Hatsikidee dwars door de Himalayas

Onze aankomst op Kathmandu’s luchthaven (speciaal voor Linda; dat is dus in Nepal;-)) voelde als een oase van rust en veiligheid. João en ik kregen een prachtig mooi visum na het overhandigen van een foto en 30 dollar (erg slim van mij ook om geen enkele munteenheid mee te nemen; mijn indiase roepies en mijn creditcard werden nl niet geaccepteerd). Een aardige Nepalees verloste ons van de opdringerige taxichauffeurs en bracht ons voor een miniem bedrag in zijn eigen gammele Suzukietje naar een paar verschillende travel agencies. We hadden namelijk haast; het was al laat in de middag en wilden de volgende dag al op trekking gaan omdat mijn reisgenoot João maar 10 dagen in Nepal kan zijn en de trekkings minstens zo’n 7 dagen duren. Dus, de volgende dag stipt om 7.00 uur zaten we in de bus naar Pokhara. We belandden in de erg mooie toeristenarea met allerlei restaurantjes, winkeltjes, een groot meer en bergen all around: denk Zwitserland! Die dag besteedden we al shoppend in de trekkingshops waar ze allerlei verschrikkelijk fijne fake North Face spullen verkopen; voor 7 euro een rugzak aangeschaft, verder nog een paar dikke sokken, een heel charmante fleece broek en handschoenen. Er was nog net tijd over voor een etentje met Japanners en een Deen, afgesloten door een paar gitaar jamsessies met natuurlijk weer de nodige joints voor de liefhebbers.

En dan de trekking. Ik kan maar 1 ding zeggen: SUPER! Ik had bij aankomst al het gevoel dat dit mijn meest favoriete land tot nu toe is, en dat werd alleen maar erger. Ik zal wat foto’s bijvoegen want met woorden doe ik het landschap, de bergen en mountain life echt te kort.

We liepen per dag zo’n 5 uurtjes, grotendeels opwaarts, later meer downhill. Langs de weg… dorpjes, watervallen, rivieren, plantages, hot springs, regenwoud, bloemen (jaja alle 33 soorten rodondendron in bloei), vlinders, kippen, geiten, buffels, koeien, stieren, kuikens, ezels, apen, katten, honden, kinders, porters, Koreanen en natuurlijk: sneeuwtoppen!

Zomer, lente, herfst en winter; elke dag weer anders. Helaas heb ik geen yaks gezien want die komen alleen voor op de hogere hoogtes, wij zijn tot ongeveer 3500 meter hoogte geklommen (Poon Hill), van waaruit je perfect uitzicht had op de Annapurna, Dhaulgiri en nog een stuk of wat andere heel hoge bergen. De Everest is de hoogste ter wereld, die konden we niet zien vanuit hier, Dhaulgiri is nummer 2 (8891 m) en Annapurna nummer 3. Voor het echte beklimmen daarvan moet je wel flink je portemonnee opentrekken; 10.000 dollar moet ervoor betaald worden aan de overheid. Je trekt eerst zoals wij naar het Base Camp. Dat is waar de sneeuw begint. Dan ga je in zo’n 3 weken tijd de berg beklimmen… Ik bedank ervoor, gezien de nachtelijke temperaturen in onze ‘comfortabele’ lodges op 2000-3000 meter, vrees ik dat ik gevriesdroogd per heli weggesleept zou moeten worden.

Oh ja, ik zou het bijna vergeten. We hebben om de tafel gezeten met de Maoisten. We moesten een zogenaamde toeristenbelasting betalen, 100 rs per trekkingdag. Ze kwamen in het guesthouse, twee heel gewoon uitziende mannetjes, geen wapens, geen extra warme kleding. Heel mysterieus, gezien het feit dat het regende en al laat in de avond was. Je kunt in bergen alleen te voet ergens komen, dus we vroegen ons wel af waar ze zouden slapen. Ik vroeg hen wat ze met het geld zouden doen. Ze antwoordden dat het was voor schoolmaterialen, educatie en huishoudens. We kregen een officiele bon, waarop stond dat we in het gebied waren van de ‘onderdrukte’ Tamuwan community en daarom deze trekkingtoeslag betaalden. With thanks. Geen enkele Nepalees heeft ooit van deze community gehoord en niemand weet waar de Maoisten zich precies schuilhouden. Erg vaag dus allemaal. Meer vragen durfde ik dan ook niet te stellen, haha.