Ecuador: La fundación

Fundación Don Bosco, zo heet onze werkplek. Het is een tehuis waar dagelijks 150 kinderen komen lunchen (een almuerzo oftewel lunch bestaat uit soep, rijst, kip/vis en groente/salade). De kids zijn tussen de 6 en 16 jaar en zijn schoolkinderen of werken in de stad als schoenpoetsertjes. Buiten de lunchtijden om blijven er een hoop om huiswerk te maken. Ambato, deze stad, is niet superarmoedig, niemand leeft bijvoorbeeld op straat, maar voor normale families is het heel moeilijk rondkomen. Zowel vader als moeder werken in de stad, en als ze buiten de stad wonen droppen ze soms hun kids in Ambato om als straatverkoper of schoenpoetser te werken. Deze worden veelal opgevangen in een van de centra van Don Bosco. Op de fundacion komen ook veel kids die thuis moeilijkheden hebben, mishandeld worden of te weinig aandacht krijgen omdat hun ouders zoveel werken en ze door grootouders of ooms en tantes worden opgevoed.

Wij helpen met het huiswerk maken, samen met nog een aantal Ecuadoriaanse medewerkers. Het valt niet mee, overschrijven kunnen ze als de beste maar zelf nadenken, oef… Ook klusjes als tekenen en kleuren vragen ze aan ons. Van Engels hebben ze geen van allen, ook de docenten, kaas gegeten dus daarbij kunnen we ze wel wat leren. Echter wij vrijwilligers moeten onderling ook Spaans spreken dus de kids kunnen ook maar weinig Engelse uitspraak etcetera horen. Jammer vind ik dat. Wel weer goed voor ons Spaans uiteraard. Dan kom ik gelijk op een heikel punt. Het lijkt er namelijk op dat het werk voor mensen zoals Noortje en ik, die slechts 1 maand blijven, meer bezigheidstherapie is voor onszelf. Op de fundacion worden we een beetje aan ons lot overgelaten onder het motto: kijk maar waar je kunt helpen, eigen projecten of ideëen worden niet aangemoedigd. We hebben wel  posters gemaakt met Winnie the Pooh met daarbij een klein verhaaltje: “Hello, how are you. I am fine. Today is my birthday, will you come to my party? Yes, of course!” Enzovoort. Er werken nog wat meiden van ongeveer 18 en die blijven hier een jaar, ze helpen gewoon mee zoals alle andere medewerkers doen. Eerlijk gezegd is dat best saai. Wij stellen onszelf voortdurend vragen, eigenlijk kunnen we de verschillen maar moeilijk accepteren, met een klein beetje inspanning zouden de kinderen efficiënter huiswerk kunnen maken en ook nog tijd over houden om te spelen (bijvoorbeeld met de spelletjes die wij hebben meegebracht, die nu in de la van La Madre – de hoofdnon- liggen).

Een ander vraagstuk waar we vorige week enorm mee zaten is het fysieke contact dat een begeleider met vrijwel alle meisjes zoekt. Zij zijn tussen de 6 en 16 jaar oud en hangen voortdurend om zijn nek, ze moeten op zijn schoot zitten en hij vraagt om kusjes op zijn wangen, de hele dag door. Wij worden er misselijk van en hebben veel anderen gevraagd wat ze ervan vinden. De reacties lopen uiteen van: ¨het is absoluut niet normaal¨ tot ¨ach ja, deze kinderen komen thuis zoveel liefde tekort…¨ We weten inmiddels ook dat La Madre ervan weet (we zijn er nog niet achter of er echt sprake is van seksueel misbruik) maar hem de hand boven het hoofd houdt. Mogelijk omdat anders de fundación misschien gesloten zou worden.  We hebben de organisatie die bemiddelt tussen de fundación en de vrijwilligers benaderd en zij vinden het ook gevaarlijk. Ze gaan zorgen dat er een onafhankelijk onderzoek ingesteld wordt. Zou dat iets opleveren? Twijfels, twijfels.

We  hebben onze twijfels dit weekend een beetje achter ons gelaten door naar el Oriente af te reizen, ofwel de jungle, de Amazone, het regenwoud! Dat was in één woord ge-wel-dig! Ik vertrouw de internetverbinding niet zo enorm, dus ik zal eerst deze blog online gooien voor het misgaat.