Piece #119 – Op vakantie

vakantie

O P   V A K A N T I E

Even helemaal weg. Met z’n tweeën.
Vakantie begint met een gedachte. Een cliché. Vakantie ís een broodnodig cliché.

Niet inzitten over wie wat van me zal denken.
Wat ik eigenlijk zou moeten doen. Of gedaan had moeten hebben.
Sowieso weinig moeten.

Behalve genieten.
Dat moet. Tegenwoordig.
En het moet mooi weer zijn.

Toen wij aankwamen was het zwaar bewolkt. De taxirit was duur.
Onze taxichauffeur zei geen woord en hij kon ons hotel niet vinden.
Ik probeerde om ondanks dat toch alvast te genieten.

Alles is verlaten, hier op het eiland.
Overal waar we kwamen was het van:
‘The tourist season is over, you know’. Dat wisten we. Het gewone kalme Griekse leven tussen de olijfbomen was all over the place.

Daarom gingen wij onze eigen weg. Beter zo.

Een verlaten badplaats met dichte hamburgerketens, dichte discotheken en verder alles wat lelijk is. Alles dicht. Hij fantaseerde nog even dat hij zich er ’s zomers met zijn vrienden misschien nog wel zou vermaken. Als het moest. Maar een dergelijke periode was lang voorbij. Ik dacht terug aan mijn eerste vakantie die zich op een dergelijk toneel afspeelde. Gelukkig ook voorbij.

Verderop was een schiereiland. Mooi, bergachtig en groen.
We zagen in de verte een paar kleine baaitjes met geel zand.
Alleen, de autoweg bleef maar door de bergen slingeren. Er kwam geen einde aan.
Dus reden we zomaar een paadje op dat naar een hotel leidde. En hopelijk ook naar de zee.

Het hotel was verlaten, het zwembad leeg.

Het strand was daar. Geen mens te bekennen. Het leek hier windstil.
Het water kon niet transparanter. Koud, natuurlijk. Maar warm aan de oppervlakte.
Kleine vissen zwommen tussen onze voeten door.

Daar waren we dan. Even helemaal weg.