Piece # 93 – Voor eens en voor altijd yoga

Mijn eerste keer was in een kleine witte zaal, met kleine ramen waardoorheen in de verte de Indische oceaan en de horizon te zien waren. Onze ademhaling moest meegaan in het ritme van de ruisende golven.

Yoga. Ik was meteen verkocht.

Drie weken later had ik Sri Lanka verlaten en kwam ik het Indiase dorpje Varkala binnenstrompelen. Daar kreeg ik yoga voorgeschreven om mijn knie, die niet meer buigen kon zonder hevige pijn, weer in het gareel te krijgen. “Doc”, ayurvedisch arts en onder reizigers een absolute legende, bracht me in een paar dagen – soms wel erg letterlijk – weer in evenwicht met behulp van oprekoefeningen, massages, dieet, reiniging en iedere ochtend anderhalf uur yoga.

In Auroville, een spirituele commune aan de andere kant van het Indiase subcontinent nam ik opnieuw yogales, samen met twee reisgenotes. Deze zachtaardige yogadocent was all-in-one want hij nam zelfgebakken rotis, jam en exotische vruchten mee naar de les om samen als ontbijt op te smikkelen. Hij leerde ons vannalles over yoga, chakra’s en ayurveda. Na een paar dagen bleek mijn reisgenote helemaal hoteldebotel van deze magere man te zijn en ze besloot voor onbepaalde tijd als assistente bij hem in dienst te gaan. Ik ging verder.

De volgende stap in mijn yoga-inwijding kwam wederom na een flinke portie ziek zijn (een flinke portie foute curry). Na een nacht reizen in combinatie met heftig overgeven arriveerde ik behoorlijk verzwakt in Arambol, Goa. Een paar dagen later was ik enigzins uitgeziekt en begaf ik me weer een beetje onder de mensen. Zo leerde ik een leuke jongeman kennen die me meenam naar zijn yogales. Ik rekende erop dat dat me goed zou doen. Die ochtend om zeven uur werden we verwelkomd door Baba, een heuse yogimaster van 83 jaar oud, die ons tien minuten later de meest onhoudbare asanas (houdingen) liet aannemen. “You are not practising, beti” zei hij als ik mijn buikspieren volgens hem niet genoeg op de proef stelde. Beti is hindi voor dochter. Ik bleef elke ochtend naar zijn yogales gaan.

Later op mijn reis bezocht ik Rishikesh, het mekka voor yogaliefhebbers. Hier is yoga niet gewoon “yoga”. Noodgedwongen ging ik me verdiepen in het verschil tussen hatha yoga, ashtanga yoga, raja yoga, iyengar yoga, kundalini yoga en zo verder. Ik meldde me aan voor willekeurige lessen, waarbij het meer dan eens duidelijk werd dat een docent zijn eigen, gekleurde visie probeerde opleggen aan het publiek. Een nuchter ingestelde Zwitserse docente daarentegen, was fenomenaal. Deze 70-jarige dame, met het uiterlijk en lichaam van een jonge atlete, onderwees Iyengar yoga. Dat is de meest oorspronkelijke en fysiek “strenge” yogaleer. Tijdens de les werden we net zo lang – vriendelijk doch dringend – aangemoedigd totdat eenieder (zo’n 80 deelnemers in de zaal) tot op de millimeter nauwkeurig “opgelijnd” stond.

Eén van de fijnste dingen aan yoga is dan ook het voldane gevoel dat je hebt wanneer de les teneinde is.

Met elke yogales die ik volgde in India groeide het voornemen om eenmaal thuis, deze gewoonte voor te zetten. Een yogahoekje in te richten, elke dag een half uur oefeningen te doen. Maar je raadt het al. Dat is er nooit van gekomen.

Toch besef ik dat je in het dagelijks leven vaak bepaalde spieren onbewust aanspant, terwijl deze ontspannen horen te zijn. En die die spanning, of stress, zich ophoopt. En ook dat je vaker dan je denkt je adem inhoudt, of niet volledig uitademt waardoor niet alle zuurstof in je longen zich ververst. Daarom vind ik yoga belangrijk.

Indra Devi heeft ervoor gezorgd dat yoga bekendheid verwierf bij een groot publiek in Argentinië. Haar stichting Fundación Indra Devi is inmiddels heel populair. Ik heb er prima lessen gevolgd, maar tegenwoordig ga ik in mijn eigen barrio. Docente Amy is een sprankelende persoonlijkheid en ze completeert haar lessen met telkens weer andere wierrook of geurolie, gedempt licht en kaarsen, zijden kussentjes en licht psychedelische muziek met gegalm van biddende yogi’s. Tegen het einde van de les, wanneer je helemaal ontspannen bent, wrijft ze een beetje lavendelolie op je slapen.

Wat mij betreft heeft ook zíj het helemaal begrepen.

Piece # 16 – De facu

Studeren in Amerika (je kunt hier absoluut niét de VS aanduiden met Amerika, Amerika is Noord én Zuid), zo heb ik gemerkt, kan op twee manieren. De eerste is bij een private instelling, waar je naar men zegt goed onderwijs krijgt maar ook redelijk in de buidel moet tasten. Een openbaar instituut is tot aan de masterfase doorgaans gratis maar de voorzieningen en kwaliteit van het onderwijs houden te wensen over. De Universidad de Buenos Aires (UBA) waar ik studeer behoort, zoals je misschien al had geraden, tot deze categorie. Haar internationale reputatie op onderwijsgebied is nog steeds sterk, maar brokkelt af. Wanneer je bijvoorbeeld de Psychologiefaculteit binnenloopt snap je meteen waarom.

Nog voor je de drempel over bent heb je al 3 flyers in de hand van studentenpartijen die zo verkiezingsstemmen proberen te winnen. De centrale hal blijkt, zodra je binnen bent, geen politieke arena meer maar een anarchistisch hol, van onder tot boven bedekt met spandoeken die je vertellen wat er allemaal mis is met de UBA, en wat er NU, NU, NU!!!! moet veranderen. Altijd zijn er wel studenten bezig nóg meer spandoeken te beschilderen. Er is nog net ruimte voor een stuk of 10 tafels met plastic tuinstoelen, waar je met je ‘kameraden’ machtsgrepen kunt plannen of op je gemak de theoriën van Jung nog eens kunt doornemen vlak voor het examen. Verder onderscheiden we een door studenten gerunde koffiehoek met de grootste croissanten van het universum en andere heerlijkheden, veel kopieërwinkeltjes en een boekwinkeltje. Via een smal halletje kom je bij een klein liftje met altijd een bewaker ernaast. Het liftje brengt je naar de tweede verdieping waar een oase van rust en tl-licht wacht, er hangt zelfs iets van foto-art aan de muren. Wij masterstudenten zijn een soort elite-clubje binnen de faculteit; in tegenstelling tot de bachelorstudenten beneden worden onze lessen niet verstoord door studentencommissies die hun politieke boodschappen presenteren, gebrek aan airco, gebrek aan technische hulpmiddelen zoals beamers, ernstige overbezetting van de lokalen zodat men op de grond moet zitten, etcetera (laat de anarchisten beneden het niet horen!). Ondanks dat dit bij ons wel geregeld is, komt het geheel toch een beetje armoedig over. Dat komt voornamelijk door de docenten.

Hoewel er een paar hele aardige bij zitten, en ook een paar die hun sporen reeds verdiend hebben in Latijns-Amerika door boeken te schrijven en directeur te zijn van allerlei nationale afdelingen en instituten die met migratie te maken hebben, zien we dit niet weerspiegeld in leuke, spannende of interessante colleges. Lesgeven staat gelijk aan met behulp van een powerpoint de literatuur samenvatten die wij voor het betreffende college gelezen moesten hebben. En ja, waarom iets lezen als je de samenvatting daarna in woord en beeld (o nee, geen beeld) uitgereikt krijgt? Zo af en toe is het tijd voor wat meer dynamiek en moeten we in groepjes van vier een een tekst bediscussiëren en vervolgens de bevindingen met de klas delen. Docenten zien er het probleem er niet van in dat ergens halverwege hun carriére de moderne ontwikkelingen hun manier van lesgeven hebben ingehaald. Om er even wat hedendaagse termen tegenaan te gooien: de communicatie is overwegend one-to-many en vooralsnog wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van de onderlinge verschillen onder de studenten (verschillende nationaliteiten, met titels variërend van psychologie tot sociologie tot internationale studies) wat de groepsdynamiek zou intensiveren en bovendien interessante peer-to-peer interactie zou kunnen opleveren. Deze uit de marketingwereld afkomstige termen zijn ook in Zuid-Amerika echt niet nieuw meer, maar zowel het onderwijs als de docenten zijn hier minder flexibel en innovatiegericht, om het zo maar te zeggen.

De innovatie zal van de studenten zelf moeten komen, en dat vordert wel: zowel de studenten in het tweede jaar als onze groep eerstejaars hebben een eigen online platformpje opgericht voor het delen van literatuur, publicaties, migratienieuws, meningen en tips, die we mogelijk gaan samenvoegen tot een groot power-migratie-netwerk.

Ook heb ik persoonlijk vorderingen geboekt wanneer we het hebben over innovatie: ik heb voorlopig een baan als projectmanager bij AtoBiz, waar ik leiding ga geven aan jonge programmeurs en designers die websites maken voor Nederlandse bedrijven en instituten. Hiephiep!

facuprotest

facu2