Piece # 18 – Veni vidi bici

Sinds mijn verjaardag alweer staat er een dieppaarse fiets in mijn gang van het type beachbike met mandje voor het stuur. Sindsdien is het dus cruisen geblazen, ha! Fietsen is in Buenos Aires echter niet hetzelfde als in Nederland, helaas. Veel Argentijnen zeggen over hun land: het is hier prachtig, alleen jammer dat het vol zit met Argentijnen. Of het nou overdreven is of niet, het gevoel deel je direct vanaf het eerste moment dat je op de fiets stapt. Begrippen als “ruimte geven” snappen ze waarschijnlijk alleen op het voetbalveld. Rekening houden met fietsers of zelfs aan hulpeloze voetgangers? Never heard of. Met drie auto’s naast elkaar op een tweebaansweg? Waarom niet? Mijn conclusie: de auto staat als immer heilige koe bovenaan de verkeershiërarchie en als fietser doe je daar weinig aan behalve je netjes gedragen en respect afdwingen waar mogelijk. En hard glimlachen steeds wanneer je auto’s in de file passeert en als eerste het kruispunt oversteekt. Er worden wel steeds vaker een rijstrook als fietspad bestempeld dus dat is mooi, en daarbij gelden er voor fietsers nog geen verkeersregels. Geen agent die je zal aanhouden als je even over de stoep rijdt.

Mijn dagelijkse fietstocht naar het werk is noodzakelijkerwijs een strategisch uitgekiende route, vanwege het feit dat bij na alle straten een eenrichtingsverkeer hebben, gebruikmakend van straten zonder al teveel bussen want die blokkeren de boel, zwenken alle kanten op voor- en na het oppikken van passagiers en stoten als het tegenzit een ongelofelijke hoeveelheid pikzwarte rook uit (wie zei daar “verplichte roetfilters”?). Taxi’s moet je ook niet teveel op je weg hebben want die lappen werkelijk iedere regel aan hun laars (vaak wel weer handig als je erin zit). Wanneer ik een paar drukke buurten doorkuist heb, het charmante hospital Italiano ben gepasseerd, sla ik calle Honduras in en rijd op mijn dooie gemak verder in een oase van rust. Dit is Palermo. Ik kijk een beetje in etalages van nog gesloten boetiekjes, maak in mijn hoofd alvast plannen om eens wat te gaan drinken in de hippe (ook nog gesloten) bars en Aziatische restaurants die ik passeer. Hier kom ik als fietser mijn gelijken tegen; hippe vogels met rastahaar, snelheidsduivels op racefietsen met bijpassende outfit en helm, meisjes met rugzakjes zoals ik. Ook hier hoor ik af en toe “linda” roepen, wat vergelijkbaar is met het goeiemorgen van de gemiddelde Nederlandse bouwvakker; de complimenten zijn hier echter niet afhankelijk van het seizoen, het weer of het beroep van de gever. Ik volg een driekwart rotonde om Plaza Serrano; de plek waar driekwart van uitgaand Buenos Aires zich in het weekend bevindt vanwege de enorm hoge concentratie bars en restaurants, designwinkels, een fashion braderieën en allerlei boetiekjes. Allemaal nog gesloten nu. Om half negen sla ik calle Bonpland in, stop bij een tijdschriftenkiosk, open twee paar deuren, begroet Beau de bedrijfsboxer en mijn collega’s en zet mijn fiets in het patio. Ik heb er een klein half uurtje over gedaan, zo ongeveer de helft van wat deze trip me met de bus gekost zou hebben. Lang leven den fietsch!