Piece #1 – Het Begin van mijn leven in Buenos Aires

De winter heeft Buenos Aires goed te pakken, het sneeuwt nog net niet maar een doordringende kou maakt zich van “ons” meester, elke dag weer. Het dikke wolkendek geeft de stad niet het mooie aanzien dat ik voor mijn aankomst op mijn netvlies had. Het is als zo’n doorsnee grijze februarimaand in Nederland: waterkou zonder kerstsfeer, om nog maar te zwijgen over schaatsen of chocoladeletters. Ik heb een paar handschoenen (wantas) en dikke Peruaanse sokken (medias) gekocht, met lama’s erop natuurlijk.

 

Maar ik mag niet klagen, ik heb nu een fijne week achter de rug en breng de meeste tijd door met Ariel, die inderdaad wel eens mijn grote liefde zou kunnen zijn en zich for some reason heeft ontpopt als mijn persoonlijke verzorger (hij laat me nog net een kop thee te zetten, zo nu en dan). Hij runt samen met zijn 23-jarige zus Marilina een klein laboratorium waar ze steensoorten uit heel Zuid-Amerika analyseren op de mogelijkheden voor het onttrekken van de aanwezige aardolie. Hij is een groot literatuur- en muziekfan en bestookt me continu met boeken van bijvoorbeeld Julio Cortazar en ik moet de meest uiteenlopende concerten op dvd aanhoren. Ook met zijn hond Moloko ben ik nu goede maten, het is een enorme boxer die bol staat van tomeloos enthousiasme, maar zijn hart zit helemaal op de goede plek, voor zover dat van een hond gezegd kan worden.

 

Mijn oog valt elke dag op grappige kleine details die voor de mensen hier doodnormaal zijn. De citroen- en sinaasappelbomen die op straat staan en hun vruchten directamente op ons patio laten vallen. De alomaanwezige pompoen is nu al mijn lievelingsgroente, vooral ook omdat je hem op veel manier kunt eten: als soep, jam, puree, pastavulling, empanadavulling of in hartige taart. De mensen die ik ontmoet die vrijwel direct vragen of ik “al” máte drink, blijkbaar het teken van een geslaagde inburgering. Ter illustratie, hier in de buurt staat zelfs een straatmonument van een matekop met bombilla (stalen rietje). Tot zover drink ik alleen thee van yerba máte in een theezakje, omdat het pure kruid me veel te bitter is.

 

Vrijdag heb ik mijn toekomstige huisgenoot José weer ontmoet, een springerige en non-stop kletsende jongen op hippe sneakers, die filosofie studeert, veel uitgaat en overal wel een mening over heeft. Hij moet nog één persoon vinden om het appartement mee te delen en dan kan er verhuisd worden. De enige echte cultuurshock die ik te verwerken heb gehad was toen José me vertelde dat er hier niet zoiets bestaat als een part-time baan. Een werkweek bedraagt standaard tussen de 40 en 48 uur, of je nou studeert of niet. Of je nou in de horeca werkt of op een kantoor. Colleges zijn daarom altijd in de avonduren. Wie ooit nog beweert dat latino’s lui zijn… Het voordeel is volgens Ariel dat vrijwel alle banen slecht betalen en dat (tenzij je een echte Monsterboard hyena bent) je dus net zo goed kunt doen wat je leuk vindt zonder je echt benadeeld te hoeven voelen. Het is maar wat je leuk noemt hè? Maar niet getreurd, ik blijf positief wat betreft job opportunities en bovendien hebben Ariel en ik serieuze, realistische plannen om een eigen bedrijfje te beginnen “in de IT”, waarover later meer.

 

Het moment is gekomen om nog even te genieten van het voorzichtige zonnetje op weg naar mijn tweede college (daarover ongetwijfeld meer later). ¡Hasta la proxima!