Piece # 23 – Flower power en klein Zwitserland

We kwamen bij het aanbreken van de tweede week van onze trip aan in een heel mooie regio, die qua landschap een combinatie is van Zwitserland, Wales en Scandinavië.

Samen met Ariel die dezelfde kant op was gereisd vanuit de hoofdstad, zagen we het stadje Esquel, de Welsche nederzetting Trevelín en het stadje El Bolsón. Deze laatste wordt overal vol trots aangekondigd als de enige echte hippiegemeenschap in Argentinië, maar het leek er meer op dat er vooral veel backpackers met dreads, heuptasjes en muziekinstrumenten dag en nacht in het meest centraalgelegen park rondhangen. De hippies die zich hier in de jaren ’70 voor het eerst vestigden houden zich nu waarschijnlijk allemaal schuil in de vallei waar ze zich aan de fruitteelt wijden. En met succes. Zelfs in het wild plukten we de kersen, rozenbottels, gele pruimen en bramen zo van de bomen.

Poppy

Het lot wilde onze ongemakkelijke busreis vast compenseren want we vonden zonder enige moeite een blokhut die nog niet geboekt was: Cabañas “Poppy” heette het complex. We reden erheen zonder te weten of ons nieuwe onderkomen zich aan de rand van een meer, een berg, een vuilnisbelt of misschien wel een golfterrein zou bevinden. Het werd de berg. Verder had het knusse huisje plek genoeg voor ons vieren, een paradijselijke tuin vol bloeiende bloemen, praktische zitplaatsjes, een barbecue, een hectare bos, uitzicht op besneeuwde (Chileense) bergtoppen en een lieve Nederlandse buurvrouw (Poppy) die de blokhut zelf gebouwd bleek te hebben en ons afwisselend in drie talen haar indrukwekkende levensgeschiedenis vertelde.

Paradijs

We bleven van maandag tot zaterdag en smeedden dagelijks nieuwe plannen voor een nieuw leven hier in het paradijs. Het was overdag zo’n 30 graden, en ’s avonds steeds perfect weer om te barbecuen – wat we dan ook deden. Ook was het nu weer het moment om weer eens een National Park aan te doen (Argentinië heeft er 38 dus af en toe voel je ‘de plicht roepen’). Parque Lago Puelo is genoemd naar het kristalheldere, kobaltblauwe meer middenin het park. Weer overal bergen eromheen, en ook de gletsjers en watervallen ontbraken dit keer niet. Met een kleine rubberboot bedwongen we de woeste golven, een ervaring die zeker iets weg had van een raftingtripje, inclusief spierpijn in de onderste lichaamsdelen de volgende dag.

Omdat je van een meren zoals deze niet snel genoeg hebt besloten we om  naar Bariloche te gaan. Deze stad ligt aan de rand van het Nahuel Huapimeer dat al sinds de Mapuche-indianen deze naam eraan gaven om zijn schoonheid bewonderd wordt (en zijn eigen Loch Ness monster zou hebben). De Argentijnen zijn bovendien gek op het stadje zelf; het hele centrum is in Zwitserse chaletstijl gebouwd, en er zijn veel restaurants, discotheken en chocoladefabriekjes. Toen we dat allemaal gezien hadden, maakten we een trekking van 12 km tussen de bergmeren, bamboebossen en arayanewouden. Daarna namen we opnieuw de bus,  die ons dwars door het sprookjesachtige zeven-meren-district naar Junin de los Andes bracht.