#129 – Cambodja: Van de Killing fields naar het kattencafé

cat cafe phnom penh

Eén dag en twee nachten. Meer tijd had ik niet voor Phnom Penh, de Cambodjaanse hoofdstad (de dagen tot mijn terugreis waren inmiddels op één hand te tellen). Veel te kort natuurlijk, want ik vind deze stad geweldig en had er graag nog veel langer willen blijven.

Dit zijn alvast de leuke dingen die ik heb moeten overslaan. Reden te meer om zéker terug te keren naar Phnom Penh.

  • De rivieroever. Dit is een hippe, bruisende boulevard aan de Mekong, waar het wemelt van de hippe restaurantjes en coffeebars.
  • De Russische markt. Hier schijn je allerlei goedkope rommel kleding en electronica te kunnen kopen. Ik houd wel van dit soort koopjes en kennelijk heb ik dat met de Russen gemeen, want deze markt is populair bij hen, vandaar de bijnaam Russian market. En zo zijn er ook nog de Central market en de Night market. Leuk als je voldoende tijd hebt.
  • Het uitgaansleven. Dat is dus echt booming in Phnom Penh. Er wonen veel expats en NGO-medewerkers van over de hele wereld dus er zijn ook veel Japanse en Mediterraanse restaurants en wijnbars.
  • Cinema. De kleine bioscoopjes The Flicks (wordt gerund door een Nederlander) en The Empire zouden erg de moeite waard zijn.
  • Het koninklijk paleis en een aantal tempelcomplexen. Cambodjaanse tempels vind ik persoonlijk erg mooi, ze zijn te herkennen aan die typische omhoogwippende uiteindjes aan de dakrand. Dat maakt ze eleganter dan alle andere Aziatische tempels.

Fijn is dat je alles per tuktuk kunt doen (die zijn er niet in Vietnam) en de mensen spreken hier beter Engels. Makkelijk genoeg dus om je op eigen houtje in het stadsgewoel te begeven.

tuktuk in de regen

Niets is beter voorbereid op een regenbuitje dan een tuktuk, deze heeft aan alle kanten plastic zeiltjes die de chauffeur vliegensvlug voor je naar beneden rolt. 

 

En dan nu wat ik wél deed tijdens mijn korte verblijf in Phnom Penh.

 

Killing field Choeung Ek

Als eerste bezocht ik Choeung Ek, de meest beruchte van alle killing fields. Dit is een echte must. Je kunt niet naar Cambodja gaan zonder aandacht te besteden aan de verschrikkelijke lijdensweg die de bevolking heeft ondergaan tijdens het bewind van de Rode Khmer (1976-1979). Wat leek op een poging om een nieuw soort staatsmodel te ontwikkelen, waarin iedereen gelijk is en de volledige bevolking op het platteland werkt, had in werkelijkheid meer weg van één groot concentratiekamp. De schattingen lopen uiteen, maar minstens 2 miljoen mensen kwamen om, velen door uitputting en verhongering, anderen werden geëxecuteerd. Ik heb het boek Stay alive, my son van Pin Yathay met tranen in mijn ogen gelezen. Het zijn de memoires van een jonge hoogopgeleide man, die samen met 17 familieleden uit de stad werd verjaagd door de Rode Khmer soldaten. Vervolgens heeft hij jarenlang in diverse werkkampen doorbracht waarbij, naarmate de tijd verstreek, zijn familieleden één voor één stierven.

killing fields

Sommige massagraven op Choeung Ek zijn omheind, andere niet. 

killing fields massagraf

Een massagraf van 400 lichamen. Bezoekers herdenken de slachtoffers door een armbandje achter te laten.

killing fields boom

Kogels waren duur, dus de meeste executies vonden op zeer primitieve wijze plaats. Tegen deze boom werden baby’s doodgeslagen. 

 

massagraf killing fields

Een beetje wrang maar toch, humor. 

killing fields monument

Het monument voor de slachtoffers. De schedels daarbinnen zijn wetenschappelijk onderzocht, waardoor men veel details over de massamoorden te weten is gekomen. 

De Tuol Sleng gevangenis

Dit is een schoolgebouw dat door de Rode Khmer als gevangenis en martelcentrum werd gebruikt. Ook weer zeer schokkend om te horen en zien dat er hier jarenlang zo veel afschuwelijks plaatsvond.

Daarnaast vind ik het moeilijk te bevatten dat onder dit regime het onderwijs was afgeschaft, net als normale ziekenhuizen, medicijnen, communicatiemiddelen, auto’s en geld.  Het enige waarmee de bevolking destijds in aanraking kwam, waren wapens, de hamer en de sikkel, buffels en een kwart blikje rijst per dag.

De Cambodjanen zijn letterlijk to hell and back geweest. Dit volk is zo ongelofelijk sterk. Pas in 1991 werd het land weer een democratie. En nu is Phnom Penh in volle expansie. Armoede zie je bijna overal in de stad, zelfs in het centrum. Maar tegelijkertijd wordt er overal gebouwd (aan de infoborden te zien moet het een soort modern Aziatisch Parijs gaan worden) en het wemelt van de special economic zones. Al met al een interessante gewaarwording, die me alleen nog maar nieuwsgieriger heeft gemaakt naar zowel de geschiedenis als de toekomst van dit land.

Tuo Sleng

 Tuol Sleng Genocide museum

Na al dit verdrietigs vond ik het tijd voor iets anders. En ineens schoot HET me te binnen: vanuit mijn tuktukje had ik de dag ervoor een kattencafé gespot: Ebada Cat Cafe! Het bleek praktisch om de hoek.

 

Net geopend kattencafé

Bij dit café moet je na binnenkomst je handen wassen en een paar Crocs-achtige slofjes aandoen. Je betaalt $5 en krijgt dan een drankje voor jezelf en kattensnackjes om uit te delen aan de poezen die van alle kanten op je af komen. Het zijn echte aandachtjunks mensenvrienden! En dit gold niet alleen de katten. Er waren ook minipoedeltjes aanwezig en een chihuahua die werkelijk niet van mijn schoot te slaan was, en snurken dat die beestje deed!

cat cafe phnom penh

 Eén blauw oog en één groen.

cat cafe phnom penh

 Klein katje zonder staart, dat het liefst bovenop mijn tas lag te liggen. 

pet cafe phnom penh

 

pet cafe phnom penh

Springen, liggen en snurken maar!