No hurry, no worry, no chicken, no curry

In Goa heb ik nog een goede tijd gehad nadat mijn ziekte over was. Ik deed op de valreep nog wat yoga bij een echte, ouderwetse, bejaarde, in oranje geklede yogi met zijn lange witte baard in een knotje. Elke ochtend gaf hij een complete lezing bij de yogales waardoor het meer dan 2 uur duurde. Hij corrigeerde ons allemaal tot op de millimeter, en zei tegen de meiden betti (dochter), you need more practice! In 6 months you will improve! Nee, dat geeft motivatie😉. Supergeinig. Verder nog naar de spectaculaire night market geweest, de beste zonsondergangen gezien, geprobeerd te feesten maar dat ging niet door omdat we geen LSD konden krijgen, de taxichauffeur niet wilde wachten, een van de jongens teveel paan (betelnut) had gekauwd en probeerde met valium weer terug op aarde te komen, een ander bleek niet helemaal te zijn wie hij eerst was na een paar drankjes, dus we eindigden in de lokale bar met een wodkaatje, kijkend naar een voetbalwedstrijd terwijl de wannabe gangsters die ons geen drugs konden bezorgen met hun trainingjacks nog aan tezamen onder een dekentje gingen slapen… De volgende dag was mijn vertrek, en dat was maar goed ook want door al deze maffe ontwikkelingen had ik meer aanbidders, al dan niet met steekje los, dan goed voor een mens is *knipoog*.

Ik ging middels 2 nachttreinen naar Udaipur, met tussenstop in Ahmedabad waar ik zowaar wat regen meemaakte, waar in 8 uur zo’n 1000 mensen “Helloooow!” tegen me hebben geschreeuwd, waar het erg smerig en onplezierig was. Udaipur was echter de hemel op aarde, een stadje op een heuvel, alle huizen wit, aan de rand van een meer waarin 3 paleizen te zien zijn. (2 daarvan zijn 5-sterrenhotels maar dat doet er niet toe). Ik ontmoette mijn enige volwaardige aanbidder uit Arambol hier weer en we vertrokken de volgende avond naar Jaisalmer voor een paar dagen in de woestijn, eindelijk! En zo bleek, ALLES is hier zandkleurig, oh nee, goudkleurig: dit is de golden city. En overdag is het bloedheet! Met een groep mensen uit voornamelijk Duitsland en Zwitserland hebben we een kameelsafari gemaakt. Gewapend met tulband, omwikkeld met shawls besteeg ik de kameel als een echte nomade. En het voelde zo goed! Je bent hoog boven de grond, er waait een briesje en de kameel loopt langzaam maar statig en maakt grappige geluiden. Sturen, remmen en gasgeven is ook eenvoudig. We probeerden allerlei technieken om de kamelen NOG harder te laten lopen, maar langer dan 20 seconden hielden ze meestal niet aan. En maar goed ook want het bounced enorm en je voelt het wel aan je zitvlak. We stopten om lunch te bereiden, chai te drinken en ’s avonds sliepen we in een dorpje omdat het leek te gaan regenen. Bliksems de hele nacht door, maar uiteindelijk niet veel nattigheid. De volgende dag weer op de kameel, en we zagen allerlei soorten woestijn langskomen: de clichematige zandduinen, steppes, rotsformaties, noem maar op. Dit keer was de overnachting in de openlucht, met kampvuur en opium. Alleen we verdenken onze gids ervan ons een mengsel van hars, suiker en masala te hebben gegeven want hoeveel we ook aten of rookten, er gebeurde nix! De gidsen waren verder wel superleuk, ze maakten chai voor ons zeer vroeg in de morgen (en speciale black chai zonder melk voor mij) zodat we de rest van de dag in goede stemming waren en de hele tijd CHAIIIIII riepen! Het wemelde van de loze uitspraken trouwens. You don’t need beer to have fun in the desert! And now we go to Pakistan! No hurry – no worry – no chicken – no… goed, je had er bij moeten zijn😉

Snel meer nieuws en foto’s. Mijn reis gaat nu als een sneltrein. Ik ga naar Jodhpur, de blauwe stad, dan naar Jaipur, de roze stad om mn nieuwe vliegticket op te halen, dan naar Varanasi, de heilige stad waar ze de doden in de Ganges gooien en dan huphuphup naar Nepal. Het is daar erg onrustig, maoisten terroriseren de boel en het volk zelf komt af en toe in opstand tegen de koning die als een soort dictator het land bestuurt. Maar het komt erop neer dat er af en toe een aanslag is in een klein dorp, dat de bevolking moe is van dit alles en het toerisme eronder lijdt. De mensen zijn zo vriendelijk en tof, en toeristen worden met rust gelaten. De conclusie is dus dat ik wil gaan…juist nu. Dus, om nog een keer met de woestijnmannen te spreken: chello (let’s go), on y va!