Piece # 24 – Het wilde westen

Op het eerste oog lijkt Junín de los Andes een piepklein saai dorpje waar alleen maar vissers komen die regenboogforellen uit de vele ondiepe, snelstromende rivieren aan hun haakjes slaan. Wat hadden wíj hier ook alweer te zoeken?

Gaucho’s en tafelbergen

We hadden echter ons kampje nog niet opgeslagen op de camping of we stonden al een uur te keuvelen met de eigenaar, we zagen de forellen uit het water omhoog springen in de twee riviertjes die langs de tent liepen en we zagen dagelijks wel een paar gaucho’s van het type “ik stop mijn broek diep in mijn laarzen, knoop mijn das om, zet mijn hoed op en leg mijn knapzak over de linkerschouder”. En dat terwijl wij, net als veel Argentijnen die altijd in de grote stad hebben gewoond, in de veronderstelling verkeerden dat de gaucho een uitgestorven fenomeen was.

Hoe dan ook, we waren in elk geval betoverd geraakt door de authenticiteit en de nuchtere eenvoud van dit dorp. Vlak achter de camping doemden een paar bergruggen op die we vanwege hun vorm tafelbergen noemden. Het droeg allemaal bij aan de western look and feel. Achter de tafelbergen ligt het Parque Nacional Lanín, dat zo heet omdat het de enorme, dikbesneeuwde vulkaan Lanín herbergt. Terwijl je door het park loopt of rijdt (we gingen er met de bus naartoe) is het eenvoudigweg moeilijk je ogen van deze vulkaan af te houden. Er ligt ook een heel groot helder meer met lavastrandjes, grassige weiden vol arocaria’s, steppes en nog meer bergen met beekjes en watervallen.

Er was zoveel te zien, waarom hadden we onze tent niet direct hier neergeplant op een van de campings gerund door de Mapuche? Volgende keer dan maar.

Siësta’s en bodega’s

De stad Mendoza en haar omgeving moesten we zonder Ariel bezoeken want hij moest alweer aan het werk. De stad is nu tropisch warm, maar wordt lekker koel gehouden door de enorme platanen aan beide kanten van iedere straat zodat je altijd in de schaduw loopt. We kwamen er al gauw achter dat in deze stad de siësta nog heilig is, zo heilig dat zelfs de fonteinen op de stadspleinen eraan meedoen. Tussen 13 en 17 uur is er echt geen bal te doen, maar dat kwam goed uit want zo konden we ons direct richten op de bezienswaardigheden buiten de stad waarvoor we eigenlijk gekomen waren.

Net buiten de stad zijn honderden bodega’s oftewel wijnmakerijen: van industriële massaproductie tot familiebedrijfjes met zeer exclusieve biologisch geteelde wijnen. We gingen op bezoek en proefden van alle soorten wat en denken nu graag dat we helemaal op de hoogte zijn van de ins en outs van goede wijn.

Ook de bergen konden we dit keer weer niet links laten liggen. Wat wil je ook als de hoogste piek van Noord- en Zuid-Amerika hier te bezichtigen is (Aconcagua 6962 m) en de film Seven years in Tibet hier opgenomen is? Nadat we onze oren dicht en open waren geplopt en we weer een gig aan digitale foto’s erbij hadden geschoten, konden we met een gerust hart een busticket naar Buenos Aires kopen.