Om mani padme hum

Nou, de kans dat jullie me ongeschonden terug gaan zien is weer gestegen; ik ben Nepal ontvlucht! Het voelde enerzijds erg goed om weg te vliegen met wederom Sahara Air. Iedere dag werd ik wakker met rumoergeluiden op straat; protesterende mensen, dan weer studenten, dan weer degenen die in de toeristenbusiness werken. Vrij onschuldig allemaal. Echter, in de andere delen van de stad en de rest van het land gaat het er steeds serieuzer aan toe. Er is zo ongelofelijk veel politie en leger op de been…en ze treden genadeloos op. De gevallen van onschuldige mensen die geslagen of beschoten worden zijn ontelbaar. Toen ik gisteren het land verliet was het de tweede dag van een nieuwe 11-daagse stakings- en protestperiode, aangekondigd door de 7 politieke partijen. Zo ongeveer iedereen, Maoisten inclusief, streven nu naar het aftreden van de koning. Ik zag vandaag op CNN dat de demonstrerende mensen nu zelfs proberen het leger hierin mee te krijgen. Dat zou cool zijn, zal ik maar zeggen, want nu is het leger de enige manier waarmee hij zijn macht kan uitten.

Maar het is ook heel sneu. Alle ambassades zo ongeveer roepen de mensen op vooral NIET naar Nepal te komen en als je dr nu bent het land zo snel mogelijk te verlaten. Dit betekent het toerisme naar nul gaat. De trekkings gaan naar nul. De mensen in de bergen, waarvan velen enkel hiervan leven, hebben geen inkomsten. Ik denk dat de impact van dit alles nog lang pijn zal blijven doen in het land, ongeacht wat er politiek gezien zal gebeuren. Ik heb een Italiaanse ontmoet die bezig is met het opzetten van ‘sociaal toerisme’; reizigers kunnen kleine dorpjes bezoeken die daardoor financieel geholpen worden. Ze ervaren dus het authentieke village-life en ze steunen deze mensen zodat er scholen kunnen komen, medische steunpunten, hydropower en alles wat er verder nodig is in deze omgevingen. De toeristen kunnen dus met eigen ogen zien waar hun geld aan besteed wordt. In tegenstelling tot wanneer je in een hotel in de stad verblijft of bij een van de vele de ‘German bakeries’ eet. Ik ga haar helpen vanuit Europa, dat is het plan.

Verder heb ik veel souvenirs meegenomen! Gelukkig hoef ik ze niet allemaal mee te slepen; een nieuwe tattoo en de lessen van het Tibetaans boeddhisme die ervoor moeten zorgen dat het leven in het algemeen minder een lijdensweg zal zijn. Het is niet heel eenvoudig soms maar de monnikken, de wijsheid en het soort meditatie dat ze doen hebben grote indruk op me gemaakt. Vandaar dat ik Nepal associeer met Om mani padme hum. Het is de alomaanwezige Tibetaanse mantra, te horen op cd, te lezen op de vlaggetjes, de prayerwheels, de armbanden, uitgehouwen in stenen langs het trekkerspad in de bergen. Het betekent zoiets als: eer de juweel binnenin de lotusbloem. Jaha.

Nu, in Delhi, is er weer een heel andere realiteit aan de orde. Hier gaat het leven door zoals altijd. Hectisch tot in de hemel aan toe. Bovendien lijk ik momenteel in een Israelische enclave te leven, het gaat om de backpackerszone Paharganj in New Delhi. Altijd handig als je altijd al eens Hebreeuws had willen typen of shakshuka had willen eten. Maar afdingen kunnen ze, en daardoor zit ik nu haast voor niks in een erg fijn hotel (met alle amerikaanse filmzenders op tv…) en heb ik voldoende shoppingtips op zak voor als ik hier volgende maand terugkom.

De komende maand zal iets meer weg hebben van ‘the simple life’ bij de boer op het erf. Morgen reis ik naar Kanda, 280 km ten noorden van Delhi, waar ik begin te vrijwilligerswerken. www.rosekanda.info is de website. De organisatie R.O.S.E., gerund door een familie in het dorp, doet allerlei kleine lokale projecten. Schooltje, huizenbouwen, eco toerisme, organic farming en meer. Ik pas er vast wel ergens tussen. Mijn andere doelstelling is om fatsoenlijk te leren koken in deze periode. Chapati’s en dal (linzencurry) staan in elk geval op het menu.