Bolivia: Het land van 1000 dromen

Bolivia? Yes indeed. Waar zal ik beginnen?

Ik werd door een klein busje waarin een paar Canadezen en ik gedumpt in Copacabana, een klein zonnig maar koud plaatsje aan de rand van Lago Titicaca, het meer op de grens met Peru (saillant detail: beide landen claimen dat het deel “titi” aan hen toebehoort en “caca” aan de ander, dat laatste betekent namelijk heel letterlijk “poep”). Hier ontdekte ik hoe goedkoop Bolivia werkelijk is, het hotel kostte 1,20 $ per nacht, en hoe een niet-zo-vers-meer tomatensoepje je dagenlang aan het bed kan kluisteren, grrr. Ondertussen was Olivier de slaapzaal binnen gestapt, een Canadees waarmee ik op kerstavond in Peru nog aan de borrel had gezeten. Met hem én al zijn muziekinstrumenten, ben ik vervolgens verder gereisd, te beginnen bij Isla del Sol.

 

Inca-eiland

Dit eiland is de oorsprong van de Incageschiedenis, vanuit hier zou de allereerste Inca in opdracht van de Zonnegod, zijn begonnen het rijk te stichten. Het eiland was superkoud en de boottocht lang, maar we werden goed beloond. Een prachtig eiland, uitzichten op besneeuwde bergtoppen verder landinwaarts, vriendschap met een Belgisch stel, zonsondergangen, sterrenhemels, Incaruines, VEEL wind, de INTENS brandende zon, heerlijk eten, en vriendelijke mensen die hun hand niet omdraaien voor een verhuizing waarbij ze matrassen, kasten en tafels op hun rug de berg op dragen. De tweede nacht op het eiland was min of meer een verplichting want we hadden de laatste boot gemist. Het resultaat was een overnachting in het allergoedkoopste pension ooit, op een keihard matras van stro, de wc bevond zich naast het varkenshok, de muren hingen vol posters van Evo Morales (hij is genadeloos populair hier, wellicht de nieuwe Che, iemand een Evo t-shirt?), en de eigenaar en zijn familie waren supervriendelijk. Of we hun keuken niet wilden gebruiken om een matecito te bereiden, het is immers koud?

Even terzijde, overal waar ik kom stikt het werkelijk van de Argentijnen. Ze hebben nu vakantie en overspoelen het continent, al mate-drinkend uit thermoskannen die ze overal mee naartoe slepen. Maar het leuke is dat ze over het algemeen jong en vriendelijk zijn, net als de meeste mensen die ik tegenkom, en altijd bieden ze mate aan of wat ze op dat moment ook consumeren.

 

La Paz

De reis ging vervolgens naar La Paz, een naar onze standaarden niet erg moderne stad met hier en daar een paar contrasten zoals vrouwen in volledig traditionele kleding die mobiele telefoons verkopen. Traditionele kleding: denk aan een rok gemaakt van zo´n 8 meter stof zodat haar kont enorm lijkt, een gekleurde doek die ze als rugzak gebruikt voor spullen of een baby en lange vlechten in het haar en een bolhoedje dat op het topje van haar hoofd balanceert. Een van de leukste bezienswaardigheden is de heksenmarkt, waar men allerlei soorten offermateriaal kan kopen om pachamama gunstig te stemmen. Pachamama is een soort oppernatuurgod, vrij vertaald “moeder aarde”, waarin alle Bolivianen geloven. Ze geloven dat zij het meest gelukkig wordt van offers zoals bier, wijn, suikergoed en zo af en toe een dode kikker of lamafoetus. Ook voegt men namaakgeld en miniatuurautootjes en -huisjes toe om aan te geven dat dat is waarnaar men streeft. Dit alles is te koop op de heksenmarkt, samen met allerlei geluk- en liefde brengende zepen, oliën, pommades, stenen, zaden en cocablaadjes.

De cocablaadjes worden volop gebruikt hier in Bolivia, en ook in Peru en Ecuador maar minder frequent. Ze stoppen de blaadjes samen met een kalkbevattende substantie in hun wang en roteren deze bal in hun mond zonder te kauwen. Op deze manier kun je de sappen eruit zuigen zonder dat het geheel al te bitter wordt. Uiteindelijk schijn je dan een iets van aangenaam gevoel te krijgen (plus een verlamde wang) en het helpt tegen vermoeidheid en eetlust. Ik vind het niet echt smakelijk, drink af en toe een mate de coca en dan heb ik het wel weer gezien. In La Paz heb ik nog meer geleerd over coca en de historie ervan in het Coca museum, erg leerzaam want gek genoeg wist ik bijvoorbeeld niet dat voor Coca cola nog steeds cocablaadjes worden gebruikt. Cocaïne is een ander verhaal. Zowel voor de illegale productie daarvan als voor Coca cola zijn de Boliviaanse cocaplantages noodzakelijk, maar doordat de eindproducten elders worden vervaardigd kan Bolivia er nauwelijks iets aan verdienen.

 

Carnaval

Vanuit La Paz vertrokken we met een bus van ware topkwaliteit (niet dus, ze gebruiken enkel afdankertjes uit Brazilie) over een weg van topkwaliteit (hobbel met hoofdletter H)  naar het stadje Oruro voor het carnaval. Heel Bolivia praatte er al maanden over en wij zouden erbij gaan zijn! Maar, in werkelijkheid hadden we geen idee wat te verwachten behalve parades met dansers in kostuums. De tour die we hadden geboekt, allereerst, bleek van een speciale klasse te zijn: onderweg kregen we steeds halve bekertjes rum-cola aangeboden van de ‘reisleiding’, die al snel nog dronkener was dan wij. Om 2 uur ’s nachts kwamen we eindelijk aan bij de “accomodatie”: een huis van een familie die al hun meubels aan de kant hadden geschoven zodat wij met z’n 40-en op de grond konden slapen. Helaas was de leiding ons vergeten te vertellen dat slaapmatjes en -zakken nodig waren…

 

Het carnaval zelf is samen te vatten als volgt: een parade van meer dan 36 uur achter elkaar, waar mensen naar kijken vanaf tribunes onderwijl elkaar natgooiend met waterballonen en gebruikmakend van spuitbussen met zeepschuim. Het dragen van een poncho is daarom wel aan te raden, en die kregen we gelukkig ook van onze geweldige reisleiding. De parade telde meer dan 100 groepen waarvan de kostuums werkelijk vanalles uitbeeldden: duivels, beren, goden, sexy vrouwen, amazone-types, altiplano-types, cowboys, charlie chaplins. Maar zoals vrijwel ieder carnaval ontaardde het geheel in straten vol met pis, blubber en dronken types die je gezien de aggresieve blik in de ogen liever niet wil meemaken. Zodoende begonnen wij een zoektocht naar een geschikte bar om ons te ontdoen van bevroren handen en iets beters te drinken dan rum-cola en lauw bier. Die vonden we: een bar van al het carnavalgebeurd gescheiden was door een enorme stadsmuur. Met een cocktails en een zeer slechte rockband op het podium.

Helaas bleek de volgende dag dat het carnaval allerminst over was en dus moesten we opnieuw met ponchos en al door de nattigheid om aan een buskaartje te kunnen komen.

 

Uyuni en andere indrukwekkers

Dankzij al het vorige sliep ik wonderwel in de nachtbus (wederom hobbels als nooit te voren en een lekke band) naar Uyuni. Daar stapten we dezelfde ochtend nog in een jeep voor een driedaagse tour. Een tour die geen enkele toerist in Zuid-Amerika overslaat. En dat is hem of haar geraden ook, want het moeten haast wel de meest bijzondere en adembenemende landschappen op deze aardbol zijn.

 

We belandden in een jeep met een mix van 2 fransozen, 2 francaises, een argentijn, de canadees, ik en onze chauffeur/kok/gids Placido. Plus nog eens het muzikale gezelschap van Bob Marley, Guns ’n roses en een kofferbak vol artiesten uit de jaren ’80. De eerste dag reden we uren door het water om te belanden in de zoutvlakte waar iedereen het altijd over heeft: Salar de Uyuni. Het is een zoutbodem met een flinke laag water waarin je de perfecte weerspiegeling ziet van de wolken, de bergen in de verte, en jezelf. Later in de tour volgden nog een treinkerkhof, een meer met flamingo’s, een groen meer dat wederom perfect de omringende bergen weerspiegelt, een Dali-woestijn, rotsen in de vorm van bijvoorbeeld een boom, steppes, stomende geysers, borrelende sulfaatbronnen, een rood meer met ook flamingo’s, vulkanen en een heerlijk warme natuurlijke bron om in te zwemmen.

 

Perfecte stilte wisselde zich af met gezellige lunchbijeenkomsten waar we andere tourgroepjes troffen. Massatoerisme is in het geheel zo gek nog niet, dacht ik regelmatig. Ook nu werden we niet weerhouden van deelname aan lokale tradities; de tweede tourdag bleek weer een soort feestdag te zijn, met volop offeringen aan pachamama in de vroege morgen. Direct na het ontbijt werden de autos versierd met slingers en confetti, iedereen kreeg van de vrouw des huizes persoonlijk wat confetti op het hoofd, er werd een vuurpijltje afgestoken, en al het geofferde bier en wijn moest op. Vooral onze Placido nam deze taak erg serieus, wat mij lichtelijk zorgen baarde met betrekking tot zijn plaats achter het stuur de komende dag…

Voorlopig blijf ik nog even in Bolivia om zoveel mogelijk dromen waar te maken!

(En weer eens wat foto’s te uploaden…)