was Cariló niet. ‘Unheimisch’ is eerder van toepassing. Stel je voor dat zo’n vijf kilometer bos is verdeeld in gelijke stukjes, gescheiden door zandwegen. Op ieder van de gelijke stukjes staat een villa. Om er te komen moet je langs een receptie met slagboom. Om de 20 meter staat dan een bordje met dat je geen vuur mag maken, dat er spelende kinderen kunnen oversteken en dat je geen afval mag achterlaten. Dat het bos van iedereen is en daarom respect verdient. Op een gegeven moment staan de zandwegen ineens vol glimmende Audi’s, Chevrolets en semi-jeeps. Midden in het bos sta je in de file. ‘We zullen dan vast vlakbij het winkelcentrum zijn’, redeneerden wij. De mensen uit de glimmende auto’s waren echte stadsmensen, bonaerense kak voor de gelegenheid op sneakers en met sportieve sweaters om de schouders geslagen. Opvallend veel pubers ook (met ouders meegekomen), die verveeld rondstruinden in het door een bekende architect ontworpen mini shopping met enkel designkledingzaken (exact dezelfde als in de stad) en strak gestylde restaurants (ook dezelfde als in de stad). Kortom, zero authenticiteit.

Toen we bij het strand kwamen wisten we zeker dat héél het dorp in de mini shopping bevond, want hier was niemand. Maar het was dan ook érg winderig. We reden terug, passeerden opnieuw het winkelcentrum, vol met uit verveling kopende mensen. ‘Weet je’, zei ik tegen Ariel die achter het stuur zat, ‘zelfs om een ijsje te gaan eten zou ik niet hier uitstappen.’ Lachend stemde hij in om dus niet meer uit te stappen, want hij weet als geen ander dat ik namelijk echt óveral ijs zou kunnen eten.

Piece # 49 – Sex and the city

Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik leid nou niet bepaald het leven van een Carrie, Miranda, Samantha of Charlotte, en dientengevolge kan ik niet uitgebreid uit de doeken doen over de bedprestaties van vele Argentijnse overwinningen. Toch had dat onder andere relationele omstandigheden eventueel wel gekund want de Argentijnse man is een makkelijke prooi. Zelf zal hij dat niet toegeven want híj verovert. Doelgerichtheid valt hem niet te ontzeggen; in het uitgaansleven zijn de mannen nergens zo recht-op-de-vrouw-af als hier. In zo weinig mogelijk woorden maken ze duidelijk wat hun doel is, variërend van een zoen tot een huwelijk. De discotheken (behalve die waar electronische muziek gedraaid wordt) zijn overwegend bevolkt door singles m/v waarvan sommigen proberen te verdoezelen dat ze wanhopig op zoek zijn, maar velen ook niet. Als je eenmaal een relatie hebt, verkeer je in de veilige zone en hoef je deze plekken niet meer aan te doen. Dat scheelt een hoop, eh… vermoeienis.

Sex and the city versie Buenos Aires gaat over een ander eigenaardig fenomeen waar ik wel wat over kan vertellen: het stikt hier van de love hotels. Om verschillende culturele redenen (oa. dat men langer bij de ouders woont óf een klein appartement deelt met één of twee vrienden) maken jonge stellen en one-night-stand partners hier veel gebruik van. En waarom ook niet, als je voor weinig een jacuzzi, dimlichten, pornozenders, spiegels en ‘s ochtends croissantjes op bed krijgt? En een bedieningspaneel bij het hoofdeinde van het bed zodat je op elk gewenst moment Mariah of Whitney door de kamer kunt laten schallen. Zeer essentiëel toch? Verder is het een mooie kans om je eens compleet in de jaren ’80 te wanen, want de kitscherigheid uit deze periode komt je in alle hoeken van het hotel tegemoet.

Maar wat de love hotels pas echt komisch, en zéér argentijns maakt, is de wachtrij. In het weekend hebben alle hotels met topdrukte te maken en bij de receptie (bij het nepfontijntje, de nepbloemen en de nepdruiventrossen) staat het dan vol met wachtende stelletjes. Kun je het je voorstellen? Vlak voordat je in volstrekte privacy de meest intieme activiteiten gaat ondernemen, sta je daar als een sukkel met je gezelschap jullie beurt af te wachten. Haast onmogelijk is het, om níet vanuit je ooghoeken de andere wachtenden te bestuderen. Ach ja, in Argentinië is het eigenlijk met alles zo: je moet er wát voor over hebben. Iedereen kijkt ondertussen dus maar zo neutraal mogelijk voor zich uit.

Piece # 42 – Dolle boel

Benodigdheden voor een feestje BA style:

  • Huiskamer
  • Vrienden. Je nodigt allerlei mensen uit (alleen niet je ex) en het is absoluut normaal dat die ook weer anderen meebrengen (mits geen ex). Wel zo gezellig.
  • Bier en wijn. Geen enorme hoeveelheden want de gasten brengen ook vaak wijn of een literfles bier mee.
  • Men doet niet aan cadeaus, maar neemt vaak versnaperingen mee. Wij hebben eerder al in ontvangst mogen nemen: aardbeienthee, meloenlikeur, nougatrepen, guacamole, perziken en wodka om daiquiris te maken.
  • Empanadas, te bestellen bij de lokale caterer.
  • Chips
  • Kaas, ham, salami
  • Sandwiches. All English style: witbrood, zonder korstjes, ook te bestellen bij de lokale caterer.
  • Taart. Let op: deze wordt ná de hartige hapjes gegeten. Zodra de taart in zicht komt zet men in: “Que los cumplas feliz….”
  • Champán. Voor de brindis (toast uitbrengen). Komt meestal met de taart en is een verplichte aangelegenheid, men klinkt, men drinkt en gaat weer over tot de orde van, eh, het feest.
  • Muziek. Rock nacional, jazz uit de regio en later op de avond ’80 & ’90s. Tieners draaien het liefst reggeaton en cumbia.
  • Mate of koffie. Er komt, mij meestal geheel onverwacht, altijd wel een moment waarop er ineens mate bereid of koffie gezet moet worden. Voor de liefhebbers. Misschien om te zorgen dat we niet in slaap vallen?
  • “Pilas” (fig. batterijen) oftewel vooral géén slaap. Argentijnen zijn niet van het vroeg naar bed gaan. Een eenvoudige verjaardag, hoe kleinschalig ook, duurt makkelijk tot 5 uur in de ochtend.

Ons gezamenlijke feestje (Ari is net jarig geweest) dit weekend zal ongeveer volgens dezelfde formule zijn. We hebben slechts een paar kleine wijzingen in het programma: het halve glaasje champagne vervangen we door onbeperkt huisgemaakte sangría, guacamole mag niet ontbreken en evenmin de american cookies. Een Hollands tintje? Mijn appeltaart kennen ze al, bitterballen maken is me iets te omslachtig, laat ik het maar houden bij ons aller traditionele, immer gewaardeerde rookwaar.

Piece # 34 – Inburgeren begint bij de psycholoog

Argentinie doet niet aan inburgeringsexamens, maar het land heeft wel een veelgeprezen alternatief voorhanden: psychologische hulp.

Buenos Aires is namelijk, naar veelvuldig horen zeggen, het mecca van de psychologie. Er zijn meer psychologen beschikbaar per aantal inwoners dan waar ook ter wereld, de universiteiten “verwerken” en “verwekken” hordes psychologiestudenten, psychologie is een van de populairste onderwerpen in de boekwinkel, de congressenagenda, de krant en in de gesprekken van alledag. De grootste zorgverzekeraar geeft iedereen 30 sessies bij een psycholoog. Zou ik het niet proberen? Met mijn vage klachten die klinken als: ik ben zo druk in mijn hoofd, ik blijf alles maar analyseren, heb een frustrerende spanning in mijn handen, ik voel duidelijk een stress maar mijn werk of studie opgeven wil ik niet, moet ik mijn leven soms anders organiseren?

Vrije tijd is schaars

Alicia, mijn psychologe, diagnosticeerde als volgt: deels is het je persoonlijkheid, maar het adaptatieproces is key. In Argentinië is het een basisgegeven dat vrije tijd en geld schaars zijn. In Nederland voor velen ook, maar het verschil is dat het daar een georganiseerde samenleving betreft waar de overheid, de instanties en bedrijven hun verantwoordelijkheid kennen, en dankzij hen is het leven van de gemiddelde Nederlander een stukje makkelijker.

In Argentinië bestaan diezelfde instanties ook, en bieden min of meer dezelfde diensten aan. Maar wanneer het moment is gekomen waarop je ook daadwerkelijk gebruik wilt maken van deze diensten, dan wordt je het leven absoluut niét makkelijker gemaakt. (Voorbeeldje: afspraak maken bij een dokter vanwege een simpele klacht. Je zoekt in de catalogus van je zorgverzekering naar het soort specialisme zoals gineacologie, oftalmologie, kinesologie of traumatologie (als je tenminste weet wat wat is). Vervolgens bel je een dokter bij jou in de buurt. Je komt op het gevraagde tijdstip binnen, en wacht, na een uur ben je aan de beurt. Je moet een bloed/bacterie/urine-onderzoek laten doen, dat kan alleen bij een speciaal daarvoor in het leven geroepen medisch onderzoekscentrum. Hier dien je weer een afspraak te maken, te wachten en geholpen te worden. Men heeft de resultaten na een week. Je dient deze zelf op te halen tijdens kantooruren. Je hebt inmiddels je dokter gebeld voor de vervolgafspraak, en je kunt pas over 3 weken terecht omdat alles vol zit. Je overweegt op zoek te gaan naar een andere dokter).

Stupiditeiten

Alle pogingen om bewust, relaxt, zen, georganiseerd maar toch spontaan, (lang) en gelukkig te leven worden dag in dag uit bruut verstoord door zich herhalende, estupide maar noodzakelijke onbenulligheden. Vaste lasten die persoonlijk en in contanten betaald moeten worden vind ik zelf het meest onzinnig. Maar er zijn ook het huidige onhoudbare, openbaar vervoersysteem (waar alleen met muntgeld, dat niemand heeft, betaald kan worden), de genadeloze spits, de hypermoderne supermarkten die in ALLES langzamer zijn dan welke buurtwinkel dan ook. Kortom, je schaarse vrije tijd en geld wil je het liefst inzetten om weer in de zenmodus te komen, maar er komt altijd wel iets tussen. De Argentijn is hieraan gewend en gebruikt al schouderophalend een gezegde als “es lo que hay” (dit is wat er is), of “la gente esta muy loca” (de mensen hier zijn hartstikke gek). Juist. Zo ver ben ik dus nog niet.

Verantwoordelijkheden

De psychologe zegt me bijvoorbeeld welke verantwoordelijkheden ik niet op me hoef te nemen als werkende en studerende carrierevrouw: koken (“behalve wanneer je toevallig zin hebt”), boodschappen doen (“want je vriend heeft meer tijd over”) en de schoonmaak (”altijd uitbesteden. Punt”).

Vooral dat laatste deed een klein eurekalampje branden in mijn bovenkamer. En niet voor niets, zo bleek vandaag. Ons huis is, dankzij Maria, voor het eerst in maanden tijd ECHT schoon en ik begrijp volledig waarom deze ongekende mentale sensatie van citroentjesfris, orde, rust en balans, en dat bovendien in je eigen huis, voor zovelen hier onmisbaar is.

Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…

Ik heb voor deze titel gekozen omdat ik er langzamerhand achter kom dat ik pas net begonnen ben Bs As te leren kennen. Misschien is het het gevaar van leven te midden van locals, die hebben geen toeristtenradar voor interessante spots in hun eigen stad of land. Ik ben zelf ook schuldig: het waren buitenlandse vrienden die me vertelden over het gevoel dat je bekruipt als je het Anne Frankhuis binnenstapt, over Amsterdamse filmhuizen en goedkope vegetarische eetgelegenheden die me tot dan toe onbekend waren. En ja, het Paleis op de Dam wacht ook nog steeds op mijn bezoek (en dat van vele geboren en getogen Amsterdammers). Toen ik in de hoofdstad woonde kwam het simpelweg niet in me op dit enorme paleis, ooit het politieke centrum van de stad en één van de belangrijkste gebouwen uit de geschiedenis van ons land, te bezoeken.

El barrio Chino
Goed, het komt er op neer dat ik geen idee had van het bestaan van de Chinese wijk hier, ‘El barrio Chino’. Tot nu toe, bij het horen van het woord Chinees, nam ik wat er volgde altijd met de nodige scepsis betreft het Chinees-gehalte. Voor veel Zuid-Amerikanen is vrijwel alles wat uit het verre Oosten komt Chinees (het verre oosten is hier letterlijk en figuurlijk een stuk verder weg dan voor de Europeanen). Of bijvoorbeeld sushi nou uit Japan, Korea of China komt, men maakt zich niet zo druk over het onderscheid.

Toch wonen er een heleboel Chinezen (en ja, ook Japanners en Koreanen) in de stad en de Chinese wijk barst echt uit zijn voegen van de chinezigheid. Ik voelde meteen een herkenning bij het zien van de kleine dokterspraktijkjes vol kruiden waar ook acupunctuur en massages (“zonder pijn en zonder naalden”) gedaan worden, de supermarkten met vislucht, de standjes waar men gestoomde dumplings en loempia’s verkoopt. We gingen natuurlijk eerst smikkelen en smullen bij een restaurantje waar het eten binnen 2 minuten op tafel staat en daarna schuimden we de winkeltjes af. Want, de grootste attractie waren toch wel de talloze winkels vol, vol, vól met geïmporteerde spulletjes waar een mens blij van wordt.

Mooie metafoor voor hoe ik me voelde na het eten en shoppen: een verguld vet varkentje, haha!

Mooie metafoor voor hoe ik me voelde na het eten en shoppen: een verguld vet varkentje, haha!

De buit
De buit na een uurtje of 2 china shopping:
- een vierkante rijstpapieren lamp;
- woondecoratie met alle chinese sterrenbeelden ;
- wierrooksteentjes;
- pantoffels om kado te geven;
- tigerbalsem;
- nagelknipper, armbandjes, wierrookbranders, groeikristallen en nog een stuk of zeventien andere boludeces (eh…prullen) die we waarschijnlijk kado gaan geven aan vrienden die ook de chinese wijk nog niet hadden ontdekt.
Uit de supermarkt brachten we onder andere mee: thee, kilo’s rijstnoodles, gele linzen, tapiocatoetjes, gestoomde cake, bessensap, kalebassenfrisdrank, loempia’s en natuurlijk rare snoepjes die niemand ooit kan laten liggen en uiteindelijk blijken te smaken naar een gummie-explosie van chemische smaakmakers die vast in geen enkel land buiten China toegestaan zijn.

Voor meer barrio Chino en hoe er te komen, zie What’s Up Buenos Aires.

Piece # 21 – Midzomer II

Deze post is een variant op de vorige, zij het meer poëtisch (maar evengoed een beetje stereotyp, want daar kies ik nou eenmaal graag voor).

De komende drie weken zal het rustig blijven op deze blog, we gaan Patagonië verkennen! Verhalen en foto’s volgen… Voor gezellige foto’s van mij en mijn Argentijnse vrienden en (nieuwe) familie: just hit my facebook profile. Hasta luego!

Midzomer II

De stad was moe, bezweet, bedekt onder een laagje vuil, ademend met het zwart rond de neusgaten. Ze was vele malen betreden, overreden, weggedrukt, volgestouwd, samengeknepen, uitgewrongen en regelrecht misbruikt. Ze had er genoeg van, en wist maar één weg naar buiten.

De weg van het ontvangen. Ze verwelkomde alles en iedereen. Al het nieuwe, al het traditiegetrouwe, al het mooie, het lelijke, het ondoorzichtige, het onbetrouwbare, het onverwachte, het onbekende, het onmiskenbare en zelfs het ontoelaatbare. Haar inwoners zagen het ook. Zij voelden al tijden wat de stad ook voelde. En deden wat iedereen zou doen, maar wat de stad zelf niet kan. Ze gingen.

Ze namen hun auto’s mee, en hun kinderen, en hun honden. De media hadden er ook een handje van, en de commercie. Want ook buiten de stad was ineens leuke muziek, gave optredens van DJ’s en bands, hetzelfde bier wat altijd zo verfrissend had gewerkt. En gelukkig was er buiten de stad ook ijs om het koel te houden.

Er was bovendien meer koelte zoals de oceaan, de wind, bergtoppen met sneeuw zelfs. De mensen wilden lange tijd niet meer terug naar de stad. Maar, hun stad was nog wel altijd de beste stad van heel… misschien wel heel de wereld. Dat zou zomaar kunnen. Het zou nogal wat zijn om daar zomaar weg te gaan, want wie zegt dat het ergens anders beter is? Of je er bijvoorbeeld wel net zulke goede pizza napolitana kunt krijgen. Of je er ooit vrienden zal maken. Je weet nooit of het ooit echt veel beter zal worden dan nu. Waarschijnlijk niet.

Piece # 17 – Ms. Downs

Terwijl Madonna in het River stadion haar eerste concert in Buenos Aires gaf, reden Ariel en ik de stad door op weg naar teatro Gran Rex om haar tegenbeeld te gaan zien. Een minstens zo mooie en krachtige vrouw, die toevallig wél trouw blijft aan haar roots. Lila Downs komt uit de Mexicaanse door opstand en pogingen tot revolutie getekende regio Oaxaca en ondanks dat ze lang in de VS woonde, is ze een echte vrouw van het “pueblo”. Ze heeft een band met muzikanten uit beiden Americas, heeft een MTV-approved uiterlijk en de nodige awards in de kast staan, maar in haar muziek benadrukt ze altijd de kracht van het Mexicaanse volk (het “pueblo”).  Ze maakt gebruik van kleding, instrumenten en zeer kenmerkende dansjes uit haar regio; dansjes die soms nog het meest lijken op de vogeltjesdans, maar zij kan het hebben.

Het publiek ging uit zijn dak tijdens de show en pas na drie (!) toegiften hield Lila ermee op. Maar het publiek ging niet! Ondanks het gejoel en gestamp bleef een vierde terugkeer uit, dus werd het toch tijd om uit de Mexicaanse droom te stappen en een Argentijnse pizza te gaan eten.

Myspace.com/liladowns