Piece # 32 – When you think you’ve seen it all…

Ik heb voor deze titel gekozen omdat ik er langzamerhand achter kom dat ik eigenlijk pas net begonnen ben Buenos Aires te leren kennen. Dat is waar je voor moet waken als je omgeven bent door locals, die hebben geen toeristtenradar voor interessante spots in hun eigen stad of land.

Ik ben zelf ook schuldig: het waren buitenlandse vrienden die me vertelden over het gevoel dat je bekruipt als je het Anne Frankhuis binnenstapt, over Amsterdamse filmhuizen en goedkope vegetarische eetgelegenheden die me tot dan toe onbekend waren. En ja, het Paleis op de Dam wacht ook nog steeds op mijn bezoek (en dat van vele geboren en getogen Amsterdammers). Toen ik in de hoofdstad woonde kwam het simpelweg niet in me op dit enorme paleis, ooit het politieke centrum van de stad en één van de belangrijkste gebouwen uit de geschiedenis van ons land, te bezoeken.

El barrio Chino
Goed, het komt er op neer dat ik geen idee had van het bestaan van de Chinese wijk hier, ‘El barrio Chino’. Tot nu toe, bij het horen van het woord Chinees, nam ik wat er volgde altijd met de nodige scepsis betreft het Chinees-gehalte. Voor veel Zuid-Amerikanen is vrijwel alles wat uit het verre Oosten komt Chinees (het verre oosten is hier letterlijk en figuurlijk een stuk verder weg dan voor de Europeanen). Of bijvoorbeeld sushi nou uit Japan, Korea of China komt, men maakt zich niet zo druk over het onderscheid.

Toch wonen er een heleboel Chinezen (en ja, ook Japanners en Koreanen) in de stad en de Chinese wijk barst echt uit zijn voegen van de chinezigheid. Ik voelde meteen een herkenning bij het zien van de kleine dokterspraktijkjes vol kruiden waar ook acupunctuur en massages (“zonder pijn en zonder naalden”) gedaan worden, de supermarkten met vislucht, de standjes waar men gestoomde dumplings en loempia’s verkoopt. We gingen natuurlijk eerst smikkelen en smullen bij een restaurantje waar het eten binnen 2 minuten op tafel staat en daarna schuimden we de winkeltjes af. Want, de grootste attractie waren toch wel de talloze winkels vol, vol, vól met geïmporteerde spulletjes waar een mens blij van wordt.

Mooie metafoor voor hoe ik me voelde na het eten en shoppen: een verguld vet varkentje, haha!

Mooie metafoor voor hoe ik me voelde na het eten en shoppen: een verguld vet varkentje, haha!

De buit
Onze buit na een uurtje of 2 chinatown shopping:
– een vierkante rijstpapieren lamp
– woondecoratie met alle chinese sterrenbeelden ;
– wierrooksteentjes;
– pantoffels om kado te geven;
– tigerbalsem;
– nagelknipper, armbandjes, wierrookbranders, groeikristallen en nog een stuk of zeventien andere boludeces (eh…prullen) die we waarschijnlijk cadeau gaan geven aan vrienden die ook de chinese wijk nog niet hadden ontdekt.

Uit de supermarkt brachten we onder andere mee: thee, kilo’s rijstnoodles, gele linzen, tapiocatoetjes, gestoomde cake, bessensap, kalebassenfrisdrank, loempia’s en natuurlijk rare snoepjes die niemand ooit kan laten liggen en uiteindelijk blijken te smaken naar een gummie-explosie van chemische smaakmakers die vast in geen enkel land buiten China toegestaan zijn.

Voor meer barrio Chino en hoe er te komen, zie What’s Up Buenos Aires.