Piece # 7 – Vingerafdrukken

De weg naar het Argentijnse identiteitsbewijs is vrij lang, merk ik langzamerhand en dus heb ik me erbij neergelegd dat ik hier voorlopig nog een anonieme buitenlander zal zijn. Ik heb een groeiende stapel documenten liggen die ik gauw hoop om te ruilen voor het door immigranten zeer gewilde pasje, maar vooralsnog liggen ze in ruste hun vervaldatum te naderen. Het wachten is op de twee minst belangrijke, maar toch noodzakelijke documenten: mijn originele diploma (omdat een gelegaliseerde kopie niet voldoende bleek) die nu onderweg is uit Nederland, en een Argentijnse verklaring van goed gedrag (omdat alleen een Nederlandse niet voldoende is).

Het moment was gekomen om het Argentijnse certificaat van goed gedrag te gaan aanvragen bij het ministerie van Justitie. Ik ging met tegenzin want ik word meestal óf zenuwachtig óf kwaad van bureaucratische procedures, die naar mijn idee ontworpen zijn om je te leren wat machteloosheid is, wat tijdverspilling is, en wat geduld oefenen is. (De tegenzin had ook wel iets te maken met het vieren van de onafhankelijkheid van Mexico de avond ervoor, dankzij mijn Mexicaanse studiegenote, wat gepaard ging met overheerlijke taco’s, chocolade-chilisaus, margarita’s en tequila.)

De vergelijking met de ministeries in Den Haag valt haast niet te maken, merkte ik toen ik aankwam. Ik stond na binnenkomst direct in een smoezelige, krappe hal die volledig was gevuld met elkaar doorkruisende rijen mensen met formulieren in de hand. Overal hingen geprinte A-viertjes waarop stond dat je je moet presenteren met je paspoort bij de hand. Ik deed wat er van me gevraagd werd en wachtte. Ik las de krant. Bestudeerde de mensen in de rijen. De meerderheid van de wachtende mensen leken op Bolivianen of op Aziaten. En dat zullen het ook geweest zijn want mijn studiemateriaal leert ons dat er op het moment veel immigratie is vanuit Bolivia, Korea en China. Die laatste groepen bezitten vooral kleine ondernemingen, zo wemelt het bijvoorbeeld van de merkloze supermarkten die allen in handen zijn van Koreanen. Bolivianen bezitten alle groente- en fruitzaakjes door de hele stad, maar velen van hun hebben het minder getroffen (ze komen uit het armste land van Zuid-Amerika dat zijn politiek niet op orde heeft en worden hier gediscrimineerd vanwege hun inheemse cultuur, uiterlijk, taal en gebrek aan scholing) en werken onder slavernij-omstandigheden in naaiateliers. Een aardige beveiligingsman beantwoordde vriendelijk en al grappen makend alle vragen over in welke rij men hoorde te gaan staan en riep steeds de nummers om die bijna aan de beurt waren. Ondanks het gebrek aan fatsoenlijke wachtruimte leek dit systeem prima te werken. Na vijf kwartier stond ik naast het bureau van een meisje van mijn leeftijd, en ze begon met het intypen van mijn gegevens. Daarna drukte ze één voor één al mijn vingers op een kleine sensor; mijn vingerafdrukken verschenen op het scherm. Een halve minuut later rolde een bevestiging uit de printer en kon ik gaan. Nog steeds zonder ID, maar toch een heel stuk minder anoniem.