#127 – Vietnam: Halong Bay en Ho Chi Minh City, veelbelovende verplichte nummers

halong bay

‘Wat je ook doet in Vietnam, sla vooral Halong Bay niet over’. Dit had ik meerdere malen gehoord, en dus reisde ik per bus en boot naar één van de 2000 eilandjes van krijtsteenrots in deze o zo veelbelovende baai.  

 

Cat Ba

Dit vrij grote, verder ongerepte eiland heeft één stadje en dat probeert vooral tegemoet te komen aan het toerisme, westers én Vietnamees. Het centrum is volgebouwd met hotels en seafoodrestaurants, er is een lange boulevard met palmen en zelfs een heus sunset platform in communistische stijl. Compleet met vaderlandsliederen uit de speakers.

cat ba island vietnam

 

P1000663_klein

En op slechts tien minuutjes rijden op de motor, vind je dan weer fijne resorts met privéstrand in een stille baai.

Maar, de allermooiste stranden, eilanden, drijvende vissersdorpjes en grotten krijg je pas te zien wanneer je per boot tussen al die eilandjes vaart. En dat is echt genieten. Alles is even mooi, de zon doet alle kleuren groen en blauw fonkelen. Je wil gewoon het water inplonzen, en dat kan dus ook! Je kunt ook op eigen houtje in het rond kayakken, waardoor je kleine lagunes bereikt.

P1000527_klein

P1000530_klein

P1000577_klein

 Drijvend vissersdorpje. 

P1000590_klein

Uitzicht vanaf Monkey Island

Een weekendje Ho Chi Minh City

Na een paar lekkere dagen onder de volle zon, besloot ik om in één keer helemaal naar het zuiden te vliegen. Naar Ho Chi Minh City (HCMC) om precies te zijn, ook wel Saigon genoemd. HCMC is een echte metropool: skyscrapers, dure boetieks, Starbucksachtige coffeebars, enorme hotels en zesbaanswegen. Ook hier weer zeeën van motorfietsen, dus oversteken was opnieuw een heikel punt.

Mijn hostel bevond zich in een heel smal achterafsteegje, wat wonderbaarlijk genoeg juist heel knus en veilig bleek. Hier kon je zó bij de buurtbewoners naar binnen kijken, hun hondjes aaien, en zien hoe ze een rat in een kooitje hadden gestopt (huh?). Het Khoi Hostel bleek ook in alle andere opzichten een gouden greep. Hier trof ik het allerliefste personeel, het allerlekkerste ontbijt, de allerschoonste badkamer en de allerleukste reisgenoten tot zover (Hi Nick, Yasir, Ashley!).

HCMC is een echte 24/7 stad. Het dagelijks leven begint voor de Vietnamezen iedere dag tussen 5.00 en 6.00 uur, maar deze stad is dus ook een walhalla qua nachtleven. Wij liepen gedurende het hele weekend de deur plat bij het voortreffelijke Indiase restaurant Baba’s Kitchen en rooftopbar The View. Deze bar is sowieso een bezoekje waard vanwege de goede cocktails en het 360° uitzicht, aan de lichtflitsen herken je een paar high end nachtclubs die zich ook op een rooftop bevinden. Wij hadden het op ons plekje veel te gezellig met serveerster Jane; een echte personality met veel humor, een Australische accent van heb ik jou daar, en ze bleek de sterren van de hemel te kunnen zingen. Ze schudde zomaar even een privéconcert uit haar mouw.

rooftopbar_theview

Met Jane en Ashley

Overdag bezochten we het War Remnants museum, het koninklijk paleis en de Cu Chi tunnels waar de Vietcong zich tijdens de Vietnamoorlog verschuilden. Onze gids Handsome Slim liet ons in geuren en kleuren kennismaken met alle trucjes die de Vietnamezen gebruikten om de vele zwaarbewapende Amerikaanse soldaten te slim af te zijn. Met succes overigens, de Amerikanen hebben zich toen teruggetrokken. Hun belangrijkste troeven waren valkuilen, een goede ondergrondse organisatie, slimme kleding en wapenuitrusting, en zeker geen claustrofobie.

P1000689_klein

De originele Vietcong slippers. Volledig gemaakt van autobanden, heel sterk en duurzaam en ook nog eens supergoedkoop. 

ZIMG_4934_klein

Met onze prettig gestoorde gids Handsome Slim, die zijn groep de Slim Family noemde, Yasir en Nick.

P1000686_klein

Het hoe en waarom is mij ontgaan, maar bij de Cu Chi tunnels kun je oa. met een AK47 schieten. $2 per kogel!